Het College bescherming persoonsgegevens,
Gelet op artikel 25 van de Wet bescherming persoonsgegevens (Staatsblad 2000, 302),
gezien het schriftelijk verzoek van 19 november 2009 van de Marktonderzoeksassociatie (MOA), de Vereniging voor Beleidsonderzoek
(VBO) en de Vereniging voor Statistiek en Onderzoek (VSO) tot het afgeven van een verklaring als bedoeld in artikel 25, eerste
lid, van de Wet bescherming persoonsgegevens met betrekking tot de Gedragscode voor Onderzoek en Statistiek (Gedragscode);
overwegende ten aanzien van de representativiteit en de Gedragscode voor Onderzoek en Statistiek uit 2004:
dat de MOA, VBO en VSO tezamen kunnen worden aangemerkt als voldoende representatief voor de sector onderzoek en statistiek
en dat deze sector in de Gedragscode voldoende nauwkeurig is omschreven;
dat het CBP op 18 februari 2004 een goedkeurende verklaring heeft afgegeven voor de Gedragscode voor Onderzoek en Statistiek
en dat deze verklaring gedurende een periode van vijf jaar heeft gegolden;
dat de Gedragscode voor Onderzoek en Statistiek uit 2004 in beperkte mate is aangepast;
overwegende dat de nieuwe versie van de Gedragscode:
op onderdelen een nadere uitwerking van, dan wel aanvulling op, de materiële bepalingen van de Wbp vormt en daarbij een praktische
uitwerking bevat in de vorm van ‘de tien gouden regels voor onderzoek & statistiek en gegevensbescherming’;
voorzien is van een standaard geheimhoudingsverklaring;
een uitwerking geeft van de begrippen ‘verantwoordelijke’ en ‘bewerker’ en hierbij aansluit bij de verschillende rollen die
onderzoeksorganisaties en opdrachtgevers in kunnen nemen en dat de toelichting bij de Gedragscode dit verduidelijkt met verschillende
praktische voorbeelden;
regels bevat voor de wijzen waarop persoonsgegevens mogen worden verkregen;
aangeeft voor welke doeleinden persoonsgegevens mogen worden verwerkt en voorziet in een nadere invulling van bewaartermijnen;
nadere invulling geeft aan de rechten van betrokkenen, en de verplichting om de betrokkenen uit eigen beweging te informeren
over de verwerking van de betrokkene betreffende persoonsgegevens;
de verantwoordelijke en bewerker verplicht tot het treffen van passende technische en organisatorische maatregelen, zodat
persoonsgegevens slechts rechtmatig kunnen worden verwerkt;
voor de behandeling van klachten en geschillen voorziet in een onafhankelijke geschillenregeling en dat deze geschillenregeling
naar het oordeel van het CBP voorziet in toereikende waarborgen met betrekking tot de onafhankelijkheid van de leden van de
Beroepscommissie, aangezien de leden, plaatsvervangers en voorzitter van de Beroepscommissie geen deel uit maken van de leden
van de MOA, VBO of VSO dan wel van werknemers van deze leden;
is voornemens te verklaren:
Terinzagelegging van de stukken
Het ontwerp van de Gedragscode en het schriftelijk verzoek aan het CBP om een verklaring af te geven, liggen tot zes weken
na publicatie in de Staatscourant, maandag tot en met vrijdag tussen 10.00 en 16.00 uur, ter inzage bij het CBP, Juliana van
Stolberglaan 4–10 te Den Haag. U dient hiervoor een afspraak te maken. Belanghebbenden die opmerkingen wensen te maken over
het ontwerpbesluit worden verzocht dit schriftelijk kenbaar te maken bij het CBP. Opmerkingen dienen uiterlijk zes weken na
publicatie van deze mededeling op onderstaand adres te zijn ontvangen onder vermelding van de naam van de bijbehorende Gedragscode.
College bescherming persoonsgegevens, Postbus 93374, 2509 AJ Den Haag. Telefoonnummer: 070-8888500.
Het ontwerpbesluit en de Gedragscode zijn ook gepubliceerd op de website van het CBP: www.cbpweb.nl