Staatscourant van het Koninkrijk der Nederlanden

Datum publicatieOrganisatieJaargang en nummerRubriekDatum ondertekening
Ministerie van Economische ZakenStaatscourant 2010, 962Besluiten van algemene strekking

Regeling van de Minister van Economische Zaken van 14 januari 2010, nr. WJZ/9218768, houdende aanwijzing van categorieën van productie-installaties voor de stimulering van duurzame energieproductie in het jaar 2010 (Regeling aanwijzing categorieën duurzame energieproductie 2010)

De Minister van Economische Zaken, na overleg met de Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer, de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit en de Minister van Financiën,

Gelet op de artikelen 31, negende lid, en 77c van de Elektriciteitswet 1998 en 7, 8, 10, 11, eerste lid, 12, eerste lid, 14, zesde lid, 15, derde en vierde lid, 25, 27, 28, eerste lid, 29, eerste lid, 31, vijfde lid, 32, derde lid, 42, 51, 52, eerste lid, 54, derde lid, 55, eerste lid, 56, eerste en derde lid, 61, eerste lid, en 63, tweede lid, van het Besluit stimulering duurzame energieproductie;

Besluit:

§ 1. Begripsbepalingen

Artikel 1

In deze regeling wordt verstaan onder:

minister:

de Minister van Economische Zaken;

besluit:

het Besluit stimulering duurzame energieproductie;

algemene uitvoeringsregeling:

de Algemene uitvoeringsregeling stimulering duurzame energieproductie;

gewogen maandelijks rendement:

het rendement, bedoeld in artikel 1, vierde lid, van de Regeling garanties van oorsprong voor duurzame elektriciteit;

NTA 8003:

2008: de Nederlandse Technische Afspraak 8003, Classificatie van biomassa voor energietoepassing, uitgegeven door het Nederlands Normalisatie-instituut, zoals deze luidde op 31 december 2008;

overige vergisting:

de biologische afbraakreacties van biomassa als bedoeld in de NTA 8003: 2008, met uitzondering van de nummers 410, 420, 430, 500, 550 tot en met 559, 587, 592, 600, 610 en 620;

productie-installatie voor de productie van hernieuwbare elektriciteit met behulp van afvalverbranding:

een productie-installatie waarmee hernieuwbare elektriciteit wordt geproduceerd uit de warmte die uitsluitend of in hoofdzaak is geproduceerd door:

  • 1°. de verbranding van afvalstoffen,

  • 2°. een andere thermische behandeling van afvalstoffen dan bedoeld onder 1° ingeval de producten daarvan vervolgens worden verbrand, of

  • 3°. de verbranding van producten die voortkomen uit thermische behandeling van afvalstoffen;

productie-installatie voor de productie van hernieuwbare elektriciteit met gebruik van stortgas of biogas uit afvalwater- of rioolwaterzuiveringsinstallaties:

een productie-installatie waarmee hernieuwbare elektriciteit wordt geproduceerd:

  • 1°. uit gas dat vrijkomt tengevolge van biologische afbraakreacties uit gestorte afvalstoffen, of

  • 2°. uit gas dat vrijkomt tengevolge van biologische afbraakreacties bij de zuivering van huishoudelijk afvalwater, bedrijfsafvalwater en afvloeiend hemelwater;

productie-installatie voor de productie van hernieuwbare elektriciteit met behulp van waterkracht:

een productie-installatie waarmee door hydro-mechanisch-elektrische omzetting hernieuwbare elektriciteit wordt geproduceerd uit potentiële dan wel kinetische energie van stromend water dat niet specifiek ten behoeve van de elektriciteitsproductie omhoog is gepompt;

productie-installatie voor de productie van hernieuwbare elektriciteit met behulp van windenergie op land:

een productie-installatie die niet is opgericht in de territoriale zee of in de Nederlandse exclusieve economische zone, waarmee hernieuwbare elektriciteit wordt geproduceerd met behulp van windenergie en die geen productie-installatie voor de productie van hernieuwbare elektriciteit met behulp van windenergie is als bedoeld in artikel 1, onderdeel o, van het besluit;

productie-installatie voor de productie van hernieuwbaar gas met gebruik van stortgas of biogas uit afvalwater- of rioolwaterzuiveringsinstallaties:

een productie-installatie waarmee hernieuwbaar gas wordt geproduceerd:

  • 1°. uit gas dat vrijkomt tengevolge van biologische afbraakreacties uit gestorte afvalstoffen, of

  • 2°. uit gas dat vrijkomt tengevolge van biologische afbraakreacties bij de zuivering van huishoudelijk afvalwater, bedrijfsafvalwater en afvloeiend hemelwater;

valhoogte:

het verschil in waterpeil voor en achter de installatie voor de productie van hernieuwbare elektriciteit met behulp van waterkracht waarbij het maximaal elektrisch ontwerpvermogen van de turbine of de generator wordt gerealiseerd;

thermische conversie van vaste of vloeibare biomassa:

de omzetting van vaste of vloeibare biomassa als bedoeld in de NTA 8003: 2008, met uitzondering van biomassa als bedoeld in de nummers 500, 550 tot en met 559, 587 en 592 van de NTA 8003: 2008, door middel van:

  • 1°. verbranding,

  • 2°. een andere thermische behandeling dan bedoeld onder 1° ingeval de producten daarvan vervolgens worden verbrand, of

  • 3°. de verbranding van producten die voortkomen uit thermische behandeling;

vergisting en co-vergisting van dierlijke mest:

de biologische afbraakreacties van in hoofdzaak verpompbare vaste en vloeibare uitwerpselen van dieren, al dan niet aangevuld met een of meer producten genoemd in de Uitvoeringsregeling Meststoffenwet, bijlage Aa, onderdeel IV;

vergisting van groente-, fruit- en tuinafval:

de biologische afbraakreacties van biomassa als bedoeld in de nummers 251, 252, 253, 254, 600, 610, 620 van de NTA 8003:2008;

warmtebenuttingscoëfficiënt:

de hoeveelheid gedurende een kalenderjaar door een productie-installatie geproduceerde en nuttig aangewende warmte als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel v, van de Regeling garanties van oorsprong voor duurzame elektriciteit, gedeeld door de hoeveelheid gedurende hetzelfde kalenderjaar geproduceerde en op het elektriciteitsnet ingevoede hernieuwbare elektriciteit;

STEG:

een productie-installatie bestaande uit één of meerdere stoom- en gasturbines, waarbij de warmte uit de gasturbine uitsluitend of in hoofdzaak wordt aangewend voor de productie van stoom, waarmee achtereenvolgens een stoomturbine wordt aangedreven;

industriële processen:

een proces waarbij materiële goederen worden vervaardigd, met uitzondering van de teelt van gewassen.

§ 2. Hernieuwbare elektriciteit

§ 2.1 Windenergie op land

Artikel 2
  • 1. De minister verstrekt op aanvraag subsidie aan producenten van hernieuwbare elektriciteit geproduceerd door een productie-installatie voor de productie van hernieuwbare elektriciteit met behulp van windenergie op land:

    • a. met een nominaal vermogen per turbine kleiner dan 6,0 MW;

    • b. met een nominaal vermogen per turbine gelijk aan of groter dan 6,0 MW.

  • 2. Aanvragen om subsidie als bedoeld in het eerste lid, worden ontvangen in de periode van 1 maart 2010 tot en met 1 november 2010, 17:00 uur.

  • 3. Een aanvraag om subsidie wordt ingediend met gebruikmaking van het origineel van een ondertekend formulier, dat is opgenomen in de bij deze regeling behorende bijlage 1.

Artikel 3
  • 1. Het subsidieplafond voor het verlenen van subsidie die is aangevraagd in de periode, bedoeld in artikel 2, tweede lid, bedraagt € 937.000.000,–.

  • 2. De minister verdeelt het bedrag, genoemd in het eerste lid, op volgorde van binnenkomst van de aanvragen.

Artikel 4
  • 1. Subsidie als bedoeld in artikel 2, eerste lid, wordt voor een periode van 15 jaar verstrekt.

  • 2. De subsidie-ontvanger neemt de productie-installatie voor de productie van hernieuwbare elektriciteit met behulp van windenergie op land binnen 4 jaar na de datum van de beschikking tot subsidieverlening in gebruik.

Artikel 5
  • 1. Het maximaal aantal vollasturen voor productie-installaties als bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel a, bedraagt 1760 uren per jaar.

  • 2. Het maximaal aantal vollasturen voor productie-installaties als bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel b, bedraagt 2476 uren per jaar.

Artikel 6

Het basisbedrag, bedoeld in artikel 11 van het besluit, voor subsidie als bedoeld in artikel 2, eerste lid, bedraagt voor productie- installaties als bedoeld in:

  • a. artikel 2, eerste lid, onderdeel a: € 0,120 per kWh;

  • b. artikel 2, eerste lid, onderdeel b: € 0,120 per kWh.

Artikel 7

De basiselektriciteitsprijs, bedoeld in artikel 12 van het besluit, voor subsidie als bedoeld in artikel 2, eerste lid, bedraagt voor productie- installaties als bedoeld in:

  • a. artikel 2, eerste lid, onderdeel a: € 0,049 per kWh;

  • b. artikel 2, eerste lid, onderdeel b: € 0,050 per kWh.

§ 2.2 Fotovoltaïsche zonnepanelen

Artikel 8
  • 1. De minister verstrekt op aanvraag subsidie aan producenten van hernieuwbare elektriciteit geproduceerd door een productie-installatie voor de productie van hernieuwbare elektriciteit uit zonlicht met behulp van fotovoltaïsche zonnepanelen met een vermogen:

    • a. groter dan of gelijk aan 1,0 kWp en kleiner dan of gelijk aan 15 kWp;

    • b. groter dan 15 kWp en kleiner dan of gelijk aan 100 kWp, welke zijn geplaatst op of tegen een gebouw als bedoeld in artikel 1, onderdeel c, van de Woningwet.

  • 2. Productie-installaties als bedoeld in het eerste lid, worden aangewezen als productie-installaties als bedoeld in de artikelen 15, vierde lid, en 56, eerste lid, tweede volzin, van het besluit.

  • 3. Aanvragen om subsidie als bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, worden ontvangen in de periode van 1 maart 2010 tot en met 1 november 2010, 17:00 uur.

  • 4. Aanvragen om subsidie als bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, worden ontvangen in de periode van 31 mei 2010 tot en met 1 november 2010, 17:00 uur.

  • 5. Een aanvraag om subsidie wordt ingediend met gebruikmaking van het origineel van een ondertekend formulier, dat is opgenomen in de bij deze regeling behorende bijlage 2.

  • 6. Een gebundelde aanvraag om subsidie als bedoeld in artikel 56, eerste lid, tweede volzin, van het besluit wordt ingediend met gebruikmaking van het origineel van een ondertekend formulier dat is opgenomen in de bij deze regeling behorende bijlage 3.

  • 7. Een aanvraag om subsidie als bedoeld in het vijfde lid en zesde lid, wordt geacht een aanvraag tot het verstrekken van een voorschot te zijn, tenzij de aanvrager te kennen geeft een aparte aanvraag tot het verstrekken van een voorschot te willen indienen of aangeeft geen voorschot te willen ontvangen.

Artikel 9

Voor subsidie als bedoeld in artikel 8, eerste lid, onderdeel a, is de rapportageverplichting, bedoeld in artikel 3, tweede lid, van de algemene uitvoeringsregeling niet van toepassing.

Artikel 10
  • 1. Het subsidieplafond voor het verlenen van subsidie die is aangevraagd in de periode, bedoeld in artikel 8, derde lid, bedraagt voor productie-installaties als bedoeld artikel 8, eerste lid, onderdeel a, € 69.000.000,–.

  • 2. Het subsidieplafond voor het verlenen van subsidie die is aangevraagd in de periode, bedoeld in artikel 8, vierde lid, bedraagt voor productie-installaties als bedoeld in artikel 8, eerste lid, onderdeel b, € 24.000.000,–.

  • 3. De minister verdeelt de bedragen, genoemd in het eerste en tweede lid, op volgorde van binnenkomst van de aanvragen.

Artikel 11
  • 1. Subsidie als bedoeld in artikel 8, eerste lid, wordt voor een periode van 15 jaar verstrekt.

  • 2. De subsidie-ontvanger neemt de productie-installatie voor de productie van hernieuwbare elektriciteit uit zonlicht met behulp van fotovoltaïsche zonnepanelen binnen 18 maanden na de datum van de beschikking tot subsidieverlening in gebruik.

  • 3. Deze periode kan in uitzonderlijke gevallen eenmaal met een periode van een jaar worden verlengd.

Artikel 12

Het maximaal aantal vollasturen voor productie-installaties voor de productie van hernieuwbare elektriciteit uit zonlicht met behulp van fotovoltaïsche zonnepanelen bedraagt 850 uren per jaar.

Artikel 13

Het basisbedrag, bedoeld in artikel 11 van het besluit, voor subsidie als bedoeld in artikel 8, eerste lid, bedraagt voor productie-installaties als bedoeld in:

  • a. artikel 8, eerste lid, onderdeel a, voor de productie tot en met 6375 kWh per jaar: € 0,474 per kWh;

  • b. artikel 8, eerste lid, onderdeel a, voor de productie boven 6375 kWh per jaar: € 0,00 per kWh;

  • c. artikel 8, eerste lid, onderdeel b: € 0,430 per kWh.

Artikel 14

De basiselektriciteitsprijs, bedoeld in artikel 12 van het besluit, voor subsidie als bedoeld in artikel 8, eerste lid, bedraagt voor productie-installaties als bedoeld in:

  • a. artikel 8, eerste lid, onderdeel a: € 0,202 per kWh;

  • b. artikel 8, eerste lid, onderdeel b: € 0,053 per kWh.

§ 2.3 Afvalverbranding

Artikel 15
  • 1. De minister verstrekt op aanvraag subsidie aan producenten van hernieuwbare elektriciteit geproduceerd door een productie-installatie voor de productie van hernieuwbare elektriciteit met behulp van afvalverbranding.

  • 2. Aanvragen om subsidie als bedoeld in het eerste lid, worden ontvangen in de periode van 1 maart 2010 tot en met 1 november 2010, 17:00 uur.

  • 3. Een aanvraag om subsidie wordt ingediend met gebruikmaking van het origineel van een ondertekend formulier, dat is opgenomen in de bij deze regeling behorende bijlage 4.

Artikel 16

Voor subsidie als bedoeld in artikel 15, eerste lid, is de rapportageverplichting, bedoeld in artikel 6, eerste lid, van de algemene uitvoeringsregeling niet van toepassing.

Artikel 17
  • 1. Het subsidieplafond voor het verlenen van subsidie die is aangevraagd in de periode, bedoeld in artikel 15, tweede lid, bedraagt € 238.000.000,–.

  • 2. De minister verdeelt het bedrag, genoemd in het eerste lid, op volgorde van binnenkomst van de aanvragen.

Artikel 18
  • 1. Subsidie als bedoeld in artikel 15, eerste lid, wordt voor een periode van 15 jaar verstrekt.

  • 2. De subsidie-ontvanger neemt de productie-installatie voor de productie van hernieuwbare elektriciteit met behulp van afvalverbranding binnen 4 jaar na de datum van de beschikking tot subsidieverlening in gebruik.

Artikel 19

Het maximaal aantal vollasturen voor productie-installaties voor de productie van hernieuwbare elektriciteit met behulp van afvalverbranding bedraagt 3920 uren per jaar.

Artikel 20

Het basisbedrag, bedoeld in artikel 11 van het besluit, voor subsidie als bedoeld in artikel 15, eerste lid, bedraagt bij een gewogen maandelijks rendement dat groter is dan genoemd in kolom 1 en kleiner is dan of gelijk is aan genoemd in kolom 2, het bedrag in euro per kWh, genoemd in kolom 3.

Kolom 1

Kolom 2

Kolom 3

22%

23%

0,114

23%

24%

0,116

24%

25%

0,117

25%

26%

0,118

26%

27%

0,119

27%

28%

0,120

28%

29%

0,124

29%

30%

0,129

30%

31%

0,133

31%

100%

0,137

Artikel 21

De basiselektriciteitsprijs, bedoeld in artikel 12 van het besluit, voor subsidie als bedoeld in artikel 15, eerste lid, bedraagt € 0,090 per kWh.

§ 2.4 Stortgas of biogas uit afvalwater- of rioolwaterzuiveringsinstallaties

Artikel 22
  • 1. De minister verstrekt op aanvraag subsidie aan producenten van hernieuwbare elektriciteit geproduceerd door een productie-installatie voor de productie van hernieuwbare elektriciteit met gebruik van stortgas of biogas uit afvalwater- of rioolwaterzuiveringsinstallaties.

  • 2. Aanvragen om subsidie als bedoeld in het eerste lid, worden ontvangen in de periode van 1 maart 2010 tot en met 1 november 2010, 17:00 uur.

  • 3. Een aanvraag om subsidie wordt ingediend met gebruikmaking van het origineel van een ondertekend formulier, dat is opgenomen in de bij deze regeling behorende bijlage 4.

Artikel 23

Voor subsidie als bedoeld in artikel 22, eerste lid, is de rapportageverplichting, bedoeld in artikel 6, eerste lid, van de algemene uitvoeringsregeling niet van toepassing.

Artikel 24
  • 1. Het subsidieplafond voor het verlenen van subsidie die is aangevraagd in de in artikel 22, tweede lid, bedoelde periode, bedraagt € 13.000.000,–.

  • 2. De minister verdeelt het bedrag, genoemd in het eerste lid, op volgorde van binnenkomst van de aanvragen.

Artikel 25
  • 1. Subsidie als bedoeld in artikel 22, eerste lid, wordt voor een periode van 12 jaar verstrekt.

  • 2. De subsidie-ontvanger neemt de productie-installatie voor de productie van hernieuwbare elektriciteit met gebruik van stortgas of biogas uit afvalwater- of rioolwaterzuiveringsinstallaties binnen 4 jaar na de datum van de beschikking tot subsidieverlening in gebruik.

Artikel 26

Het maximaal aantal vollasturen voor een productie-installatie voor de productie van hernieuwbare elektriciteit met gebruik van stortgas of biogas uit afvalwater- of rioolwaterzuiveringsinstallaties bedraagt 8000 uren per jaar.

Artikel 27

Het basisbedrag, bedoeld in artikel 11 van het besluit, voor subsidie als bedoeld in artikel 22, eerste lid, bedraagt € 0,059 per kWh.

Artikel 28

De basiselektriciteitsprijs, bedoeld in artikel 12 van het besluit, voor subsidie als bedoeld in artikel 22, eerste lid, bedraagt € 0,044 per kWh.

§ 2.5 Biomassa

Artikel 29
  • 1. De minister verstrekt op aanvraag subsidie aan producenten van hernieuwbare elektriciteit geproduceerd door een productie-installatie voor de productie van hernieuwbare elektriciteit door:

    • a. verbranding van het biogas uit vergisting en co-vergisting van dierlijke mest of de inzet van warmte verkregen uit thermische conversie van vaste of vloeibare biomassa met uitzondering van plantaardige en dierlijke restvetten en restoliën als bedoeld in de NTA 8003:2008 met nummers 560 tot en met 572 met een nominaal elektrisch vermogen kleiner dan of gelijk aan 10 MW;

    • b. verbranding van het biogas uit vergisting van groente-, fruit- en tuinafval, waarbij ten hoogste 50 procent van de massa bestaat uit biomassastromen als bedoeld in de NTA 8003:2008, met uitzondering van de nummers 410, 420, 430, 500, 550 tot en met 559, 587 en 592;

    • c. verbranding van het biogas uit overige vergisting;

    • d. inzet van warmte verkregen uit thermische conversie van vaste of vloeibare biomassa met een nominaal elektrisch vermogen kleiner dan of gelijk aan 10 MW;

    • e. inzet van warmte verkregen uit thermische conversie van vaste of vloeibare biomassa met een nominaal elektrisch vermogen groter dan 10 MW en kleiner dan of gelijk aan 50 MW.

  • 2. Aanvragen om subsidie als bedoeld in het eerste lid, worden ontvangen in de periode van 1 maart 2010 tot en met 1 november 2010, 17:00 uur.

  • 3. Een aanvraag om subsidie wordt ingediend met gebruikmaking van het origineel van een ondertekend formulier, dat is opgenomen in de bij deze regeling behorende bijlage 4.

Artikel 30
  • 1. Het subsidieplafond voor het verlenen van subsidie die is aangevraagd in de in artikel 29, tweede lid, bedoelde periode, bedraagt € 400.000.000,–.

  • 2. De minister verdeelt het bedrag, genoemd in het eerste lid, op volgorde van binnenkomst van de aanvragen.

Artikel 31
  • 1. Subsidie als bedoeld in artikel 29, eerste lid, wordt voor een periode van 12 jaar verstrekt.

  • 2. De subsidie-ontvanger neemt de productie-installatie voor de productie van hernieuwbare elektriciteit bedoeld in artikel 30, eerste lid, binnen 4 jaar na de datum van de beschikking tot subsidieverlening in gebruik.

Artikel 32

Het maximaal aantal vollasturen voor productie-installaties als bedoeld in artikel 29, eerste lid, bedraagt 8000 uren per jaar.

Artikel 33
  • 1. Het basisbedrag, bedoeld in artikel 11 van het besluit, voor subsidie als bedoeld in artikel 29, eerste lid, onderdeel a, bedraagt bij een warmtebenuttingscoëfficiënt groter dan genoemd in kolom 1 en kleiner dan of gelijk aan genoemd in kolom 2 een bedrag in euro per kWh, genoemd in kolom 3.

    Kolom 1

    Kolom 2

    Kolom 3

    0,00 MJ/kWh

    0,25 MJ/kWh

    0,165

    0,25 MJ/kWh

    0,50 MJ/kWh

    0,168

    0,50 MJ/kWh

    0,75 MJ/kWh

    0,172

    0,75 MJ/kWh

    1,0 MJ/kWh

    0,176

    1,0 MJ/kWh

    1,25 MJ/kWh

    0,179

    1,25 MJ/kWh

    1,50 MJ/kWh

    0,183

    1,50 MJ/kWh

    1,75 MJ/kWh

    0,186

    1,75 MJ/kWh

    2,0 MJ/kWh

    0,190

    2,0 MJ/kWh

    Onbepaald

    0,193

  • 2. Het basisbedrag, bedoeld in artikel 11 van het besluit, voor subsidie als bedoeld in artikel 29, eerste lid, onderdeel b, bedraagt bij een warmtebenuttingscoëfficiënt groter dan genoemd in kolom 1 en kleiner dan of gelijk aan genoemd in kolom 2 een bedrag in euro per kWh, genoemd in kolom 3.

    Kolom1

    Kolom 2

    Kolom 3

    0,00 MJ/kWh

    0,25 MJ/kWh

    0,129

    0,25 MJ/kWh

    0,50 MJ/kWh

    0,132

    0,50 MJ/kWh

    0,75 MJ/kWh

    0,134

    0,75 MJ/kWh

    1,0 MJ/kWh

    0,136

    1,0 MJ/kWh

    1,25 MJ/kWh

    0,139

    1,25 MJ/kWh

    1,50 MJ/kWh

    0,141

    1,50 MJ/kWh

    1,75 MJ/kWh

    0,144

    1,75 MJ/kWh

    2,0 MJ/kWh

    0,146

    2,0 MJ/kWh

    Onbepaald

    0,149

  • 3. Het basisbedrag, bedoeld in artikel 11 van het besluit, voor subsidie als bedoeld in artikel 29, eerste lid, onderdeel c, bedraagt € 0,158 per kWh.

  • 4. Het basisbedrag, bedoeld in artikel 11 van het besluit, voor subsidie als bedoeld in artikel 29, eerste lid, onderdeel d, bedraagt bij een warmtebenuttingscoëfficiënt groter dan genoemd in kolom 1 en kleiner dan of gelijk aan genoemd in kolom 2 een bedrag in euro per kWh, genoemd in kolom 3.

    Kolom 1

    Kolom 2

    Kolom 3

    0,00 MJ/kWh

    0,25 MJ/kWh

    0,151

    0,25 MJ/kWh

    0,50 MJ/kWh

    0,154

    0,50 MJ/kWh

    0,75 MJ/kWh

    0,157

    0,75 MJ/kWh

    1,0 MJ/kWh

    0,160

    1,0 MJ/kWh

    1,25 MJ/kWh

    0,163

    1,25 MJ/kWh

    1,50 MJ/kWh

    0,166

    1,50 MJ/kWh

    1,75 MJ/kWh

    0,169

    1,75 MJ/kWh

    2,0 MJ/kWh

    0,173

    2,0 MJ/kWh

    Onbepaald

    0,176

  • 5. Het basisbedrag, bedoeld in artikel 11 van het besluit, voor subsidie als bedoeld in artikel 29, eerste lid, onderdeel e, bedraagt bij een warmtebenuttingscoëfficiënt groter dan genoemd in kolom 1 en kleiner dan of gelijk aan genoemd in kolom 2 een bedrag in euro per kWh, genoemd in kolom 3.

    Kolom 1

    Kolom 2

    Kolom 3

    0,00 MJ/kWh

    0,25 MJ/kWh

    0,114

    0,25 MJ/kWh

    0,50 MJ/kWh

    0,116

    0,50 MJ/kWh

    0,75 MJ/kWh

    0,119

    0,75 MJ/kWh

    1,0 MJ/kWh

    0,121

    1,0 MJ/kWh

    1,25 MJ/kWh

    0,123

    1,25 MJ/kWh

    1,50 MJ/kWh

    0,126

    1,50 MJ/kWh

    1,75 MJ/kWh

    0,128

    1,75 MJ/kWh

    2,0 MJ/kWh

    0,131

    2,0 MJ/kWh

    2,25 MJ/kWh

    0,133

    2,25 MJ/kWh

    2,50 MJ/kWh

    0,136

    2,50 MJ/kWh

    2,75 MJ/kWh

    0,138

    2,75 MJ/kWh

    3,0 MJ/kWh

    0,141

    3,0 MJ/kWh

    3,25 MJ/kWh

    0,143

    3,25 MJ/kWh

    3,50 MJ/kWh

    0,146

    3,50 MJ/kWh

    3,75 MJ/kWh

    0,148

    3,75 MJ/kWh

    4,0 MJ/kWh

    0,151

    4,0 MJ/kWh

    Onbepaald

    0,153

Artikel 34

De basiselektriciteitsprijs, bedoeld in artikel 12 van het besluit, voor subsidie als bedoeld in artikel 29, eerste lid, bedraagt € 0,044 per kWh.

§ 2.6 Waterkracht

Artikel 35
  • 1. De minister verstrekt op aanvraag subsidie aan producenten van hernieuwbare elektriciteit geproduceerd door een productie-installatie voor de productie van hernieuwbare elektriciteit met behulp van waterkracht:

    • a. in installaties met een valhoogte kleiner dan 5 meter;

    • b. in installaties met een valhoogte gelijk aan of groter dan 5 meter.

  • 2. Aanvragen om subsidie als bedoeld in het eerste lid, worden ontvangen in de periode van 1 maart 2010 tot en met 1 november 2010, 17:00 uur.

  • 3. Een aanvraag om subsidie wordt ingediend met gebruikmaking van het origineel van een ondertekend formulier, dat is opgenomen in de bij deze regeling behorende bijlage 5.

Artikel 36
  • 1. Het subsidieplafond voor het verlenen van subsidie die is aangevraagd in de in artikel 35, tweede lid, bedoelde periode, bedraagt € 63.000.000,–.

