Wijziging winningsplan Barradeel

8 januari 2010

Nr. ET/EM/10002957

1. Onderwerp aanvraag

Op 7 januari 2010 is een verzoek ontvangen van Frisia Zout B.V. (hierna genoemd Frisia) tot instemming met een wijziging van het winningsplan Barradeel ingevolge artikel 34, derde lid, van de Mijnbouwwet, met welk winningsplan is ingestemd bij besluit van de Minister van Economische Zaken van 28 juni 2004, kenmerk ME/EP/UM/4031464, laatstelijk gewijzigd bij besluit van de Minister van Economische Zaken van 31 oktober 2008, kenmerk ET/EM/ 8165238.

Het gewijzigde winningsplan betreft de periode 7 januari 2010 tot en met 31 mei 2010 en heeft betrekking op de tijdelijke heringebruikname van caverne BAS 1 tot en met 31 mei 2010, gelegen in het gebied van de winningsvergunning Barradeel. De aanleiding is het verzoek van Rijkswaterstaat om op korte termijn zout te leveren ten behoeve van gladheidbestrijding teneinde de veiligheid op het Nederlandse wegennet maximaal te garanderen. Gedurende de looptijd van dit gewijzigde winningsplan zou een hoeveelheid van 100.000 ton zout gewonnen moeten worden.

De Minister van Economische Zaken is, ingevolge artikel 34, derde lid, van de Mijnbouwwet, bevoegd te beslissen op deze aanvraag.

2. Adviezen naar aanleiding van de aanvraag

Staatstoezicht op de mijnen (hierna genoemd Sodm) heeft op 7 januari 2010 advies uitgebracht ten aanzien van de aanvraag.

Sodm heeft geen bezwaren van technische aard om de instemming met de tijdelijke wijziging van het winningsplan te weigeren. De productie van de additionele 100.000 ton zout zal afhankelijk van het drukregime resulteren in een bodemdaling ter grootte van 0 tot 5 millimeter in het diepste punt boven de cavernes. De waterpassingen van 2007 en 2008 geven in het diepste punt van het gebied Barradeel een bodemdaling aan van circa 33 centimeter. Recente GPS-metingen bevestigen dat. Gelet op het uitgangspunt dat door deze extra winning de in het winningsplan afgesproken maximale bodemdaling van 35 centimeter niet overschreden zal worden, adviseert Sodm in te stemmen met de aanvullende winning van 100.000 ton zout, tot en met uiterlijk 31 mei 2010 uit caverne BAS 1 in het gebied van de winningsvergunning Barradeel.

De Technische commissie bodembeweging (hierna genoemd de Tcbb) is geconsulteerd naar aanleiding van deze wijziging. De Tcbb heeft aangegeven dat, gezien het feit dat de extra bodemdaling blijft binnen de maximale bodemdalingsgrens als vastgelegd in het vigerende winningsplan, zij geen additioneel advies zal uitbrengen. Hiermee is voldaan aan het gestelde in artikel 35, eerste lid, onder f, van de Mijnbouwwet.

3. Beoordeling van de aanvraag

Het winningsplan Barradeel bevat de in artikel 25, eerste lid, van het Mijnbouwbesluit voorgeschreven informatie en deze informatie is nog onverminderd van kracht.

Frisia geeft in de aanvraag tot wijziging van het winningsplan aan dat de belangrijkste wijziging ten opzichte van het huidige winningsplan betrekking heeft op een extra productie van 100.000 ton zout door een tijdelijke heringebruikname van caverne BAS 1, als hierboven onder punt 1 vermeld.

Gelet op het advies van Sodm, waaruit blijkt dat Sodm geen technische bezwaren heeft tegen onderhavige wijziging van het winningsplan en dat de extra bodemdaling onder de maximale bodemdalingsgrens als vastgelegd in het vigerende winnigsplan Barradeel blijft, bestaat er, mede gelet op artikel 36, eerste lid van de Mijnbouwwet, geen reden om de gewenste wijziging te weigeren.

4. Conclusie

Gelet op de inhoud van de door Frisia ingediende aanvraag tot instemming met de wijziging van het winningsplan en de hierover ingewonnen adviezen van Staatstoezicht op de mijnen en de Tcbb, bestaat er geen aanleiding de gevraagde instemming te weigeren.

5. Besluit

De Minister van Economische Zaken,

Gelet op de artikelen 34, derde en vierde lid, en artikel 36, tweede lid van de Mijnbouwwet;

Besluit:

De ingediende wijziging van het winningsplan Barradeel verkrijgt de instemming als bedoeld in artikel 34, derde lid, van de Mijnbouwwet.

Artikel 1

Het besluit van 28 juni 2004, kenmerk ME/EP/UM/4031462, zoals laatstelijk gewijzigd bij besluit van 31 oktober 2008, kenmerk ET/EM/8165238, wordt als volgt gewijzigd:

Artikel 2 komt als volgt te luiden:

Artikel 2

De instemming is beperkt tot een maximum extra winning van 100.000 ton zout uit caverne BAS 1.

Deze instemming is geldig vanaf de datum van de inwerkingtreding van dit besluit en eindigt uiterlijk op 31 mei 2010 met dien verstande dat de bodemdaling niet meer zal bedragen dan maximaal 35 centimeter in het diepste punt.

Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na die waarop de beschikking aan de aanvrager is toegezonden.

Deze beschikking wordt bekendgemaakt door toezending aan de aanvrager. Van deze beschikking wordt mededeling gedaan in de Staatscourant.

De Minister van Economische Zaken,

namens deze:

directeur Energiemarkt,

J.C. De Groot.

Tegen dit besluit kan degene wiens belang rechtstreeks bij dit besluit is betrokken binnen 6 weken na verzending van dit besluit een gemotiveerd bezwaarschrift indienen bij de Minister van Economische Zaken, Directie Wetgeving en Juridische Zaken (ALP: L/204), Postbus 20101, 2500 EC ’s-Gravenhage. Dit besluit is verzonden op de in de aanhef vermelde datum.

Naar boven