Besluit van de Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer, 11 mei 2010, nr. DGM/K&L2010011937, tot het verlenen van mandaat, volmacht en machtiging aan de algemeen directeur van Agentschap NL ter uitvoering van artikel 9.2.2.7 van de Wet milieubeheer en het Besluit organische oplosmiddelen in verven en vernissen milieubeheer (Mandaatbesluit Agentschap NL Besluit organische oplosmiddelen in verven en vernissen milieubeheer)

De Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer,

Gezien de schriftelijke instemming van de algemeen directeur van Agentschap NL van 26 april 2010, kenmerk ZJZ1024479;

Besluit:

Artikel 1

Aan de algemeen directeur van Agentschap NL wordt mandaat verleend tot:

  • a. het nemen van besluiten op aanvragen tot ontheffing ingevolge artikel 9.2.2.7 van de Wet milieubeheer van het verbod in artikel 2, eerste lid, van het Besluit organische oplosmiddelen in verven en vernissen milieubeheer;

  • b. het beslissen op bezwaarschriften tegen besluiten als bedoeld in onderdeel a, voor zover het besluit waartegen het bezwaar zich richt, niet door hem in mandaat is genomen.

Artikel 2

Aan de algemeen directeur van Agentschap NL wordt volmacht en machtiging verleend tot het verrichten van alle benodigde werkzaamheden ter voorbereiding en ter uitvoering van de besluiten bedoeld in artikel 1.

Artikel 3

De algemeen directeur van Agentschap NL kan met betrekking tot zijn bevoegdheden, bedoeld in de artikelen 1 en 2, ondermandaat, volmacht en machtiging verlenen aan één of meer onder hem ressorterende functionarissen.

Artikel 4

Indien uitvoering wordt gegeven aan de artikelen 1 en 2 luidt de ondertekening:

De Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer,

voor deze:

de algemeen directeur van Agentschap NL

(gevolgd door de handtekening en de naam)

Artikel 5

Indien uitvoering wordt gegeven aan artikel 3 luidt de ondertekening:

De Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer,

voor deze:

de algemeen directeur van Agentschap NL,

op last:

(gevolgd door de functieaanduiding, de handtekening en de naam van de betrokken functionaris aan wie ondermandaat is verleend)

Artikel 6

Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin het wordt geplaatst.

Artikel 7

Dit besluit wordt aangehaald als: Mandaatbesluit Agentschap NL Besluit organische oplosmiddelen in verven en vernissen milieubeheer.

Dit besluit zal in de Staatscourant worden geplaatst.

’s-Gravenhage, 11 mei 2010

De Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer,

J.C. Huizinga-Heringa.

TOELICHTING

Onderhavig besluit strekt tot mandaatverlening aan Agentschap NL tot het verlenen van ontheffingen van het Besluit organische oplosmiddelen in verven en vernissen milieubeheer. Artikel 3, derde lid, van de Europese richtlijn 2004/42 en artikel 9.2.2.7 van de Wet milieubeheer bieden daartoe de mogelijkheid. Het doel van deze richtlijn is de emissies van vluchtige organische stoffen te beperken als gevolg van het gebruik van organische oplosmiddelen in bepaalde verven en vernissen. Volgens het Besluit is het verboden bepaalde verven en vernissen die in de richtlijn zijn opgenomen aan een ander ter beschikking te stellen, indien zij een VOS-gehalte hebben dat de grenswaarden van die richtlijn te boven gaat.

Het genoemde artikellid van de richtlijn biedt de mogelijkheid voor lidstaten om ontheffingen af te geven ten behoeve van de restauratie en het onderhoud van gebouwen en klassieke voertuigen die van bijzonder historisch en cultureel belang zijn, voor aan- en verkoop van strikt beperkte hoeveelheden producten die niet voldoen aan de grenswaarden. Het gaat in Nederland om een beperkt aantal bedrijven die hiervan gebruik willen maken, met name voor klassieke voertuigen.

Op de behandeling van een aanvraag tot ontheffing zijn de voorschriften van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing.

Naar boven