Regeling van de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van 7 juni 2010, nr. R&P/RA/2010/11430, tot wijziging van de Subsidieregeling ESF 2007–2013 (herzien) van 24 augustus 2009, nr. R&P/RA/2009/17756, tot de besteding van gelden uit het Europees Sociaal Fonds

De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,

Gelet op de artikelen 3, eerste en vierde lid, 5 en 8, eerste lid, van de Kaderwet SZW-subsidies;

Besluit:

ARTIKEL I

De regeling van de Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van 24 augustus 2009, tot besteding van geleden uit het Europees Sociaal Fonds 2007–2013, wordt als volgt gewijzigd:

A

In artikel 1 komt de definitie van ‘sectorarrangement’ te luiden:

Sectorarrangement:

afspraken tussen een sector enerzijds en de VNG, of een of meer door de VNG aangewezen coördinerende gemeenten, of het UWV, over welke activiteiten door de bij de afspraken betrokken partijen worden ondernomen ter voorkoming van jeugdwerkloosheid, respectievelijk het vergroten van de mogelijkheden tot scholing, opleiding en arbeidsinpassing van jongeren in de betreffende sector.

B

Artikel 19, zesde lid komt te luiden:

  • 6. Indien de begunstigde niet voldoet aan een of meer van de vorige leden kan dit leiden tot een verlaging van de vast te stellen subsidie met 5%.

ARTIKEL II

Bijlage I bij de in artikel I genoemde regeling wordt als volgt gewijzigd:

A

Artikel A3 komt te luiden:

Artikel A3. Subsidieplafond

Het maximaal beschikbare bedrag voor het verlenen van subsidie bedraagt:

  • a. voor aanvragen, ingediend in 2009: € 80.000.000,–;

  • b. voor aanvragen, ingediend in 2010: € 65.000.000,–.

B

Artikel B3 komt te luiden:

Artikel B3. Subsidieplafond

Het maximaal beschikbare bedrag voor het verlenen van subsidie bedraagt:

  • a. voor aanvragen, ingediend in 2009: € 15.000.000,–;

  • b. voor aanvragen, ingediend in 2010: € 15.000.000,–.

C

Artikel B5, onderdeel e, vervalt.

D

Artikel C3 komt te luiden:

Artikel C3. Subsidieplafond

  • 1. Het maximaal beschikbare bedrag voor het verlenen van subsidie bedraagt:

    • a. voor aanvragen, ingediend in 2009: € 40.000.000,–;

    • b. voor aanvragen, ingediend in 2010: € 24.000.000,–.

  • 2. De maximumsubsidie per aanvrager per aanvraagtijdvak bedraagt € 450.000,–.

E

Artikel D3 komt te luiden:

Artikel D3. Subsidieplafond

  • 1. Het maximaal beschikbare bedrag voor het verlenen van subsidie bedraagt:

    • a. voor aanvragen, ingediend in 2009: € 150.000.000,–;

    • b. voor aanvragen, ingediend in 2010: € 150.000.000,–.

F

Artikel E3 komt te luiden:

Artikel E3. Subsidieplafond

Het maximaal beschikbare bedrag voor het verlenen van subsidie bedraagt:

  • a. voor aanvragen, ingediend in 2009: € 7.000.000,–;

  • b. voor aanvragen, ingediend in 2010: € 12.000.000,–.

G

In artikel J1, eerste lid, onderdeel b, vervalt: met de VNG.

H

Artikel J2 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het eerste lid wordt ‘in de periode van 1 oktober 2009, 9.00 uur, tot en met 31 december 2009, 17.00 uur’ vervangen door: in de periode van 1 september 2010, 09.00 uur tot en met 31 maart 2011, 17.00 uur.