  • 2. De minister verdeelt het bedrag, genoemd in het eerste lid, op volgorde van binnenkomst van de aanvragen.

Artikel 37
  • 1. Subsidie als bedoeld in artikel 35, eerste lid, wordt voor een periode van 15 jaar verstrekt.

  • 2. De subsidie-ontvanger neemt de productie-installatie voor de productie van hernieuwbare elektriciteit met behulp van waterkracht binnen 4 jaar na de datum van de beschikking tot subsidieverlening in gebruik.

Artikel 38

Het maximaal aantal vollasturen voor productie-installaties voor de productie van hernieuwbare elektriciteit met behulp van waterkracht als bedoeld in:

  • a. artikel 35, eerste lid, onderdeel a, bedraagt 3800 uren per jaar;

  • b. artikel 35, eerste lid, onderdeel b, bedraagt 4800 uren per jaar.

Artikel 39

Het basisbedrag, bedoeld in artikel 11 van het besluit, voor subsidie als bedoeld in artikel 35, eerste lid, bedraagt voor productie-installaties als bedoeld in:

  • a. artikel 35, eerste lid, onderdeel a: € 0,123 per kWh;

  • b. artikel 35, eerste lid, onderdeel b: € 0,072 per kWh.

Artikel 40

De basiselektriciteitsprijs, bedoeld in artikel 12 van het besluit, voor subsidie als bedoeld in artikel 35, eerste lid, onderdelen a en b, bedraagt € 0,044 per kWh.

§ 2.7 Correctiebedragen voorschotverlening productie van hernieuwbare elektriciteit

Artikel 41
  • 1. De correcties op het basisbedrag voor subsidie als bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel a, worden voor 2010 als volgt vastgesteld:

    • a. € 0,052 per kWh voor wat betreft de elektriciteitsprijs, bedoeld in artikel 14, eerste lid, onderdeel a, van het besluit;

    • b. € 0 voor wat betreft de correcties, bedoeld in artikel 14, eerste lid, onderdelen b en c, van het besluit.

  • 2. De correcties op het basisbedrag voor subsidie als bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel b, worden voor 2010 als volgt vastgesteld:

    • a. € 0,054 per kWh voor wat betreft de elektriciteitsprijs, bedoeld in artikel 14, eerste lid, onderdeel a, van het besluit;

    • b. € 0 voor wat betreft de correcties, bedoeld in artikel 14, eerste lid, onderdelen b en c, van het besluit.

Artikel 42
  • 1. De correcties op het basisbedrag voor subsidie als bedoeld in artikel 8, eerste lid, onderdeel a, worden voor 2010 als volgt vastgesteld:

    • a. € 0,225 per kWh voor wat betreft de elektriciteitsprijs, bedoeld in artikel 14, eerste lid, onderdeel a, van het besluit;

    • b. € 0 voor wat betreft de correcties, bedoeld in artikel 14, eerste lid, onderdelen b en c, van het besluit.

  • 2. De correcties op het basisbedrag voor subsidie als bedoeld in artikel 8, eerste lid, onderdeel b, worden voor 2010 als volgt vastgesteld:

    • a. de basiselektriciteitsprijs, bedoeld in artikel 12 van het besluit zoals vastgesteld in artikel 14, onder b, van deze regeling op € 0,053 per kWh;

    • b. € 0 voor wat betreft de correcties, bedoeld in artikel 14, eerste lid, onderdelen b en c, van het besluit.

Artikel 43

De correcties op het basisbedrag voor subsidie als bedoeld in artikel 15, eerste lid, worden voor 2010 als volgt vastgesteld:

  • a. € 0,096 per kWh voor wat betreft de elektriciteitsprijs, bedoeld in artikel 14, eerste lid, onderdeel a, van het besluit;

  • b. € 0 voor wat betreft de correcties, bedoeld in artikel 14, eerste lid, onderdelen b en c, van het besluit.

Artikel 44

De correcties op het basisbedrag voor subsidie als bedoeld in artikel 22, eerste lid, worden voor 2010 als volgt vastgesteld:

  • a. € 0,047 per kWh voor wat betreft de elektriciteitsprijs, bedoeld in artikel 14, eerste lid, onderdeel a, van het besluit;

  • b. € 0 voor wat betreft de correcties, bedoeld in artikel 14, eerste lid, onderdelen b en c, van het besluit.

Artikel 45

De correcties op het basisbedrag voor subsidie als bedoeld in artikel 29, eerste lid, worden voor 2010 als volgt vastgesteld:

  • a. € 0,047 per kWh voor wat betreft de elektriciteitsprijs, bedoeld in artikel 14, eerste lid, onderdeel a, van het besluit;

  • b. € 0 voor wat betreft de correcties, bedoeld in artikel 14, eerste lid, onderdelen b en c, van het besluit.

Artikel 46

De correcties op het basisbedrag voor subsidie als bedoeld in artikel 35, eerste lid, worden voor 2010 als volgt vastgesteld:

  • a. € 0,047 per kWh voor wat betreft de elektriciteitsprijs, bedoeld in artikel 14, eerste lid, onderdeel a, van het besluit;

  • b. € 0 voor wat betreft de correcties, bedoeld in artikel 14, eerste lid, onderdelen b en c, van het besluit.

§ 3. Hernieuwbaar gas

§ 3.1 Stortgas of biogas uit afvalwater- of rioolwaterzuiveringsinstallaties

Artikel 47
  • 1. De minister verstrekt op aanvraag subsidie aan producenten van hernieuwbaar gas geproduceerd door een productie-installatie voor de productie van hernieuwbaar gas met gebruik van stortgas of biogas uit afvalwater- of rioolwaterzuiveringsinstallaties.

  • 2. Aanvragen om subsidie als bedoeld in het eerste lid, worden ontvangen in de periode van 1 maart 2010 tot en met 1 november 2010, 17:00 uur.

  • 3. Een aanvraag om subsidie wordt ingediend met gebruikmaking van het origineel van een ondertekend formulier, dat is opgenomen in de bij deze regeling behorende bijlage 4.

Artikel 48

Voor subsidie als bedoeld in artikel 47, eerste lid, is de rapportageverplichting, bedoeld in artikel 6, eerste lid, van de algemene uitvoeringsregeling niet van toepassing.

Artikel 49
  • 1. Het subsidieplafond voor het verlenen van subsidie die is aangevraagd in de in artikel 47, tweede lid, bedoelde periode, bedraagt € 24.000.000,–.

  • 2. De minister verdeelt het bedrag, genoemd in het eerste lid, op volgorde van binnenkomst van de aanvragen.

Artikel 50
  • 1. Subsidie als bedoeld in artikel 47, eerste lid, wordt voor een periode van 12 jaar verstrekt.

  • 2. De subsidie-ontvanger neemt de productie-installatie voor de productie van hernieuwbaar gas met gebruik van stortgas of biogas uit afvalwater- of rioolwaterzuiveringsinstallaties binnen 4 jaar na de datum van de beschikking tot subsidieverlening in gebruik.

Artikel 51

Het maximaal aantal vollasturen voor productie-installaties voor de productie van hernieuwbaar gas met gebruik van stortgas of biogas uit afvalwater- of rioolwaterzuiveringsinstallaties bedraagt 8000 uren per jaar.

Artikel 52

Het basisbedrag, bedoeld in artikel 28 van het besluit, voor subsidie als bedoeld in artikel 47, eerste lid, bedraagt € 0,218 per Nm3.

Artikel 53

De basisgasprijs, bedoeld in artikel 29 van het besluit, voor subsidie als bedoeld in artikel 47, eerste lid, bedraagt € 0,147 per Nm3.

§ 3.2 Biomassa

Artikel 54
  • 1. De minister verstrekt op aanvraag subsidie aan producenten van hernieuwbaar gas geproduceerd door een productie-installatie voor de productie van hernieuwbaar gas met gebruik van uitsluitend:

    • a. biogas uit vergisting van groente, fruit- en tuinafval, waarbij ten hoogste 50 procent van de massa bestaat uit biomassastromen als bedoeld in de NTA 8003:2008, met uitzondering van de nummers 410, 420, 430, 500, 550 tot en met 559, 587 en 592;

    • b. biogas uit vergisting en co-vergisting van dierlijke mest;

    • c. biogas uit overige vergisting.

  • 2. Aanvragen om subsidie als bedoeld in het eerste lid, worden ontvangen in de periode van 1 maart 2010 tot en met 1 november 2010, 17:00 uur.

  • 3. Een aanvraag om subsidie wordt ingediend met gebruikmaking van het origineel van een ondertekend formulier, dat is opgenomen in de bij deze regeling behorende bijlage 4.

Artikel 55
  • 1. Het subsidieplafond voor het verlenen van subsidie die is aangevraagd in de in artikel 54, tweede lid, bedoelde periode, bedraagt € 190.000.000,–.

  • 2. De minister verdeelt het bedrag, genoemd in het eerste lid, op volgorde van binnenkomst van de aanvragen.

Artikel 56
  • 1. Subsidie als bedoeld in artikel 54, eerste lid, wordt voor een periode van 12 jaar verstrekt.

  • 2. De subsidie-ontvanger neemt de productie-installatie voor de productie van hernieuwbaar gas bedoeld in artikel 54, eerste lid, binnen 4 jaar na de datum van de beschikking tot subsidieverlening in gebruik.

Artikel 57

Het maximaal aantal vollasturen voor productie-installaties bedoeld in artikel 54, eerste lid, bedraagt 8000 uren per jaar.

Artikel 58

Het basisbedrag, bedoeld in artikel 28 van het besluit, bedraagt voor subsidie als bedoeld in:

  • a. artikel 54, eerste lid, onderdeel a: € 0,465 per Nm3;

  • b. artikel 54, eerste lid, onderdeel b: € 0,635 per Nm3;

  • c. artikel 54, eerste lid, onderdeel c: € 0,583 per Nm3.

Artikel 59

De basisgasprijs, bedoeld in artikel 29 van het besluit, voor subsidie als bedoeld in artikel 54, eerste lid, bedraagt € 0,147 per Nm3.

§ 3.3 Correctiebedragen voorschotverlening productie van hernieuwbaar gas

Artikel 60

De correcties op het basisbedrag voor de subsidie, bedoeld in artikel 47, eerste lid, worden voor 2010 als volgt vastgesteld:

  • a. € 0,208 per Nm3 voor wat betreft de gasprijs, bedoeld in artikel 31, eerste lid, onderdeel a, van het besluit;

  • b. € 0 voor wat betreft de correcties, bedoeld in artikel 31, eerste lid, onderdeel b, van het besluit.

Artikel 61

De correcties op het basisbedrag voor de subsidie, bedoeld in artikel 54, eerste lid worden voor 2010 als volgt vastgesteld:

  • a. € 0,208 per Nm3 voor wat betreft de gasprijs, bedoeld in artikel 31, eerste lid, onderdeel a, van het besluit;

  • b. € 0 voor wat betreft de correcties, bedoeld in artikel 31, eerste lid, onderdeel b, van het besluit.

§ 4. Warmtekrachtkoppeling

Artikel 62

  • 1. De minister verstrekt op aanvraag subsidie aan producenten die elektriciteit opwekken in een installatie voor hoogrenderende warmtekrachtkoppeling als bedoeld in artikel 1, onderdeel ab, van de Elektriciteitswet 1998, die voldoet aan de volgende kenmerken:

    • a. de installatie is van het type STEG;

    • b. de installatie heeft een elektrisch vermogen groter dan 150 MWe;

    • c. de installatie is in staat bij maximale productie van nuttige warmte, nuttige warmte en elektriciteit te produceren met een verhouding groter of gelijk aan 0,6.

    • d. de installatie is in staat in vollastbedrijf bij een minimale verhouding tussen nuttige warmte en elektriciteit van 0,6 een besparing op primaire energie op te leveren van ten minste 10% ten opzichte van de referenties van gescheiden opwekking als bedoeld in Richtlijn 2004/8/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 11 februari 2004 inzake de bevordering van warmtekrachtkoppeling op basis van de vraag naar nuttige warmte binnen de interne energiemarkt en tot wijziging van richtlijn 92/94/EEG (PbEG L 52);

    • e. de installatie wordt voor minimaal 90% op aardgas gestookt, en

    • f. minimaal 90% van de door de installatie geproduceerde nuttige warmte wordt gebruikt in industriële processen.

  • 2. Aanvragen om subsidie als bedoeld in het eerste lid, worden ontvangen in de periode van 1 maart 2010 van deze regeling tot 31 augustus 2010, 17:00 uur.

  • 3. Een aanvraag om subsidie wordt ingediend met gebruikmaking van het origineel van een ondertekend formulier, dat is opgenomen in de bij deze regeling behorende bijlage 6.

Artikel 63

Voor subsidie als bedoeld in artikel 62, eerste lid, is de rapportageverplichting, bedoeld in artikel 6, eerste lid, van de algemene uitvoeringsregeling niet van toepassing.

Artikel 64

  • 1. Het subsidieplafond voor het verlenen van subsidie die is aangevraagd in de in artikel 62, tweede lid, bedoelde periode, bedraagt € 168.000.000,–.

  • 2. De minister verdeelt het bedrag, genoemd in het eerste lid, op volgorde van rangschikking van de aanvragen.

  • 3. De criteria voor rangschikking, bedoeld in artikel 60, eerste lid, onderdelen c en e, van het besluit zijn niet van toepassing.

Artikel 65

  • 1. Subsidie als bedoeld in artikel 62, eerste lid, wordt voor een periode van 12 jaar verstrekt.

  • 2. De subsidie-ontvanger neemt de productie-installatie voor de productie van elektriciteit door middel van warmtekrachtkoppeling, bedoeld in artikel 62, eerste lid, binnen 4 jaar na de datum van de beschikking tot subsidieverlening in gebruik.

Artikel 66

Het maximaal aantal vollasturen voor productie-installaties voor de productie van elektriciteit door middel van warmtekrachtkoppeling bedoeld in artikel 62, eerste lid en tweede lid, bedraagt 5900 uren per jaar.

Artikel 67

Het subsidiebedrag, bedoeld in artikel 52, eerste lid, van het besluit, voor subsidie als bedoeld in artikel 62, eerste en tweede lid, bedraagt voor het kalenderjaar 2010 € 0,0097 per kWh.

Artikel 68

Het bedrag, bedoeld in artikel 55, eerste lid, van het besluit, bedraagt € 0,0097 per kWh.

§ 5. Slotbepalingen

Artikel 69

Aan artikel 6, zesde lid, van de Regeling garanties van oorsprong voor duurzame elektriciteit wordt, onder vervanging van de punt aan het slot van onderdeel b door een puntkomma, een onderdeel toegevoegd, luidende:

  • c. artikel 8, eerste lid, onderdeel a, van de Regeling aanwijzing categorieën duurzame energieproductie 2010.

Artikel 70

Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.

Artikel 71

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling aanwijzing categorieën duurzame energieproductie 2010.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

Den Haag, 14 januari 2010

De Minister van Economische Zaken,

M.J.A. van der Hoeven.

BIJLAGE 1 BEHORENDE BIJ ARTIKEL 2, DERDE LID

Stimuleringsregeling duurzame energieproductie (SDE)

Aanvraagformulier Windenergie op Land

Windturbines kleiner dan 6 MWe

Windturbines groter dan of gelijk aan 6 MWe

Dit formulier is te vinden op www.agentschapnl.nl/sde.

Dit formulier is verstrekt door en moet worden ingediend bij:

Agentschap NL

Postbus 10073

8000 GB Zwolle

Telefoon 038-455 34 50

Bezoekadres Agentschap NL

Dokter van Deenweg 108

8025 BK Zwolle

Elektronisch aanvragen

U kunt uw subsidieaanvraag ook elektronisch indienden bij Agentschap NL indienen.

Kijk op www.agentschapnl.nl voor meer informatie.

Toelichting

Dit aanvraagformulier hoort bij de Stimuleringsregeling Duurzame Energieproductie (SDE). De categorieën installaties die in aanmerking kunnen komen voor SDE-subsidie en de bijbehorende eisen staan omschreven in de ‘Regeling aanwijzing categorieën duurzame energieproductie 2010. U kunt deze regeling vinden op de www.agentschapnl.nl/sde.

Dit formulier is bedoeld om subsidie aan te vragen voor de Stimuleringsregeling Duurzame Energieproductie in de categorieën Windenergie op land. Dit betreft uitsluitend:

  • Windturbines met (per individuele windturbine) een vermogen kleiner dan 6 MWe en;

  • Windturbines met (per individuele windturbine) een vermogen groter dan of gelijk aan 6 MWe.

Met dit formulier kunt u uitsluitend een subsidieaanvraag doen voor bovengenoemde categorieën. Voor de andere categorieën, zoals biomassa, waterkracht, warmtekrachtkoppeling en zon-PV zijn (gedurende de aanvraagperiode van deze categorieën) andere aanvraagformulieren beschikbaar op www.agentschapnl.nl/sde.

Gebruik van dit formulier is verplicht. Subsidieaanvragen ingediend op andere wijze dan door gebruik van dit aanvraagformulier worden niet in behandeling genomen.

Iedere afzonderlijke aanvraag dient op een apart aanvraagformulier te worden ingediend. Een enkelvoudige aanvraag kan één of meerdere windturbines betreffen. In het laatste geval kunt u per turbine verschillende kenmerken opgeven. De datum waarop u SDE-subsidie wilt ontvangen moet echter voor alle turbines dezelfde zijn. Doet u met dit aanvraagformulier een aanvraag voor meerdere windturbines, dan zal daarvoor één beschikking worden afgegeven en dus één startdatum van de subsidie gelden. Wilt u een project faseren in de tijd en de SDE-subsidie op verschillende datums laten starten? Splits het project dan op en gebruik per gewenste startdatum SDE-subsidie een nieuw aanvraagformulier.

Waar u schrijfruimte tekort komt mag u een bijlage toevoegen.

1. Gegevens aanvrager
  • a. Naam organisatie1: .....

  • b. Ondernemingsvorm2: .....

  • c. Vertegenwoordigd door: ..... (m/v)

  • d. Functie: .....

  • e. Adres: .....

  • f. Postcode en plaats: .....

  • g. Postbusnummer: .....

  • h. Postcode en plaats: .....

  • i. Land: .....

  • j. Telefoonnummer: .....

  • k. E-mailadres: .....

  • l. Inschrijfnummer Kamer van Koophandel: .....

  • m. Ingeschreven bij de Kamer van Koophandel te: .....

  • n. IBAN3: NL □□ □□□□ □□□□□□□□□□

  • o. BIC3: □□□□ NL □□

  • p. Naam rekeninghouder: .....

  • q. Plaats rekeninghouder: .....

2. Gegevens contactpersoon (indien afwijkend van onder 1 ingevulde gegevens)
  • a. Naam organisatie: .....

  • b. Naam contactpersoon: ..... (m/v)

  • c. Functie: .....

  • d. Adres: .....

  • e. Postcode en plaats: .....

  • f. Land: .....

  • g. Telefoonnummer(s): .....

  • h. E-mail adres: .....

3. Locatiegegevens productie-installatie
  • a. Naam van de locatie: .....

  • b. Adres: .....

  • c. Postcode: .....

  • d. Plaats: .....

  • e. Kadastrale aanduiding indien het adres nog onbekend is: .....

  • f.

    EAN-code aansluitpunt4:

    □□□□□□□□□□□□□□□□□□

     

    ○ nog niet bekend

4. Projectgegevens
  • a. Voor welke categorie productie-installatie vraagt u subsidie aan?

    ○ Windturbine(s) met een vermogen < 6 MWe

    ○ Windturbine(s) met een vermogen ≥ 6 MWe

  • b. Geef een technische omschrijving van de windturbine(s) waarvoor subsidie wordt aangevraagd5:

    Merk en type: .....

    Ashoogte: ..... meter

    Rotordiameter: ..... meter

    Nominaal vermogen van de turbine: ..... MWe

    Aantal windturbines: .....

    Overig: .....

  • c. Wat is het totaal nominaal vermogen waarvoor u subsidie aanvraagt?6: ..... MWe

  • d. Is in het project sprake van:

    • Uitbreiding van een bestaande productie-installatie?

    ○ ja

    ○ nee

    • Renovatie van een bestaande productie-installatie?

    ○ ja

    ○ nee

    • Vervanging van een bestaande productie-installatie?

    ○ ja

    ○ nee

    Bestaat de productie-installatie geheel of gedeeltelijk uit gebruikte materialen?

    ○ ja

    ○ nee

    Indien u één of meer van de vragen met ‘ja’ heeft beantwoord, dan moet uit de toelichting blijken wat de aard en omvang is van de uitbreiding, renovatie, vervanging en/of de toepassing van gebruikte materialen.

    Let op: Renovatie komt niet in aanmerking voor SDE-subsidie. Ook wordt geen subsidie verstrekt indien de productie-installatie geheel of gedeeltelijk bestaat uit gebruikte materialen.

    .....

    .....

    .....

    .....

  • e. Welke vergunningen zijn noodzakelijk voor de realisatie van het project?7

    Bouwvergunning

    ○ ja

    ○ nee

     

    afgiftedatum: .....-.....-.......... (dd-mm-jj)

    Milieuvergunning:

    ○ ja

    ○ nee

    ○ nvt

    afgiftedatum: .....-.....-.......... (dd-mm-jj)

    Waterwetvergunning8:

    ○ ja

    ○ nee

    ○ nvt

    afgiftedatum: .....-.....-.......... (dd-mm-jj)

    Let op: Als bijlage bij deze aanvraag moet u een kopie van de benodigde vergunningen meesturen.

    * Wanneer het project niet milieuvergunningplichtig is, moet u aangeven of het een Type inrichting A of B betreft volgens het Besluit algemene regels voor inrichtingen milieubeheer (BARIM). Zie voor verdere informatie hierover de Activiteitenbesluit Internet Module (aim.vrom.nl).

  • Is de aanvrager tevens eigenaar of pachter/ gebruiker van de grond waar de productie-installatie geplaatst wordt?

    ○ ja

    ○ nee

    Indien de aanvrager niet de eigenaar of pachter/ gebruiker van de grond is moet u een bijlage meesturen met daarin een aparte verklaring ondertekend door de eigenaar of pachter/gebruiker dat u op de aangegeven locatie de productie-installatie mag plaatsen en exploiteren of anderszins een onderbouwing dat u de installatie op de aangegeven locatie tijdig in gebruik kunt nemen.

  • g. Wat is de verwachte brutoproductie van uw installatie per kalenderjaar? ..... MWh

    Het aantal subsidiabele vollasturen voor de netlevering is bij windmolens met een vermogen tot 6 MW gemaximeerd op 1760 per jaar en bij windmolens met een vermogen groter dan of gelijk aan 6 MW op 2476 per jaar. De werkelijke elektriciteitsproductie kan dus hoger zijn. In een bijlage dient u een onderbouwing mee te sturen van de elektriciteitsproductie per jaar.

  • h. Hoeveel van de te produceren hernieuwbare elektriciteit verwacht u zelf te gebruiken per jaar? ..... MWh

    Over deze aan uzelf geleverde elektriciteit heeft u geen recht op SDE-subsidie.

  • i. Wat is de verwachte nettoproductie die u gaat invoeden op het elektriciteitsnet? ..... MWhe

Uw beschikking wordt gebaseerd op de hoeveelheid hernieuwbare elektriciteit die wordt ingevoed op het elektriciteitsnet rekening houdende met het maximum aantal vollasturen. Deze geraamde hoeveelheid kan niet later worden verhoogd voor deze aanvraag.

De netlevering moet gelijk zijn aan de brutoproductie min het eigen verbruik. Indien sprake is van een startdatum gedurende het jaar wordt de jaarproductie naar rato verdeeld, tenzij u in een bijlage een andere gewenste verdeling aangeeft.

5. Data
  • a.

    Beoogde datum van opdrachtverstrekking van de windturbine:

    .....-.....-.......... (dd-mm-jj)

  • b.

    Beoogde startdatum van de bouw van de windturbine:

    .....-.....-.......... (dd-mm-jj)

  • c.

    Beoogde datum ingebruikname:

    .....-.....-.......... (dd-mm-jj)

  • d.

    Datum vanaf wanneer u SDE-subsidie wilt ontvangen:

    .....-.....-.......... (dd-mm-jj)

    (De subsidieperiode begint op de eerste van de maand)

     
  • e.

    Projectplan: Geef in aanvulling op de bovengenoemde data een toelichting op de stappen die u neemt om te komen tot de ingebruikname van de installatie. Indien u schrijfruimte tekort komt kunt u het projectplan als aparte bijlage meesturen.

    01 -.....-.......... (dd-mm-jj)

    .....

     

    .....

     

    .....

     

    .....

     
6. Cumulatie en cumulatietoets Europees Milieusteunkader

Maakt u voor deze windturbine(s) gebruik van, of heeft u in het verleden gebruik gemaakt van, of gaat u nog gebruik maken van, de volgende subsidies:

Regeling

ja/nee/niet van toepassing1

Meldingsnummer

Status aanvraag

[aangevraagd/beschikt/uitbetaald]1

MEP

   

KV-MEP (kostenvergoeding)

   

SDE (anders dan deze aanvraag)

   
XNoot
1

Vul in wat van toepassing is.

Op grond van afspraken tussen de EU-landen zijn grenzen gesteld aan het verlenen van subsidies aan bedrijven. Deze zijn vastgelegd in de ‘Communautaire richtsnoeren inzake staatssteun voor milieubescherming’ (2008/C82/01). Hierin staat hoeveel subsidie maximaal is toegestaan voor uw project. Indien u voor uw project naast de SDE en/of de Energie-Investeringsaftrek (EIA) nog andere vormen van overheidssteun ontvangt of gaat ontvangen kan het zijn dat u meer subsidie krijgt dan toegestaan. Circa een jaar na datum van ingebruikname van de windturbine zal Agentschap NL dan een cumulatietoets uitvoeren. Op dat moment zijn de investeringskosten bekend en is duidelijk hoeveel overheidssteun u ontvangt. Indien blijkt dat u teveel steun ontvangt of zal ontvangen, zal het aantal MWh dat over de totale subsidieperiode in aanmerking komt voor subsidie worden beperkt. Dit geldt niet voor particulieren. Indien uw project groter is dan 125 MW dan is vooraf goedkeuring van de Europese Commissie vereist voor de subsidiebeschikking definitief wordt. In dat geval zullen aanvullende financiële gegevens worden gevraagd over de investeringen en de exploitatiekosten.

7. Opmerkingen

Zijn er nog andere gegevens, die voor de aanvraag van belang kunnen zijn?

  • nee

  • ja, namelijk9:

    .....

    .....

    .....

    .....

    .....

8. Ondertekening

Door het invullen en ondertekenen van deze verklaring verklaart u:

  • a. Dat u bekend bent met de inhoud van de voor deze aanvraag relevante verplichtingen en bepalingen uit het Besluit stimulering duurzame energieproductie en de ministeriële regelingen.

  • b. Dat voor de productie-installatie waarvoor u SDE-subsidie aanvraagt, niet eerder SDE- of MEP-subsidie is verleend;10;

  • c. Dat u voor de productie-installatie waarvoor u SDE-subsidie aanvraagt in dezelfde aanvraagperiode maar één aanvraag indient;

  • d. Dat u bij Agentschap NL onverwijld schriftelijk melding zal doen van de indiening bij de rechtbank van een verzoek tot verlening van surseance van betaling of tot verzoek faillietverklaring of wanneer een verzoek is ingediend voor de schuldsaneringregeling natuurlijke personen of andere zaken die van invloed zijn op de subsidieverstrekking;

  • e. Dat u bij Agentschap NL onverwijld schriftelijk melding zal doen van essentiële wijzigingen:

    • Gewijzigde datum van ingebruikname;

    • Gewijzigde aanvangsdatum van subsidieperiode;

    • Uitbedrijfname of langdurige stilstand;

    • Renovatie en uitbreiding;

    • Wijzigingen van de technische specificatie van de installatie;

    • Wijzigingen in de gegevens van de aanvrager/ eigendom van de installatie;

    • Wijzigingen in de locatie;

    • Overige essentiële wijzigingen.

