Staatscourant van het Koninkrijk der Nederlanden

Datum publicatieOrganisatieJaargang en nummerRubriekDatum ondertekening
Ministerie van Onderwijs, Cultuur en WetenschapStaatscourant 2010, 9401Besluiten van algemene strekking

Beleidsregel van de Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap van 29 mei 2010, nr. VO/FBI 212262, betreffende de bekostiging en inrichting van cursussen Internationaal georiënteerd voortgezet onderwijs (Beleidsregel IGVO 2010)

De Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,

Gelet op artikel 4:81 van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 73 van de Wet op het voortgezet onderwijs;

Besluit:

HOOFDSTUK 1. ALGEMENE BEPALINGEN

Artikel 1. Begripsbepalingen

In deze beleidsregel wordt verstaan onder:

a. Minister:

de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap;

b. school:

een uit de openbare kas bekostigde school voor voortgezet onderwijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op het voortgezet onderwijs;

c. cursus:

een cursus IB MYP of een cursus IB DP;

d. cursus IB MYP:

een cursus International Baccalaureate Middle Years Programme;

e. cursus IB DP:

een cursus International Baccalaureate Diplom Programme;

Artikel 2. Reikwijdte beleidsregel

  • 1. Deze beleidsregel heeft betrekking op de wijze waarop de Minister gebruik maakt van de bevoegdheid tot het voor bekostiging in aanmerking brengen van cursussen op het gebied van internationaal georiënteerd voortgezet onderwijs.

  • 2. Voor bekostiging kunnen in aanmerking worden gebracht een cursus IB MYP en een cursus IB DP gezamenlijk.

HOOFDSTUK 2. AANVRAAG EN BEKOSTIGING

Artikel 3. Aanvraag

  • 1. Teneinde in aanmerking te komen voor bekostiging van de cursussen IB MYP en IB DP omvat een school ten minste de schoolsoorten voorbereidend wetenschappelijk onderwijs en hoger algemeen voortgezet onderwijs.

  • 2. Het bevoegd gezag van een school die in aanmerking wil komen voor de bekostiging van een cursus IB MYP en een cursus IB DP, dient daartoe een aanvraag voor beide cursussen in bij de Minister uiterlijk 31 oktober van het jaar voorafgaand aan het jaar waarvoor de bekostiging wordt gevraagd. De aanvraag wordt gestuurd aan het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, directie Voortgezet Onderwijs, Postbus 16375, 2500 BJ Den Haag.

  • 3. Deze aanvraag gaat vergezeld van een prognose waaruit blijkt dat de beide cursussen IB MYP en IB DP, zodra deze in alle leerjaren worden aangeboden, door ten minste 120 leerlingen zullen worden bezocht, die voldoen aan de toelatingseisen als bedoeld in artikel 8, eerste lid.

  • 4. De prognose heeft betrekking op het aantal leerlingen in het zesde en tiende schooljaar na het tijdstip, bedoeld in het tweede lid. Bij de prognose worden als voedingsgebied aangegeven de regio en gemeenten van waaruit leerlingen afkomstig zullen zijn. Het voedingsgebied strekt zich voor de prognose niet uit tot buiten het Nederlandse grondgebied.

Artikel 4. Beoordeling aanvraag en aanvang bekostiging

  • 1. Bij de beoordeling van de aanvraag overweegt de Minister of

    • a. de gevraagde cursussen passen binnen het uitgangspunt van een evenwichtige landelijke spreiding van het internationaal georiënteerd voortgezet onderwijs;

    • b. de betrokken school voldoet aan de voorwaarde als bedoeld in artikel 3, eerste lid; en

    • c. de prognose voldoet aan artikel 3, derde en vierde lid.

  • 2. De Minister beslist binnen 4 maanden op de aanvraag.

  • 3. Indien een cursus die voor bekostiging in aanmerking is gebracht, niet binnen drie jaar na het tijdstip waarop de bekostiging een aanvang had kunnen nemen van start is gegaan, vervalt de aanspraak op bekostiging voor die cursus.

  • 4. Indien een cursus voor bekostiging in aanmerking is gebracht, meldt het bevoegd gezag uiterlijk op 1 mei van een van de jaren, bedoeld in het derde lid, of de cursus op 1 augustus daaraanvolgend van start gaat. Binnen twee maanden na die melding verstrekt de Minister aan de school een bekostigingsbeschikking.