2. In het tweede lid wordt ‘in het kalenderjaar 2009 door de minister ontvangen in het aanvraagtijdvak van 2 november 2009, 9.00 uur, tot en met 30 november 2009, 17.00 uur’ vervangen door: in het kalenderjaar 2010 door de minister ontvangen in het aanvraagtijdvak van 1 oktober 2010, 9.00 uur tot en met 31 oktober 2010, 17.00 uur.

I

Artikel J3 komt te luiden:

Artikel J3. Subsidieplafond

Het maximaal beschikbare bedrag voor het verlenen van subsidie bedraagt:

  • a. voor aanvragen ten behoeve van projecten in het kader van Actie Jeugd 1, ingediend in 2009: € 25.000.000,–;

  • b. voor aanvragen ten behoeve van projecten in het kader van Actie Jeugd 2, ingediend in 2009: € 24.000.000,–;

  • c. voor aanvragen ten behoeve van projecten in het kader van Actie Jeugd 1, ingediend in de periode van 1 september 2010 tot en met 31 maart 2011: € 35.000.000,–;

  • d. voor aanvragen ten behoeve van projecten in het kader van Actie Jeugd 2, ingediend in 2010: € 25.000.000,–.

J

Artikel J5 komt te luiden:

Artikel J5. Verdeling van het beschikbare bedrag

  • 1. Het maximaal beschikbare bedrag voor het verlenen van subsidie in het kader van Actie Jeugd 1 voor aanvragen, ingediend in de periode van 1 september 2010 tot en met 31 maart 2011, is per coördinerende gemeente vastgelegd in bijlage 4.

  • 2. Voor het verlenen van subsidie in het kader van Actie Jeugd 2 bedraagt het maximaal beschikbare bedrag per aanvrager € 2.000.000,–.

K

In artikel J6 wordt onderdeel c vervangen door twee nieuwe onderdelen, luidende:

  • c. bij de aanvraag van een project door een O&O-fonds een sectorarrangement is overgelegd;

  • d. de kosten van het project van een O&O-fonds meer bedragen dan € 1.250.000,–.

L

Aan artikel J8, eerste lid, wordt onder vervanging van de punt na onderdeel d door een puntkomma een onderdeel e. toegevoegd, luidende:

  • e. de mate waarin aan een aanvrager al eerder subsidie is toegekend in het kader van de ESF 2007–2013, Actie Jeugd, waarbij aanvragers aan wie niet eerder subsidie is toegekend voorrang hebben op aanvragers aan wie wel al eerder subsidie is toegekend in het kader van Actie Jeugd van deze regeling.

ARTIKEL III

Bijlage 4 bij de in artikel I genoemde regeling komt te luiden:

BIJLAGE 4: SUBSIDIEPLAFONDS COÖRDINERENDE GEMEENTEN

Coördinerende gemeente

Werkplein + regio

Subsidieplafond 2010 (euro’s)

Emmen

Drenthe

960.000

Leeuwarden

Friesland

1.470.000

Groningen

Groningen

1.490.000

Doetinchem

Achterhoek

570.000

Arnhem

Gelderland-Midden/Arnhem

1.150.000

Nijmegen

Gelderland-Zuid/Nijmegen

680.000

Zwolle

Noord-Overijssel

860.000

Tiel

Rivierenland

490.000

Apeldoorn

Stedendriehoek

1.100.000

Enschede

Twente

1.360.000

Venlo

Noord- en Midden Limburg

970.000

’s-Hertogenbosch

’s-Hertogenbosch

1.280.000

Tilburg

Tilburg

910.000

Heerlen

Zuid-Limburg

1.530.000

Eindhoven

Zuid-Oost Brabant

1.460.000

Amsterdam

Groot Amsterdam

2.280.000

Alkmaar

Noord-Kennemerland (+ West Friesland)