  • f. Dat u akkoord gaat met het uitwisselen van alle noodzakelijke gegevens voor subsidieverstrekking tussen Agentschap NL en de garantiebeheerinstantie en de netbeheerder;

  • g. Dat deze verklaring juist, volledig en waarheidsgetrouw is ingevuld.

Dit formulier moet worden ondertekend door de aanvrager. Indien dit formulier wordt ondertekend door een ander dan de aanvrager moet een machtiging van de aanvrager worden bijgevoegd. Bij een machtiging kunt u aangeven dat deze geldt voor de gehele looptijd van het SDE-traject van de betreffende installatie.

Aldus naar waarheid ingevuld,

Naam ondertekenaar: .....

○ Dhr

○ Mw

Plaats: .....

  

Datum: .....

  

Handtekening: .....

  

Bij dit aanvraagformulier moet u de volgende bijlagen meesturen:

  • Een machtiging indien dit formulier is ondertekend door een ander dan de aanvrager. Bij een machtiging kunt u aangeven dat deze geldt voor de gehele looptijd van het SDE-traject van de betreffende installatie;

  • Indien sprake is van een VOF, CV of Maatschap: een machtiging of ondertekening van alle maten of vennoten;

  • Indien voor de productie-installatie één of meer vergunningen op grond van de Woningwet, de Wet Milieubeheer, de Waterwet of de Wet op de Ruimtelijke Ordening zijn vereist, kopieën van de door het bevoegde gezag verleende vergunningen (zie ook vraag 4);

  • Indien de aanvrager niet de eigenaar of pachter/ gebruiker van de grond is: een aparte verklaring ondertekend door de eigenaar of pachter/ gebruiker dat u de productie-installatie op de aangegeven plaats mag plaatsen en exploiteren of anderszins een onderbouwing dat u de installatie op de aangegeven locatie tijdig in gebruik kunt nemen (zie ook vraag 4);

  • Een onderbouwing van de totale elektriciteitsproductie van de windturbine per kalenderjaar in de periode waarover subsidie wordt verstrekt, zoals vermeld bij vraag 4. Deze moet tenminste een windaanbodberekening bevatten voor de betreffende locatie op de betreffende as-hoogte;

  • Indien u schrijfruimte tekort kwam: een projectplan van de installatie als omschreven bij vraag 5.

Controleer voordat u de aanvraag verstuurt of:

  • Het formulier volledig is ingevuld;

  • Het formulier is ondertekend met een originele handtekening;

  • Alle benodigde bijlagen zijn bijgevoegd.

Agentschap NL

Agentschap NL is een agentschap van het Ministerie van Economische Zaken. Agentschap NL voert beleid uit voor diverse ministeries als het gaat om duurzaamheid, innovatie en internationaal. Agentschap NL is hèt aanspreekpunt voor bedrijven, kennisinstellingen en overheden. Voor informatie en advies, financiering, netwerken en wet- en regelgeving.

De divisie NL Energie en Klimaat versterkt de samenleving door te werken aan de energie- en klimaatoplossingen van de toekomst.

Per 1 januari 2010 bundelen EVD, Octrooicentrum Nederland en SenterNovem hun krachten in één organisatie: Agentschap NL. Bij Agentschap NL kunnen ondernemers, kennisinstellingen en overheden terecht voor informatie, advies, financiering en netwerken op het gebied van duurzaam, innovatief en internationaal ondernemen en samenwerken. SenterNovem vormt vanaf 1 januari de divisies NL Energie en Klimaat, NL Milieu en Leefomgeving en NL Innovatie.

Bij publicaties van Agentschap NL die informeren over subsidieregelingen geldt dat de beoordeling van subsidieaanvragen uitsluitend plaatsvindt aan de hand van de officiële publicatie van het besluit in de Staatscourant.

BIJLAGE 2 BEHORENDE BIJ ARTIKEL 8, VIJFDE LID

Stimuleringsregeling duurzame energieproductie (SDE)

Aanvraagformulier enkelvoudig aanvragen Fotovoltaïsche zonnepanelen (zon-PV)

groter dan of gelijk aan 1 kWp en kleiner dan of gelijk aan 15 kWp

groter dan 15 kWp en kleiner of gelijk aan 100 kWp

Dit formulier is verstrekt door en moet worden ingediend bij:

Agentschap NL

Postbus 10073

8000 GB Zwolle

Telefoon 038-455 34 50

Bezoekadres Agentschap NL

Dokter van Deenweg 108

8025 BK Zwolle

Digitaal aanvragen

U kunt uw subsidieaanvraag ook digitaal bij Agentschap NL indienen.

Kijk op www.agentschapnl.nl/sde voor meer informatie.

Toelichting

Dit aanvraagformulier hoort bij de Stimuleringsregeling Duurzame Energieproductie (SDE). De categorieën installaties die in aanmerking kunnen komen voor SDE-subsidie en de bijbehorende eisen staan omschreven in de ‘Regeling aanwijzing categorieën duurzame energieproductie 2010. U kunt deze regeling vinden op de www.agentschapnl.nl/sde.

Dit formulier is bedoeld om subsidie aan te vragen voor de Stimuleringsregeling Duurzame Energieproductie in één van de volgende twee categorieën:

  • Zon-PV met een opgesteld vermogen groter dan of gelijk aan 1,0 kWp (kilowatt-piek) en kleiner dan of gelijk aan 15 kWp;

  • Zon-PV met een opgesteld vermogen groter dan 15 kWp (kilowatt-piek) en kleiner dan of gelijk aan 100 kWp.

U kunt met dit formulier uitsluitend een subsidieaanvraag doen voor bovengenoemde categorieën. Voor de andere categorieën, zoals wind op land, waterkracht, biomassa en warmtekrachtkoppeling zijn (gedurende de aanvraagperiode van deze categorieën) andere aanvraagformulieren beschikbaar op www.agentschapnl.nl/sde.

U kunt voor deze subsidieaanvraag ook gebruik maken van het digitale aanvraagformulier. Ga hiervoor naar www.agentschapnl.nl/sde. Als u uw subsidieaanvraag op papier wilt indienen is gebruik van dit formulier verplicht. Subsidieaanvragen ingediend op andere wijze dan door gebruik van dit aanvraagformulier of het digitale aanvraagformulier worden niet in behandeling genomen.

U kunt met dit formulier uitsluitend subsidie aanvragen voor één zon-PV-installatie. Iedere afzonderlijke aanvraag dient op een apart aanvraagformulier te worden ingediend.

Een gebundelde aanvraag indienen

Voor het indienen van een gebundelde aanvraag voor meerdere zon-PV-installaties is zowel digitaal als in pdf of op papier een apart formulier beschikbaar.

U kunt een pdf of een print van de zon-PV formulieren aanvragen bij de helpdesk van de SDE. Deze is op werkdagen te bereiken van 8.30–12.00 uur op telefoonnummer 038-455 34 50. U kunt ook een e-mail sturen naar sde@agentschapnl.nl.

Waar u schrijfruimte tekort komt mag u een bijlage toevoegen.

Let op: bovengenoemde categorieën worden in 2010 niet tegelijkertijd opengesteld.

Zon-PV met een opgesteld vermogen groter dan of gelijk aan 1,0 kWp (kilowatt-piek) en kleiner dan of gelijk aan 15 kWp wordt opengesteld van 1 maart tot en met 1 november 2010;

Zon-PV met een opgesteld vermogen groter dan 15 kWp (kilowatt-piek) en kleiner dan of gelijk aan 100 kWp wordt opengesteld van 31 mei tot en met 1 november 2010.

1a. Gegevens particuliere aanvrager (alleen invullen indien u een particuliere aanvrager bent)
  • a. Naam: ..... (m/v)

  • b. Adres: .....

  • c. Postcode en plaats: .....

  • d. Land: .....

  • e. Telefoonnummer: .....

  • f. E-mailadres: .....

  • g. Burger Service Nummer: .....

  • h. IBAN1: NL □□ □□□□ □□□□□□□□□□

  • i. BIC1: □□□□ NL □□

1b. Gegevens niet-particuliere aanvrager (alleen invullen indien u een niet-particuliere aanvrager bent)
  • a. Naam organisatie: .....

  • b. Ondernemingsvorm2: .....

  • c. Contactpersoon: ..... (m/v)

  • d. Adres: .....

  • e. Postcode en plaats: .....

  • f. Postbusnummer: .....

  • g. Postcode en plaats: .....

  • h. Land: .....

  • i. Telefoonnummer: .....

  • j. E-mailadres: .....

  • k. Inschrijfnummer Kamer van Koophandel: .....

  • l. Ingeschreven bij de Kamer van Koophandel te: .....

  • m. IBAN1: NL □□ □□□□ □□□□□□□□□□

  • n. BIC1: □□□□ NL □□

2. Gegevens contactpersoon (indien afwijkend van de onder 1 ingevulde gegevens)
  • a. Naam organisatie: .....

  • b. Naam contactpersoon: ..... (m/v)

  • c. Adres: .....

  • d. Postcode en plaats: .....

  • e. Land: .....

  • f. Telefoonnummer(s): .....

  • g. E-mailadres: .....

3. Locatiegegevens van de zon-PV-installatie (indien afwijkend van de onder 1 ingevulde gegevens)
  • a. Adres: .....

  • b. Postcode: .....

  • c. Plaats: .....

  • d. Kadastrale aanduiding en/of bouwnummer3: .....

  • e.

    Vraagt u op deze locatie voor meer dan één zon-PV-installatie subsidie aan in dezelfde categorie?

    ○ ja

    ○ nee

    Indien nee, ga verder met vraag 4h.

      
  • f.

    Voor hoeveel zon-PV-installaties vraagt u op deze locatie en in dezelfde categorie SDE-subsidie aan? .....

    ○ ja

    ○ nee

  • Verklaart u voornemens te zijn (of verklaart u namens de aanvrager dat deze voornemens is) bij toekenning van subsidie bovenstaand aantal separate zon-PV-installaties te realiseren op de genoemde locatie, waarbij de installaties afzonderlijk worden geïnstalleerd en bemeterd? Verklaart u tevens dat op de locatie van de aanvraag voldoende geschikt (dak)oppervlak beschikbaar is om bovenstaand aantal zon-PV-installaties te realiseren?

    ○ ja

    ○ nee

    Let op: Indien bij controle blijkt dat dit niet het geval is, kan de aan u verleende subsidie worden ingetrokken.

  • h.

    Is de locatie waar u de zon-PV-installatie wilt plaatsen in uw eigendom (of in eigendom van de partij waarvoor u de subsidie aanvraagt)?

    ○ ja

    ○ nee

    Indien ja, ga verder met vraag 4.

      
  • i.

    Heeft u een schriftelijke overeenkomst met de eigenaar om op deze locatie de zon-PV-installatie te mogen plaatsen?

    ○ ja

    ○ nee

    Als u de overeenkomst bij deze aanvraag meestuurt kan dat de afhandeling van uw aanvraag bespoedigen.

      
  • j.

    Stuurt u deze overeenkomst mee als bijlage bij deze aanvraag?

    ○ ja

    ○ nee

4. Vermogen van de zon-PV-installatie

In 2010 zijn er twee categorieën zon-PV waarvoor u een aanvraag kunt indienen.

  • Zon-PV met een opgesteld vermogen groter dan of gelijk aan 1,0 kWp (kilowatt-piek) en kleiner dan of gelijk aan 15 kWp

  • Zon-PV met een opgesteld vermogen groter dan 15 kWp (kilowatt-piek) en kleiner dan of gelijk aan 100 kWp

  • a. Wat is het vermogen van de zon-PV-installatie waarvoor u SDE-subsidie aanvraagt? ..... kWp (kilowatt-piek)4

Indien het vermogen dat u invult bij vraag 4a niet valt binnen één van bovenstaande categorieën zal uw aanvraag worden afgewezen.

Let op: Voor installaties groter dan 7,5 kWp en kleiner dan of gelijk aan 15 kWp geldt dat zij wel subsidie kunnen krijgen maar nooit meer dan voor een installatie van 7,5 kWp. De subsidie is gemaximeerd op een jaarproductie van maximaal 850 vollasturen x 7,5 kWp = 6.375 kWh (kilowatt-uur) per jaar.

Vraagt u subsidie aan voor een zon-PV-installatie met een opgesteld vermogen groter dan 15 kWp, ga dan verder met vraag 5. Vraagt u subsidie aan voor een zon-PV-installatie met een opgesteld vermogen kleiner dan of gelijk aan 15 kWp, ga dan verder met vraag 6.

5. Plaatsing

Wordt de zon-PV-installatie geplaatst op of tegen een gebouw?

○ ja

○ nee

6. Algemene gegevens van het project
  • a.

    Is de zon-PV-installatie eerder gebruikt?

    ○ ja

    ○ nee

  • Wordt de zon-PV-installatie geplaatst naast een al bestaande zon-PV-installatie?

    ○ ja

    ○ nee

    Let op: U ontvangt geen subsidie voor een systeem dat geheel of gedeeltelijk bestaat uit gebruikte materialen. Als u op dit moment al zonnepanelen in gebruik heeft ontvangt u alleen subsidie voor de nieuwe panelen. De zon-PV-installatie waarvoor u subsidie aanvraagt moet apart aangesloten worden op een brutoproductiemeter.

  • Wat is de beoogde datum van ingebruikname van uw zon-PV-installatie?

    .....-.....-.......... (dd-mm-jj)

    De subsidieperiode start altijd op de eerste van de maand. U kunt subsidie niet eerder ontvangen dan het moment dat u de zon-PV-installatie hebt gerealiseerd en u bij CertiQ bent geregistreerd als producent van groene stroom.

  • d. Startdatum subsidie:

    Wilt u dat de looptijd van de subsidie automatisch start op het moment dat u bij CertiQ geregistreerd staat als producent van duurzame energie?

    ○ ja

    ○ nee

    Zo niet: Wat is de beoogde datum waarop u de subsidie wilt laten starten?

    01 -.....-.......... (dd-mm-jjjj)

    Als u bij vraag 6d ‘ja’ invult zal Agentschap NL, indien mogelijk, de looptijd van de subsidie starten vanaf het moment dat u bij Certiq bent geregistreerd als producent van groene stroom.

7. Opmerkingen

Zijn er nog andere gegevens die voor de aanvraag van belang kunnen zijn?

  • nee

  • ja, namelijk5

    .....

    ......

    .....

    .....

    .....

    .....

8. Ondertekening

Door het invullen en ondertekenen van deze verklaring verklaart u:

  • a. Dat u bekend bent met de inhoud van de voor deze aanvraag relevante verplichtingen en bepalingen uit het Besluit stimulering duurzame energieproductie en de ministeriële regelingen;

  • b. Dat u per productie-installatie waarvoor u SDE-subsidie aanvraagt in dezelfde aanvraagperiode maar één aanvraag indient;

  • c. Dat u bij Agentschap NL onverwijld schriftelijk melding zal doen van de indiening bij de rechtbank van een verzoek tot verlening van surseance van betaling of tot verzoek faillietverklaring of wanneer een verzoek is ingediend voor de schuldsaneringregeling natuurlijke personen of andere zaken die van invloed zijn op de subsidieverstrekking;

  • d. Dat u bij Agentschap NL onverwijld schriftelijk melding zal doen van essentiële wijzigingen:

    • Gewijzigde datum van ingebruikname;

    • Gewijzigde aanvangsdatum van subsidieperiode;

    • Uitbedrijfname of langdurige stilstand;

    • Wijzigingen van de technische specificatie van de installatie;

    • Wijzigingen in de gegevens van de aanvrager;

    • Wijzigingen in de locatie;

    • Overige essentiële wijzigingen;

  • e. Dat u akkoord gaat met het uitwisselen van alle noodzakelijke gegevens voor subsidieverstrekking tussen Agentschap NL en de garantiebeheerinstantie en de netbeheerder;

  • f. Dat u bekend bent met het feit dat op grond van afspraken tussen de EU-landen grenzen zijn gesteld aan het verlenen van subsidies aan bedrijven. Deze zijn vastgelegd in de ‘Communautaire richtsnoeren inzake staatssteun voor milieubescherming’ (2008/C 82/01). Hierin staat hoeveel subsidie maximaal is toegestaan voor uw project. Indien u voor uw project naast de SDE en de Energie-investeringsaftrek (EIA) nog andere vormen van overheidssteun ontvangt of gaat ontvangen kan het zijn dat u meer subsidie krijgt dan toegestaan. Circa een jaar na datum van ingebruikname van de zon-PV-installatie zal Agentschap NL dan een cumulatietoets uitvoeren. Op dat moment zijn de investeringskosten bekend en is duidelijk hoeveel overheidssteun u ontvangt. Indien blijkt, dat u teveel steun ontvangt of zal ontvangen zal het aantal MWh dat over de totale subsidieperiode in aanmerking komt voor subsidie worden beperkt. Dit geldt niet voor particulieren;

  • g. Dat u dit formulier juist, volledig en waarheidsgetrouw heeft ingevuld.

Aldus naar waarheid ingevuld,

Naam ondertekenaar: ..... (m/v)

Plaats: .....

Datum: .....

Handtekening: .....

Dit formulier moet worden ondertekend door de aanvrager. Indien dit formulier wordt ondertekend door een ander dan de aanvrager moet een machtiging van de aanvrager worden bijgevoegd.

Controleer voordat u de aanvraag verstuurt of:

  • Het formulier volledig is ingevuld;

  • Het formulier is ondertekend met een originele handtekening;

  • Indien van toepassing, een machtiging van de aanvrager is bijgevoegd.

Agentschap NL

Agentschap NL is een agentschap van het Ministerie van Economische Zaken. Agentschap NL voert beleid uit voor diverse ministeries als het gaat om duurzaamheid, innovatie en internationaal. Agentschap NL is hèt aanspreekpunt voor bedrijven, kennisinstellingen en overheden. Voor informatie en advies, financiering, netwerken en wet- en regelgeving.

De divisie NL Energie en Klimaat versterkt de samenleving door te werken aan de energie- en klimaatoplossingen van de toekomst.

Per 1 januari 2010 bundelen EVD, Octrooicentrum Nederland en SenterNovem hun krachten in één organisatie: Agentschap NL. Bij Agentschap NL kunnen ondernemers, kennisinstellingen en overheden terecht voor informatie, advies, financiering en netwerken op het gebied van duurzaam, innovatief en internationaal ondernemen en samenwerken. SenterNovem vormt vanaf 1 januari de divisies NL Energie en Klimaat, NL Milieu en Leefomgeving en NL Innovatie.

Bij publicaties van Agentschap NL die informeren over subsidieregelingen geldt dat de beoordeling van subsidieaanvragen uitsluitend plaatsvindt aan de hand van de officiële publicatie van het besluit in de Staatscourant.

BIJLAGE 3 BEHORENDE BIJ ARTIKEL 8, ZESDE LID

Stimuleringsregeling duurzame energieproductie (SDE)

Aanvraagformulier gebundeld aanvragen Fotovoltaïsche zonnepanelen (zon-PV)

groter dan of gelijk aan 1 kWp en kleiner dan of gelijk aan 15 kWp

groter dan 15 kWp en kleiner dan of gelijk aan 100 kWp

Dit formulier is verstrekt door en moet worden ingediend bij:

Agentschap NL

Postbus 10073

8000 GB Zwolle

Telefoon 038-455 34 50

Bezoekadres Agentschap NL

Dokter van Deenweg 108

8025 BK Zwolle

Digitaal aanvragen

U kunt uw subsidieaanvraag ook digitaal bij Agentschap NL indienen. Kijk op www.agentschapnl.nl/sde voor meer informatie.

Dit formulier uitsluitend gebruiken als u een gebundelde aanvraag wilt doen voor meerdere zon-PV-installaties uit dezelfde categorie.

 

Maak bij een enkelvoudige aanvraag voor één zon-PV-installatie gebruik van het ‘aanvraagformulier fotovoltaïsche zonnepanelen (zon-PV)’.

Toelichting

Dit aanvraagformulier hoort bij de Stimuleringsregeling Duurzame Energieproductie (SDE). De categorieën installaties die in aanmerking kunnen komen voor SDE-subsidie en de bijbehorende eisen staan omschreven in de ‘Regeling aanwijzing categorieën duurzame energieproductie 2010’. U kunt deze regeling vinden op de www.agentschapnl.nl/sde.

Dit formulier is bedoeld om gebundeld subsidie aan te vragen voor de Stimuleringsregeling Duurzame Energieproductie in één van de volgende twee categorieën:

  • Zon-PV met een opgesteld vermogen groter dan of gelijk aan 1,0 kWp (kilowatt-piek) en kleiner dan of gelijk aan 15 kWp;

  • Zon-PV met een opgesteld vermogen groter dan 15 kWp (kilowatt-piek) en kleiner dan of gelijk aan 100 kWp.

U kunt met dit formulier uitsluitend een subsidieaanvraag doen voor bovengenoemde categorieën. Voor de andere categorieën, zoals wind op land, waterkracht, biomassa en warmtekrachtkoppeling zijn gedurende de aanvraagperiode van deze categorieën andere aanvraagformulieren beschikbaar op www.agentschapnl.nl/sde.

U kunt voor deze subsidieaanvraag ook gebruik maken van het digitale aanvraagformulier. Ga hiervoor naar www.agentschapnl.nl/sde. Als u uw subsidieaanvraag op papier wilt indienen is gebruik van dit formulier verplicht. Subsidieaanvragen ingediend op andere wijze dan door gebruik van dit aanvraagformulier of het digitale aanvraagformulier worden niet in behandeling genomen.

Gebundeld aanvragen

Dit formulier is specifiek bedoeld voor subsidieaanvragen in één van bovengenoemde categorieën zon-PV die deel uitmaken van een bundel. U kunt maximaal 250 aanvragen in één bundel indienen. U kunt subsidieaanvragen uitsluitend bundelen als de betreffende zon-PV-installaties tot dezelfde categorie behoren. Het bundelen van subsidieaanvragen heeft consequenties in geval van loting. Uw bundel wordt dan beschouwd als één aanvraag en krijgt ook één lotnummer. De bundel valt hierdoor in zijn geheel binnen of buiten de loting. Aan deze aanvraag zal dan in zijn geheel al dan niet subsidie worden toegekend.

Voor iedere zon-PV-installatie in de bundel dient u een apart aanvraagformulier te gebruiken. In dit formulier wordt u gevraagd een unieke naam toe te kennen aan de bundel waar de aanvraag deel van uitmaakt. Tevens dient u aan te geven uit hoeveel aanvragen de bundel bestaat en welk volgnummer de aanvraag in het onderhavige aanvraagformulier in het totaal van aanvragen heeft. De bundel, dat wil zeggen alle aanvraagformulieren samen en de vereiste bijlagen, moeten als één geheel en op één moment bij Agentschap NL worden aangeleverd.

Waar u schrijfruimte tekort komt mag u een bijlage toevoegen.

Een enkelvoudige aanvraag dienen

Voor het indienen van een enkelvoudige aanvraag voor één zon-PV-installatie is zowel digitaal als in pdf of op papier een apart formulier beschikbaar.

U kunt een pdf of een print van de zon_PV aanvraagformulieren aanvragen bij de helpdesk van de SDE. Deze is op werkdagen te bereiken van 8.30–12.00 uur op telefoonnummer 038-455 34 50. U kunt ook een e-mail sturen naar sde@agentschapnl.nl.

Let op: bovengenoemde categorieën worden in 2010 niet tegelijkertijd opengesteld.

Zon-PV met een opgesteld vermogen groter dan of gelijk aan 1,0 kWp (kilowatt-piek) en kleiner dan of gelijk aan 15 kWp wordt opengesteld van 1 maart tot en met 1 november 2010;

Zon-PV met een opgesteld vermogen groter dan 15 kWp (kilowatt-piek) en kleiner dan of gelijk aan 100 kWp wordt opengesteld van 31 mei tot en met 1 november 2010.

1a. Gegevens particuliere aanvrager (alleen invullen indien u een particuliere aanvrager bent)
  • a. Naam: ..... (m/v)

  • b. Adres: .....

  • c. Postcode en plaats: .....

  • d. Land: .....

  • e. Telefoonnummer: .....

  • f. E-mailadres: .....

  • g. Burger Service Nummer: .....

  • h. IBAN1: NL □□ □□□□ □□□□□□□□□□

  • i. BIC1: □□□□ NL □□

1b. Gegevens niet-particuliere aanvrager (alleen invullen indien u een niet-particuliere aanvrager bent)
  • a. Naam organisatie: .....

  • b. Ondernemingsvorm2: .....

  • c. Contactpersoon: ..... (m/v)

  • d. Adres: .....

  • e. Postcode en plaats: .....

  • f. Postbusnummer: .....

  • g. Postcode en plaats: .....

  • h. Land: .....

  • i. Telefoonnummer: .....

  • j. E-mailadres: .....

  • k. Inschrijfnummer Kamer van Koophandel: .....

  • l. Ingeschreven bij de Kamer van Koophandel te: .....

  • m. IBAN1: NL □□ □□□□ □□□□□□□□□□

  • n. BIC1: □□□□ NL □□

2. Gegevens contactpersoon (indien afwijkend van de onder 1 ingevulde gegevens)
  • a. Naam organisatie: .....

  • b. Naam contactpersoon: ..... (m/v)

  • c. Adres: .....

  • d. Postcode en plaats: .....

  • e. Land: .....

  • f. Telefoonnummer(s): .....

  • g. E-mailadres: .....

3. Locatiegegevens van de zon-PV-installatie (indien afwijkend van de onder 1 ingevulde gegevens)
  • a. Adres: .....

  • b. Postcode: .....

  • c. Plaats: .....

  • d. Kadastrale aanduiding en/of bouwnummer3: .....

  • Vraagt u op deze locatie voor meer dan één zon-PV-installatie subsidie aan in dezelfde categorie?

    ○ ja

    ○ nee

    Indien nee, ga verder met vraag 3h.

  • f. Voor hoeveel zon-PV-installaties vraagt u op deze locatie en in dezelfde categorie SDE-subsidieaan? .....

  • Verklaart u voornemens te zijn (of verklaart u namens de aanvrager dat deze voornemens is) bij toekenning van subsidie bovenstaand aantal separate zon-PV-installaties te realiseren op de genoemde locatie, waarbij de installaties afzonderlijk worden geïnstalleerd en bemeterd? Verklaart u tevens dat op de locatie van de aanvraag voldoende geschikt (dak)oppervlak beschikbaar is om bovenstaand aantal zon-PV-installaties te realiseren?

    ○ ja

    ○ nee

    Let op:Indien bij controle blijkt dat dit niet het geval is, kan de aan u verleende subsidie worden ingetrokken.

  • Is de locatie waar u de zon-PV-installatie wilt plaatsen in uw eigendom (of in eigendom van de partij waarvoor u de subsidie aanvraagt)?

    ○ ja

    ○ nee

    Indien ja, ga verder met vraag 4.

  • Heeft u een schriftelijke overeenkomst met de eigenaar om op deze locatie de zon-PV-installatie te mogen plaatsen?