Artikel 5. Leerlingentelling en wijze van bekostiging

  • 1. Het bevoegd gezag van de school verstrekt bij de jaarlijkse leerlingtelling naar de peildatum 1 oktober aan de Minister een overzicht van het aantal leerlingen dat tot een cursus is toegelaten.

  • 2. De kosten ten behoeve van een cursus worden per kalenderjaar voor bekostiging in aanmerking gebracht.

  • 3. De bekostiging wordt verstrekt voor exploitatiekosten en personele kosten.

  • 4. In verband met de exploitatiekosten stelt de Minister een bedrag per leerling vast, afhankelijk van de soort school waaraan een cursus is verbonden.

  • 5. In verband met de personele kosten stelt de Minister een bedrag per leerling vast en een toeslag voor internationaal georiënteerd onderwijs, met dien verstande dat deze bedragen verschillend kunnen worden vastgesteld, afhankelijk van de soort school waaraan een cursus is verbonden en de soort cursus.

Artikel 6. Inhouding van de bekostiging

  • 1. De bekostiging kan geheel of gedeeltelijk worden ingehouden, indien het bevoegd gezag in strijd handelt met het bepaalde in deze beleidsregel.

  • 2. De bekostiging wordt opnieuw toegekend, indien blijkt dat de reden voor toepassing van het eerste lid is vervallen.

Artikel 7. Beëindiging van de bekostiging

  • 1. Indien de cursus IB MYP en de cursus IB DP in alle leerjaren worden aangeboden en gedurende drie opeenvolgende schooljaren gezamenlijk door minder dan 100 leerlingen worden bezocht, wordt de bekostiging met ingang van 1 augustus daaropvolgend beëindigd.

  • 2. Totdat de cursussen in alle leerjaren worden aangeboden, wordt de bekostiging beëindigd, indien een of meer van de reeds aangeboden leerjaren door minder dan 16 leerlingen worden bezocht gedurende twee opeenvolgende schooljaren.

  • 3. De teldatum is 1 oktober van de in het eerste lid bedoelde leerjaren.

  • 4. Het bevoegd gezag van de school wordt voor 1 mei van het jaar voorafgaand aan het jaar van het beëindigen van de bekostiging door de Minister van dit voornemen op de hoogte gesteld.

HOOFDSTUK 3. TOELATING, BEVORDERING EN VERWIJDERING VAN LEERLINGEN; PILOT IB DP

Artikel 8. Toelating

  • 1. Tot een cursus IB MYP of een cursus IB DP kan als leerling worden toegelaten degene die:

    • a. een andere dan de Nederlandse nationaliteit bezit en van wie ten minste een van de ouders, voogden of verzorgers voor een tijdelijke periode in Nederland of een grensgebied van Nederland werkzaam is;

    • b. de Nederlandse nationaliteit bezit en twee jaar of langer in het buitenland onderwijs heeft genoten vanwege het feit dat ten minste een van de ouders, voogden of verzorgers voor een bepaalde tijd in het buitenland werkzaam was; of

    • c. de Nederlandse nationaliteit bezit, van wie ten minste een van de ouders, voogden of verzorgers blijkens een schriftelijke verklaring van de werkgever binnen twee jaar na het tijdstip van toelating voor ten minste twee jaar in het buitenland werkzaam zal zijn, en die in die periode bij deze ouder, voogd of verzorger zal wonen.

  • 2. Voor een cursus IB MYP geldt verder dat als leerling slechts kan worden toegelaten degene die:

    • a. op het moment van de aanvang van het eerste schooljaar ten minste de leeftijd van 11 jaar heeft bereikt, en

    • b. voldoende onderwijs heeft genoten om het onderwijs aan de cursus IB MYP met vrucht te kunnen volgen.

  • 3. Voor een cursus IB DP geldt verder dat als leerling slechts kan worden toegelaten degene die:

    • a. een cursus IB MYP met goed gevolg heeft afgerond, of

    • b. voldoende onderwijs heeft genoten om het onderwijs aan de cursus IB DP met vrucht te kunnen volgen.

  • 4. Tot de cursus IB DP, verbonden aan het United World College te Maastricht, kan in afwijking van het eerste lid ook als leerling worden toegelaten degene die een andere dan de Nederlandse nationaliteit bezit en overigens niet aan de voorwaarden, bedoeld in dat lid, voldoet.

