Bij besluit van 26 april 2010, nr. IVW/2010-5432 is aan Rijkswaterstaat Zeeland te Middelburg ingevolge de Wet verontreiniging
oppervlaktewateren vergunning verleend voor het op het oppervlaktewater van de Westerschelde brengen van afvalstoffen, afkomstig
van reinigings- en reparatiewerkzaamheden aan de wanden van de Westsluis te Terneuzen.
Ter inzage
De melding en het besluit daarop kunnen worden ingezien van 15 mei 2010 tot en met 25 juni 2010 bij de Inspectie Verkeer en Waterstaat, Toezichteenheid Waterbeheer, Noorderwagenplein 6, 8223 AL Lelystad; bij de Rijkswaterstaat Zeeland, afdeling Vergunningverlening en Handhaving, Poelendaelesingel 18 te Middelburg op voorafgaande afspraak (tel. 0118 - 622428,
dhr. L. Filius) op werkdagen van 9–12 uur en van 13–16 uur en bij de gemeente Terneuzen, Stadhuis, Oostelijk Bolwerk 4 te Terneuzen, de vestiging op Markt 1 te Axel en de vestiging op Vlaanderenplein 1 te Sas
van Gent, op maandag van 13.00 tot 17.00 uur, op dinsdag tot en met donderdag van 09.00 tot 17.00 uur en op vrijdag van 09.00
tot 20.00 uur.
Bezwaar
Op grond van de Algemene wet bestuursrecht kan tegen deze beschikking binnen zes weken na de dag, waarop dit is bekendgemaakt,
een bezwaarschrift worden ingediend. Het bezwaarschrift moet worden gericht aan de Minister van Verkeer en Waterstaat en gezonden
aan de hoofdingenieur-directeur van Rijkswaterstaat Zeeland (afd. BBV), Postbus 5014, 4330 KA Middelburg.
Het bezwaarschrift dient te zijn ondertekend en tenminste het volgende te bevatten:
1. de naam en het adres van de indiener;
2. de dagtekening;
3. vermelding van de datum en het kenmerk van de beschikking waartegen het bezwaarschrift zich richt;
4. een opgave van de redenen waarom men zich met de beschikking niet kan verenigen.
Voorlopige voorziening
Indien een bezwaarschrift is ingediend, is het mogelijk om daarnaast een verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening
in te dienen. Een dergelijk verzoek dient te worden gericht aan de Voorzieningenrechter van de rechtbank (sector Bestuursrecht)
binnen het rechtsgebied waarvan de indiener van het bezwaarschrift zijn woonplaats heeft. Het verzoek dient te worden ondertekend
en tenminste het volgende te bevatten:
1. de naam en het adres van de indiener;
2. de dagtekening;
3. vermelding van het bestuursorgaan dat de beschikking heeft genomen en de datum en het kenmerk van de beschikking;
4. de gronden van het verzoek (motivering).
Bij het verzoek dient voorts een afschrift van het bezwaarschrift te worden overgelegd.
Naar aanleiding van het verzoek kan de Voorzieningenrechter een voorlopige voorziening treffen indien onverwijlde spoed, gelet
op de betrokken belangen, dat vereist. Voor de behandeling van een verzoek om een voorlopige voorziening wordt een bedrag
aan griffierecht geheven. De griffier van de betrokken rechtbank wijst de verzoeker na de indiening van diens verzoek op de
verschuldigdheid van het griffierecht en bericht de verzoeker binnen welke termijn en op welke wijze het verschuldigde griffierecht
moet worden voldaan.
De Minister van Verkeer en Waterstaat,
namens deze:
de Hoofdinspecteur van de Toezichteenheid Waterbeheer,
namens deze:
de Unitmanager van de Unit Toelating en Continuering,
F. Dijkman.