    ○ ja

    ○ nee

    Als u de overeenkomst bij deze aanvraag meestuurt kan dat de afhandeling van uw aanvraag bespoedigen.

  • j.

    Stuurt u deze overeenkomst mee als bijlage bij deze aanvraag?

    ○ ja

    ○ nee

4. Vermogen van de zon-PV-installatie

In 2010 zijn er twee categorieën zon-PV waarvoor u een aanvraag kunt indienen.

  • Zon-PV met een opgesteld vermogen groter dan of gelijk aan 1,0 kWp (kilowatt-piek) en kleiner dan of gelijk aan 15 kWp

  • Zon-PV met een opgesteld vermogen groter dan 15 kWp (kilowatt-piek) en kleiner dan of gelijk aan 100 kWp

  • a. Wat is het vermogen van de zon-PV-installatie waarvoor u SDE-subsidie aanvraagt? ..... kWp (kilowatt-piek)4

Indien het vermogen dat u invult bij vraag 4a niet valt binnen één van bovenstaande categorieën zal uw aanvraag worden afgewezen.

Let op: Voor installaties groter dan 7,5 kWp en kleiner dan of gelijk aan 15 kWp geldt dat zij wel subsidie kunnen krijgen maar nooit meer dan voor een installatie van 7,5 kWp. De subsidie is gemaximeerd op een jaarproductie van maximaal 850 vollasturen x 7,5 kWp = 6.375 kWh (kilowatt-uur) per jaar.

Vraagt u subsidie aan voor een zon-PV-installatie met een opgesteld vermogen groter dan 15 kWp, ga dan verder met vraag 5. Vraagt u subsidie aan voor een zon-PV-installatie met een opgesteld vermogen kleiner dan of gelijk aan 15 kWp, ga dan verder met vraag 6.

5. Plaatsing

Wordt de zon-PV-installatie geplaatst op of tegen een gebouw?

○ ja

○ nee

6. Algemene gegevens van het project
  • a.

    Is de zon-PV-installatie eerder gebruikt?

    ○ ja

    ○ nee

  • Wordt de zon-PV-installatie geplaatst naast een al bestaande zon-PV-installatie?

    ○ ja

    ○ nee

    Let op: U ontvangt geen subsidie voor een systeem dat geheel of gedeeltelijk bestaat uit gebruikte materialen. Als u op dit moment al zonnepanelen in gebruik heeft ontvangt u alleen subsidie voor de nieuwe panelen. De zon-PV-installatie waarvoor u subsidie aanvraagt moet apart aangesloten worden op een brutoproductiemeter.

  • Wat is de beoogde datum van ingebruikname van uw zon-PV-installatie?

    .....-.....-.......... (dd-mm-jj)

    De subsidieperiode start altijd op de eerste van de maand. U kunt subsidie niet eerder ontvangen dan het moment dat u de zon-PV-installatie hebt gerealiseerd en u bij CertiQ bent geregistreerd als producent van groene stroom.

  • d. Startdatum subsidie:

    Wilt u dat de looptijd van de subsidie automatisch start op het moment dat u bij CertiQ geregistreerd staat als producent van duurzame energie?

    ○ ja

    ○ nee

    Zo niet: Wat is de beoogde datum waarop u de subsidie wilt laten starten?

    01 -.....-.......... (dd-mm-jjjj)

    Als u bij vraag 6d ‘ja’ invult zal Agentschap NL, indien mogelijk, de looptijd van de subsidie starten vanaf het moment dat u bij Certiq bent geregistreerd als producent van groene stroom.

7. Gegevens bundel

Dit formulier is specifiek bedoeld voor subsidieaanvragen in één van bovengenoemde categorieën die deel uitmaken van een bundel. U kunt maximaal 250 aanvragen in één bundel indienen. U kunt subsidieaanvragen uitsluitend bundelen als de betreffende zon-PV-installaties tot dezelfde categorie behoren. Voor iedere afzonderlijk zon-pv-installatie in de bundel vult u een apart aanvraagformulier in (zie ook de toelichting op pagina 2)

  • a. Welke (unieke) naam geeft u aan deze bundel?: .....

    Bijvoorbeeld ‘project Domstraat’

  • b. Uit hoeveel aanvragen bestaat de bundel waar deze aanvraag deel van uitmaakt?: .....

  • c. Welk volgnummer heeft deze aanvraag in het totaal van aanvragen in deze bundel:? ...../.....

    Als het totaal aantal aanvragen in de bundel 30 is, en dit is aanvraag 3, dan zet u hier neer: 3/30.

8. Opmerkingen

Zijn er nog andere gegevens die voor de aanvraag van belang kunnen zijn?

  • nee

  • ja, namelijk:5

    .....

    .....

    .....

    .....

    .....

    .....

9. Ondertekening

Door het invullen en ondertekenen van deze verklaring verklaart u:

  • a. Dat u bekend bent met de inhoud van de voor deze aanvraag relevante verplichtingen en bepalingen uit het Besluit stimulering duurzame energieproductie en de ministeriële regelingen;

  • b. Dat u per productie-installatie waarvoor u SDE-subsidie aanvraagt in dezelfde aanvraagperiode maar één aanvraag indient;

  • c. Dat u bij Agentschap NL onverwijld schriftelijk melding zal doen van de indiening bij de rechtbank van een verzoek tot verlening van surseance van betaling of tot verzoek faillietverklaring of wanneer een verzoek is ingediend voor de schuldsaneringregeling natuurlijke personen of andere zaken die van invloed zijn op de subsidieverstrekking;

  • d. Dat u bij Agentschap NL onverwijld schriftelijk melding zal doen van essentiële wijzigingen:

    • Gewijzigde datum van ingebruikname;

    • Gewijzigde aanvangsdatum van subsidieperiode;

    • Uitbedrijfname of langdurige stilstand;

    • Wijzigingen van de technische specificatie van de installatie;

    • Wijzigingen in de gegevens van de aanvrager.;

    • Wijzigingen in de locatie;

    • Overige essentiële wijzigingen;

  • e. Dat u akkoord gaat met het uitwisselen van alle noodzakelijke gegevens voor subsidieverstrekking tussen Agentschap NL en de garantiebeheerinstantie en de netbeheerder;

  • f. Dat u bekend bent met het feit dat op grond van afspraken tussen de EU-landen grenzen zijn gesteld aan het verlenen van subsidies aan bedrijven. Deze zijn vastgelegd in de ‘Communautaire richtsnoeren inzake staatssteun voor milieubescherming’ (2008/C 82/01). Hierin staat hoeveel subsidie maximaal is toegestaan voor uw project. Indien u voor uw project naast de SDE en de Energie-investeringsaftrek (EIA) nog andere vormen van overheidssteun ontvangt of gaat ontvangen kan het zijn dat u meer subsidie krijgt dan toegestaan. Circa een jaar na datum van ingebruikname van de zon-PV-installatie zal Agentschap NL dan een cumulatietoets uitvoeren. Op dat moment zijn de investeringskosten bekend en is duidelijk hoeveel overheidssteun u ontvangt. Indien blijkt, dat u teveel steun ontvangt of zal ontvangen zal het aantal MWh dat over de totale subsidieperiode in aanmerking komt voor subsidie worden beperkt. Dit geldt niet voor particulieren;

  • g. Dat u dit formulier juist, volledig en waarheidsgetrouw heeft ingevuld.

Dit formulier moet worden ondertekend door de aanvrager. Indien dit formulier wordt ondertekend door een ander dan de aanvrager moet een machtiging van de aanvrager worden bijgevoegd. Bij een machtiging kunt u aangeven, dat deze geldt voor de gehele looptijd van het SDE-traject van de betreffende installatie.

Aldus naar waarheid ingevuld,

Naam ondertekenaar: ..... (m/v)

Plaats: .....

Datum: .....

Handtekening: .....

Controleer voordat u de aanvraag verstuurt of:

  • Het formulier volledig is ingevuld;

  • Het formulier is ondertekend met een originele handtekening;

  • Indien van toepassing, een machtiging van de aanvrager is bijgevoegd.

Agentschap NL

Agentschap NL is een agentschap van het Ministerie van Economische Zaken. Agentschap NL voert beleid uit voor diverse ministeries als het gaat om duurzaamheid, innovatie en internationaal. Agentschap NL is hèt aanspreekpunt voor bedrijven, kennisinstellingen en overheden. Voor informatie en advies, financiering, netwerken en wet- en regelgeving.

De divisie NL Energie en Klimaat versterkt de samenleving door te werken aan de energie- en klimaatoplossingen van de toekomst.

Per 1 januari 2010 bundelen EVD, Octrooicentrum Nederland en SenterNovem hun krachten in één organisatie: Agentschap NL. Bij Agentschap NL kunnen ondernemers, kennisinstellingen en overheden terecht voor informatie, advies, financiering en netwerken op het gebied van duurzaam, innovatief en internationaal ondernemen en samenwerken. SenterNovem vormt vanaf 1 januari de divisies NL Energie en Klimaat, NL Milieu en Leefomgeving en NL Innovatie.

Bij publicaties van Agentschap NL die informeren over subsidieregelingen geldt dat de beoordeling van subsidieaanvragen uitsluitend plaatsvindt aan de hand van de officiële publicatie van het besluit in de Staatscourant.

BIJLAGE 4 BEHORENDE BIJ DE ARTIKELEN 15, DERDE LID, 22, DERDE LID, 29, DERDE LID, 47, DERDE LID, EN 54, DERDE LID

Stimuleringsregeling duurzame energieproductie (SDE)

Aanvraagformulier Biomassa

Hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbaar gas

Afvalverbranding (AVI),

Stortgas,

Afvalwaterzuivering (AWZI),

Rioolwaterzuivering (RWZI),

Vergisters en thermische conversie biomassa

Dit formulier is te vinden op www.agentschapnl.nl

Dit formulier is verstrekt door en moet worden ingediend bij:

Agentschap NL

Postbus 10073

8000 GB Zwolle

Telefoon 038-455 34 50

Bezoekadres Agentschap NL

Dokter van Deenweg 108

8025 BK Zwolle

Elektronisch aanvragen

U kunt uw subsidieaanvraag ook elektronisch bij Agentschap NL indienen.

Kijk op www.agentschapnl.nl voor meer informatie.

Toelichting

Dit aanvraagformulier hoort bij de Stimuleringsregeling Duurzame Energieproductie (SDE). De categorieën installaties die in aanmerking kunnen komen voor SDE-subsidie en de bijbehorende eisen staan omschreven in de ‘Regeling aanwijzing categorieën duurzame energieproductie 2010. U kunt deze regeling vinden op de www.agentschapnl.nl.

Dit formulier is bedoeld om subsidie aan te vragen voor de Stimuleringsregeling Duurzame Energieproductie in de categorieën:

  • Afvalverbranding (AVI);

  • Stortgas, afvalwaterzuivering (AWZI), rioolwaterzuivering (RWZI);

  • Biomassa: vergisters en thermische conversie van vaste of vloeibare biomassa.

Dit formulier kan zowel voor de productie van hernieuwbare elektriciteit als voor de productie van hernieuwbaar gas worden gebruikt.

U kunt met dit formulier uitsluitend een subsidieaanvraag doen voor bovengenoemde categorieën. Voor de andere categorieën, zoals wind op land, waterkracht, warmtekrachtkoppeling en zon-PV zijn gedurende de aanvraagperiode van deze categorieën andere aanvraagformulieren beschikbaar op www.agentschapnl.nl/sde.

Gebruik van dit formulier is verplicht. Subsidieaanvragen ingediend op andere wijze dan door gebruik van dit aanvraagformulier worden niet in behandeling genomen. Iedere afzonderlijke aanvraag dient op een apart aanvraagformulier te worden ingediend.

Waar u schrijfruimte tekort komt, mag u een bijlage toevoegen. Voor antwoorden op uw eventuele vragen over het aanvraagformulier kunt u ook terecht bij de FAQ op onze website www.agentschapnl.nl.

1. Gegevens aanvrager
  • a. Naam organisatie: .....

  • b. Ondernemingsvorm1: .....

  • c. Vertegenwoordigd door: ..... (m/v)

  • d. Functie: .....

  • e. Adres: .....

  • f. Postcode en plaats: .....

  • g. Postbusnummer: .....

  • h. Postcode en plaats: .....

  • i. Land: .....

  • j. Telefoonnummer: .....

  • k. E-mailadres: .....

  • l. Inschrijfnummer Kamer van Koophandel: .....

  • m. Ingeschreven bij de Kamer van Koophandel te: .....

  • n. IBAN2: NL □□ □□□□ □□□□□□□□□□

  • o. BIC2: □□□□ NL □□

  • p. Naam rekeninghouder: .....

  • q. Plaats rekeninghouder: .....

2. Gegevens contactpersoon (indien afwijkend van onder 1 ingevulde gegevens)
  • a. Naam organisatie: .....

  • b. Naam contactpersoon: ..... (m/v)

  • c. Functie: .....

  • d. Adres: .....

  • e. Postcode en plaats: .....

  • f. Land: .....

  • g. Telefoonnummer(s): .....

  • h. E-mail adres: .....

3. Locatiegegevens productie-installatie
  • a. Naam van de locatie: .....

  • b. Adres: .....

  • c. Postcode: .....

  • d. Plaats: .....

  • e. Kadastrale aanduiding indien het adres nog onbekend is: .....

4. Projectgegevens
  • a.

    Het project betreft:

    ○ productie van hernieuwbare elektriciteit

     

    ○ productie van hernieuwbaar gas

  • b. Voor welke categorie productie-installatie vraagt u subsidie aan?

    • Afvalverbranding (AVI)

    • Stortgas, afvalwaterzuivering (AWZI), rioolwaterzuivering (RWZI)

    • GFT-vergisting (Groente, fruit en tuinafval)

    • Overige vergisting (o.a. VGI-vergisting )

    • Thermische conversie van vaste of vloeibare biomassa inclusief plantaardige en dierlijke restvetten en restoliën ≤10 MWe

    • Thermische conversie van vaste of vloeibare biomassa exclusief plantaardige en dierlijke restvetten en restoliën ≤10 MWe

    • Thermische conversie van biomassa > 10 MWe en ≤ 50 MWe (vast of vloeibaar)

  • c. Geef een technische omschrijving van de productie-installatie waarvoor subsidie wordt aangevraagd waaronder het elektrisch rendement van de productie-eenheid. Bij vergisters moet u ook de inhoud van de vergistingstanks vermelden. Bij een productie-installatie voor hernieuwbaar gas moet u een technische specificatie met ontwerptekeningen en processchema’s etc. in een bijlage toevoegen.

    .....

    .....

    .....

  • d. Wat is het nominaal vermogen waarvoor u subsidie aanvraagt?3

    Hernieuwbare elektriciteit: ..... MWeof

    Hernieuwbaar gas: ..... Nm3/h aardgasequivalent (35,17 MJ/Nm3 op bovenwaarde)

  • e. Is in het project sprake van:

    • Uitbreiding van een bestaande productie-installatie?

    ○ ja

    ○ nee

    • Renovatie van een bestaande productie-installatie?

    ○ ja

    ○ nee

    • Vervanging van een bestaande productie-installatie?

    ○ ja

    ○ nee

    Bestaat de productie-installatie geheel of gedeeltelijk uit gebruikte materialen?

    ○ ja

    ○ nee

    Indien u één of meer van de vragen met ‘ja’ heeft beantwoord, dan moet uit de toelichting blijken wat de aard en omvang is van de uitbreiding, renovatie, vervanging en/of de toepassing van gebruikte materialen.

    Let op: Renovatie komt niet in aanmerking voor SDE. Ook wordt geen subsidie verstrekt indien de productie-installatie geheel of gedeeltelijk bestaat uit gebruikte materialen).

    .....

    .....

    .....

    .....

    .....

  • f. Welke vergunningen zijn noodzakelijk voor de realisatie van het project4?:

    Bouwvergunning:

    ○ ja

    ○ nee

     

    afgiftedatum: .....-.....-.......... (dd-mm-jj)

    Milieuvergunning:

    ○ ja

    ○ nee

    ○ nvt .....

    afgiftedatum: .....-.....-.......... (dd-mm-jj)

    Let op: Als bijlage bij deze aanvraag moet u een kopie van de door het bevoegd gezag afgegeven benodigde vergunningen meesturen.5 Wanneer in plaats van een nieuwe milieuvergunning met een melding voor het realiseren van deze installatie kan worden volstaan dient deze melding met een verklaring (acceptatie) van de gemeente en de vigerende milieuvergunning als bijlage te worden bijgevoegd.

  • Is de aanvrager tevens eigenaar of pachter/ gebruiker van de grond waar de productie-installatie geplaatst wordt?

    ○ ja

    ○ nee

    Indien de aanvrager niet de eigenaar of pachter/gebruiker van de grond is moet u een bijlage meesturen met daarin een aparte verklaring ondertekend door de eigenaar of pachter/ gebruiker dat u op de aangegeven plaats de productie-installatie mag plaatsen en exploiteren of anderszins een onderbouwing dat u de installatie op de aangegeven locatie tijdig in gebruik kunt nemen.

  • h. Geef in onderstaande tabel een beschrijving van de energiebron of brandstofsoort die gebruikt wordt voor de productie van hernieuwbare energie: dat wil zeggen de biomassastromen die de vergister, verbrander etc. ingaan. Geef hierbij ook de tonnages per brandstofsoort op.

    Biomassastroom

    Ton/jaar

      
      
      
      
      
      
      
      
  • i. Wat is de verwachte brutoproductie van uw installatie per kalenderjaar? ..... MWh of Nm3

    Het aantal subsidiabele vollasturen voor de netlevering is gemaximeerd op 8000 per jaar, behalve bij afvalverbrandings-installaties. De werkelijke elektriciteits- of gasproductie kan dus hoger zijn. Indien sprake is van een startdatum gedurende het jaar wordt de jaarproductie naar rato verdeeld, tenzij u in een bijlage een andere gewenste verdeling aangeeft.

  • j. Eigen verbruik: Hoe veel van de te produceren hernieuwbare elektriciteit of gas verwacht u zelf te gebruiken per jaar? .....MWh of Nm3

  • k. Wat is de verwachte nettoproductie die u gaat invoeden op het elektriciteits- of gasnet? .....MWh of Nm3

  • l. Wat is de verwachte jaarlijkse hoeveelheid nuttig aangewende warmte? .....GJ

    De productieraming van warmte hoeft alleen aangegeven te worden bij opwekking van hernieuwbare elektriciteit met co-vergisting van mest, GFT-vergisting of thermische conversie van vaste of vloeibare biomassa, waarbij het basisbedrag afhankelijk is van de hoeveelheid nuttige aangewende warmte6.

    Uw beschikking wordt gebaseerd op de hoeveelheid hernieuwbare elektriciteit of gas die wordt ingevoed op het elektriciteits- of gasnet rekening houdende met het maximum aantal vollasturen. Deze geraamde hoeveelheid kan niet later worden verhoogd voor deze aanvraag.

    In een bijlage dient u een onderbouwing mee te sturen van de opgegeven productiehoeveelheden van vraag 4i–4l. Hierin moet worden aangegeven hoe de biomassastromen leiden tot de hoeveelheid biogas bij vergisting en hoe de biomassastromen of het biogas leiden tot de hoeveelheid elektriciteit of hernieuwbaar gas dat aan het net wordt geleverd. Bij het nuttige warmtegebruik dient u per maand aan te geven hoeveel warmte en aan welke warmtegebruikers de warmte geleverd wordt.

    Onderstaande vraag (4m) hoeft u alleen te beantwoorden als bij de categorie, zoals u hebt ingevuld bij vraag 4b, in de Regeling aanwijzing categorieën duurzame energieproductie 2010 is aangegeven, dat voor het project verschillende basisbedragen gelden, afhankelijk van het rendement van de productie-installatie. Dit geldt bij afvalverbrandingsinstallaties.

  • m. Geef een onderbouwde raming van het rendement van de installatie. Indien in de Regeling garanties van oorsprong voor duurzame elektriciteit wordt verwezen naar rekenregels voor het bepalen van het rendement dan moet u deze rekenregels in uw onderbouwing hanteren.

    .....

    .....

    .....

    .....

    .....

5. Data
  • a.

    Beoogde datum van opdrachtverstrekking:

    .....-.....-.......... (dd-mm-jj)

  • b.

    Beoogde startdatum van de bouw van de productie-installatie:

    .....-.....-.......... (dd-mm-jj)

  • c.

    Beoogde datum ingebruikname:

    .....-.....-.......... (dd-mm-jj)

  • Datum vanaf wanneer u SDE-subsidie wilt ontvangen:

    01 -.....-.......... (dd-mm-jj)

    (De subsidieperiode start altijd op de eerste van de maand)

  • e. Projectplan: Geef in aanvulling op de bovengenoemde data een toelichting op de stappen die u neemt om te komen tot de ingebruikname van de installatie. Indien u schrijfruimte tekort komt kunt u het projectplan als aparte bijlage meesturen.

    .....

    .....

    .....

    .....

    .....

6. Financiering

In een bijlage moet u een onderbouwing meesturen waaruit blijkt dat het project financieel realiseerbaar is. Hierbij moet u het eigen vermogen weergeven in relatie tot het investeringsbedrag. Eigen vermogen is hierbij het saldo van de activa en de schulden van het bedrijf. Indien het eigen vermogen minder is dan 20% dient u aannemelijk te maken dat het gebrek aan eigen vermogen geen hindernis vormt voor het realiseren van het project.

7. Cumulatie en cumulatietoets Europees Milieusteunkader

Maakt u voor deze installatie(s) gebruik van, of heeft u in het verleden gebruik gemaakt van, of gaat u nog gebruik maken van, de volgende subsidies:

Regeling

ja/nee/niet van toepassing1

Meldingsnummer

Status aanvraag [aangevraagd/beschikt/uitbetaald]1

MEP

   

OV-MEP

   

KV-MEP (kostenvergoeding)

   

SDE (anders dan deze aanvraag)

   
XNoot
1

Invullen wat van toepassing is.

Op grond van afspraken tussen de EU-landen zijn grenzen gesteld aan het verlenen van subsidies aan bedrijven. Deze zijn vastgelegd in de ‘Communautaire richtsnoeren inzake staatssteun voor milieubescherming’ (2008/C82/01)’. Hierin staat hoeveel subsidie maximaal is toegestaan voor uw project. Indien u voor uw project naast de SDE en/of de Energie-investeringsaftrek (EIA) nog andere vormen van overheidssteun ontvangt of gaat ontvangen kan het zijn dat u meer subsidie krijgt dan toegestaan. Circa een jaar na datum van ingebruikname van de biomassa-installatie zal Agentschap NL dan een cumulatietoets uitvoeren. Op dat moment zijn de investeringskosten bekend en is duidelijk hoeveel overheidssteun u ontvangt. Indien blijkt, dat u teveel steun ontvangt of zal ontvangen zal het aantal MWh dat over de totale subsidieperiode in aanmerking komt voor subsidie worden beperkt.

8. Opmerkingen

Zijn er nog andere gegevens, die voor de aanvraag van belang kunnen zijn?

  • nee

  • ja, namelijk:7

    .....

    .....

    .....

    .....

9. Ondertekening

Door het invullen en ondertekenen van deze verklaring verklaart u:

  • a. Dat u bekend bent met de inhoud van de voor deze aanvraag relevante verplichtingen en bepalingen uit het Besluit stimulering duurzame energieproductie en de ministeriële regelingen;

  • b. Dat voor de productie-installatie waarvoor u SDE-subsidie aanvraagt, niet eerder SDE-, OV-MEP- (regeling opwekken duurzame elektriciteit in vergistingsinstallaties) of MEP-subsidie is verleend;8

  • c. Dat u voor de productie-installatie waarvoor u SDE-subsidie aanvraagt in dezelfde aanvraagperiode maar één aanvraag indient;

  • d. Dat u bij Agentschap NL onverwijld schriftelijk melding zult doen van de indiening bij de rechtbank van een verzoek tot verlening van surseance van betaling of tot verzoek faillietverklaring of wanneer een verzoek is ingediend voor de schuldsaneringregeling natuurlijke personen of andere zaken die van invloed zijn op de subsidieverstrekking;

  • e. Dat u bij Agentschap NL onverwijld schriftelijk melding zult doen van essentiële wijzigingen:

    • Gewijzigde datum van ingebruikname;

    • Gewijzigde aanvangsdatum van subsidieperiode;

    • Uitbedrijfname of langdurige stilstand;

    • Renovatie en uitbreiding;

    • Wijzigingen van de technische specificatie van de installatie;

    • Wijzigingen in de gegevens van de aanvrager/ eigendom van de installatie;

    • Wijzigingen in de locatie;

    • Overige essentiële wijzigingen;

  • f. Dat u akkoord gaat met het uitwisselen van alle noodzakelijke gegevens voor subsidieverstrekking tussen Agentschap NL en de garantiebeheerinstantie en de netbeheerder en het meetbedrijf of indien van toepassing de certificeerder van hernieuwbaar gas;

  • g. Dat deze verklaring juist, volledig en waarheidsgetrouw is ingevuld.

Dit formulier moet worden ondertekend door de aanvrager. Indien dit formulier wordt ondertekend door een ander dan de aanvrager moet een machtiging van de aanvrager worden bijgevoegd. Bij een machtiging kunt u aangeven dat deze geldt voor de gehele looptijd van het SDE-traject van de betreffende installatie.

Aldus naar waarheid ingevuld,

Naam ondertekenaar: .....

○ Dhr

○ Mw

Plaats: .....

  

Datum: .....

  

Handtekening: .....

  

Bij dit aanvraagformulier moet u de volgende bijlagen meesturen:

  • Een machtiging indien dit formulier is ondertekend door een ander dan de aanvrager. Bij een machtiging kunt u aangeven dat deze geldt voor de gehele looptijd van het SDE-traject van de betreffende installatie;

  • Indien sprake is van een VOF, CV of Maatschap: een machtiging of ondertekening van alle maten of vennoten;

  • Indien van toepassing: Een omschrijving van de productie-installatie, zoals vermeld bij vraag 4;

  • Indien voor de productie-installatie één of meer vergunningen op grond van de Woningwet of de Wet Milieubeheer noodzakelijk zijn kopieën van de door het bevoegde gezag verleende vergunningen. (zie ook vraag 4);

  • Indien de aanvrager niet de eigenaar of pachter/ gebruiker van de grond is: een aparte verklaring ondertekend door de eigenaar of pachter/ gebruiker dat u op de aangegeven plaats de productie-installatie mag plaatsen en exploiteren of anderszins een onderbouwing dat u de installatie op de aangegeven locatie tijdig in gebruik kunt nemen. (zie ook vraag 4);

  • Een onderbouwing van de productieraming, zoals vermeld bij vraag 4;

  • Indien van toepassing: een projectplan, zoals vermeld bij vraag 5;

  • Een onderbouwing van de financiële realiseerbaarheid van het project met daarbij een opgave van het eigen vermogen in relatie tot het investeringsbedrag, zoals vermeld bij vraag 6.

Controleer voordat u de aanvraag verstuurt of:

  • Het formulier volledig is ingevuld;

  • Het formulier is ondertekend met een originele handtekening;

  • Alle benodigde bijlagen zijn bijgevoegd.

Agentschap NL

Agentschap NL is een agentschap van het Ministerie van Economische Zaken. Agentschap NL voert beleid uit voor diverse ministeries als het gaat om duurzaamheid, innovatie en internationaal. Agentschap NL is hèt aanspreekpunt voor bedrijven, kennisinstellingen en overheden. Voor informatie en advies, financiering, netwerken en wet- en regelgeving.