  • 5. Het bevoegd gezag beslist over toelating van een leerling.

Artikel 9. Toelating en geldelijke bijdrage

Toelating tot de cursus IB MYP, de cursus IB DP en de pilot IB DP is afhankelijk van de voldoening van een geldelijke bijdrage op grond van een overeenkomst tussen de ouders, voogden of verzorgers van de leerling en de school. Het bevoegd gezag stelt de hoogte van de geldelijke bijdrage per leerjaar vast.

Artikel 10. Bevordering en verwijdering

Ten aanzien van de voorwaardelijke bevordering, de schorsing en de verwijdering van een leerling zijn de desbetreffende artikelen 12, 13, 14 en 15 van het Inrichtingsbesluit W.V.O. van overeenkomstige toepassing.

Artikel 11. Pilot IB DP

  • 1. Aan een school waaraan een cursus IB DP is verbonden, kan de Minister een experiment toekennen waarin in Nederland woonachtige leerlingen die niet behoren tot de categorie leerlingen, bedoeld in artikel 8, eerste lid, het onderwijs aan een cursus IB DP kunnen volgen en ter afsluiting daarvan examen als bedoeld in artikel 15 kunnen afleggen Dit experiment wordt aangeduid als de Pilot IB DP.

  • 2. Het bevoegd gezag van een school waaraan een pilot IB DB is toegekend, kan per leerjaar jaarlijks ten hoogste 20 leerlingen als bedoeld in het eerste lid tot de cursus IB DB toelaten.

  • 3. Een Pilot IB DP kan worden toegekend in de periode 1 augustus 2007 tot en met 31 juli 2012.

  • 4. Het bevoegd gezag van een school die wil deelnemen aan een pilot IB DP, is in de gelegenheid in de periode 1 november 2006 tot en met 31 december 2006 een aanvraag in te dienen.

  • 5. De minister beslist binnen twee maanden op de aanvraag.

Artikel 12. Toelating leerlingen tot pilot IB DP

In het kader van een pilot IB DP kan een leerling tot een cursus IB DP worden toegelaten die:

  • a. in het bezit is van een diploma hoger algemeen voortgezet onderwijs of van een bewijsstuk dat hij onvoorwaardelijk is bevorderd tot het vijfde leerjaar van een school voor voorbereidend wetenschappelijk onderwijs; en

  • b. in staat is het onderwijs in de Engelse taal te volgen blijkens een door de leerling over te leggen bewijsstuk, een en ander ten genoegen van het bevoegd gezag.

HOOFDSTUK 4. INRICHTING VAN HET ONDERWIJS EN DE AFSLUITING DAARVAN

Artikel 13. Cursus IB MYP

  • 1. De cursus IB MYP heeft een duur van vier of vijf jaar. Per schooljaar volgen de leerlingen een aantal lessen dat ten minste overeenkomt met 950 uren.

  • 2. De cursus IB MYP is erop gericht:

    • a. de leerlingen de mogelijkheid te bieden proeven af te leggen voor het International Baccalaureate Middle Years Certificate of voor deelcertificaten daarvan, dan wel examen af te leggen voor het International General Certificate of Secondary Education of voor deelcertificaten daarvan;

    • b. de leerlingen de mogelijkheid te bieden om het onderwijs te volgen in het eerste leerjaar van de cursus IB DP; en

    • c. de leerlingen de mogelijkheid te bieden om tussentijds, na ieder cursusjaar, het onderwijs te vervolgen in het voorbereidend wetenschappelijk onderwijs, het hoger algemeen voortgezet onderwijs of het middelbaar algemeen voortgezet onderwijs in de eigen school of een andere school.

  • 3. Het bevoegd gezag draagt er zorg voor dat de leerlingen gedurende de cursus IB MYP in voldoende mate onderwijs kunnen volgen in de Nederlandse taal en kennis kunnen nemen van de Nederlandse cultuur. Daartoe richt het bevoegd gezag het curriculum van de cursus IB MYP zodanig in dat ten minste 10% van de lessen in het Nederlands wordt gegeven.

