Besluit van de Staatssecretaris van Buitenlandse Zaken van 6 mei 2011, nr. DDE-227a/2011, tot wijziging van beleidsregels en vaststelling van een subsidieplafond voor subsidieverlening in het kader van het Private Sector Investeringsprogramma

De Staatssecretaris van Buitenlandse Zaken,

Gelet op artikel 6 van het Subsidiebesluit Ministerie van Buitenlandse Zaken;

Gelet op artikel 7.2 van de Subsidieregeling Ministerie van Buitenlandse Zaken 2006;

Besluit:

ARTIKEL I

Het besluit van de staatssecretaris van Buitenlandse Zaken van 2 december 2010, nr. DDE-538/2010, tot vaststelling van beleidsregels en een subsidieplafond voor het Private Sector Investeringsprogramma1 wordt als volgt gewijzigd:

A

Artikel 4, tweede lid, komt als volgt te luiden:

  • 2. In het tweede beoordelingstijdvak kunnen voor PSI Regulier en PSI Plus gezamenlijk verplichtingen worden aangegaan tot een maximum van € 35 miljoen.

B

De bijlagen 1 en 2 worden telkens als volgt gewijzigd:

1. De slotalinea van paragraaf 7 vervalt.

2. Paragraaf 8 komt te luiden:

8. Subsidieverlening en uitvoering

Subsidieverlening: Binnen dertien weken na de sluitingsdatum van het betreffende tijdvak zal Agentschap NL beslissen over de subsidieaanvraag. Deze termijn kan worden verlengd tot maximaal 22 weken.

Voortgangsrapportages: De subsidieontvanger dient eenmaal per 12 maanden te rapporteren over de gerealiseerde activiteiten en kosten. Het bereiken van Resultaat 1 is essentieel voor de verdere uitvoering van het subsidieproject. Indien Resultaat 1 niet, niet tijdig of niet volledig is gerealiseerd, kan dit gevolgen hebben voor continuering van de subsidieverstrekking en kan de subsidiebeschikking worden gewijzigd of zelfs worden ingetrokken. De eerste voortgangsrapportage wordt daarom ingediend binnen 4 weken na afloop van de termijn voor het realiseren van Resultaat 1.

De termijn voor het indienen van de daaropvolgende voortgangsrapportages is telkens 12 maanden na de termijn voor het indienen van de vorige voortgangsrapportage, met dien verstande dat in het laatste jaar van het subsidietijdvak de eindrapportage in de plaats treedt van de voortgangsrapportage. De rapportages dienen in het Engels te worden opgesteld volgens het beschikbaar gestelde model (zie www.agentschapnl.nl/PSI).

Meldingsplicht: De subsidieontvanger is verplicht onverwijld een schriftelijke melding te doen, zodra aannemelijk is dat de activiteiten waarvoor de subsidie is verleend niet, niet tijdig of niet geheel zullen worden verricht, dan wel hij niet aan de verplichtingen die aan de subsidie zijn verbonden zal voldoen.

Voorschotten: Bij de subsidieverstrekking zal worden bepaald op welke wijze bevoorschotting plaatsvindt. Gedurende het project bedragen de voorschotten in totaal niet meer dan 90% van de verstrekte subsidie. Het bevoorschottingsschema kan worden aangepast in het licht van de door de subsidieontvanger verstrekte geactualiseerde liqiditeitsprognoses.

Subsidievaststelling: De aanvrager moet binnen twee maanden na afronding van de activiteiten de inhoudelijke en financiële eindrapportage aanleveren. Deze eindrapportage dient te worden ingediend overeenkomstig het beschikbaar gestelde model (zie www.agentschapnl.nl/PSI).

Agentschap NL beslist binnen dertien weken over de subsidievaststelling. Een fysieke inspectie ter plaatse kan onderdeel uitmaken van de beoordeling van de aanvraag tot subsidievaststelling. In dat geval kan Agentschap NL de beslistermijn verlengen tot tweeëntwintig weken.

Spin-off fase: De spin-off fase is de periode van twee jaar na subsidievaststelling. Gedurende deze periode is de subsidieontvanger verplicht om een redelijke financiële investering in de joint-venture te doen.

Informatie na vaststelling: Tot 24 maanden na vaststelling van de subsidie kan Agentschap NL de aanvrager verzoeken informatie te verstrekken over de impact van het project.

ARTIKEL II

Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin het geplaatst wordt.

Dit besluit zal in de Staatscourant worden geplaatst.

De Staatssecretaris van Buitenlandse Zaken,

namens deze:

de plaatsvervangend Directeur-Generaal Internationale Samenwerking,

R. Swartbol.

TOELICHTING

Ingevolge het besluit van de Staatssecretaris van Buitenlandse Zaken van 2 december 2010, nr. DDE-538/2010, tot vaststelling van beleidsregels en een subsidieplafond voor het Private Sector investeringsprogramma geldt voor de periode 1 januari tot en met 31 december 2011 een subsidieplafond van € 70 miljoen.

Het PSI valt uiteen in twee deelprogramma’s, PSI regulier en PSI Plus. Het besluit van 2 december 2010 stelde een subsidieplafond van maximaal € 35 miljoen vast voor het eerste beoordelingstijdvak.

Het onderhavige besluit stelt de subsidieplafonds vast van het tweede beoordelingstijdvak. Het subsidieplafond voor PSI Regulier en PSI Plus gezamenlijk in het tweede beoordelingstijdvak is € 35 miljoen.

In het onderhavige besluit wordt voorts de procedure op onderdelen aangepast met inachtneming van het gewijzigde Subsidiebesluit Ministerie van Buitenlandse Zaken. Ten slotte worden de bijlagen aangevuld met de belangrijkste standaardverplichtingen.

De Staatssecretaris van Buitenlandse Zaken,

namens deze:

de plaatsvervangend Directeur-Generaal Internationale Samenwerking,

R. Swartbol.

Naar boven