De divisie NL Energie en Klimaat versterkt de samenleving door te werken aan de energie- en klimaatoplossingen van de toekomst.

Per 1 januari 2010 bundelen EVD, Octrooicentrum Nederland en SenterNovem hun krachten in één organisatie: Agentschap NL. Bij Agentschap NL kunnen ondernemers, kennisinstellingen en overheden terecht voor informatie, advies, financiering en netwerken op het gebied van duurzaam, innovatief en internationaal ondernemen en samenwerken. SenterNovem vormt vanaf 1 januari de divisies NL Energie en Klimaat, NL Milieu en Leefomgeving en NL Innovatie.

Bij publicaties van Agentschap NL die informeren over subsidieregelingen geldt dat de beoordeling van subsidieaanvragen uitsluitend plaatsvindt aan de hand van de officiële publicatie van het besluit in de Staatscourant.

BIJLAGE 5 BEHORENDE BIJ ARTIKEL 35, DERDE LID

Stimuleringsregeling duurzame energieproductie (SDE)

Aanvraagformulier Waterkracht

Valhoogte kleiner dan 5 meter

Valhoogte groter dan of gelijk aan 5 meter

Dit formulier is te vinden op www.agentschapnl.nl/sde.

Dit formulier is verstrekt door en moet worden ingediend bij:

Agentschap NL

Postbus 10073

8000 GB Zwolle

Telefoon 038-455 34 50

Bezoekadres Agentschap NL

Dokter van Deenweg 108

8025 BK Zwolle

Elektronisch aanvragen

U kunt uw subsidieaanvraag ook elektronisch indienen bij Agentschap NL.

Kijk op www.agentschapnl.nl/sde voor meer informatie.

Toelichting

Dit aanvraagformulier hoort bij de Stimuleringsregeling Duurzame Energieproductie (SDE). De categorieën installaties die in aanmerking kunnen komen voor SDE-subsidie en de bijbehorende eisen staan omschreven in de ‘Regeling aanwijzing categorieën duurzame energieproductie 2010. U kunt deze regeling vinden op de www.agentschapnl.nl/sde.

Dit formulier is bedoeld om subsidie aan te vragen voor de Stimuleringsregeling Duurzame Energieproductie in de categorie waterkracht, zowel voor:

  • een installatie met een valhoogte kleiner dan 5 meter;

  • een installatie met een valhoogte groter dan of gelijk aan 5 meter.

U kunt met dit formulier uitsluitend een subsidieaanvraag doen voor bovengenoemde categorieën. Voor de andere categorieën zoals wind op land, biomassa, warmtekrachtkoppeling en zon-PV zijn gedurende de aanvraagperiode van deze categorieën aparte aanvraagformulieren beschikbaar op www.agentschapnl.nl/sde.

Gebruik van dit formulier is verplicht. Subsidieaanvragen ingediend op andere wijze dan door gebruik van dit aanvraagformulier worden niet in behandeling genomen. Iedere afzonderlijke aanvraag dient op een apart aanvraagformulier te worden ingediend.

Waar u schrijfruimte tekort komt, mag u een bijlage toevoegen.

1. Gegevens aanvrager
  • a. Naam organisatie: .....

  • b. Ondernemingsvorm1: .....

  • c. Vertegenwoordigd door: .....(m/v)

  • d. Functie: .....

  • e. Adres: .....

  • f. Postcode en plaats: .....

  • g. Postbusnummer: .....

  • h. Postcode en plaats: .....

  • i. Land: .....

  • j. Telefoonnummer: .....

  • k. E-mailadres: ......

  • l. Inschrijfnummer Kamer van Koophandel: .....

  • m. Ingeschreven bij de Kamer van Koophandel te: .....

  • n. IBAN2: NL □□ □□□□ □□□□□□□□□□

  • o. BIC2: □□□□ NL □□

  • p. Naam rekeninghouder: .....

  • q. Plaats rekeninghouder: .....

2. Gegevens contactpersoon (indien afwijkend van onder 1 ingevulde gegevens)
  • a. Naam organisatie: .....

  • b. Naam contactpersoon: ..... (m/v)

  • c. Functie: .....

  • d. Adres: .....

  • e. Postcode en plaats: .....

  • f. Land: .....

  • g. Telefoonnummer(s): .....

  • h. E-mail adres: .....

3. Locatiegegevens productie-installatie
  • a. Naam van de locatie: .....

  • b. Adres: .....

  • c. Postcode: .....

  • d. Plaats: .....

  • e. Kadastrale aanduiding indien het adres nog onbekend is: .....

  • f.

    EAN-code aansluitpunt3:

    □□□□□□□□□□□□□□□□□□

     

    ○ nog niet bekend

4. Project gegevens
  • a. Voor welke categorie productie-installatie vraagt u subsidie aan?

    • Waterkracht met een valhoogte < 5 meter.

    • Waterkracht met een valhoogte ≥ 5 meter

  • b. Geef een technische omschrijving van de waterkrachtinstallatie waarvoor subsidie wordt aangevraagd4:

    .....

    .....

    .....

    .....

  • c. Naam van de rivier/ het water:.....

    Valhoogte: verschil in waterpeil voor en achter de installatie bij nominaal vermogen:..... meter

    Merk en type van de turbine:.....

    Merk en type van de generator: .....

    Overig :.....

  • d. Wat is het nominaal vermogen waarvoor u subsidie aanvraagt?5: ..... MWe

  • e. Is in het project sprake van:

    • Uitbreiding van een bestaande productie-installatie?

    ○ ja

    ○ nee

    • Renovatie van een bestaande productie-installatie?

    ○ ja

    ○ nee

    • Vervanging van een bestaande productie-installatie?

    ○ ja

    ○ nee

    Bestaat de productie-installatie geheel of gedeeltelijk uit gebruikte materialen?

    ○ ja

    ○ nee

    Indien u één of meer van de vragen met ‘ja’ heeft beantwoord, dan moet uit de toelichting blijken wat de aard en omvang is van de uitbreiding, renovatie, vervanging en/of de toepassing van gebruikte materialen.

    Let op: Renovatie komt niet in aanmerking voor SDE. Ook wordt geen subsidie verstrekt indien de productie-installatie geheel of gedeeltelijk bestaat uit gebruikte materialen.

    .....

    .....

    .....

  • f. Welke vergunningen zijn noodzakelijk voor de realisatie van het project?6:

    Bouwvergunning:

    ○ ja

    ○ nee

     

    afgiftedatum: .....-.....-.......... (dd-mm-jj)

    Milieuvergunning:

    ○ ja

    ○ nee

    ○ nvt

    afgiftedatum: .....-.....-.......... (dd-mm-jj)

    Waterwetvergunning7:

    ○ ja

    ○ nee

    ○ nvt

    afgiftedatum: .....-.....-.......... (dd-mm-jj)

         

    Let op: Als bijlage bij deze aanvraag moet u een kopie van de benodigde vergunningen meesturen.

  • Is de aanvrager tevens eigenaar of pachter/ gebruiker van de plek waar de productie-installatie geplaatst wordt?

    ○ ja

    ○ nee

    Indien de aanvrager niet de eigenaar of pachter/ gebruiker van de plek is moet u een bijlage meesturen met daarin een aparte verklaring ondertekend door de eigenaar of pachter/ gebruiker dat u de productie-installatie op de aangegeven plaats mag plaatsen en exploiteren.

  • h. Wat is de verwachte brutoproductie van uw installatie per kalenderjaar? ..... MWh

    Het aantal subsidiabele vollasturen voor de netlevering is gemaximeerd. De werkelijke elektriciteitsproductie kan dus hoger zijn. In een bijlage dient u een onderbouwing mee te sturen van de elektriciteitsproductie.

  • i. Hoeveel van de te produceren hernieuwbare elektriciteit verwacht u zelf te gebruiken per jaar? ..... MWh

  • j. Wat is de verwachte nettoproductie die u gaat invoeden op het elektriciteitsnet? ..... MWh

Uw beschikking wordt gebaseerd op de hoeveelheid hernieuwbare elektriciteit die wordt ingevoed op het elektriciteitsnet rekening houdende met het maximum aantal vollasturen. Deze geraamde hoeveelheid kan niet later worden verhoogd voor deze aanvraag. De netlevering moet gelijk zijn aan de brutoproductie min het eigenverbruik.

Indien sprake is van een startdatum gedurende het jaar wordt de jaarproductie naar rato verdeeld, tenzij u in een bijlage een andere gewenste verdeling aangeeft.

5. Data
  • a.

    Beoogde datum van opdrachtverstrekking:

    .....-.....-.......... (dd-mm-jj)

  • b.

    Beoogde startdatum van de bouw van de productie-installatie:

    .....-.....-.......... (dd-mm-jj)

  • c.

    Beoogde datum ingebruikname:

    .....-.....-.......... (dd-mm-jj)

  • Datum vanaf wanneer u SDE-subsidie wilt ontvangen:

    01 -.....-.......... (dd-mm-jj)

    (De subsidieperiode start altijd op de eerste van de maand.)

  • e. Projectplan: Geef in aanvulling op de bovengenoemde data een toelichting op de stappen die u neemt om te komen tot de ingebruikname van de installatie. Indien u schrijfruimte tekort komt kunt u het projectplan als aparte bijlage meesturen.

    .....

    .....

    .....

    .....

    .....

    .....

    .....

6. Cumulatie en cumulatietoets Europees Milieusteunkader

Maakt u voor deze waterkrachtinstallatie gebruik van, of heeft u in het verleden gebruik gemaakt van, of gaat u nog gebruik maken van de volgende subsidies:

Regeling

ja/nee/niet van toepassing1

Meldingsnummer

Status aanvraag [aangevraagd/beschikt/uitbetaald]1

MEP

   

KV-MEP (kostenvergoeding)

   

SDE (anders dan deze aanvraag)

   
XNoot
1

Vul in wat van toepassing is

Op grond van afspraken tussen de EU-landen zijn grenzen gesteld aan het verlenen van subsidies aan bedrijven. Deze zijn vastgelegd in de ‘Communautaire richtsnoeren inzake staatssteun voor milieubescherming (2008/C 82/01)’. Hierin staat hoeveel subsidie maximaal is toegestaan voor uw project. Indien u voor uw project naast de SDE en/of de Energie-Investeringsaftrek (EIA) nog andere vormen van overheidssteun ontvangt of gaat ontvangen kan het zijn dat u meer subsidie krijgt dan toegestaan. Circa een jaar na datum van ingebruikname van de waterkrachtinstallatie zal Agentschap NL dan een cumulatietoets uitvoeren. Op dat moment zijn de investeringskosten bekend en is duidelijk hoeveel overheidssteun u ontvangt. Indien blijkt dat u teveel steun ontvangt of zal ontvangen zal het aantal MWh dat over de totale subsidieperiode in aanmerking komt voor subsidie worden beperkt.

7. Opmerkingen

Zijn er nog andere gegevens die voor de aanvraag van belang kunnen zijn?

  • nee

  • ja, namelijk:8

    .....

    .....

    .....

    .....

8. Ondertekening

Door het invullen en ondertekenen van deze verklaring verklaart u:

  • a. Dat u bekend bent met de inhoud van de voor deze aanvraag relevante verplichtingen en bepalingen uit het Besluit stimulering duurzame energieproductie en de ministeriële regelingen;

  • b. Dat voor de productie-installatie waarvoor u SDE-subsidie aanvraagt, niet eerder SDE- of MEP-subsidie is verleend;9

  • c. Dat u voor de productie-installatie waarvoor u SDE-subsidie aanvraagt in dezelfde aanvraagperiode maar één aanvraag indient;

  • d. Dat u bij Agentschap NL onverwijld schriftelijk melding zal doen van de indiening bij de rechtbank van een verzoek tot verlening van surséance van betaling of tot verzoek faillietverklaring of wanneer een verzoek is ingediend voor de schuldsaneringregeling natuurlijke personen of andere zaken die van invloed zijn op de subsidieverstrekking;

  • e. Dat u bij Agentschap NL onverwijld schriftelijk melding zal doen van essentiële wijzigingen:

    • Gewijzigde datum van ingebruikname;

    • Gewijzigde aanvangsdatum van subsidieperiode;

    • Uitbedrijfname of langdurige stilstand;

    • Renovatie en uitbreiding;

    • Wijzigingen van de technische specificatie van de installatie;

    • Wijzigingen in de gegevens van de aanvrager/ eigendom van de installatie;

    • Wijzigingen in de locatie;

    • Overige essentiële wijzigingen;

  • f. Dat u akkoord gaat met het uitwisselen van alle noodzakelijke gegevens voor subsidieverstrekking tussen Agentschap NL en de garantiebeheerinstantie en de netbeheerder;

  • g. Dat deze verklaring juist, volledig en waarheidsgetrouw is ingevuld.

Dit formulier moet worden ondertekend door de aanvrager. Indien dit formulier wordt ondertekend door een ander dan de aanvrager moet een machtiging van de aanvrager worden bijgevoegd. Bij een machtiging kunt u aangeven, dat deze geldt voor de gehele looptijd van het SDE-traject van de betreffende installatie.

Aldus naar waarheid ingevuld,

Naam ondertekenaar: .....

○ Dhr

○ Mw

Plaats: .....

  

Datum: .....

  

Handtekening: .....

  

Bij dit aanvraagformulier moet u de volgende bijlagen meesturen:

  • Een machtiging indien dit formulier is ondertekend door een ander dan de aanvrager. Bij een machtiging kunt u aangeven, dat deze geldt voor de gehele looptijd van het SDE-traject van de betreffende installatie;

  • Indien sprake is van een VOF, CV of Maatschap: een machtiging of ondertekening van alle maten of vennoten;

  • Een onderbouwing van de elektriciteitsproductie van de waterkrachtinstallatie per kalenderjaar in de periode waarover subsidie wordt verstrekt, zoals vermeld bij vraag 4; Deze moet exclusief de hoeveelheid elektriciteit zijn die is opgewekt met water dat eerder specifiek is omhoog is gepompt ten behoeve van elektriciteitsproductie;

  • Indien voor de productie-installatie één of meer vergunningen op grond van de Woningwet, de Wet Milieubeheer, de Waterwet of de Wet op de Ruimtelijke Ordening zijn vereist, kopieën van de door het bevoegde gezag verleende vergunningen (zie ook vraag 4);

  • Indien de aanvrager niet de eigenaar of pachter/ gebruiker van de grond is: een aparte verklaring ondertekend door de eigenaar of pachter/ gebruiker dat u op de aangegeven plaats de productie-installatie mag plaatsen en exploiteren (zie ook vraag 4);

  • Indien u schrijfruimte tekort kwam: een projectplan van de installatie als omschreven bij vraag 5.

Controleer voordat u de aanvraag verstuurt of:

  • Het formulier volledig is ingevuld;

  • Het formulier is ondertekend met een originele handtekening.

  • Alle benodigde bijlagen zijn bijgevoegd.

Agentschap NL

Agentschap NL is een agentschap van het Ministerie van Economische Zaken. Agentschap NL voert beleid uit voor diverse ministeries als het gaat om duurzaamheid, innovatie en internationaal. Agentschap NL is hèt aanspreekpunt voor bedrijven, kennisinstellingen en overheden. Voor informatie en advies, financiering, netwerken en wet- en regelgeving.

De divisie NL Energie en Klimaat versterkt de samenleving door te werken aan de energie- en klimaatoplossingen van de toekomst.

Per 1 januari 2010 bundelen EVD, Octrooicentrum Nederland en SenterNovem hun krachten in één organisatie: Agentschap NL. Bij Agentschap NL kunnen ondernemers, kennisinstellingen en overheden terecht voor informatie, advies, financiering en netwerken op het gebied van duurzaam, innovatief en internationaal ondernemen en samenwerken. SenterNovem vormt vanaf 1 januari de divisies NL Energie en Klimaat, NL Milieu en Leefomgeving en NL Innovatie.

Bij publicaties van Agentschap NL die informeren over subsidieregelingen geldt dat de beoordeling van subsidieaanvragen uitsluitend plaatsvindt aan de hand van de officiële publicatie van het besluit in de Staatscourant.

BIJLAGE 6 BEHORENDE BIJ ARTIKEL 62, VIERDE LID

Stimuleringsregeling duurzame energieproductie (SDE)

Aanvraagformulier Warmtekrachtkoppeling

Aardgasgestookte WKK groter dan 150 MWe

Dit formulier is te vinden op www.agentschapnl.nl/sde.

Dit formulier is verstrekt door en moet worden ingediend bij:

Agentschap NL

Postbus 10073

8000 GB Zwolle

Telefoon 038-455 34 50

Bezoekadres Agentschap NL

Dokter van Deenweg 108

8025 BK Zwolle

Elektronisch aanvragen

Het is niet mogelijk om dit aanvraagformulier elektronisch bij Agentschap NL in te dienen.

Toelichting

Dit aanvraagformulier hoort bij de Stimuleringsregeling Duurzame Energieproductie (SDE). De categorieën installaties die in aanmerking kunnen komen voor SDE-subsidie en de bijbehorende eisen staan omschreven in de Regeling aanwijzing categorieën duurzame energieproductie 2010. U kunt deze regeling vinden op de www.agentschapnl.nl/sde.

Dit formulier is bedoeld om subsidie aan te vragen voor de Stimuleringsregeling Duurzame Energieproductie in de categorie:

  • Aardgasgestookte warmtekrachtkoppeling groter dan 150 MWe.

Met dit formulier kunt u uitsluitend een subsidieaanvraag doen voor bovengenoemde categorie. Voor andere categorieën zoals wind op land, biomassa, waterkracht, en zon-PV zijn (mits de regeling voor deze categorieën is opengesteld) andere aanvraagformulieren beschikbaar op www.agentschapnl.nl/sde.

Gebruik van dit formulier is verplicht. Subsidieaanvragen ingediend op andere wijze dan door gebruik van dit aanvraagformulier worden niet in behandeling genomen. Iedere afzonderlijke aanvraag dient op een apart aanvraagformulier te worden ingediend.

Waar u schrijfruimte tekort komt, mag u een bijlage toevoegen.

1. Gegevens aanvrager
  • a. Naam organisatie1: .....

  • b. Ondernemingsvorm2: .....

  • c. Vertegenwoordigd door: .....(m/v)

  • d. Functie: .....

  • e. Adres: .....

  • f. Postcode en plaats: .....

  • g. Postbusnummer: .....

  • h. Postcode en plaats: .....

  • i. Land: .....

  • j. Telefoonnummer: .....

  • k. E-mailadres: .....

  • l. Inschrijfnummer Kamer van Koophandel: .....

  • m. Ingeschreven bij de Kamer van Koophandel te: .....

  • n. IBAN3: NL □□ □□□□ □□□□□□□□□□

  • o. BIC3: □□□□ NL □□

  • p. Naam rekeninghouder: .....

  • q. Plaats rekeninghouder: .....

2. Gegevens contactpersoon (indien afwijkend van onder 1 ingevulde gegevens)
  • a. Naam organisatie: .....

  • b. Naam contactpersoon: ..... (m/v)

  • c. Functie: .....

  • d. Adres: .....

  • e. Postcode en plaats: .....

  • f. Land: .....

  • g. Telefoonnummer(s): .....

  • h. E-mail adres: .....

3. Locatiegegevens productie-installatie
  • a. Naam van de locatie: .....

  • b. Adres: .....

  • c. Postcode: .....

  • d. Plaats: .....

  • e. Kadastrale aanduiding indien het adres nog onbekend is: .....

  • f.

    EAN-code aansluitpunt4:

    □□□□□□□□□□□□□□□□□□

     

    ○ nog niet bekend

4. Projectgegevens
  • a. Technische gegevens van de warmtekrachtkoppeling met een vermogen groter dan 150 MWe

    • Bestaat de warmtekrachtkoppeling uit één of meerdere gasturbines?

      ○ ja

      ○ nee

      Bestaat de warmtekrachtkoppeling uit één of meerdere stoomturbines?

      ○ ja

      ○ nee

    • Wat is de samenstelling van de brandstof aangeven in percentages op basis van de calorische onderwaarde van de brandstof?

      Aardgas

      .....%

      Overig 1, namelijk .....

      .....%

      Overig 2 namelijk .....

      .....%

    • Geef in een bijlage een stroomschema van de warmtekrachtkoppeling waarin de hoofdcomponenten en de energiestromen (zoals brandstof, elektriciteit, stoomhoeveelheden, warmteproductie en retourwarmte) zijn aangegeven.

    • Wat is het nominale elektrische vermogen5 van de gasturbine(s)?

      gasturbine 1 .....MWe

      gasturbine 2 .....We

      gasturbine 3 .....MWe

      gasturbine 4 .....MWe

      gasturbine 5 .....MWe

      gasturbine 6 .....MWe

      Wat is het nominale elektrische vermogen van de stoomturbine(s)?

      stoomturbine 1 .....MWe

      stoomturbine 2 .....MWe

      stoomturbine 3 .....MWe

      stoomturbine 4 .....MWe

      stoomturbine 5 .....MWe

      stoomturbine 6 .....MWe

  • b. Wat zijn de condities van de warmtekrachtkoppeling in vollastbedrijf?

    • Is het opgesteld elektrisch vermogen nieuw vermogen

      ○ ja

      ○ nee

    • Totaal opgesteld elektrisch vermogen .....MWe

    • Wat is het totaal van het nieuw opgesteld elektrisch vermogen .....MWe

    • Totaal thermisch vermogen (nieuw) van de warmte die nuttig wordt gebruikt .....MWth

  • c. Wat is de verhouding tussen de nuttig gebruikte warmte en de totaal geproduceerde elektriciteit dat is bepaald bij de maximale productie van warmte die nuttig wordt gebruikt? (dit kan gelijk zijn aan de condities bij vollastbedrijf)

    • Het maximaal thermisch vermogen van de warmte die nuttig wordt gebruikt .....MWth (1)

    • Het maximaal elektrisch vermogen bepaald bij het maximaal thermisch vermogen van de warmte die nuttig wordt gebruikt .....MWe (2)

    • Warmtekrachtverhouding (1)/(2) .....

  • d. Waarvoor wordt de geproduceerde warmte (buiten de eigen installatie) gebruikt?

    • Aandeel voor industriële processen .....% op jaarbasis

    • Aandeel voor verwarmen van gebouwen en/of tuinbouwkassen .....% op jaarbasis

    • Aandeel voor overig, namelijk ..... .....% op jaarbasis

  • e. Het rendement van de warmtekrachtinstallatie in vollastbedrijf:

    • Onderste verbrandingswaarde van het aardgas .....MJ/Nm3 (1)

    • Aardgasverbruik van de warmtekrachtkoppeling .....Nm3 /uur (2)

    • Totaal productie van elektriciteit .....MWe (MWh/uur) (3)

    • Totaal eigen verbruik van elektriciteit .....MWe (MWh/uur) (4)

    • Nuttig gebruik van warmte .....GJ/uur (5)

    • Totaal elektrisch rendement ((3)-(4) * 3600) / ((1) * (2)) * 100% .....%

    • Totaal thermisch rendement (5) * 1000 / ((1) * (2)) * 100% .....%

  • f. Welke vergunningen zijn noodzakelijk voor de realisatie van het project?6:

    Bouwvergunning:

    ○ ja

    ○ nee

     

    afgiftedatum: .....-.....-.......... (dd-mm-jj)

    Milieuvergunning:

    ○ ja

    ○ nee

    ○ nvt7....

    afgiftedatum: .....-.....-.......... (dd-mm-jj)

    Waterwetvergunning8:

    ○ ja

    ○ nee

    ○ nvt

    afgiftedatum: .....-.....-.......... (dd-mm-jj)

         

    Let op: Als bijlage bij deze aanvraag moet u een kopie van de benodigde vergunningen meesturen.

  • g. Wat is de verwachte totale elektriciteitsproductie van uw installatie per kalenderjaar? .....MWh

  • h. Eigen verbruik van de warmtekrachtkoppeling: Hoeveel van de te produceren elektriciteit verwacht u zelf te gebruiken voor de warmtekrachtkoppeling per jaar? ..... MWh

  • i. Wat is de verwachte jaarlijkse hoeveelheid nuttig gebruikte warmte? .....GJ

Het aantal subsidiabele vollasturen is gemaximeerd op 5900 per jaar. De werkelijke elektriciteitsproductie kan dus hoger zijn. In een bijlage dient u een onderbouwing mee te sturen van de elektriciteits- en warmteproductie. Indien sprake is van een startdatum gedurende het jaar wordt de jaarproductie naar rato verdeeld, tenzij u in een bijlage een andere gewenste verdeling aangeeft.

Uw beschikking wordt gebaseerd op de gegevens die u heeft ingevuld bij vragen g, h en i. Op basis van het rendement van de warmtekrachtinstallatie en de geraamde productie van warmte en elektriciteit wordt bepaald hoeveel elektriciteitsproductie maximaal kan worden gesubsidieerd op basis van de Regeling certificaten warmtekrachtkoppeling Elektriciteitswet 1998.

5. Rangschikkingscriterium

U dient hieronder het kortingspercentage aan te geven dat u wilt toepassen bij de korting op de maximale subsidie. Het kortingspercentage is ook van toepassing op het maximum bedrag wat voor de gehele looptijd van de beschikking geldt.

Kortingspercentage: □□,□□ procent

6. Data
  • a.

    Beoogde datum van opdrachtverstrekking van de warmtekrachtkoppeling:

    .....-.....-.......... (dd-mm-jj)

  • b.

    Beoogde startdatum van de bouw van de warmtekrachtkoppeling:

    .....-.....-.......... (dd-mm-jj)

  • c.

    Beoogde datum ingebruikname:

    .....-.....-.......... (dd-mm-jj)

  • Datum vanaf wanneer u SDE-subsidie wilt ontvangen:

    01 -.....-.......... (dd-mm-jj)

    (De subsidieperiode start altijd op de eerste van de maand)

  • e. Projectplan: Een plan voor het in gebruik nemen en exploiteren van de productie-installatie. Dit bevat een uitgewerkte planning van de productie-installatie. Indien u schrijfruimte tekort komt kunt u het projectplan als aparte bijlage meesturen.

    .....

    .....

    .....

    .....

    .....

    .....

    .....

    .....

    .....

7. Financiële gegevens van het project
  • a. Investeringskosten

    Component/onderdeel WKK

    Kosten (€ mln)

    Warmte/kracht-installatie

     

    Bouwkundig

     

    Aansluitkosten op het net

     

    Overig, namelijk:

     
      
      
      

    Totaal

     
  • b. Exploitatiekosten

    Component/onderdeel onderhoud warmte/kacht-installatie

    Kosten (€ mln)/jaar

    Locatiekosten

    (bijvoorbeeld pacht, monitorings-en evaluatieprogramma Wbr-vergunning, ontmantelingskosten, etc)

     

    Onderhoudskosten

     

    Management- en verzekeringskosten

     

    Brandstofkosten

     

    Overig, namelijk:

     
      
      
      

    Totaal

     
      

    Let op: Bij dit aanvraagformulier dient u als bijlage een financieel plan mee te sturen.

    Uit het financieel plan moet blijken:

    • Onderbouwing van de investeringskosten;

    • Onderbouwing van de exploitatiekosten;

    • Onderbouwing van de beoogde inkomsten;

    • De beoogde financieringsconstructie (inclusief een opgave van het eigen vermogen);

    • Rentabiliteit;

    • Onderbouwing van het gevraagde tenderbedrag.