  • 4. De leerlingen van de cursus IB MYP volgen ten minste onderwijs in de vakken Engelse taal (English language), Engelse letterkunde (English literature), Nederlandse taal (Dutch language), een derde moderne taal (a third modern language), geschiedenis (history), aardrijkskunde (geography), beide laatste vakken eventueel te geven als geïntegreerde maatschappijvakken (humanities), wiskunde (mathematics), biologie (biology), natuurkunde (physics), scheikunde (chemistry), de laatste drie vakken eventueel te geven als natuurwetenschappen (integrated science), kunstvakken (arts) en lichamelijke opvoeding (physical education).

Artikel 14. Cursus IB DP

  • 1. De cursus IB DP heeft een cursusduur van twee jaar. In het eerste leerjaar volgen de leerlingen een aantal lessen dat tenminste overeenkomt met 950 uren onderwijs per jaar en in het tweede leerjaar volgen de leerlingen een aantal lessen dat overeenkomt met 700 uren onderwijs per jaar.

  • 2. De cursus IB DP is erop gericht de leerlingen de mogelijkheid te bieden examen af te leggen voor het International Baccalaureate Diplom.

  • 3. De leerlingen van de cursus IB MYP volgen ten minste onderwijs in de vakken Language A1, Second Language, Individuals and Societies, Experimental Sciences, Mathematics and Computer Science en Arts. Voorts omvat het curriculum onderwijs dat leerlingen in staat stelt deel te nemen aan het Extended Essay, Theory of Knowledge en Creativity, Action and Service.

  • 4. Voor een leerling die de Nederlandse nationaliteit als enige nationaliteit bezit, is tevens het volgen van onderwijs in het vak Nederlands verplicht.

Artikel 15. Afsluiting cursussen

  • 1. Het bevoegd gezag stelt een examenreglement vast.

  • 2. Het bevoegd gezag stelt de leerlingen die het laatste leerjaar van de cursus IB MYP volgen, in de gelegenheid ter afsluiting van hun opleiding proeven af te leggen voor het International Baccalaureate Middle Years Certificate of voor deelcertificaten daarvan dan wel examen af te leggen voor het International General Certificate of Secondary Education of voor deelcertificaten daarvan.

  • 3. Het bevoegd gezag stelt de leerlingen die het tweede leerjaar van de cursus IB DP volgen in de gelegenheid ter afsluiting van hun opleiding examen af te leggen voor het International Baccalaureate Diplom volgens de daarvoor geldende regels. Voor het afnemen van de examens is toestemming vereist van de International Baccalaureate Organisation te Genève. Voor een leerling die de Nederlandse nationaliteit als enige nationaliteit bezit, is tevens het afleggen van examen in het vak Nederlands verplicht.

  • 4. De artikelen 5, 43 en 55, eerste en tweede lid, van het Eindexamenbesluit v.w.o.-h.a.v.o.-m.a.v.o.-v.b.o. zijn van overeenkomstige toepassing.

  • 5. Indien het examenreglement, bedoeld in het eerste lid, geen bepaling inhoudt ten aanzien van de faciliteiten voor gehandicapte kandidaten, indien de kandidaat zich schuldig maakt of heeft gemaakt aan onregelmatigheden dan wel handelt in strijd met de examenvoorschriften of indien twijfel bestaat of het examen op regelmatige wijze heeft plaatsgevonden, wordt gehandeld zoveel mogelijk overeenkomstig artikel 55, eerste en tweede lid, onderscheidenlijk artikel 5 dan wel artikel 43 van het Eindexamenbesluit v.w.o.-h.a.v.o.-m.a.v.o.-v.b.o.

Artikel 16. Pilot IB DP

  • 1. Het curriculum van de pilot IB DP bestaat uit de vakken van de cursus IB DP, bedoeld in artikel 14, derde lid, met dien verstande dat het vak Nederlands wordt uitgebreid met het onderdeel tekstverklaring met betrekking tot niet-fictionele teksten, inclusief argumentatieve vaardigheden. Dit vak maakt voor de Nederlandse leerlingen verplicht deel uit van het examen voor het International Baccalaureate Diplom.

  • 2. Artikel 15, derde lid, eerste volzin, is van overeenkomstige toepassing. Het afleggen van examen in het onderdeel tekstverklaring, bedoeld in het eerste lid, is verplicht.

