De Minister van Justitie,
Overwegende dat bij besluit van 26 april 2007, nr. 5481463/07/CBK, maximaal 550 medewerkers van het regionale politiekorps
Midden en West Brabant zijn aangewezen als buitengewoon opsporingsambtenaar van politie ter zake van de opsporing van de in
voornoemd besluit genoemde strafbare feiten;
Overwegende dat op 1 april 2010 de Circulaire Buitengewoon opsporingsambtenaar (met kenmerk 5647961/10) inwerking is getreden
en dat in bijlage A-I van deze circulaire een onderscheid wordt gemaakt in zes domeinen waarbinnen per domein is aangegeven
welke wetten en artikelen de buitengewoon opsporingsambtenaren bevoegd zijn te handhaven en over welke bevoegdheden de buitengewoon
opsporingsambtenaren daarbij beschikken;
Overwegende dat de aangewezen buitengewoon opsporingsambtenaren van het regionale politiekorps Midden en West Brabant zijn
ingedeeld in het domein Generieke Opsporing;
Overwegende dat het regionale politiekorps Midden en West Brabant bij brief van 24 maart 2010 (met kenmerk 5647506/Justis/10)
is geïnformeerd over de domeinindeling;
Overwegende dat de Minister van Justitie op grond van artikel 6, tweede lid, van het Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar
bevoegd is de akte van opsporingsbevoegdheid, de aanwijzing en de aanvullende opsporingsbevoegdheid ambtshalve te wijzigen
of te vervangen;
Gelet op het Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar, laatstelijk gewijzigd op 30 januari 2010, en de Circulaire Buitengewoon
opsporingsambtenaar, kenmerk 5647961/10;
Besluit:
ARTIKEL I
Artikel 3 komt als volgt te luiden:
Artikel 3
1. De in artikel 2 bedoelde ambtenaren zijn bevoegd tot het opsporen van de strafbare feiten genoemd in domein VI Generieke
Opsporing, van bijlage A-I van de Circulaire Buitengewoon opsporingsambtenaar, voor zover noodzakelijk voor een goede vervulling
van de aan de functie gerelateerde taken.
2. De opsporingsbevoegdheid, bedoeld in het eerste lid, geldt voor het grondgebied van Nederland, voor zover noodzakelijk voor
een goede vervulling van de aan de functie gerelateerde taken.
3. De buitengewoon opsporingsambtenaar vermeldt in zijn processen-verbaal en schriftelijke verslagleggingen het domein waarin
hij is aangesteld.
ARTIKEL II
Artikel 8 komt te luiden:
Artikel 8
De op naam gestelde akten van opsporingsbevoegdheid en beëdiging en de overige benoemingsbescheiden, afgegeven mede op basis
van het besluit van 26 april 2007, nr. 5481463/07/CBK, worden geacht mede te zijn afgegeven op basis van het onderhavige besluit.
ARTIKEL III
Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na dagtekening van de Staatscourant waarin het wordt geplaatst.