  • c.

    Zijn de onder a en b opgenomen kosten inclusief of exclusief BTW?

    ○ exclusief BTW

     

    ○ inclusief BTW

  • d.

    Kunt u BTW verrekenen?

    ○ ja

     

    ○ nee

8. Cumulatie en cumulatietoets Europees Milieusteunkader

Maakt u voor deze warmtekrachtkoppeling gebruik van, of heeft u in het verleden gebruik gemaakt van, of gaat u nog gebruik maken van, de volgende subsidies:

Regeling

ja/nee/niet van toepassing1

Meldingsnummer

Status aanvraag [aangevraagd/beschikt/uitbetaald]1

MEP

   

KV-MEP (kostenvergoeding)

   

SDE (anders dan deze aanvraag)

   

EIA (Energie-Investeringsaftrek)

   

Andere regelingen dan SDE en EIA, hierboven niet genoemd, te weten:

   
XNoot
1

Vul in wat van toepassing is.

Op grond van afspraken tussen de EU-landen zijn grenzen gesteld aan het verlenen van subsidies aan bedrijven.

Deze zijn vastgelegd in de ‘Communautaire richtsnoeren inzake staatssteun voor milieubescherming’ (2008/C 82/01). Hierin staat hoeveel subsidie maximaal is toegestaan voor uw project. Indien u voor uw project naast de SDE en/of Energie-Investeringsaftrek (EIA) nog andere vormen van overheidssteun ontvangt of gaat ontvangen kan het zijn dat u meer subsidie krijgt dan toegestaan.

9. Opmerkingen

Zijn er nog andere gegevens die voor de aanvraag van belang kunnen zijn?

  • nee

  • ja, namelijk:9

    .....

    .....

    .....

    .....

10. Ondertekening

Door het invullen en ondertekenen van deze verklaring verklaart u:

  • a. Dat u bekend bent met de inhoud van de voor deze aanvraag relevante verplichtingen en bepalingen uit het Besluit stimulering duurzame energieproductie en de ministeriële regelingen;

  • b. Dat voor de productie-installatie waarvoor u SDE-subsidie aanvraagt, niet eerder SDE- of MEP-subsidie is verleend10;

  • c. Dat u voor de productie-installatie waarvoor u SDE-subsidie aanvraagt in dezelfde aanvraagperiode maar één aanvraag indient;

  • d. Dat u bij Agentschap NL onverwijld schriftelijk melding zal doen van de indiening bij de rechtbank van een verzoek tot verlening van surseance van betaling of tot verzoek faillietverklaring of wanneer een verzoek is ingediend voor de schuldsaneringregeling natuurlijke personen of andere zaken die van invloed zijn op de subsidieverstrekking;

  • e. Dat u bij Agentschap NL onverwijld schriftelijk melding zal doen van essentiële wijzigingen:

    • Gewijzigde datum van ingebruikname;

    • Gewijzigde aanvangsdatum van subsidieperiode;

    • Uitbedrijfname of langdurige stilstand;

    • Renovatie en uitbreiding;

    • Wijzigingen van de technische specificatie van de installatie;

    • Wijzigingen in de gegevens van de aanvrager/ eigendom van de installatie;

    • Wijzigingen in de locatie;

    • Overige essentiële wijzigingen.

  • f. Dat u akkoord gaat met het uitwisselen van alle noodzakelijke gegevens voor subsidieverstrekking tussen Agentschap NL en de garantiebeheerinstantie en de netbeheerder;

  • g. Dat deze verklaring juist, volledig en waarheidsgetrouw is ingevuld.

Dit formulier moet worden ondertekend door de aanvrager. Indien dit formulier wordt ondertekend door een ander dan de aanvrager moet een machtiging van de aanvrager worden bijgevoegd. Bij een machtiging kunt u aangeven dat deze geldt voor de gehele looptijd van het SDE-traject van de betreffende installatie.

Aldus naar waarheid ingevuld,

Naam ondertekenaar: .....

○ Dhr

○ Mw

Plaats: .....

  

Datum: .....

  

Handtekening: .....

  

Bij dit aanvraagformulier moet u de volgende bijlagen meesturen:

  • Een machtiging indien dit formulier is ondertekend door een ander dan de aanvrager. Bij een machtiging kunt u aangeven dat deze geldt voor de gehele looptijd van het SDE-traject van de betreffende installatie;

  • Indien sprake is van een VOF, CV of Maatschap: een machtiging of ondertekening van alle maten of vennoten;

  • Een stroomschema van de warmtekrachtkoppeling met daarin de hoofdcomponenten en de energiestromen aangegeven, zoals vermeld bij vraag 4;

  • Een onderbouwing van de totale elektriciteitsproductie en productie van nuttig aan te wenden warmte van de warmtekrachtkoppeling per kalenderjaar in de periode waarover subsidie wordt verstrekt, zoals vermeld bij vraag 4;

  • Indien voor de productie-installatie één of meer vergunningen op grond van de Woningwet, de Wet Milieubeheer, de Waterwet of de Wet op de Ruimtelijke Ordening zijn vereist, kopieën van de door het bevoegde gezag verleende vergunningen (zie ook vraag 4);

  • Indien u schrijfruimte tekort kwam: een projectplan van de installatie als omschreven bij vraag 6;

  • Een financieel plan als vermeld in vraag 7.

Controleer voordat u de aanvraag verstuurt of:

  • Het formulier volledig is ingevuld;

  • Het formulier is ondertekend met een originele handtekening.

  • Alle benodigde bijlagen zijn bijgevoegd.

Agentschap NL

Agentschap NL is een agentschap van het Ministerie van Economische Zaken. Agentschap NL voert beleid uit voor diverse ministeries als het gaat om duurzaamheid, innovatie en internationaal. Agentschap NL is hèt aanspreekpunt voor bedrijven, kennisinstellingen en overheden. Voor informatie en advies, financiering, netwerken en wet- en regelgeving.

De divisie NL Energie en Klimaat versterkt de samenleving door te werken aan de energie- en klimaatoplossingen van de toekomst.

Per 1 januari 2010 bundelen EVD, Octrooicentrum Nederland en SenterNovem hun krachten in één organisatie: Agentschap NL. Bij Agentschap NL kunnen ondernemers, kennisinstellingen en overheden terecht voor informatie, advies, financiering en netwerken op het gebied van duurzaam, innovatief en internationaal ondernemen en samenwerken. SenterNovem vormt vanaf 1 januari de divisies NL Energie en Klimaat, NL Milieu en Leefomgeving en NL Innovatie.

Bij publicaties van Agentschap NL die informeren over subsidieregelingen geldt dat de beoordeling van subsidieaanvragen uitsluitend plaatsvindt aan de hand van de officiële publicatie van het besluit in de Staatscourant.

TOELICHTING

1. Doel en aanleiding

In het Besluit stimulering duurzame energieproductie (hierna: Besluit SDE) is een voorziening gecreëerd voor stimulering van de productie van hernieuwbare elektriciteit, de productie van hernieuwbaar gas en de productie van elektriciteit opgewekt door middel van warmtekrachtkoppeling. De basis van het Besluit SDE wordt gevormd door artikel 3 van de Kaderwet EZ-subsidies.

In deze regeling wordt de mogelijkheid tot stimulering van de productie van hernieuwbare elektriciteit en de productie van hernieuwbaar gas ingevuld voor het jaar 2010. Ook is in onderhavige regeling de mogelijkheid tot stimulering van de productie van elektriciteit opgewekt door middel van warmtekrachtkoppeling ingevuld.

In het Besluit SDE is bepaald dat een aantal onderdelen bij ministeriële regeling wordt vastgesteld. In deze regeling wordt voor het jaar 2010 een aantal, voor de subsidieverlening bepalende factoren vastgesteld. Het gaat daarbij met name om de volgende aspecten:

  • a. De categorieën productie-installaties die in aanmerking komen voor subsidie;

  • b. Het basisbedrag per kWh of per Nm3 aardgasequivalent voor categorieën hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbaar gas;

  • c. De basiselektriciteitsprijs ingeval van hernieuwbare elektriciteit en de basisgasprijs ingeval van hernieuwbaar gas;

  • d. De subsidieplafonds voor de verschillende categorieën productie-installaties.

  • e. De looptijd of de subsidieperiode van de subsidiebeschikking;

  • f. Het maximaal aantal vollasturen waarover jaarlijks subsidie wordt uitgekeerd voor de verschillende categorieën productie-installaties;

  • g. De wijze van verdeling van het beschikbare subsidiebedrag voor de verschillende categorieën productie-installaties;

  • h. De correctiebedragen van de categorieën hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbaar gas voor de voorschotten in 2010;

  • i. Het bedrag waarop de subsidie per kWh ten hoogste kan worden vastgesteld gedurende de looptijd van een beschikking voor de categorie warmtekrachtkoppeling;

  • j. Het subsidiebedrag in 2010 voor warmtekrachtkoppeling.

2. Uitgangspunten basisbedragen en categorie-indeling

Een belangrijk onderdeel van de onderhavige regeling betreft het vaststellen van de basisbedragen per kWh of Nm3 aardgasequivalent. De basisbedragen worden zodanig gekozen dat zij maximaal de gemiddelde kosten per energie-eenheid van een productie-installatie reflecteren.

Naast de basisbedragen zijn ook de jaarlijks vast te stellen correctiebedragen en de basiselektriciteitsprijs of basisgasprijs (zie hierna) relevant voor de berekening van het daadwerkelijke jaarlijks subsidietarief. Voor een toelichting op de berekeningssystematiek wordt verwezen naar paragraaf 2.5 van de nota van toelichting bij het Besluit SDE.

Er zijn verschillende wijzen van productie van hernieuwbare elektriciteit of hernieuwbaar gas, met onderlinge verschillen in de gemiddelde kosten per energie-eenheid. Daarom zijn in deze regeling verschillende categorieën productie-installaties onderscheiden. Daarbij hebben de volgende factoren een rol gespeeld. In de eerste plaats is een onderscheid gemaakt naar de gebruikte duurzame energiebronnen. Dit zijn: wind, zon, biomassa en waterkracht. Binnen deze energiebronnen is gezocht naar categorieën installaties met een vergelijkbare gemiddelde kostprijs per geproduceerde energie-eenheid. Daarbij is gebruik gemaakt van de door ECN en KEMA uitgevoerde berekeningen van de basisbedragen voor de diverse categorieën productie-installaties (zie http://www.ecn.nl/docs/library/report/2009/e09058.pdf). Evenals vorig jaar is ervoor gekozen de bandbreedte van de gemiddelde kosten per energie-eenheid binnen een categorie zo klein mogelijk te houden, met inachtneming van het generieke karakter van deze subsidieregeling. Dit is een voorwaarde om het basisbedrag zo nauwkeurig mogelijk aan te laten sluiten bij de daadwerkelijk gemiddelde kosten per geproduceerde energie-eenheid.

Verder is gekeken naar de kosteneffectiviteit van de verschillende categorieën productie-installaties in relatie tot het toekomstig mogelijke potentieel en te realiseren kostendalingen van deze categorieën.

In de motie Spies c.s. (TK 31239, nr. 79) is de regering verzocht om de basisbedragen voor de categorie elektriciteitsopwekking door middel van co-vergisting en kleinschalige verbranding van biomassa te verhogen. De uitvoering van deze motie heeft geleid tot een staffel van de basisbedragen voor deze categorie die hoger is dan de staffel van de basisbedragen in het jaar 2009. In de SDE 2009 waren co-vergisting, kleinschalige verbranding van vaste biomassa en kleinschalige verbranding van vloeibare biomassa opgenomen in één categorie. Na uitvoering van de motie Spies c.s. is dit niet meer op dezelfde wijze mogelijk. Daarom is kleinschalige verbranding met plantaardige en dierlijke restvetten en restoliën als een aparte categorie in de regeling opgenomen met lagere basisbedragen. De reden van deze extra categorie is dat de onrendabele top van kleinschalige verbranding van deze vloeibare biomassa lager is dan die van co-vergisting en verbranding van vaste biomassa en tevens lager ligt dan de staffel van basisbedragen voor laatstgenoemde categorie. Indien kleinschalige verbranding van deze soorten vloeibare biomassa niet als aparte categorie zou worden aangewezen, dan zou dit leiden tot overstimulering en wordt aan kleinschalige verbranding van deze soorten vloeibare biomassa meer subsidie gegeven dan de door ECN berekende onrendabele top. Dit staat het Milieusteunkader van de Europese Commissie niet toe.

De inzet van biomassa is in een aantal gevallen te kostbaar in relatie tot de aspecten kosteneffectiviteit, toekomstig mogelijk potentieel en te realiseren kostendalingen om een volledige afdekking van de kosten via deze regeling te rechtvaardigen. Op grond van deze afweging is het advies van ECN ten aanzien van elektriciteitsopwekking door middel van co-vergisting en kleinschalige verbranding van biomassa niet overgenomen en is een lager basisbedrag vastgesteld. De staffel van basisbedragen is voor 2010 wel hoger vastgesteld dan voor 2009, maar nog steeds niet zo hoog dat daarmee de volledige onrendabele top wordt gesubsidieerd. Het is aan de markt om te bezien of men binnen deze categorie projecten tegen dit basisbedrag kan realiseren. Voor de productie van hernieuwbaar gas is er in afwijking van het advies van ECN voor gekozen om de basisbedragen per Nm3 aardgasequivalent te relateren aan de basisbedragen bij elektriciteitsopwekking en wel op een zodanige manier dat het basisbedrag per eenheid primaire energie bij gasproductie gelijk is aan het basisbedrag bij elektriciteitsproductie. Daarmee wordt de lijn die reeds in 2008 was ingezet bij de gasproductie op basis van GFT- en covergisting ook in 2010 doorgetrokken. De basisbedragen zijn als gevolg van de uitvoering van de motie Spies c.s. verhoogd ten opzichte van de openstelling van de SDE in 2009.

De Europese Commissie heeft regelgeving opgesteld ten aanzien van de duurzaamheid van vloeibare biomassa voor duurzame elektriciteitsproductie. Naar verwachting presenteert de Commissie binnenkort een communicatie met verdere toelichting op deze duurzaamheidscriteria. Voorts heeft de Commissie aangekondigd uiterlijk in het voorjaar van 2010 met een mededeling te komen, waarin ze aangeeft of gestart wordt met het ontwikkelen van duurzaamheidscriteria voor vaste biomassa. Het uitgangspunt tot die tijd is dan ook, net als voorgaande jaren, zoveel mogelijk de duurzaamheidsrisico’s ten aanzien van de inzet van biomassa uit te sluiten. Daarom zijn ook dit jaar installaties die geheel of gedeeltelijk gebruik maken van vloeibare oliën of vetten binnen deze regeling uitgesloten, tenzij het gaat om reststromen. In 2010 is de inzet van biomassastromen verder verbreed. De toegestane stromen in de categorieën gft-vergisting voor zowel biomassa elektriciteit als gas worden uitgebreid met vloeibare reststromen en reststromen uit de voedings- en genotmiddelen industrie (VGI). De reststromen mogen tot maximaal 50% worden bijgemengd. Het bijmengen van VGI-reststromen zorgt voor een betere werking van de installatie.

Zonne-energie (elektriciteit uit zonlicht, zon-pv) is een categorie die sinds 2008 in de SDE is opgenomen. Vanaf 2009 worden er naast kleine systemen tevens middelgrote systemen gesubsidieerd. Op grond van het Besluit SDE wordt alleen opgewekte elektriciteit gesubsidieerd die op een net (in de zin van artikel 1 van de Elektriciteitswet 1998) wordt ingevoed. Voor het invoeden op een installatie wordt geen subsidie verstrekt, tenzij bij ministeriële regeling anders wordt bepaald. Voor veel installaties met een kleiner vermogen, zoals zon-pv installaties, geldt dat deze de opgewekte elektriciteit allereerst voor eigen verbruik benutten. Om die reden wordt evenals in 2008 en 2009 ook het eigen verbruik van zon-pv installaties gesubsidieerd. De door de garantiebeheerinstantie afgegeven garanties van oorsprong voor niet-netlevering (op grond van de Regeling garanties van oorsprong voor duurzame elektriciteit) zullen als bewijs dienen dat een bepaalde hoeveelheid hernieuwbare elektriciteit is opgewekt en is verbruikt. Vanaf dit jaar is de ondergrens voor het in aanmerking komen van subsidie in de kleine categorie zon-pv verhoogd van 0,6 kWp opgesteld vermogen naar 1 kWp opgesteld vermogen. De reden hiervan is dat installaties kleiner dan 1 kWp relatief hoge administratieve lasten en vaste kosten hebben. Daarnaast wordt in de kleine categorie zon-pv niet meer over de gehele productie subsidie verstrekt. Alleen de eerste 6.375 kWh opgewekte elektriciteit per jaar, wat overeenkomt met een opgesteld vermogen van 7,5 kWp komt voor subsidie in aanmerking. Reden hiervan is dat de grotere installaties, boven 7,5 kWp opgesteld vermogen, binnen deze categorie veelal door niet-particulieren worden aangevraagd. Deze groep aanvragers heeft ten opzichte van particulieren financieel een aantal (fiscale) voordelen. Door opgewekte elektriciteit boven 6.375 kWh per jaar niet meer te subsidiëren wordt gecorrigeerd voor deze voordelen.

Waterkracht is binnen de SDE sinds 2009 een subsidiabele energiebron. Evenals in 2009 zijn er twee categorieën onderscheiden, waterkracht met een valhoogte tot 5 meter, en waterkracht met een valhoogte van 5 meter en meer, aangezien de rentabiliteit van een project lineair samenhangt met de valhoogte en het waterdebiet. Een grotere valhoogte geeft bij gelijke omstandigheden een grotere energieopbrengst. Een beperkt aantal mogelijke projecten met een valhoogte gelijk aan, of groter dan 5 meter bevindt zich in de rivier de Maas. Er is een groter potentieel aan projecten met een valhoogte tot 5 meter. Deze bevinden zich in rivieren, zoals de Maas, en in dammen in de Deltawerken in Zeeland en in de Afsluitdijk. Deze laatste zijn getijdenenergieprojecten.

In de categorie wind op land is ten opzichte van de jaargangen 2008 en 2009 een wijziging doorgevoerd. Om A-locaties de gelegenheid te bieden de wind optimaal te benutten, wordt in 2010 onder het plafond van wind op land een subcategorie opengesteld voor grote windturbines (minimaal 6 MW nominaal opgesteld vermogen). Deze windturbines krijgen hetzelfde basisbedrag als de kleinere windturbines, maar met meer vollasturen. Grote windturbines zijn weliswaar duurder, maar maken meer vollasturen en zijn daardoor nagenoeg even kosteneffectief per geproduceerde kilowattuur als de kleinere windturbines.

In de SDE 2010 is tevens de mogelijkheid gecreëerd om warmtekrachtkoppeling te ondersteunen. De regeling richt zich op grote industriële warmtekrachtkoppeling die voor minimaal 90% aardgasgestookt is. Het betreft hier nieuwe installaties met een elektrisch vermogen van groter dan 150 MWe van het type STEG. Een STEG-installatie is een installatie bestaande uit één of meerdere stoom- en gasturbines, waarbij de warmte uit de gasturbine uitsluitend of in hoofdzaak wordt aangewend voor de productie van stoom, waarmee achtereenvolgens een stoomturbine wordt aangedreven. Een installatie voor de productie van warmtekrachtkoppeling dient om voor subsidie in aanmerking te komen bij maximale productie van nuttige warmte, in staat te zijn nuttige warmte en elektriciteit te produceren met een verhouding groter of gelijk aan 0,6. Deze eis is opgenomen om te voorkomen dat elektriciteitsproductie-installaties waarvan slechts weinig warmte nuttig wordt aangewend, zich zouden kunnen kwalificeren voor de regeling en dus beslag zouden kunnen leggen op budgetruimte. Daarnaast dient de installatie in staat te zijn in vollastbedrijf, bij een minimale verhouding tussen productie van nuttige warmte en elektriciteit van 0,6, een besparing op primaire energie op te leveren van ten minste 10%. Deze rendementeis wordt gesteld om te voorkomen dat installaties die slechts een laag percentage hoogrenderende warmtekrachtkoppeling kunnen produceren zich zouden kwalificeren voor de regeling, en er dus budget gereserveerd dient te worden voor de installaties, terwijl de besparing met deze installaties beperkt is.

Deze besparing zal worden bepaald ten opzichte van de referenties van gescheiden productie van warmte en elektriciteit, zoals deze gelden op grond van Richtlijn 2004/8/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 11 februari 2004 inzake de bevordering van warmtekrachtkoppeling op basis van de vraag naar nuttige warmte binnen de interne energiemarkt en tot wijziging van richtlijn 92/94/EEG (PbEG L 52). Deze besparing kan worden bepaald op basis van technische gegevens van de installatie en de praktijktoepassing waarvan aannemelijk gemaakt dient te worden dat er sprake is van nuttige toepassing van warmte.

De verhouding tussen de nuttig toegepaste warmte en de totale elektriciteitsproductie van de installatie voor de productie van warmtekrachtkoppeling wordt tijdens de productie maandelijks bepaald. Voor de productie geldt ook een eis ten aanzien van de verhouding tussen elektriciteit en nuttig gebruikte warmte. Slechts in een maand waarin de verhouding tussen de totale hoeveelheid elektriciteit opgewekt door middel van warmtekrachtkoppeling en nuttig gebruikte warmte gelijk is aan of hoger is dan 0,6 worden certificaten op grond van de Regeling certificaten warmtekrachtkoppeling Elektriciteitswet 1998 afgegeven en komt de productie in aanmerking voor subsidie. Dit betekent dat de productie in een maand waarin deze verhouding lager is dan 0,6 in zijn geheel niet in aanmerking komt voor subsidie omdat er voor die maand geen certificaten worden afgegeven. Op grond van het Besluit SDE komen alleen kWh’s waarvoor certificaten zijn afgegeven (en die voldoen aan de overige voorwaarden) voor subsidie in aanmerking. Met het stellen van deze eis wordt aangestuurd op substantiële warmtebenutting.

Om de regeling specifiek te richten op toepassingen in de industrie is als eis gesteld dat tenminste 90% van de warmte dient te worden gebruikt in industriële processen.

3. Berekeningswijze basisbedragen hernieuwbare energie en jaarlijkse subsidiebedragen warmtekrachtkoppeling

Voor het vaststellen van de basisbedragen voor 2010 is gebruik gemaakt van de eerder genoemde, door ECN en KEMA uitgevoerde berekeningen van de basisbedragen voor de diverse categorieën productie-installaties. Hierboven is reeds toegelicht dat bij biomassa de vastgestelde basisbedragen in aantal gevallen afwijken van de door ECN en KEMA berekende basisbedragen. Ook voor het bepalen van het subsidiebedrag voor WKK voor 2010 is gebruikt gemaakt van onderzoek door ECN waarvan de resultaten zijn opgenomen in het rapport Technische ondersteuning subsidieberekening SDE WKK 2010 (ECN-E--09-069) van J.S. Hers en W. Wetzels (Kamerstukken 2009–2010 31239 nr. 74.).

3.1 Windenergie

Bij windenergie is bij de berekening van het basisbedrag voor molens met een vermogen per turbine kleiner dan 6 MW uitgegaan van gemiddeld 2200 vollasturen per jaar gedurende de looptijd van de beschikking en voor molens met een vermogen per turbine groter dan of gelijk aan 6 MW uitgegaan van gemiddeld 3095 vollasturen per jaar gedurende de looptijd van de beschikking. Windenergie heeft echter als kenmerk dat de opbrengst in extreme situaties in enig kalenderjaar tot wel 20% kan afwijken van het verwachte gemiddelde. Voor de opbrengst aan elektriciteitsinkomsten over de totale looptijd van de beschikking maakt dit niet uit, aangezien een slecht jaar gemiddeld gecompenseerd zal worden door een goed jaar. Dit geeft ook gelijk een prikkel aan de exploitant om te streven naar maximale efficiency, goede locaties en zo hoog mogelijke beschikbaarheid voor de windmolen vanwege de extra elektriciteitsinkomsten. Voor de subsidie ligt dit anders. In deze regeling wordt het maximaal aantal vollasturen vastgesteld waarover per jaar subsidie kan worden uitgekeerd. Het ligt in de rede om dat aantal vast te stellen op het aantal dat is gebruikt bij het berekenen van het basisbedrag. Dit maximum zou echter met zich meebrengen dat een windmolenexploitant in een slecht windjaar minder subsidie krijgt, terwijl dit niet kan worden gecompenseerd in een goed windjaar, omdat de subsidie is gemaximeerd. Over de totale looptijd van de beschikking krijgt de exploitant dan minder subsidie dan gewenst wordt geacht. Om dit te voorkomen, wordt de subsidie uitgekeerd over maximaal 80% van eerdergenoemde 2200 respectievelijk 3095 vollasturen, i.c. 1760 respectievelijk 2476 vollasturen. Om er voor te zorgen dat exploitanten bij dit bijgestelde maximum van 80% van de vollasturen geen lager subsidiebedrag ontvangen, is bij de vaststelling van het basisbedrag het berekende basisbedrag vermenigvuldigd met een correctiefactor van 1,25 (= 1/80%). Dezelfde correctie wordt ook toegepast bij het vaststellen van de basiselektriciteitsprijs en bij het jaarlijks vast te stellen correctiebedrag.

3.2 Biomassa

Bij de categorieën biomassa is in de SDE voor 2010 evenals in 2009 een prikkel opgenomen voor de producent om zoveel mogelijk restwarmte die vrijkomt bij de productie van elektriciteit uit biomassa, nuttig aan te wenden. Dit is gedaan om producenten te stimuleren zoveel mogelijk fossiele brandstoffen te laten besparen met de inzet van een eenheid biomassa.

Deze prikkel is ingebouwd door de basisbedragen voor biomassa op te laten lopen naarmate er per kWh elektriciteit meer warmte nuttig wordt aangewend. Het is niet de bedoeling de separate productie van bio-warmte (bijvoorbeeld in een ketel) te stimuleren. De motivatie hiervoor is dat juist bij de combinatie van de opwekking van elektriciteit en warmte de maximale hoeveelheid primaire energie kan worden uitgespaard ten aanzien van een hoeveelheid biomassa.

De biomassacategorieën met warmtestaffel zijn ‘verbranding (10–50 MW)’, ‘GFT vergisting’, ‘vergisting en co-vergisting van dierlijke mest en kleinschalige verbranding van vaste en vloeibare biomassa zonder gebruik van plantaardige en dierlijke restvetten en restoliën’ en ‘kleinschalige verbranding van vaste en vloeibare biomassa, waarbij het gebruik van plantaardige en dierlijke restvetten en restoliën wel is toegestaan’.

De categorie ‘overige vergisting’ heeft geen warmtestaffel maar bij de berekening van het basisbedrag voor deze categorie is ook uitgegaan van een nuttige aanwending van warmte omdat dit voor dit soort projecten gebruikelijk is.

De hoeveelheid nuttig aangewende warmte wordt bepaald aan de hand van een meetprotocol. De meetvoorwaarden waaraan dit meetprotocol moet voldoen, zijn opgenomen in de bijlage bij de Regeling garanties van oorsprong. In de Regeling garanties van oorsprong is aangegeven welke warmtetoepassingen in aanmerking komen om te worden meegerekend als nuttig aangewende warmte.