Artikel 17. Benoeming en bevoegdheden van het onderwijzend personeel

Met betrekking tot de benoeming en bevoegdheden van leraren voor de cursus IB MYP en de cursus IB DP is het bepaalde bij of krachtens de artikelen 33 tot en met 36 van de Wet op het voortgezet onderwijs van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat:

  • a. voor onderwijs op het niveau hoger algemeen voortgezet onderwijs de eerste drie leerjaren onderscheidenlijk het vierde en vijfde leerjaar van de cursus IB MYP worden aangemerkt als de eerste drie leerjaren onderscheidenlijk het vierde en het vijfde leerjaar van een school voor hoger algemeen voortgezet onderwijs; en

  • b. het eerste en het tweede leerjaar van de cursus IB DP worden aangemerkt als het vijfde en zesde leerjaar van een school voor voorbereidend wetenschappelijk onderwijs.

HOOFDSTUK 5. SLOTBEPALINGEN

Artikel 18. Vervallen artikelen

De artikelen 11, 12 en 16 vervallen.

Artikel 19. Inwerkingtreding

  • 1. Deze beleidsregel treedt met uitzondering van de artikelen 11, 12, 16 en 18 in werking met ingang van de dag na de datum van de uitgifte van de Staatscourant waarin hij wordt geplaatst, en werkt terug tot en met 1 augustus 2008.

  • 2. De artikelen 11, 12 en 16 treden in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin deze beleidsregel wordt geplaatst, en werken terug tot en met 1 november 2006.

  • 3. Artikel 18 treedt in werking met ingang van 1 augustus 2012.

Artikel 20. Citeertitel

Deze beleidsregel wordt aangehaald als: Beleidsregel IGVO 2010.

Deze beleidsregel zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,

J.M. van Bijsterveldt-Vliegenthart.

TOELICHTING

I. Algemeen

1. Inleiding

In de 80-er en 90-er jaren van de vorige eeuw zijn in Nederland aan een achttal scholen voor voortgezet onderwijs, verspreid over het land, cursussen Internationaal Georiënteerd Voortgezet Onderwijs (IGVO) verbonden. Deze acht scholen ontvingen jaarlijks een beschikking met een toezegging voor extra middelen per leerling in het IGVO en een beschrijving van de inrichtingseisen.

Sinds 2000 is een algemene regeling van kracht geworden voor het IGVO: de Regeling IGVO (regeling van 18 oktober 2000, Gele katern 2000, nr. 25).

Alle scholen voor voortgezet onderwijs die aan de gestelde voorwaarden voldoen, konden op basis van de regeling een aanvraag indienen voor erkenning en bekostiging van een IGVO-opleiding. De regeling uit 2000 is herzien in 2004 en in 2007.

2. Nieuwe beleidsregel

Omdat de regeling IGVO op 1 augustus 2008 is geëxpireerd, dient een nieuwe regeling tot stand te worden gebracht. Deze nieuwe Beleidsregel IGVO 2010 komt in grote lijnen overeen met de regeling IGVO, zoals deze in 2007 luidde, en werkt vanwege het expireren van de vorige regeling terug tot en met 1 augustus 2008. De Beleidsregel IGVO 2010 geldt voor onbepaalde tijd.

3. Groei van de vraag naar internationaal onderwijs

De verdere internationalisering van de economie en de arbeidsmarkt heeft geleid tot een groei van de vraag naar internationaal onderwijs. Sinds 2000 hebben vijf nieuwe scholen een beroep gedaan op de regeling teneinde een IGVO-opleiding aan te kunnen bieden. De beschikbaarheid van voor ouders betaalbaar internationaal onderwijs heeft een positief effect op het vestigingsklimaat voor buitenlandse bedrijven en instellingen in Nederland.

4. Opzet en achtergrond

De Beleidsregel IGVO 2010 bevat onder meer de wijze van bekostiging en inrichting van het Internationaal Georiënteerd Voortgezet Onderwijs en de criteria voor het starten van nieuwe cursussen door een reeds bekostigde school voor voortgezet onderwijs. De beleidsregel is gebaseerd op artikel 73 van de Wet op het voortgezet onderwijs (WVO). Dit artikel biedt de mogelijkheid aan de minister om cursussen op het gebied van voortgezet onderwijs te bekostigen. De beleidsregel is bedoeld voor bevoegde gezagsorganen van scholen voor voortgezet onderwijs die cursussen voor Internationaal Georiënteerd Voortgezet Onderwijs aan hun school willen verbinden.