1.280.000

Zaanstad

Zaanstreek / Waterland

590.000

Haarlem

Zuid-Kennemerland

720.000

Almere

Flevoland

1.190.000

Hilversum

Gooi- en Vechtstreek

440.000

Den Haag

Haaglanden

2.000.000

Leiden

Holland-Rijnland

1.090.000

Gouda

Midden-Holland

520.000

Utrecht

Utrecht-Midden

1.680.000

Amersfoort

Utrecht-Oost

740.000

Dordrecht

Drechtsteden

910.000

Goes

Noord-Midden Zeeland / Zeeuws-Vlaanderen

700.000

Rotterdam

Rijnmond

3.290.000

Breda

West-Brabant

1.290.000

  

35.000.000

ARTIKEL IV

Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 juli 2010.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

Den Haag, 7 juni 2010

De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,

J.P.H. Donner.

TOELICHTING

Algemeen

Deze wijziging van de Subsidieregeling ESF 2007–2013 (herzien) heeft betrekking op het openstellen van een nieuw subsidietijdvak met bijbehorende subsidieplafonds voor de Acties A en Jeugd. Daarnaast is voor Actie Jeugd de verdeling van het beschikbare bedrag opgenomen en is het vereiste van het sectorarrangement gewijzigd. Ook voor Actie B en E is het beschikbare bedrag voor 2010 bekend gemaakt voor het jaarlijkse tijdvak in oktober.

Verder zijn aanpassingen aangebracht in artikel 19 en artikel B5.

Actie A

Het nieuwe tijdvak voor Actie A loopt van 1 oktober 2010 tot en met 31 oktober 2010. Voor dit tijdvak is € 65 miljoen aan subsidie beschikbaar. Dit is vooralsnog het laatste tijdvak dat voor Actie A zal worden geopend, omdat het totale budget voor Actie A met deze laatste openstelling naar verwachting volledig zal worden benut. Indien de realisatie lager uitkomt dan geraamd en er nog geld beschikbaar is, dan zal in 2012 of in 2013 nog een nieuw tijdvak worden geopend voor Actie A.

Actie Jeugd

Dit is het laatste tijdvak dat zal worden geopend voor Actie Jeugd. Met het openen van dit laatste tijdvak is het totale budget voor Actie Jeugd naar verwachting volledig benut. Eventueel resterende middelen zullen beschikbaar worden gesteld ten behoeve van Actie A.

Actie Jeugd1 kan worden aangevraagd door 30 coördinerende gemeenten. Voor Actie Jeugd1 is een tijdvak geopend van 7 maanden, te weten van 1 september 2010 tot en met 31 maart 2011. Hiervoor is gekozen om de coördinerende gemeenten meer ruimte te bieden in hun keuze in welke periode ze een (nieuwe) aanvraag indienen. Het beschikbare aan te vragen budget van € 35 miljoen is verdeeld over de 30 coördinerende gemeenten op basis van de criteria voor de verdeling van rijksmiddelen ten bestrijding van de jeugdwerkloosheid (aantal schoolverlaters/werkloze jongeren in de regio), zie ook de gewijzigde bijlage 4 voor de beschikbare bedragen per coördinerende gemeente. De extra rijksmiddelen die in 2010 aan de coördinerende gemeenten beschikbaar worden gesteld voor de bestrijding van jeugdwerkloosheid kunnen worden ingezet als cofinanciering voor projecten in het kader van Actie Jeugd.

Actie Jeugd2 kan worden aangevraagd door sectoren (in casu O&O fondsen). Het nieuwe tijdvak voor Actie Jeugd2 is geopend gedurende de maand oktober 2010. Aanvragers, die nog niet eerder subsidie toegekend hebben gekregen voor Actie Jeugd2, krijgen voorrang boven aanvragers, die naar aanleiding van het vorige tijdvak wel subsidie voor Actie Jeugd2 toegekend hebben gekregen. Deze voorrang is versleuteld in een nieuw vijfde rankingscriterium, dat evenveel gewicht heeft als ieder van de vier oorspronkelijke rankingscriteria. Het maximum subsidiebedrag per aanvrager bedraagt € 2 miljoen en het minimum subsidiebedrag € 500.000.