Ieder jaar wordt vastgesteld wat de gemiddelde hoeveelheid warmte is geweest die per kWh nuttig is aangewend. Op basis van deze waarde wordt vastgesteld welke trede in de staffel voor die installatie in dat betreffende jaar van toepassing is en op basis van welk basisbedrag de producent dat jaar subsidie ontvangt. Dit kan per jaar wijzigen indien de warmteaanwending per kWh van het project in tijd wijzigt. De staffel met basisbedragen staat voor de levensduur van de installatie wel vast.

3.3 Afvalverbrandingsinstallaties (AVI’s)

Bij de categorie afvalverbrandingsinstallaties is de primaire taak van een afvalverbrandingsinstallatie – het verbranden van afval – als uitgangspunt genomen. Afval bestaat in 2010 gemiddeld voor 49% uit biogene fractie. Dit is 1 procentpunt meer dan in de jaren 2008 en 2009. De warmte die vrij komt bij het verbranden van dit deels biogene afval dient nuttig te worden aangewend in de vorm van elektriciteit of warmte. Hiermee wordt een bijdrage geleverd aan de duurzame energiedoelstelling. Vanwege de genoemde primaire taak is subsidiëring van een standaardafvalverbrandingsinstallatie vanuit het energiebeleid niet nodig. Om voor subsidie in aanmerking te komen, dienen afvalverbrandingsinstallaties meer energie dan een standaardafvalverbrandingsinstallatie te produceren uit het gedeeltelijk biogene afval. Daarmee leveren zij een extra bijdrage aan het behalen van de duurzame-energiedoelstelling. Dit komt tot uiting in hogere rendementen dan bij standaardinstallaties.

Gelet op de duurzame energiedoelstelling, de doelstellingen van het afvalbeleid in Nederland en de huidige stand van de techniek, is het minimumrendement dat een afvalverbrandingsinstallatie moet behalen om voor subsidiëring onder deze regeling in aanmerking te komen 22% (de standaard rendementsnorm van een gemiddelde afvalverbrandingsinstallatie). Om deze reden komen installaties met een rendement van 22% of lager niet in aanmerking voor subsidie.

Om tot een hoger rendement te komen zijn additionele investeringen vereist ten opzichte van een afvalverbrandingsinstallatie die de rendementsnorm van 22% haalt. Deze additionele investeringen worden meegerekend bij het berekenen van de basisbedragen. Bij deze berekeningen is rekening gehouden met de volgende uitgangspunten.

  • a. Er wordt niet uitgegaan van de gemiddelde kosten van de gehele installatie, maar uitsluitend van de kosten van de delen van de afvalverbrandingsinstallatie die nodig zijn om elektriciteit op te wekken en in te voeden op het elektriciteitsnet. De berekeningen hebben daarom betrekking op het energiebedrijf van de afvalverbrandingsinstallatie. Bij de investeringsbeslissing om meer duurzame energie met een hoog rendement op te wekken, zijn immers alleen de kosten van de energieopwekking bepalend.

  • b. Voor het bepalen van de hoogte van het basisbedrag zijn uitsluitend de additionele investeringskosten en bedrijfsvoeringkosten ten opzichte van een standaard afvalverbrandingsinstallatie met een energetisch rendement van 22% bepalend.

  • c. De meerkosten van de energieopwekking zullen toenemen naarmate het rendement toeneemt. Daarom is het basisbedrag bij afvalverbrandingsinstallaties afhankelijk gemaakt van de hoogte van het rendement. Dit komt tot uiting in een per procentpunt rendementstoename oplopend basisbedrag (de zogenaamde staffel).

Afval bestaat gemiddeld voor 49% uit biogene fractie. Alleen energieopwekking uit dit deel van het afval is te beschouwen als opwekking van hernieuwbare energie en komt op basis daarvan voor subsidie in aanmerking. In de praktijk betekent dit dat 49% van de totaal geproduceerde elektriciteit voor subsidie vanuit de SDE in aanmerking komt. De door ECN en KEMA berekende basisbedragen voor afvalverbrandingsinstallaties met een verschillend energetisch rendement die ten grondslag hebben gelegen aan de staffel, zijn echter berekend op basis van de volledige elektriciteitsproductie. Wanneer een op basis van deze bedragen berekend subsidiebedrag alleen wordt uitgekeerd over 49% van de productie, zijnde het biogene deel, dan is de subsidie niet voldoende om de kosten te dekken. De op basis van de ECN-berekeningen vastgestelde staffelbedragen moeten dus worden gedeeld door 49% om dit effect te compenseren. Net als bij wind op land zal dezelfde correctiefactor ook worden toegepast bij het vaststellen van de basiselektriciteitsprijs en bij het jaarlijks vast te stellen correctiebedrag. De onrendabele top voor afvalverbrandingsinstallaties is ten opzichte van 2009 niet veranderd. Vanwege de stijging van het percentage biogene fractie van het afval van 48% tot 49% zijn ten opzichte van vorige jaar, vanwege bovenstaand toegelichte systematiek, wel veranderingen doorgevoerd in het aantal vollasturen dat voor subsidie in aanmerking komt, de staffel met de basisbedragen voor afvalverbrandingsinstallaties en de basiselektriciteitsprijs. Ook bij de correctie-bedragen voor 2010 is hiermee rekening gehouden.

3.4 Warmtekrachtkoppeling

Voor warmtekrachtkoppeling wordt de hoogte van het subsidiebedrag jaarlijks vastgesteld zodanig dat daarmee ten hoogste het verschil tussen de gemiddelde productiekosten van warmte en elektriciteit opgewekt door middel van warmtekrachtkoppeling en de marktprijzen van warmte en elektriciteit wordt gecompenseerd. Bij de vaststelling van het jaarlijkse subsidiebedrag zal gebruik worden gemaakt van relevante indicatoren die bepalend zijn voor het genoemde prijsverschil. De subsidie zal worden uitgekeerd per hoogrenderende kWh waaraan certificaten zijn verstrekt op basis van de Regeling certificaten warmtekrachtkoppeling Elektriciteitswet 1998. Deze regeling zal worden aangepast zodanig dat, aansluitend bij de systematiek van richtlijn nr. 2004/8/EG inzake de bevordering van warmtekrachtkoppeling, slechts certificaten zullen worden verstrekt aan hoogrenderende warmtekrachtkoppeling. Bij berekening van het jaarlijkse subsidiebedrag wordt uitgegaan van volledige hoogrenderende productie. Naarmate een installatie minder dan volledig hoogrenderend produceert, zal een kleiner deel van de productie in aanmerking komen voor certificaten en subsidie. Hiermee wordt een prikkel gegeven voor energie-efficiënte productie en investeringen in juist die installaties die (bijna) volledig hoogrenderend kunnen produceren.

Bij de jaarlijkse vaststelling van het maximale subsidiebedrag zal tevens rekening worden gehouden met eventuele overwinsten behaald in voorgaande jaren. Cumulatieve verdisconteerde winst in voorgaande jaren zal hierbij in mindering worden gebracht op de uit te betalen subsidie in enig jaar. Dit om te voorkomen dat producenten die aantrekkelijke rendementen halen, direct subsidie ontvangen in een jaar van tegenvallende marktomstandigheden. Met winst wordt hier bedoeld: inkomsten boven het voor de regeling geldende ondersteuningsniveau.

Het jaarlijks opnieuw te bepalen subsidiebedrag wordt voor warmtekrachtkoppeling gemaximeerd. Dit door vooraf per categorie een bedrag vast te stellen waarop de subsidie ten hoogste kan worden vastgesteld gedurende de looptijd van een beschikking tot subsidieverlening. Met het stellen van een maximum wordt voorkomen dat het subsidiebedrag bij ongunstige marktomstandigheden kan blijven oplopen. Bovendien wordt met dit maximum de vereiste budgettaire reservering beperkt. Bij de categorieën voor hernieuwbare energie bestaat ook een dergelijke maximering, maar dan in de vorm van het vaststellen van een basis gas- en elektriciteitsprijs. Het maximeren van het bedrag waarop de subsidie kan worden vastgesteld vertegenwoordigt een risico voor de investeerder. Boven dit bedrag wordt namelijk niet meer gecompenseerd voor tegenvallende marktomstandigheden. Om de investeerder te compenseren voor dit risico is een premie opgenomen in de subsidiebedragen. Bij de keuze van het bedrag waarop de subsidie ten hoogste kan worden vastgesteld is een optimum gevonden in enerzijds risico-afdekking en anderzijds het niet te hoog oplopen van subsidiebedragen en vereiste reserveringen voor tegenvallende marktomstandigheden. De formule waarmee jaarlijks de subsidiebedragen zullen worden berekend is nader toegelicht in het ECN-rapport Technische ondersteuning subsidieberekening SDE WKK 2010 (ECN-E--09-069).

4. Vaststelling basiselektriciteitsprijs en basisgasprijs

Naast de basisbedragen zijn ook de jaarlijks vast te stellen correctiebedragen en de basiselektriciteitsprijs of basisgasprijs van belang voor de berekening van het daadwerkelijke jaarlijkse subsidiebedrag.

De basiselektriciteitsprijs en de basisgasprijs vertegenwoordigen de laagste waarde van de elektriciteits- en gasprijs waarmee zal worden gecorrigeerd. Dit is de grens tot waar de elektriciteit- en gasprijs wordt aangevuld met subsidie tot het basisbedrag.

Met de vaststelling van de basiselektriciteitsprijs en de basisgasprijs wordt voorkomen dat het subsidietarief bij sterk dalende elektriciteit- en gasprijzen kan blijven oplopen. Tevens wordt voorkomen dat relatief grote budgettaire reserveringen zijn vereist. Dit zou ten koste gaan van het aantal beschikkingen dat kan worden afgegeven op basis van het Besluit SDE.

De basiselektriciteitsprijs en de basisgasprijs vertegenwoordigen een risico voor de producent. Indien de daadwerkelijke energieprijs lager is dan de basiselektriciteits- of basisgasprijs, zal het subsidietarief immers niet langer voldoende zijn om de gemiddelde kosten per kWh of Nm3 gas te dekken. Overigens is in de basisbedragen een premie opgenomen ter compensatie van het risico dat de producent loopt als gevolg van de basiselektriciteits en basisgasprijs.

In deze regeling worden de volgende lange termijn prijzen gebruikt:

  • a. elektriciteitsproductie (baseload): € 0,066 per kWh;

  • b. elektriciteitsleveringstarief voor kleinverbruikers: € 0,23 per kWh

  • c. gasprijs: € 0,22 per Nm3 gas.

De basiselektriciteitsprijs en de basisgasprijs zijn vastgesteld op 2/3 van de voor de lange termijn verwachte voor de betreffende categorie relevante energieprijs.

Voor de categorie zon-pv met een vermogen groter dan of gelijk aan 1,0 kWp tot en met 15 kWp wordt de basiselektriciteitsprijs gebaseerd op het leveringsstarief voor kleinverbruikers, omdat dit tarief de voor de betreffende categorie relevante energieprijs is. Het leveringstarief bestaat uit elektriciteitsopwekkingkosten, het zogenaamde gebruikersprofiel en belastingen. De factor 2/3 wordt in onderstaande berekening uitsluitend op bovengenoemd elektriciteits leveringstarief toegepast. De belastingen worden in onderstaande berekening aangeduid als opslagen.

Voor de categorie wind op land en de categorie zon-pv met een vermogen groter dan 15 kWp tot en met 100 kWp worden de prijsbepalende elementen die in het jaarlijks vast te stellen correctiebedrag worden meegenomen, eveneens verwerkt in de basiselektriciteitsprijs. Het gaat daarbij om onbalanskosten en, voor wat betreft wind op land, om de profielkosten. Voor de vaststelling van de basiselektriciteitsprijs worden genoemde elementen voor de lange termijn geschat en vastgesteld in de onderhavige regeling. Voor wind op land met een nominaal vermogen per turbine tot 6 MW wordt de correctiefactor in verband met onbalanskosten vastgesteld op 0,89. Voor wind op land met een nominaal vermogen groter dan of gelijk aan 6 MW per turbine wordt de correctiefactor in verband met de onbalanskosten vastgesteld op 0,915. De onbalanskosten zijn afhankelijk van het aantal vollasturen. Omdat het aantal vollasturen bij de grotere turbines hoger ligt, is de onbalansfactor voor die turbines hoger vastgesteld dan voor de categorie waarin de kleinere turbines zijn opgenomen. Voor beide categorieën wind op land wordt de correctiefactor in verband met de profielkosten vastgesteld op 1. Daarnaast wordt bij de vaststelling van de basiselektriciteitsprijs voor wind op land ook nog rekening gehouden met de in paragraaf 4 toegelichte factor van 1,25 in verband met de correctie op het maximale aantal vollasturen. Voor zon-pv met een vermogen groter dan 15 kWp en kleiner of gelijk aan 100 kWp wordt de correctiefactor in verband met onbalanskosten vastgesteld op 0,94.

Voor de categorie afvalverbrandingsinstallaties wordt bij de vaststelling van de basiselektriciteitsprijs rekening gehouden met de in paragraaf 4 toegelichte factor van 0,49 in verband met het uitsluitend subsidiëren van het biogene deel van het afval.

Bovengenoemde prijsbepalende elementen spelen geen rol voor alle andere categorieën productie-installaties die in deze regeling worden onderscheiden.

In concreto leidt het bovenstaande tot de volgende basiselektriciteits- en basisgasprijzen:

  • a. Wind op Land, turbines met een vermogen tot 6,0 MW: basiselektriciteitsprijs = 2/3 * lange termijn elektriciteitsprijs (baseload) * factor i.v.m. profielkosten * factor i.v.m onbalanskosten * 1,25 = 2/3 * € 0,066 per kWh * 1 * 0,89 * 1,25 = € 0,049 per kWh;

  • b. Wind op Land, turbines met een vermogen van 6,0 MW en groter: basiselektriciteitsprijs = 2/3 * lange termijn elektriciteitsprijs (baseload) * factor i.v.m. profielkosten * factor i.v.m onbalanskosten * 1,25 = 2/3 * € 0,066 per kWh * 1 * 0,915 * 1,25 = € 0,050 per kWh;

  • c. Zon-PV met een vermogen groter dan of gelijk aan 1,0 kWp tot 15 kWp: basiselektriciteitsprijs = 2/3 * lange termijn leveringstarief (kleinverbruikers) + opslagen (BTW, energiebelasting) = 2/3 * € 0,085 per kWh + € 0,145 = € 0,202 per kWh;

  • d. Zon-PV met een vermogen van 15 kWp tot 100 kWp: basiselektriciteitsprijs = 2/3 * elektriciteitstarief (piek) * factor i.v.m onbalanskosten = 2/3 * € 0,085 per kWh * 0,94 = € 0,053 per kWh;

  • e. Afvalverbrandingsinstallaties: basiselektriciteitsprijs = 2/3 * lange termijn elektriciteitsprijs (baseload)/0,49 = 2/3 * € 0,066/0,49 per kWh = € 0,090 per kWh;

  • f. Alle overige categorieën: basiselektriciteitsprijs = 2/3 * lange termijn elektriciteitsprijs (baseload) = 2/3 * € 0,066 per kWh = € 0,044 per kWh en basisgasprijs = 2/3 * lange termijn gasprijs = 2/3 * € 0,22 per Nm3 = € 0,147 per Nm3.

5. Vaststelling subsidieplafonds

In het Besluit SDE is voorzien dat er per categorie productie-installaties een subsidieplafond wordt vastgesteld. In deze regeling wordt hieraan invulling gegeven. Om de doelstellingen van het Kabinet op het gebied van duurzame energie te kunnen behalen is het nu noodzakelijk om het beschikbare budget zo veel mogelijk in te zetten voor categorieën die relatief kosteneffectief zijn.

Zon-pv is op dit moment een relatief kostbare optie. Voor deze techniek is de verwachting dat zij in de verdere toekomst een krachtige en kosteneffectieve bijdrage kan leveren aan het bereiken van de doelstelling, maar dat daarvoor eerst de marktontwikkeling op gang moet worden gebracht. Het subsidieplafond voor deze innovatieve optie is op een zodanig niveau vastgesteld dat daarmee voldoende potentieel kan worden gerealiseerd om deze marktontwikkeling op gang te brengen.

Het subsidieplafond voor warmtekrachtkoppeling is gelijkgesteld aan € 168 mln. Dit plafond is binnen de kaders van het in het werkprogramma Schoon en Zuinig gereserveerde budget.

6. Subsidieperiode

In deze regeling wordt de subsidieperiode en de looptijd van de in 2010 af te geven beschikkingen per categorie vastgesteld. De praktijk heeft uitgewezen dat indien de subsidieduur niet goed aansluit bij de levensduur van sommige productie-installaties, dit kan leiden tot ontmanteling van productie-installaties terwijl technisch gesproken de desbetreffende productie-installatie nog enkele jaren kan functioneren. Om dit te ondervangen is er voor gekozen om de subsidieduur in lijn te brengen met de verwachte gemiddelde technische levensduur van een categorie productie-installaties. Dit uitgangspunt is bij alle categorieën productie-installaties toegepast.

7. Maximaal aantal vollasturen waarover jaarlijks subsidie wordt uitgekeerd

In de subsidiebeschikking zal een maximumproductie per jaar worden vastgesteld waarvoor subsidie zal worden verstrekt. Voor de berekening van deze maximum productie is in deze regeling per categorie productie-installaties een maximum aantal vollasturen bepaald. Daarbij wordt voor alle categorieën, met uitzondering van wind op land en afvalverbrandingsinstallaties, het aantal vollasturen gehanteerd dat ECN heeft gebruikt voor de berekening van het basisbedrag. Bij wind op land wordt het maximaal aantal vollasturen vastgesteld op 80% van het door ECN gebruikte aantal vollasturen (zie de toelichting in paragraaf 4). Bij afvalverbrandingsinstallaties wordt op basis van het ECN-advies uitgegaan van 8000 vollasturen. Ook hier moet de in paragraaf 4 toegelichte factor van 49% worden toegepast. Er komt immers slechts 49% van de totale elektriciteitsproductie van een afvalverbrandingsinstallatie voor subsidie in aanmerking. Vermenigvuldigen van de eerdergenoemde 8000 vollasturen met deze factor van 49% levert een maximaal aantal te subsidiëren vollasturen van 3920 op.

Voor warmtekrachtkoppeling is het aantal vollasturen voor berekening van de maximaal subsidiabele productie per jaar bepaald op 5.900. Hierbij wordt aangesloten bij het aantal vollasturen van de modelcase ‘grote STEG’ in het ECN-rapport ‘Onrendabele top berekeningen voor nieuw WKK-vermogen 2009’ (Kamerstuk 28 665, nr. 100). Het betreft hier vollasturen gebaseerd op de totale productie van de installatie, niet de hoogrenderende productie.

8. Vaststelling van het verdelingsmechanisme

In de toelichting bij de aanwijzingsregeling 2008 is beargumenteerd waarom verdeling op volgorde van binnenkomst voor hernieuwbare energie de voorkeur verdient boven tendering. Deze argumentatie is nog steeds van toepassing op de met deze regeling open te stellen duurzame energie categorieën en daarom wordt wederom bij alle categorieën, behalve warmtekrachtkoppeling, gekozen voor verdeling op volgorde van binnenkomst.

Voor warmtekrachtkoppeling wordt de subsidie verdeeld op basis van volgorde van rangschikking. De aanvrager dient in de subsidieaanvraag aan te geven met welk kortingspercentage op het maximum subsidiebedrag hij zijn installatie wil exploiteren. De aanvragen worden gerangschikt op volgorde van de hoogte van het kortingspercentage, waarbij een hoger kortingspercentage hoger in de rangschikking komt. Het beschikbare subsidiebedrag wordt verdeeld over de aanvragers die aan de aanvraagvereisten voldoen, te beginnen met de aanvraag die bovenaan in de rangschikking staat. Deze methode heeft ten doel om via onderlinge concurrentie te stimuleren om een zo laag mogelijke subsidie te vragen. Hiermee wordt een doelmatige besteding van publieke middelen beoogd. Het jaarlijkse maximale subsidiebedrag zal worden gecorrigeerd met het in de aanvraag genoemde kortingspercentage. Het kortingspercentage is daarbij ook van toepassing op het eerder genoemde maximum tarief dat voor de gehele looptijd van de beschikking geldt.

9. Vaststelling correctiebedragen voor bevoorschotting

9.1 Algemeen

In deze regeling worden voor alle opengestelde categorieën hernieuwbare energie de correctiebedragen ten behoeve van de bevoorschotting voor 2010 vastgesteld. Deze regeling geeft daarmee invulling aan de artikelen 14, vierde lid, en 31, vierde lid, van het besluit. Voor warmtekrachtkoppeling wordt het subsidiebedrag jaarlijks vastgesteld en worden geen correctiefactoren vastgesteld. Deze paragraaf heeft dus alleen betrekking op hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbaar gas.

De jaarlijks vast te stellen correctiebedragen zijn van belang voor de berekening van de jaarlijkse subsidietarieven voor de verschillende categorieën productie-installaties. Voor een toelichting op de berekeningssystematiek van de subsidiehoogte en het gebruik van correctiebedragen hierbij wordt verwezen naar paragraaf 2.5 van de toelichting op het besluit. De definitieve correctiebedragen worden na afloop van ieder kalenderjaar vastgesteld.

In de artikelen 14, eerste lid, en 31, eerste lid, van het Besluit SDE staan een drietal factoren waarmee het basisbedrag kan worden gecorrigeerd. Voor de bevoorschotting van alle categorieën wordt in 2010 uitsluitend gecorrigeerd voor de verwachtte jaargemiddelde marktwaarde van hernieuwbare elektriciteit of hernieuwbaar gas opgewekt met een productie-installatie die valt onder een aangewezen categorie productie-installaties. Deze correctiebedragen kunnen per categorie productie-installaties verschillen.

9.2 Algemene toelichting systematiek correctiebedragen

De correctiebedragen voor de bevoorschotting representeren de voor de verschillende categorieën productie-installaties gemiddeld in het volgende jaar verwachte waarde van hernieuwbare elektriciteit of hernieuwbaar gas. Deze bedragen worden vastgesteld op basis van het prijsniveau van de meest relevante prijsindex van gas of elektriciteit.

De correctiebedragen voor de marktwaarde van de garanties van oorsprong en eventuele andere, uit overheidshandelen voortvloeiende, verschillen tussen de gemiddelde kostprijs van hernieuwbare energie en de relevante gemiddelde marktprijs van elektriciteit of gas, worden voor alle categorieën productie-installaties voor 2010 vastgesteld op € 0,00.

In paragraaf 9.3 wordt de hierboven beschreven systematiek per categorie productie-installaties nader uitgewerkt en wordt toegelicht hoe de in deze regeling vastgestelde correctiebedragen voor de bevoorschotting zijn bepaald. Daarbij wordt nogmaals aangetekend dat de eerdergenoemde definitieve correctiebedragen uiterlijk op 1 april na afloop van het betreffende subsidiejaar volgens dezelfde systematiek zullen worden vastgesteld conform artikel 14 van het Besluit SDE.

9.3 Systematiek correctiebedragen voorschotverlening per categorie

9.3.1 Hernieuwbare elektriciteit
9.3.1.1 Wind op land (paragraaf 2.1)

Het correctiebedrag voor beschikkingen afgegeven voor de openstellingsrondes van de SDE in 2010 ten behoeve van de bevoorschotting voor de categorie productie-installaties wind op land is bepaald door de volgende formule:

Correctiebedragwind = marktindex (1) * profiel (2) * onbalans (3) * 1,25 (4)

Ad 1. De gemiddelde waarde van de meest relevante prijsindex/indices voor het verhandelen van elektriciteit opgewekt met behulp van windenergie over de periode oktober–december t-2 en de periode januari–september t-1 van het jaar (t) waarop het correctiebedrag ten behoeve van de bevoorschotting betrekking heeft. Bij de keuze voor een index wordt in ieder geval rekening gehouden met:

  • a. transparante karakter van de index;

  • b. aantal partijen die de hoogte van de index bepalen;

  • c. liquiditeit van de index.

Ad 2. De profielkosten/opbrengsten van windenergie in het voorgaande jaar.

Voor het berekenen van profielkosten/opbrengsten wordt gebruik gemaakt van een windprofiel dat een representatief beeld geeft van het moment van levering van windenergie in Nederland. Dit windprofiel wordt gebruikt om de periodieke waarden van de gebruikte index zoals bedoeld onder 1) te koppelen aan de levermomenten van windturbines.

Ad 3. De onbalanskosten van windenergie. Deze kosten worden verdisconteerd door de marktindex hiermee te verminderen.

Ad 4. Een vaste factor voor het jaarlijks uitkeren over slechts 80% van de vollasturen van de referentiecase die gebruikt is voor het berekenen van het basisbedrag. Deze factor bedraagt 1/0,8=1,25. Deze factor ligt vast voor de looptijd van een beschikking.

Voor het vaststellen van het correctiebedrag ten behoeve van de bevoorschotting voor 2010 voor de categorie productie-installaties wind op land met een nominaal vermogen per turbine tot 6,0 MW is de formule als volgt ingevuld:

Correctiebedragwind = 0,047 €/KWh (a) * 1 (b) * 0,89 (c) * 1,25 = 0,052 €/KWh

Voor het vaststellen van het correctiebedrag ten behoeve van de bevoorschotting voor 2010 voor de categorie productie-installaties wind op land met een nominaal vermogen per turbine van 6,0 MW en hoger is de formule als volgt ingevuld:

Correctiebedragwind = 0,047 €/KWh (a) * 1 (b) * 0,915 (d) * 1,25 = 0,054 €/KWh

Ad a. Voor de prijsindex is de uurgemiddelde prijs van de day ahead base load index op de APX als basis genomen (hierna: APXbase index). Deze index is de best beschikbare index om het gerealiseerde prijsniveau voor elektriciteit in Nederland te bepalen. Deze index voldoet in voldoende mate aan de criteria die hierboven onder ad 1) zijn opgenomen.

Ad b. Voor het jaar 2010 wordt deze factor vastgesteld op 1. Dit houdt in de bevoorschotting voor het jaar 2010 geen correctie op de APX waarden voor een profiel wordt doorgevoerd.

Ad c.De onbalanskosten voor windenergie met een nominaal vermogen per individuele turbine tot 6 MW zijn vastgesteld op 11%, waardoor de onbalansfactor 0,89 bedraagt.

Ad d. De onbalanskosten voor windenergie met een nominaal vermogen per individuele turbine van 6 MW en hoger zijn vastgesteld op 8,5%, waardoor de onbalansfactor 0,915 bedraagt.

9.3.1.2 Fotovoltaïsche zonnepanelen (paragraaf 2.2)

Categorie kleinschalige zonnepanelen

Het correctiebedrag ten behoeve van de bevoorschotting voor de categorie productie-installaties fotovoltaïsche zonnepanelen met een vermogen groter dan of gelijk aan 1,0 kWp en een vermogen kleiner of gelijk aan 15 kWp wordt voor de SDE 2010 bepaald door de volgende formule:

Correctiebedragzonnestroom 1 < KWp ≤ 15 = gemiddelde prijs kleinverbruiker incl. opslagen (1)

Ad 1. Het correctiebedrag ten behoeve van de bevoorschotting wordt bepaald door de gemiddelde hoogte van het marginale eindgebruikertarief (bij consumptie van 3000 KWh/jaar) voor kleinverbruikers in Nederland te berekenen. Hierin worden alle kosten die per kWh bij een kleinverbruiker in rekening worden gebracht opgeteld.