Het onderwijs bestaat uit twee cursussen: de onderbouw, het internationaal baccalaureaat Middle Years Programme en de bovenbouw, het internationaal baccalaureaat Diploma Programme.

5. Administratieve lasten

De hoeveelheid administratieve lasten die deze beleidsregel voor de scholen met zich mee brengt, is onder de grens die het nodig maakt de beleidsregel aan een ACTAL toets te onderwerpen.

6. Uitvoeringstoets

DUO acht de beleidsregel uitvoerbaar. De benamingen van de cursussen Internationaal Baccalaureaat Middle Years Programme IB MYP en Internationaal Baccalaureaat Diplom Programme IBDP zullen worden opgenomen in de elelementcodetabel.

Voor wat betreft de rechtmatigheid kan worden geconstateerd dat voor het IGVO aparte elementcodes zijn benoemd, waarop leerlingen geteld kunnen worden in de basisregistratie onderwijsnummer ‘BRON’ door scholen die daarvoor een positieve beschikking hebben ontvangen en zijn geregistreerd in de basisregistratie instellingen ‘BRIN’. De instellingsaccountant neemt de IGVO leerlingen mee bij de controle op de telgegevens. De middelen voor bekostiging van internationaal onderwijs maken deel uit van de rijksbijdrage (lump sum).

II. Artikelsgewijs

Artikel 3

Wanneer een school IGVO wil gaan aanbieden, is het van belang of het aantal leerlingen in het voedingsgebied van de school groot genoeg is voor een onderwijskundig en bedrijfsmatig verantwoord IGVO-programma. Hiervoor wordt een minimaal aantal leerlingen van 120 nodig gevonden, voor de cursussen IB MYP en IB DP te samen. De school dient dan ook bij de aanvraag een onderbouwde prognose te leveren die dat aantal leerlingen op een termijn van zes jaar aannemelijk maakt.

Artikel 4

De minister beoordeelt de aanvraag op de kwaliteit van de geleverde prognose en op de maatschappelijke steun die er in de omgeving van de school is voor het starten van internationaal onderwijs.

Ook spelen bij het al dan niet toekennen van IGVO aan een school voor voortgezet onderwijs de eventuele negatieve effecten op omliggende scholen met IGVO een rol.

Indien de minister negatief op een aanvraag beslist, gelden daarvoor de gebruikelijke mogelijkheden tot bezwaar en beroep.

De school kan het onderwijs daadwerkelijk gaan starten per 1 augustus. Hiervan maakt de school voor 1 mei melding bij de minister zodat deze tijdig een bekostigingsbeschikking kan verstrekken.

De afgegeven bekostigingsbeschikking heeft betrekking op bekostiging van leerlingen die worden opgegeven bij de leerlingtelling van 1 oktober van dat jaar.

Indien een school geen gebruik maakt van de beslissing tot bekostiging en binnen drie jaar niet is gestart met het verzorgen van IGVO, dan vervalt de aanspraak op bekostiging.

Artikel 7

Tevens bevat de beleidsregel een opheffingsnorm. Voor scholen met IGVO die gedurende 3 jaar een leerlingaantal hebben dat lager is dan de opheffingsnorm van 100 leerlingen, zal de bekostiging voor IGVO worden beëindigd.

Indien een school is gestart met een cursus en pas een of enkele leerjaren verzorgt, geldt het minimum van 100 leerlingen niet, maar wordt getoetst op het aantal leerlingen per leerjaar, namelijk 16.

De Minister kan in bijzondere gevallen ontheffing verlenen van beëindiging van de bekostiging.

Artikel 8

De doelgroep bestaat uit leerlingen van Nederlandse ouders met een internationale arbeidscarrière en uit buitenlandse leerlingen met ouders die tijdelijk in Nederland werken. Daarnaast kan zich de situatie voordoen, dat in de grensstreek buitenlanders voor een bepaalde periode werkzaam zijn in Duitsland of België, voor wie een Nederlandse school met IGVO beter bereikbaar is dan een Duitse of Belgische internationale school. Hun kinderen kunnen ook toegelaten worden.

Een nieuwe categorie leerlingen volgt het IGVO, en wel de cursus IB DP aan het UWC Maastricht. Deze leerlingen worden geselecteerd door een UWC commissie in hun land om aan een van de 13 UWC Colleges in de wereld te het IB DP te volgen.

