Besluit opsporingsvergunning aardwarmte Maasland

17 december 2009

Nr. ET/EM / 9187099

Directoraat-generaal voor Energie en Telecom,Directie Energiemarkt

De Minister van Economische Zaken,

Procesverloop:

  • Kwekerij de Westhoek B.V. en Van Geest Groep B.V. (hierna genoemd KDW) hebben binnen de periode van 13 weken na plaatsing van een uitnodiging voor het indienen van concurrerende aanvragen voor het gebied genaamd Westland gepubliceerd in de Staatscourant van 23 februari 2009, nr. 36, op 10 maart 2009 een concurrerende aanvraag ingediend genaamd Maasland. Voor het deel van de vergunningaanvraag Maasland dat niet concurreert met de aanvraag Westland is in de Staatscourant van 8 mei 2009, nr. 84, een uitnodiging geplaatst voor het indienen van concurrerende aanvragen. De vergunning is aangevraagd voor een duur van vier jaar;

  • De vergunningaanvraag Maasland concurreert ten dele met de volgende aanvragen om een opsporingsvergunning voor aardwarmte:

    • VVE Oude Campspolder (hierna genoemd VOC) heeft op 20 juli 2009 een concurrerende aanvraag ingediend. Deze aanvraag genaamd Maasland 2 is deels concurrerend met de aanvraag Maasland. De vergunning is aangevraagd voor een duur van vier jaar;

    • A.P.M. Zuidgeest, M.T.M. Zuidgeest, W.M.J. Zuidgeest, P.E.M. Zuidgeest-van den Berg, Y.C.M. Zuidgeest van Kester en L.M.M. Zuidgeest-Vijverberg (hierna genoemd Zuidgeest c.s.) hebben op 21 april 2009 een concurrerende aanvraag ingediend. Deze aanvraag is genaamd Maasdijk en concurreert deels met de aanvraag Westland en deels met de aanvraag Maasland. Ook concurreren de aanvragen Westland en Maasdijk deels met elkaar. De vergunning is aangevraagd voor een duur van vier jaar;

    • De eerste aanvrager is de gemeente Westland. Deze aanvrager heeft op 17 december 2008 een aanvraag ingediend om een opsporingsvergunning voor aardwarmte, ingevolge artikel 6 van de Mijnbouwwet, in het gebied, genaamd Westland, gelegen in de gemeenten Westland, Rotterdam, Rozenburg, Maassluis, Den Haag en Midden-Delfland. De vergunning is aangevraagd voor een duur van vijf jaar;

  • Op 20 oktober 2009 is de opsporingsvergunning voor aardwarmte voor het gebied Maasdijk voor het aangevraagde gebied verleend aan Zuidgeest c.s.. De opsporings-vergunning Maasdijk is inclusief het overlappende gebied van de aanvraag Maasland verleend;

  • TNO Bouw en Ondergrond, adviesgroep EZ (TNO), heeft op verzoek van de Minister van Economische Zaken op 15 juni 2009 en 17 september 2009 advies uitgebracht;

  • Staatstoezicht op de mijnen (Sodm) heeft op verzoek van de Minister van Economische Zaken een algemeen advies voor aardwarmteaanvragen uitgebracht;

  • Het College van Gedeputeerde Staten van de provincie Zuid-Holland (GS) is op grond van artikel 16 van de Mijnbouwwet om advies gevraagd. GS heeft per brief van 21 oktober 2009 (kenmerk: PZH-2009-133681279) advies uitgebracht;

  • De Mijnraad heeft op 16 november 2009 advies uitgebracht (kenmerk: MIJR/9185460) op grond van artikel 105, derde lid, van de Mijnbouwwet.

Gelet op:

De artikelen 2, derde lid, 6, 7, 9, 11, eerste tot en met derde lid, alsmede eerste volzin vierde lid, 12, 15, 16, 17, en 105, derde lid, van de Mijnbouwwet, alsmede artikel 1.3.1. van de Mijnbouwregeling.

Besluit:

Artikel 1

Aan Kwekerij de Westhoek B.V. en Van Geest Groep B.V. (hierna te noemen de vergunninghouder), wordt een opsporingsvergunning voor aardwarmte verleend.

Artikel 2

Het aangevraagde gebied ligt in de gemeenten Westland, Maassluis en Midden-Delfland en wordt begrensd door de volgende punten en de rechte lijnen daartussen. De coördinaten van deze punten zijn:

Punt

X

Y

1

77750,000

439000,000

2

75800,000

437800,000

3

74337,926

440279,168

4

75030,000

441100,000

5

74017,427

441999,563

6

75400,000

442800,000

De coördinaten zijn vermeld volgens het stelsel van de Rijksdriehoekmeting (RD).

Op basis van deze grensbeschrijving is de oppervlakte 8,87 km2.

Artikel 3

De vergunninghouder geeft uitvoering aan het werkprogramma dat onderdeel uitmaakt van de op 10 maart 2009 ontvangen aanvraag.

Artikel 4

De vergunninghouder draagt zorg voor zodanige putafwerking dat in elk geval sprake is van een goede bescherming van de bodem tot en met het derde watervoerend pakket.

Artikel 5

De vergunninghouder wijst tijdig voor de aanvang van de opsporingsactiviteiten een persoon aan met boortechnische en operationele ervaring, die leiding geeft aan boor- en aanverwante activiteiten en doet hiervan schriftelijk mededeling aan Staatstoezicht op de mijnen. Bovendien moet die persoon de bevoegdheid hebben om uitvoering te geven aan instructies van inspecteurs van Staatstoezicht op de mijnen. De vergunninghouder stelt Staatstoezicht op de mijnen van eventuele wijzigingen schriftelijk vooraf tijdig op de hoogte.

Artikel 6

De vergunninghouder neemt bij de uitvoering van het werkprogramma de volgende voorwaarden in acht:

  • binnen 2 jaar na het onherroepelijk worden van de vergunning deelt de vergunninghouder schriftelijk mee aan de Minister van Economische Zaken, onder vermelding van tijdstip, geologische structuur en diepte, de plaats waar de boringen zullen worden verricht;

  • Uiterlijk in het derde jaar na het onherroepelijk worden van de vergunning worden twee boringen (1 doublet) geplaatst.

Artikel 7

De vergunning geldt, vanaf het tijdstip van inwerkingtreding nadat zij onherroepelijk is geworden, gedurende een tijdvak van 4 jaar.

Artikel 8

Kwekerij de Westhoek B.V. wordt aangewezen als de persoon die de feitelijke werkzaamheden verricht of daartoe opdracht geeft.

Artikel 9

De vergunning treedt in werking met ingang van de dag na die waarop de beschikking is bekendgemaakt.

Deze beschikking wordt bekendgemaakt door toezending aan de aanvrager. Van deze beschikking wordt mededeling gedaan door plaatsing in de Staatscourant.

De Minister van Economische Zaken,

namens deze:

Y. Peters,

MT-lid directie Energiemarkt.

Tegen dit besluit kan degene wiens belang rechtstreeks bij dit besluit Is betrokken binnen 6 weken na verzending van dit besluit een gemotiveerd bezwaarschrift indienen bij de Minister van Economische Zaken, Directie Wetgeving en Juridische Zaken (ALP: L/L204), Postbus 20101, 2500 EC 's-Gravenhage. Dit besluit is verzonden op de in de aanhef vermelde datum.

Naar boven