Voor het vaststellen van het correctiebedrag ten behoeve van de bevoorschotting voor 2010 voor de categorie productie-installaties fotovoltaïsche zonnepanelen is de formule als volgt ingevuld:

Correctiebedragzonnestroom 1 < KWp ≤ 15 = 0,225 €/KWh

Categorie grootschalige zonnepanelen

Het correctiebedrag ten behoeve van de bevoorschotting voor de categorie productie-installaties fotovoltaïsche zonnepanelen met een vermogen groter dan 15 kWp en een vermogen kleiner of gelijk aan 100 kWp uit de SDE 2010 wordt bepaald door de volgende formule:

Correctiebedrag zonnestroom 15 < KWp ≤ 100 = marktindex (1) * onbalans (2)

Ad 1. De gemiddelde waarde van de meest relevante prijsindex/indices voor het verhandelen van elektriciteit opgewekt met behulp van zonnestroom over de periode oktober–december t-2 en de periode januari–september t-1 van het jaar (t) waarop het correctiebedrag ten behoeve van de bevoorschotting van toepassing is. Bij de keuze voor een index wordt in ieder geval rekening gehouden met:

  • a. transparante karakter van de index;

  • b. aantal partijen die de hoogte van de index bepalen;

  • c. liquiditeit van de index.

Ad 2. De onbalanskosten van zonne-energie. Deze kosten worden verdisconteerd door de marktindex met deze factor te verminderen.

Voor het vaststellen van het correctiebedrag ten behoeve van de bevoorschotting voor 2010 voor de grootschalige categorie productie-installaties fotovoltaïsche zonnepanelen is de formule als volgt ingevuld:

Correctiebedrag zonnestroom 15 < KWp ≤ 100 = 0,054 €/KWh (a) * 0,94 (b) = 0,051 €/KWh.

Ad a. Voor de prijsindex is de uurgemiddelde prijs van de day ahead peak load index op de APX als basis genomen (hierna: APXpeak index). Deze index is de best beschikbare index om het gerealiseerde prijsniveau voor elektriciteit gedurende de uren dat de zon in Nederland schijnt te bepalen. Deze index voldoet in voldoende mate aan de criteria die hierboven onder ad 1) zijn opgenomen.

Ad b. De onbalanskosten voor zonnestroom zijn vastgesteld op 6%, waardoor de onbalansfactor 0,94 bedraagt.

In deze regeling is voor de categorie grootschalige zonnepanelen een basiselektriciteitsprijs opgenomen van 0,053 €/kWh. De basiselektriciteitsprijs vertegenwoordigt de laagste waarde van de elektriciteitsprijs waarmee zal worden gecorrigeerd. Dit is de grens tot waar de elektriciteitsprijs wordt aangevuld met subsidie tot het basisbedrag. Met de vaststelling van de basiselektriciteitsprijs wordt voorkomen dat het subsidietarief bij sterk dalende elektriciteitsprijzen kan blijven oplopen. Het correctiebedrag voor de bevoorschotting van grootschalige zon-pv is voor het jaar 2010 gedaald tot onder de basiselektriciteitsprijs. Dit houdt in dat in het jaar 2010 bij de bevoorschotting gecorrigeerd zal worden voor de basiselektriciteitsprijs, zijnde 0,053 €/kWh. Het correctiebedrag ten behoeve van de bevoorschotting in 2010 van de grootschalige categorie fotovoltaïsche zonnepanelen wordt daarmee als volgt vastgesteld:

Correctiebedragzonnestroom 15 < KWp ≤ 100 = basiselektriciteitsprijs zonnestroom 15 < KWp ≤ 100 = 0,053 €/kWh.

9.3.1.3 Afvalverbranding (paragraaf 2.3)

Het correctiebedrag ten behoeve van de bevoorschotting voor 2010 voor alle categorieën productie-installaties die zijn aangewezen in deze regeling waarbij elektriciteit wordt opgewekt met behulp van afvalverbranding wordt bepaald door de volgende formule:

Correctiebedragavi = marktindex (1)/aandeel hernieuwbaar (2)

Ad 1. De gemiddelde waarde van de meest relevante prijsindex/indices voor het verhandelen van elektriciteit opgewekt met behulp van afvalverbrandingsinstallaties over de periode oktober–december t-2 en de periode januari–september t-1 van het jaar (t) waarop het correctiebedrag ten behoeve van de bevoorschotting betrekking heeft. Bij de keuze voor een index wordt in ieder geval rekening gehouden met:

  • a. transparante karakter van de index

  • b. aantal partijen die de hoogte van de index bepalen

  • c. liquiditeit van de index.

Ad 2. Uit hoofde van de SDE wordt slechts voor de hernieuwbare elektriciteitsproductie van de afvalverbrandingsinstallatie subsidie verleend. Het basisbedrag wordt daarom ook op basis van uitsluitend het hernieuwbare deel van de elektriciteitsproductie van de installatie vastgesteld. De relevante waarde van de elektriciteitsopbrengsten waarmee het basisbedrag wordt gecorrigeerd heeft dientengevolge ook alleen betrekking op dit deel van de productie. Om de relevante waarde van de elektriciteitsopbrengsten te bepalen wordt de waarde van de elektriciteitsopbrengst voor de hele installatie toegeschreven aan het hernieuwbare deel. Het correctiebedrag voor afvalverbrandingsinstallaties wordt dan ook bepaald door de elektriciteitsprijs te delen door het hernieuwbare aandeel van de productie.

Voor het vaststellen van het correctiebedrag ten behoeve van de bevoorschotting voor de categorie afvalverbrandingsinstallaties is de formule als volgt ingevuld:

Correctiebedragavi = 0,047 €/KWh (a)/ 0,49 (b) = 0,096 €/KWh

Ad a. Voor de prijsindex is de uurgemiddelde prijs van de day ahead base load index op de APX als basis genomen (hierna: APXbase index). Deze index is de best beschikbare index om het gerealiseerde prijsniveau voor elektriciteit in Nederland te bepalen. Deze index voldoet in voldoende mate aan de criteria zoals hierboven onder ad 1) zijn opgenomen.

Ad b.Deze factor bedraagt voor subsidie die is verleend op grond van deze regeling 49% en is een inschatting voor het hernieuwbare deel van het afval.

9.3.1.4. Stortgas of biogas uit afvalwater- of rioolwaterzuiveringsinstallaties, biomassa en waterkracht (paragrafen 2.4, 2.5 en 2.6)

Het correctiebedrag ten behoeve van de bevoorschotting voor 2010 voor de categorieën productie-installaties stortgas of biogas uit afvalwater- of rioolwaterzuiveringsinstallaties, biomassa en waterkracht wordt voor de SDE 2010 bepaald door de volgende formule:

Correctiebedrag = marktindex (1)

Ad 1. De gemiddelde waarde van de meest relevante prijsindex/indices voor het verhandelen van elektriciteit opgewekt met behulp van biomassa en waterkracht over de periode oktober–december t-2 en de periode januari–september t-1 van het jaar (t) waarop het correctiebedrag ten behoeve van de bevoorschotting betrekking heeft. Bij de keuze voor een index wordt in ieder geval rekening gehouden met:

  • a. transparante karakter van de index

  • b. aantal partijen die de hoogte van de index bepalen

  • c. liquiditeit van de index

Voor het vaststellen van het correctiebedrag ten behoeve van de bevoorschotting voor voornoemde categorieën productie-installaties is de formule als volgt ingevuld:

Correctiebedrag . = 0,047 €/KWh (a)

Ad a. Voor de prijsindex is de uurgemiddelde prijs van de day ahead base load index op de APX als basis genomen (hierna: APXbase index). Deze index is de best beschikbare index om het gerealiseerde prijsniveau voor elektriciteit in Nederland te bepalen. Deze index voldoet in voldoende mate aan de criteria zoals hierboven onder ad 1) zijn opgenomen.

9.3.2 Hernieuwbaar gas
9.3.2.1 Stortgas of biogas uit afvalwater- of rioolwaterzuiveringsinstallaties en biomassa (paragrafen 3.1 en 3.2)

Het correctiebedrag ten behoeve van de bevoorschotting voor 2010 voor de categorieën productie-installaties hernieuwbaar gas die zijn aangewezen in deze regeling (stortgas of biogas uit afvalwater- of rioolwaterzuiveringsinstallaties en biogas) wordt bepaald door de volgende formule:

Correctiebedragbiomassa-biogas = marktindex (1)

Ad 1. De gemiddelde waarde van de meest relevante prijsindex/indices voor het verhandelen van gas opgewekt met behulp van biomassa over de periode oktober–december t-2 en de periode januari–september t-1 van het jaar (t) waarop het correctiebedrag ten behoeve van de bevoorschotting betrekking heeft. Bij de keuze voor een index wordt in ieder geval rekening gehouden met:

  • a. transparante karakter van de index;

  • b. aantal partijen die de hoogte van de index bepalen;

  • c. liquiditeit van de index.

Voor het vaststellen van het correctiebedrag ten behoeve van de bevoorschotting voor de voornoemde categorie productie-installaties is de formule als volgt ingevuld:

Correctiebedragbiomassa-biogas = 0,208 €/KWh (a)

Ad a. Voor de prijsindex is de gemiddelde year ahead TTF prijs voor het verhandelen van G gas als basis genomen (hierna: TTF index). Deze index is de best beschikbare index om het gerealiseerde prijsniveau voor gas in Nederland te bepalen. Deze index voldoet in voldoende mate aan de criteria zoals hierboven onder ad 1) zijn opgenomen. Ten behoeve van de bevoorschotting voor 2010 wordt de gemiddelde waarde van de TTF index beschouwd over de laatste drie maanden van 2008 en de eerste negen maanden van 2009.

10. Wijziging Regeling garanties van oorsprong voor duurzame elektriciteit

Door artikel 69 van deze regeling wordt de Regeling garanties van oorsprong voor duurzame elektriciteit (hierna: Regeling GVO) gewijzigd. In het artikel 6, zesde lid, van de Regeling GV○ wordt een uitzondering gemaakt op de bepaling dat de garantiebeheerinstantie de kosten voor het beheer van de rekening bij haar klanten in rekening brengt. De uitzondering betreft producenten die elektriciteit opwekken met een kleinschalige zon-pv installatie waarvoor SDE-subsidie op grond van de regeling aanwijzing categorieën duurzame energieproductie 2010 is verleend. Deze uitzondering van betaling van de kosten aan de garantiebeheerinstantie was reeds van kracht voor de jaargangen 2008 en 2009 van de SDE en wordt door deze wijziging van de GVO-regeling tevens van toepassing verklaard op de SDE jaargang 2010 voor de categorie kleinschalige zon-pv. Voor kleine zon-pv installaties, waarbij de producenten meestal particulieren zijn, zijn de jaarlijkse gvo-kosten relatief zeer hoog ten opzichte van de jaarlijkse opbrengsten. Om de investering in deze kleine zon-pv installaties aantrekkelijker te maken worden deze producenten vrijgesteld van betaling van de gvo-kosten. Bij de andere categorieën productie-installaties zijn de opbrengsten zodanig hoger dat de jaarlijkse gvo-kosten geen drempel vormen bij de investeringsbeslissing en daarom blijft voor hen de bestaande systematiek van kracht.

11. Administratieve lasten

11.1 Algemeen

Op basis van het besluit zullen subsidieaanvragen worden ingediend voor in complexiteit en investeringsbedrag zeer uiteenlopende projecten. Het bepalen van de administratieve lasten verbonden aan dit besluit is alleen mogelijk door van in omvang gemiddelde projecten uit te gaan.

Kenmerkend voor het besluit is dat er voor een lange periode subsidie wordt verleend. Een producent doet eenmaal een subsidieaanvraag en ontvangt vervolgens voor vele jaren subsidie. De administratieve lasten zullen zich daarom concentreren in het jaar van aanvraag van de subsidie. De jaren erop dient men slechts (voor het betreffende jaar) een subsidievoorschot aan te vragen en indien relevant te rapporteren over de duurzaamheid van de gebruikte biomassa. In die jaren zullen de administratieve lasten daarom beperkt zijn.

Omdat zon-pv projecten qua investeringskosten en administratieve lasten over het algemeen sterk zullen afwijken van projecten uit de andere categorieën, worden voor zon-pv projecten de administratieve lasten afzonderlijk bepaald.

De administratieve lasten voor deze regeling zijn slechts in samenhang te zien met de bepalingen uit de overige regelingen die voortvloeien uit het besluit. In de Algemene uitvoeringsregeling SDE zijn de administratieve lasten per € 100 miljoen opengesteld subsidiebudget berekend waarbij rekening is gehouden met alle administratieve lasten die samenhangen met de onderliggende regelgeving van het besluit. Bij de bepaling van de hoogte van de administratieve lasten is onderscheid gemaakt tussen zon-pv en alle andere categorieën.

11.2 Administratieve lasten per € 100 miljoen opengesteld subsidiebudget

Voor alle categorieën, met uitzondering van zon-pv zullen de totale administratieve lasten per € 100 miljoen opengesteld subsidiebudget € 179.090,– bedragen. Uitgedrukt in een percentage per € 100 miljoen opengesteld subsidiebudget zijn de administratieve lasten van de regeling, exclusief de categorie zon-pv, indicatief berekend maximaal ca. 0,18%.

Voor de categorie kleinschalige zon-pv zullen de totale administratieve lasten per € 100 miljoen opengesteld subsidiebedrag voor het deel daarvan dat wordt uitgekeerd aan niet-particulieren € 770.320,– bedragen. Uitgedrukt in een percentage per € 100 miljoen subsidiebudget zijn de administratieve lasten van de regeling voor de categorie kleinschalige zon-pv voor niet-particulieren indicatief berekend maximaal ca. 1,54%. Voor particulieren zijn de administratieve lasten per € 100 miljoen opengesteld subsidiebudget 43.290 uur voor het deel van deze € 100 miljoen dat aan hen wordt uitgekeerd. Per project zijn hier over de volledige periode van 15 jaar 5,2 uur aan administratieve lasten gemoeid. Bij bovenstaande becijfering van de administratieve lasten voor kleinschalige zon-pv wordt ervan uitgegaan dat de helft van het opengestelde subsidiebudget van € 100 miljoen ten goede komt aan particulieren en de andere helft aan bedrijven.

Voor de categorie middelgrote zon-pv zullen de totale administratieve lasten per € 100 miljoen subsidiebudget € 553.000,– bedragen. Uitgedrukt in een percentage per € 100 miljoen subsidiebudget zijn de administratieve lasten voor de categorie middelgrote zon-pv indicatief berekend maximaal ca. 0,55%.

11.3 Administratieve lasten openstelling 2010

In totaal wordt in deze regeling € 2.126 miljoen subsidiebudget opengesteld. Dit is verdeeld in € 69 miljoen voor kleinschalige zon-pv, € 24 miljoen voor middelgrote zon-pv en € 2.033 miljoen voor de overige categorieën.

De administratieve lasten voor de categorie kleinschalige zon-pv zijn 29.870 uur + € 531.520,80 kosten. Per project zijn hier over de volledige periode van 15 jaar voor particulieren 5,2 uur aan administratieve lasten gemoeid. Het percentage administratieve lasten voor de bedrijfsmatige indieners in deze categorie is 1,54%.

De administratieve lasten voor de middelgrote categorie zon-pv is € 132.720,–. Het percentage administratieve lasten is ca. 0,55%.

De administratieve lasten voor de overige categorieën zijn voor deze openstelling € 3.640.899,70. Het percentage administratieve lasten is ca. 0,18%.

Voor deze openstelling zijn de totale administratieve lasten derhalve € 4.305.140,50 plus 29.870 uur. Het percentage administratieve lasten is: 0,18% voor alle categorieën, behalve zon-pv. Voor kleinschalige zon-pv is het percentage 1,54% en voor middelgrote zon-pv is het percentage 0,55%.

Deze regeling is niet ter toetsing aan het Adviescollege toetsing administratieve lasten voorgelegd omdat bovenstaande berekening een technische uitwerking is van de berekende administratieve lasten per € 100 miljoen opengesteld subsidiebudget en daarmee geen wijziging in de administratieve lasten als zodanig met zich meebrengt.

12. Technische voorschriften

Deze regeling is op 8 december 2009 gemeld aan de Commissie van de Europese Gemeenschappen (nr. 2009/0657/NL) ter voldoening aan artikel 8, eerste lid, van Richtlijn nr. 98/34/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 22 juni 1998 betreffende een informatieprocedure op het gebied van normen en technische voorschriften en regels betreffende diensten van de informatiemaatschappij (PbEG L 204), zoals gewijzigd bij richtlijn nr. 98/48/EG van 20 juli 1998 (PbEG L 217). Het gaat hier om technische specificaties of andere eisen die verbonden zijn met fiscale of financiële maatregelen als bedoeld in artikel 1, negende lid, tweede alinea, derde streepje van richtlijn nr. 98/34/EG. Hiervoor geldt op grond van artikel 10, vierde lid, van richtlijn nr. 98/34/EG geen standstill-termijn.

De Minister van Economische Zaken,

M.J.A. van der Hoeven.


XNoot
1

Indien u een particulier bent, vult u hier uw volledige naam in. Vraag 1b, 1c, 1d, 1g, 1h, 1l en 1m slaat u dan over.

XNoot
2

Naamloze vennootschap, maatschap, besloten vennootschap, vennootschap onder firma, commanditaire vennootschap, coöperatieve vereniging, onderlinge waarborgmaatschappij, vereniging, stichting, Europees economisch samenwerkingsverband, eenmanszaak.

XNoot
3

Vanaf 1 november 2009 worden alle bank- en en betaalrekeningen vervangen door de zogenoemde IBAN (International Bank Account Number) en BIC (Bank Identifier Code). Deze staan op uw bankafschrift en zijn ook verkrijgbaar via http://www.ibanbicservice.nl.

XNoot
4

Dit dient dezelfde code te zijn als de code waarop garanties van oorsprong of certificaten worden geregistreerd.

XNoot
5

Bij verschillende typen turbines kunt u de gegevens van de verschillende turbines in een aparte bijlage aangeven

XNoot
6

Onder het opgesteld nominaal vermogen voor het leveren van elektrische energie wordt verstaan: Het maximale vermogen (van een productie-eenheid) uitgedrukt in Watt dat onder nominale condities benut kan worden voor het leveren van elektrische energie. Het opgesteld vermogen geeft de 'name plate capacity' weer van de productie-eenheid en is zodoende een statisch getal.

XNoot
7

In artikel 56 van het Besluit SDE is aangegeven dat de aanvraag vergezeld moet gaan van een kopie van de door het bevoegde gezag verleende vergunningen.

XNoot
8

De Waterwet is op 1 januari 2010 in werking getreden en vervangt de Wet beheer rijkswaterstaatwerken. Het is mogelijk dat voor uw project een Wbr-vergunning is verleend. In dat geval vult u de afgiftedatum van de Wbr-vergunning in.

XNoot
9

U kunt in dit veld geen aanvragen doen voor extra installaties of installaties op andere locaties.

XNoot
10

De definitie van dezelfde productie-installatie staat in de Algemene uitvoeringsregeling van de Stimuleringsregeling duurzame energieproductie (zie ook www.agentschapnl.nl/sde).

XNoot
1

Vanaf 1 november 2009 worden alle bank- en en betaalrekeningen vervangen door de zogenoemde IBAN (International Bank Account Number) en BIC (Bank Identifier Code). Deze staan op uw bankafschrift en zijn ook verkrijgbaar via http://www.ibanbicservice.nl.

XNoot
2

Naamloze vennootschap, maatschap, besloten vennootschap, vennootschap onder firma, commanditaire vennootschap, coöperatieve vereniging, onderlinge waarborgmaatschappij, vereniging, stichting, Europees economisch samenwerkingsverband, eenmanszaak

XNoot
3

Is het adres nog niet bekend, dan kunt u volstaan met de woonplaats en het kadastraal nummer van de nieuwbouwlocatie. Is het adres wel bekend, dan hoeft u vraag 3d niet in te vullen.

XNoot
4

Eén kilowatt-piek (kWp) is gelijk aan duizend Watt-piek (Wp)

XNoot
5

U kunt in dit veld geen aanvragen doen voor extra installaties of installaties op andere locaties.

XNoot
1

Vanaf 1 november 2009 worden alle bank- en en betaalrekeningen vervangen door de zogenoemde IBAN (International Bank Account Number) en BIC (Bank Identifier Code). Deze staan op uw bankafschrift en zijn ook verkrijgbaar via http://www.ibanbicservice.nl.

XNoot
2

Naamloze vennootschap, maatschap, besloten vennootschap, vennootschap onder firma, commanditaire vennootschap, coöperatieve vereniging, onderlinge waarborgmaatschappij, vereniging, stichting, Europees economisch samenwerkingsverband, eenmanszaak

XNoot
3

Is het adres nog niet bekend, dan kunt u volstaan met de woonplaats en het kadastraal nummer van de nieuwbouwlocatie. Is het adres wel bekend, dan hoeft u vraag 3d niet in te vullen.

XNoot
4

Eén kilowatt-piek (kWp) is gelijk aan duizend Watt-piek (Wp)

XNoot
5

U kunt in dit veld geen aanvragen doen voor extra installaties of installaties op andere locaties.

XNoot
1

Naamloze vennootschap, maatschap, besloten vennootschap, vennootschap onder firma, commanditaire vennootschap, coöperatieve vereniging, onderlinge waarborgmaatschappij, vereniging, stichting, Europees economisch samenwerkingsverband, eenmanszaak.

XNoot
2

Vanaf 1 november 2009 worden alle bank- en en betaalrekeningen vervangen door de zogenoemde IBAN (International Bank Account Number) en BIC (Bank Identifier Code). Deze staan op uw bankafschrift en zijn ook verkrijgbaar via http://www.ibanbicservice.nl.

XNoot
3

Onder het nominaal vermogen wordt verstaan:

Het maximale vermogen (van een productie-eenheid) uitgedrukt in Watt of normaal kuub aardgasequivalent (Nm3) dat onder nominale condities benut kan worden voor het leveren van energie. Het nominaal vermogen geeft de 'name plate capacity' weer van de productie-eenheid en is zodoende een statisch getal.Bij een productie-installatie voor de productie van hernieuwbare elektriciteit met behulp van afvalverbranding is het nominaal vermogen gelijk aan het totaal elektrisch vermogen.

Een normaal kuub aardgasequivalent (Nm3) hernieuwbaar gas is een hoeveelheid gas met een calorische waarde van 35,17 MJ op bovenwaarde. Dit komt overeen met een kuub aardgas waarin de Nederlandse energiebedrijven afrekenen.

XNoot
4

In artikel 56 van het Besluit stimulering duurzame energieproductie is aangegeven dat de aanvraag vergezeld moet gaan van een kopie van de door het bevoegde gezag verleende vergunningen.

XNoot
5

Een ontwerpvergunning is geen door het bevoegd gezag verleende vergunning.

XNoot
6

De definitie van nuttig aangewende warmte staat in artikel 1 van de Regeling garanties van oorsprong voor duurzame elektriciteit zoals die luidde op 1 april 2009. Deze publicatie kunt u vinden op www.agentschapnl.nl.

XNoot
7

U kunt in dit veld geen aanvragen doen voor extra installaties of installaties op andere locaties.

XNoot
8

De definitie van dezelfde productie-installatie staat in de Algemene uitvoeringsregeling van de SDE (zie www.senternovem.nl/sde).

XNoot
1

Naamloze vennootschap, maatschap, besloten vennootschap, vennootschap onder firma, commanditaire vennootschap, coöperatieve vereniging, onderlinge waarborgmaatschappij, vereniging, stichting, Europees economisch samenwerkingsverband, eenmanszaak.

XNoot
2

Vanaf 1 november 2009 worden alle bank- en en betaalrekeningen vervangen door de zogenoemde IBAN (International Bank Account Number) en BIC (Bank Identifier Code). Deze staan op uw bankafschrift en zijn ook verkrijgbaar via http://www.ibanbicservice.nl.

XNoot
3

Dit dient dezelfde code te zijn als de code waarop garanties van oorsprong of certificaten worden geregistreerd.

XNoot
4

Indien u ruimte tekort komt kunt u een bijlage meesturen.

XNoot
5

Onder het nominaal vermogen voor het leveren van elektrische energie wordt verstaan: Het maximale vermogen (van een productie-eenheid = turbine/ generator combinatie) uitgedrukt in Megawatt dat onder nominale condities benut kan worden voor het leveren van elektrische energie. Het opgesteld vermogen geeft de 'name plate capacity' weer van de productie-eenheid en is zodoende een statisch getal.

XNoot
6

In artikel 56 van het Besluit stimulering duurzame energieproductie is aangegeven dat de aanvraag vergezeld moet gaan van een kopie van de door het bevoegde gezag verleende vergunningen.

XNoot
7

De Waterwet is op 1 januari 2010 in werking getreden en vervangt de Wet beheer rijkswaterstaatwerken. Het is mogelijk dat voor uw project een Wbr-vergunning is verleend. In dat geval vult u de afgiftedatum van de Wbr-vergunning in.

XNoot
8

U kunt in dit veld geen aanvragen doen voor extra installaties of installaties op andere locaties.

XNoot
9

De definitie van dezelfde productie-installatie staat in de Algemene uitvoeringsregeling van de Stimuleringsregeling Duurzame Energieproductie (zie ook www.agentschapnl.nl/sde).

XNoot
1

Indien u een particulier bent vult u hier uw volledige naam in. Vraag 1b, 1c, 1d, 1g, 1h, 1l en 1m slaat u dan over.

XNoot
2

Naamloze vennootschap, maatschap, besloten vennootschap, vennootschap onder firma, commanditaire vennootschap, coöperatieve vereniging, onderlinge waarborgmaatschappij, vereniging, stichting, Europees economisch samenwerkingsverband, eenmanszaak.

XNoot
3

Vanaf 1 november 2009 worden alle bank- en en betaalrekeningen vervangen door de zogenoemde IBAN (International Bank Account Number) en BIC (Bank Identifier Code). Deze staan op uw bankafschrift en zijn ook verkrijgbaar via http://www.ibanbicservice.nl.

XNoot
4

Dit dient dezelfde code te zijn als de code waarop garanties van oorsprong of certificaten worden geregistreerd of het hernieuwbare gas wordt gemeten.

XNoot
5

Onder het opgesteld nominaal vermogen voor het leveren van elektrische energie wordt verstaan: het maximale vermogen (van een productie-eenheid) uitgedrukt in Watt dat onder nominale condities benut kan worden voor het leveren van elektrische energie. Het opgesteld nominaal vermogen geeft de 'name plate capacity' weer van de productie-eenheid en is zodoende een statisch getal.

XNoot
6

In artikel 56 van het besluit SDE is aangegeven dat de aanvraag vergezeld moet gaan van een kopie van de door het bevoegde gezag verleende vergunningen.

XNoot
7

Wanneer in plaats van een nieuwe milieuvergunning kan worden volstaan met een melding voor het realiseren van de installatie dient deze melding met een verklaring (acceptatie) van het bevoegd gezag en de vigerende milieuvergunning als bijlage te worden bijgevoegd.

XNoot
8

De Waterwet is op 1 januari 2010 in werking getreden en vervangt de Wet beheer rijkswaterstaatwerken. Het is mogelijk dat voor uw project een Wbr/vergunning is verleend. Indien dat het geval is vult u de afgiftedatum van de Wbr-vergunning in.

XNoot
9

U kunt in dit veld geen aanvragen doen voor extra installaties of installaties op andere locaties.

XNoot
10

De definitie van dezelfde productie-installatie staat in de Algemene uitvoeringsregeling stimuleringsregeling duurzame energieproductie (zie www.agentschapnl.nl/sde).