Vanaf 1 september 2010 start een UWC in Maastricht.

Artikel 9

De kosten voor het IGVO onderwijs bedragen per leerling ongeveer het dubbele van de kosten voor het Nederlandse voortgezet onderwijs. De overheid draagt voor een deel bij in de bekostiging van het IGVO, de overige kosten worden gedragen door de ouders. Een zelfde bekostiging zal de overheid aan de scholen ter beschikking stellen voor Nederlandse leerlingen in het kader van de pilots IB.

De verplichting tot het betalen van een geldelijke bijdrage ofwel ‘schoolfees’ om tot het internationale onderwijs te worden toegelaten is staande praktijk in Nederland en in het buitenland. In Nederland was tot 2007 deze betalingsverplichting om te worden toegelaten tot het internationale onderwijs niet geregeld. De school was voor de noodzakelijke geldelijke bijdrage afhankelijk van de bereidheid van de ouders van de leerlingen tot betaling daarvan. Met deze regeling is de regelgeving met betrekking tot toelating tot het internationale onderwijs gelijkgetrokken met die in het buitenland. De verplichting tot betaling wordt vóór de toelating tot het internationale onderwijs overeengekomen tussen school en ouders of leerlingen.

De hoogte van de schoolfee wordt jaarlijks door de leiding van de school vastgesteld. Over een wijziging van de hoogte van de schoolfee overlegt de schoolleiding met de medezeggenschapsraad.

Artikelen 11 en 12

Naar aanleiding van de motie van de leden Lambrechts en Balemans (Kamerstukken II 2004–2005, 29 800 VIII, nr. 56) die door de Tweede Kamer is aanvaard en die beoogt het Internationale baccalaureaatsonderwijs open te stellen voor Nederlandse leerlingen, is besloten dat in pilots IB DP te gaan beproeven. De pilots IB hebben tot doel na te gaan of er voldoende belangstelling bestaat bij leerlingen en wat de voor- en nadelen zijn, verbonden aan deze openstelling. Daartoe geselecteerde scholen kunnen een pilot IB DP starten met ingang van 1 augustus 2007.

In overleg met de koepelorganisatie van internationale scholen heeft een aanvraagronde reeds plaats gevonden. De pilots IB DP duren tot en met augustus 2012. Op basis van een evaluatie zal daarna worden besloten of de pilots worden omgezet in regulier onderwijsaanbod, dan wel worden beëindigd.

Artikelen 13 en 14

De beleidsregel bevat de inrichtingseisen die afwijken van de inrichtingseisen van de WVO. De curriculumvoorschriften zijn afkomstig van de Internationale Baccalaureaatsorganisatie. De cursus IB MYP duurt vijf jaar indien deze het equivalent vormt van groep 8 van het basisonderwijs tot en met klas vier van het voortgezet onderwijs, derhalve voor leerlingen vanaf 11 jaar.

Artikel 15

Leerlingen kunnen slechts examen voor het International Baccalaureate Diplom afleggen, indien de International Baccalaureate Organisation (IBO) te Genève daarvoor toestemming heeft verleend. De IBO stelt deugdelijkheideisen aan een school, waar IB wordt aangeboden. Indien kan worden aangetoond, dat aan deze deugdelijkheideisen wordt voldaan, wordt door de IBO in eerste instantie een voorlopige IBO-licentie voor een jaar verstrekt.

Artikel 16

Leerlingen met de Nederlandse nationaliteit die de pilot IB volgen, dienen verplicht het vak Dutch A1 van het internationaal baccalaureaatsprogramma te volgen en hierin examen af te leggen.

Omdat deze leerlingen het Nederlands op VWO eindexamenniveau behoren te beheersen is op grond van een vergelijking van dit programma met het eindexamen Nederlands op VWO-niveau door de Stichting Cito Instituut voor Toetsontwikkeling (advies van 17 april 2007) het onderdeel leesvaardigheid (tekstverklaring) met betrekking tot niet-fictionele teksten, inclusief argumentatieve vaardigheden aan het eindexamenprogramma IB toegevoegd.

Eén van de voorwaarden die door het vorige kabinet aan de pilot is gesteld, is dat deelname aan dit Engelstalige onderwijs niet ten koste mag gaan van beheersing van de Nederlandse taal.

De Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,

J.M. van Bijsterveldt-Vliegenthart.