Beschikking van de Minister van Verkeer en Waterstaat, houdende ontheffing van het verbod VFR-vluchten uit te voeren beneden de minimum VFR-vlieghoogte boven gebieden met aaneengesloten bebouwing, industrie- en havengebieden daaronder begrepen, dan wel boven mensenverzamelingen

25 mei 2010

Nr. IVW art. 45.1.a – 2010 – 046 – Helicon

De Minister van Verkeer en Waterstaat,

Handelende in overeenstemming met de Minister van Defensie;

Gezien het verzoek om ontheffing d.d. 18 mei 2010, ontvangen op 18 mei 2010 van Helicon B.V., adres: Van Konijnenburgweg 151 a, 4612 PL Bergen op Zoom. Contactpersoon: de heer W.F.R. Eikelboom, telefoon: 0164-23 14 34; e-mail: info@helicon-helicopter.com;

Overwegende dat het doel van de vlucht is het uitvoeren van helikoptervluchten ten behoeve van het maken van film- en videobeelden van de opening van de Maastoren aan de Wilhelminakade te Rotterdam in opdracht van Production World B.V.;

Gelet op artikel 45, vijfde lid, van het Luchtverkeersreglement;

Besluit:

Artikel 1

Deze beschikking is van toepassing op de helikopter van het type BO-105, met als registratie D-HMUG, in gebruik bij Helicon B.V. waarmee de VFR-vlucht op een hoogte van 500 ft boven de Wilhelminakade te Rotterdam wordt uitgevoerd.

Artikel 2

Aan de gezagvoerder van de helikopter van het type BO-105, met als registratie D-HMUG, wordt op 28 mei 2010 ontheffing verleend van het verbod, genoemd in artikel 45, eerste lid, onder a, van het Luchtverkeersreglement, om VFR-vluchten uit te voeren beneden de minimum VFR-vlieghoogte, boven gebieden met aaneengesloten bebouwing, industrie- en havengebieden daaronder begrepen, dan wel boven mensenverzamelingen, gedurende de daglichtperiode, zoals gepubliceerd in de in artikel 60, onder a, bedoelde luchtvaartgids, met inachtneming van de volgende voorschriften en beperkingen:

  • a. de gezagvoerder is in het bezit van een geldig CPL of ATPL;

  • b. de minimum toegestane vlieghoogte boven gebieden met aaneengesloten bebouwing, industrie- en havengebieden daaronder begrepen, dan wel boven mensenverzamelingen, bedraagt 500 ft doch ten minste 100 ft boven de hoogste hindernis gelegen binnen een afstand van 600 m van het luchtvaartuig;

  • c. de vliegroute, vlieghoogte en vliegsnelheid worden zodanig gekozen dat:

    • 1. overlast aan derden zoveel mogelijk wordt vermeden;

    • 2. ingeval van een noodlanding het risico voor inzittenden en derden zoveel mogelijk wordt beperkt;

    • 3. met inachtneming van artikel 19 van de Regeling Luchtverkeersdienstverlening de volgende adviessnelheden in luchtverkeersdienstverleningsgebieden met klasse G in acht worden genomen:

      Vliegzicht (m)

      Adviessnelheid (kts)

      800–1500

      < 50

      1500–2000

      < 100

      2000–5000

      < 120

  • d. de gezagvoerder stelt zich van tevoren op de hoogte met betrekking tot plaatsen die geschikt zijn voor het uitvoeren van een noodlanding;

  • e. te allen tijde worden de vluchten zo uitgevoerd met een zodanige combinatie van hoogte en snelheid dat de vlieger in staat is om, in geval van een motorstoring, de bebouwing te verlaten;

  • f. de vluchten worden zodanig uitgevoerd dat niet wordt gevlogen in het gevaarlijke gebied van het hoogtesnelheidsdiagram als aangegeven in het vlieghandboek van de desbetreffende helikopter van het type BO-105;

  • g. er wordt niet bij voortduring laaggevlogen, doch slechts gedurende de periode dat dit voor het daadwerkelijk maken van opnamen noodzakelijk is en slechts op het traject zoals dat van tevoren aan de Luchtvaartpolitie is doorgegeven;

  • h. vóór de aanvang van de vlucht wordt ingelicht:

    de meldkamer van het Korps Landelijke Politiediensten Afdeling Luchtvaartpolitie (tel.: 020-502 56 93 of fax: 020-502 56 99) en worden de volgende gegevens verstrekt:

    • naam gezagvoerder(s), registratie en model/type

    • route en periode van de voorgenomen vlucht;

  • i. een uur vóór aanvang van de vlucht wordt gecoördineerd met de operationele helpdesk; tel.: 020-406 22 01; fax: 020-406 36 72; e-mail: ops_helpdesk@lvnl.nl; aan de voorwaarden door hen gesteld wordt strikt de hand gehouden;

  • j. voor het maken van de opnamen dient de cameraman in het bezit te zijn van een op zijn/haar naam gestelde luchtopnamevergunning, verkregen bij het Ministerie van Defensie, MIVD/ACIV/BIV, Sectie Luchtfotografie, Postbus 20701, 2500 ES Den Haag, e-mailadres: indussec@mindef.nl; fax: 070-441 92 04.

Artikel 3

  • 1. De aanvrager draagt er zorg voor dat de gezagvoerder en de cameraman bekend zijn met de inhoud van deze beschikking.

  • 2. Voorafgaand aan de vlucht is er op initiatief van de aanvrager/opdrachtgever in de plaatselijke media aandacht besteed aan de uit te voeren vlucht.

  • 3. Het niet of niet volledig nakomen van de voorwaarden, genoemd in artikel 2 kan aanleiding zijn deze ontheffing in te trekken.

  • 4. De vlucht wordt uitgevoerd in overeenstemming met de verleende opdracht van de desbetreffende opdrachtgever en op eerste aanvraag wordt de opdracht aan de Inspectie Verkeer en Waterstaat bekendgemaakt.

Artikel 4

Deze beschikking treedt in werking met ingang van 25 mei 2010 en vervalt met ingang van 29 mei 2010.

De Minister van Verkeer en Waterstaat,

namens deze:

Lid van het managementteam IVW/Luchtvaart,

M. Steenhuisen-Kuipers.

Bezwaarmogelijkheid

Indien u het niet eens bent met deze beslissing kunt u hiertegen, op grond van het bepaalde in de Algemene wet bestuursrecht, binnen zes weken na de datum waarop deze beslissing is verzonden schriftelijk bezwaar aantekenen.

Het bezwaarschrift moet worden ondertekend en moet ten minste bevatten:

  • de naam en het adres van de indiener;

  • de dagtekening;

  • een omschrijving van de beschikking waartegen het bezwaar is gericht;

  • de gronden van het bezwaar.

Het bezwaarschrift kunt u richten aan:

Inspectie Verkeer en Waterstaat

Team Juridische Zaken

Postbus 90653

2509 LR DEN HAAG

Naar boven