De Minister van Verkeer en Waterstaat maakt ter voldoening aan de Algemene wet bestuursrecht het volgende bekend.
Bij besluit van 12 mei 2010, nr. RWS/DZL-2010/2470 is aan Stichting Zeeuwse Tong te Goes een gedoogbeschikking ingevolge de
Wet verontreiniging oppervlaktewateren verleend voor het op de Oosterschelde lozen van afvalwater, afkomstig van een proefboerderij
aquacultuur te Colijnsplaat.
Ter inzage
De melding en het besluit daarop kunnen worden ingezien van 20 mei 2010 tot en met 30 juni 2010 bij de Rijkswaterstaat Zeeland, afdeling Vergunningverlening en Handhaving, Poelendaelesingel 18 te Middelburg op voorafgaande afspraak (tel. 0118-622428,
dhr. L. Filius) op werkdagen van 9–12 uur en van 13–16 uur en bij de gemeente Noord-Beveland, Voorstraat 31 te Wissenkerke, op werkdagen van 09.00 uur tot 12.00 uur.
Bezwaar
Op grond van de Algemene wet bestuursrecht kan tegen deze beschikking binnen zes weken na de dag, waarop dit is bekendgemaakt,
een bezwaarschrift worden ingediend. Het bezwaarschrift moet worden gericht aan de Minister van Verkeer en Waterstaat en gezonden
aan de hoofdingenieur-directeur van Rijkswaterstaat Zeeland (afd. BBV), Postbus 5014, 4330 KA Middelburg.
Het bezwaarschrift dient te zijn ondertekend en tenminste het volgende te bevatten:
1. de naam en het adres van de indiener;
2. de dagtekening;
3. vermelding van de datum en het kenmerk van de beschikking waartegen het bezwaarschrift zich richt;
4. een opgave van de redenen waarom men zich met de beschikking niet kan verenigen.
Voorlopige voorziening
Indien een bezwaarschrift is ingediend, is het mogelijk om daarnaast een verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening
in te dienen. Een dergelijk verzoek dient te worden gericht aan de Voorzieningenrechter van de rechtbank (sector Bestuursrecht)
binnen het rechtsgebied waarvan de indiener van het bezwaarschrift zijn woonplaats heeft. Het verzoek dient te worden ondertekend
en tenminste het volgende te bevatten:
1. de naam en het adres van de indiener;
2. de dagtekening;
3. vermelding van het bestuursorgaan dat de beschikking heeft genomen en de datum en het kenmerk van de beschikking;
4. de gronden van het verzoek (motivering).
Bij het verzoek dient voorts een afschrift van het bezwaarschrift te worden overgelegd.
Naar aanleiding van het verzoek kan de Voorzieningenrechter een voorlopige voorziening treffen indien onverwijlde spoed, gelet
op de betrokken belangen, dat vereist. Voor de behandeling van een verzoek om een voorlopige voorziening wordt een bedrag
aan griffierecht geheven. De griffier van de betrokken rechtbank wijst de verzoeker na de indiening van diens verzoek op de
verschuldigdheid van het griffierecht en bericht de verzoeker binnen welke termijn en op welke wijze het verschuldigde griffierecht
moet worden voldaan.