Ten aanzien van Actie Jeugd2 geldt als eis dat de sector een sectorarrangement heeft afgesloten. Naast de reeds bestaande mogelijkheid van een landelijk sectorarrangement met de VNG, staat voor het tijdvak in 2010 ook de mogelijkheid open om een sectorarrangement af te sluiten met enkele door de VNG aan te wijzen coördinerende gemeenten of met het UWV. Sectoren kunnen op deze manier een sectorarrangement afsluiten met de partij of partijen die goed aansluit(en) bij hun plannen om de jeugdwerkloosheid te bestrijden. Het wordt derhalve aan sectoren overgelaten met welke partij(en) zij uiteindelijk zaken willen en kunnen doen. Dit laat onverlet dat waar mogelijk landelijk gecoördineerde afspraken de voorkeur verdienen. Het verdient aanbeveling dat alle publieke partijen die een sectorarrangement afsluiten als bedoeld in ESF Jeugd2 regeling, elkaar actief en tijdig informeren. Gezamenlijk optrekken in de publieke kolom bevordert het bundelen van kennis, ervaring en instrumenten van de respectievelijke organisaties en levert een belangrijke meerwaarde op voor sectoren. Er kunnen efficiencyvoordelen worden behaald en goed werkende arrangementen kunnen een bredere verspreiding krijgen. Ook bevordert dit een goed overzicht bij de landelijke partijen van de sectorale inspanningen om de jeugdwerkloosheid te bestrijden.

Vraag en aanbod op de arbeidsmarkt voor jongeren kunnen op regionaal niveau aanzienlijk verschillen. Sectoren zijn bovendien heel verschillend georganiseerd op regionaal en lokaal niveau. De werkgelegenheid daarbinnen kent vaak een wisselende regionale concentratie en spreiding. Het is daarom goed denkbaar dat alleen met bepaalde regio’s een sectorarrangement zinvol is voor een sector. De gewijzigde regeling biedt daarvoor nu een mogelijkheid: de VNG kan één of meerdere coördinerende gemeenten aanwijzen met wie een sector een arrangement kan afspreken dat subsidiabel op grond van ESF Jeugd2 kan zijn. Er zijn twee routes denkbaar: de sector treedt in overleg met de VNG, die op basis van de ideeën van de sector en in overleg met één of meerdere coördinerende gemeenten, die gemeenten aanwijst om een concreet arrangement af te sluiten met de sector. Of het initiatief voor een regionaal arrangement komt van beoogde samenwerkingspartners uit de regio zelf en er vindt (tijdig) afstemming met de VNG plaats. De VNG is geen medeondertekenaar van regionale sectorarrangementen. De aanwijzingsclausule maakt een lichte vorm van landelijke coördinatie en afstemming mogelijk. Dit met het oog op de voornoemde meerwaarde.

Actie B

Het beschikbare budget voor het tijdvak in oktober 2010 is vastgesteld op € 15 miljoen.

Inhoudelijk is artikel B5 gewijzigd. Onderdeel e van dit artikel is komen te vervallen. Onderdeel e betreft het criterium dat betrekking heeft op het contact met de gemeente waar de gedetineerde deelnemer naar zijn zeggen zal gaan wonen. In de praktijk is gebleken dat dit contact reeds automatisch volgt uit onderdeel d van hetzelfde artikel. Het laten staan van het afzonderlijke vereiste in onderdeel e leidt tot afzonderlijke administratieve onderbouwing daarvan, welke ook terug te vinden is in de administratieve onderbouwing van onderdeel d. Dit leidt tot onnodige administratieve lasten.

Actie E

Het beschikbare budget voor het nieuwe tijdvak voor Actie E van 1 oktober 2010 tot en met 31 oktober 2010 bedraagt € 12 miljoen.

De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,

J.P.H. Donner.

Naar boven