Staatscourant van het Koninkrijk der Nederlanden

Datum publicatieOrganisatieJaargang en nummerRubriek
Ministerie van Binnenlandse Zaken en KoninkrijksrelatiesStaatscourant 2010, 6443Interne regelingen

Besluit tekenbevoegdheid vertrouwensfuncties en veiligheidsonderzoeken AIVD 2009

29 maart 2010

Het hoofd van de Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst,

Gelet op artikel 4, aanhef en onder 1, van het Besluit tekenbevoegdheid vertrouwensfuncties en veiligheidsonderzoeken BZK 2007;

Besluit:

Artikel 1

In dit besluit wordt onder tekenbevoegdheid verstaan de bevoegdheid om namens het hoofd van de Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst besluiten te nemen, stukken af te doen en uitgaande brieven te ondertekenen op grond van de Wet veiligheidsonderzoeken.

Artikel 2

  • 1. De directeur Binnenlandse Veiligheid bezit tekenbevoegdheid ten aanzien van de in artikel 2, eerste lid, onder a, b, c, d, e en f, van het Besluit tekenbevoegdheid vertrouwensfuncties en veiligheidsonderzoeken BZK 2007 bedoelde bevoegdheid.

  • 2. Bij de hantering van de tekenbevoegdheid luidt de ondertekening als volgt:

    De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties,

    voor deze,

    het hoofd van de Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst,

    voor deze,

    de directeur Binnenlandse Veiligheid,

    (handtekening)

Artikel 3

  • 1. Het hoofd van de Eenheid Veiligheidsonderzoeken bezit tekenbevoegdheid ten aanzien van:

    • a. de in artikel 2, eerste lid, onder b, van het Besluit tekenbevoegdheid vertrouwensfuncties en veiligheidsonderzoeken BZK 2007 bedoelde bevoegdheid betreffende het afgeven van een verklaring van geen bezwaar;

    • b. de in artikel 2, eerste lid, onder c, van het Besluit tekenbevoegdheid vertrouwensfuncties en veiligheidsonderzoeken BZK 2007 bedoelde bevoegdheid betreffende het (voornemen tot) weigeren van een verklaring van geen bezwaar;

    • c. de in artikel 2, eerste lid, onder f, van het Besluit tekenbevoegdheid vertrouwensfuncties en veiligheidsonderzoeken BZK 2007 bedoelde bevoegdheid betreffende het doen van mededelingen aan een andere mogendheid of aan een volkenrechtelijke organisatie;

    • d. het maken van afspraken met werkgevers ter zake van de uitvoering van het veiligheidsonderzoek, de zogenaamde Service Level Agreements.

  • 2. In afwijking van het eerste lid, onderdeel b, is de aldaar bedoelde bevoegdheid voorbehouden aan de directeur Binnenlandse Veiligheid indien het weigeren volgt op een veiligheidsonderzoek van de zwaarste categorie, het zogenaamde A+ onderzoek.

  • 3. In afwijking van het eerste lid, onderdelen b en c, is de aldaar bedoelde bevoegdheid voorbehouden aan de directeur Binnenlandse Veiligheid indien bij de uitoefening van deze bevoegdheid gebruik wordt gemaakt van gegevens bedoeld in artikel 7, tweede lid, onder b en c, onderscheidenlijk artikel 13, vierde lid, onder b en c, van de Wet veiligheidsonderzoeken.

  • 4. Bij de hantering van de tekenbevoegdheid luidt de ondertekening als volgt:

    De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties,

    voor deze,

    het hoofd van de Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst,

    voor deze,

    het hoofd van de Eenheid Veiligheidsonderzoeken,

    (handtekening).

  • 5. Bij tijdelijke afwezigheid of verhindering van het hoofd van de Eenheid Veiligheidsonderzoeken is het plaatsvervangend hoofd tekenbevoegd.

Artikel 4

  • 1. De hoofden van de teams van de Eenheid Veiligheidsonderzoeken bezitten voor hun eigen team tekenbevoegdheid ten aanzien van:

    • a. de in artikel 2, eerste lid, onder b, van het Besluit tekenbevoegdheid vertrouwensfuncties en veiligheidsonderzoeken BZK 2007 bedoelde bevoegdheid betreffende het afgeven van een verklaring van geen bezwaar;

    • b. de in artikel 2, eerste lid, onder f, van het Besluit tekenbevoegdheid vertrouwensfuncties en veiligheidsonderzoeken BZK 2007 bedoelde bevoegdheid betreffende het doen van mededelingen aan een andere mogendheid of aan een volkenrechtelijke organisatie, voor zover deze mededeling ten opzichte van betrokkene geen nadelige conclusies bevat;

    • c. de in artikel 17, eerste lid, van de Wet op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten 2002 bedoelde bevoegdheid van het verzamelen van gegevens ten behoeve van het verrichten van veiligheidsonderzoeken.

  • 2. In afwijking van het eerste lid, onderdeel a, is de aldaar bedoelde bevoegdheid voorbehouden aan het hoofd van de Eenheid Veiligheidsonderzoeken indien een verklaring wordt afgegeven na een aanvankelijk voornemen tot weigeren van deze verklaring.

  • 3. Bij de hantering van de tekenbevoegdheid luidt de ondertekening als volgt:

    De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties,

    voor deze,

    Het hoofd van de Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst,

    voor deze

    het hoofd van het team van de Eenheid Veiligheidsonderzoeken,

    (handtekening)

  • 4. Op schriftelijke aanwijzing van het hoofd van de Eenheid Veiligheidsonderzoeken kunnen de hoofden van de teams elkaar onderling vervangen of worden deze vervangen door het plaatsvervangend hoofd van de Eenheid Veiligheidsonderzoeken.

Artikel 5

De tekenbevoegdheid wordt uitgeoefend met dien verstande dat:

  • 1. geen beslissingen worden genomen ten aanzien van zaken van principiële aard;

  • 2. de beslissingsbevoegdheid op een hoger niveau wordt uitgeoefend indien politiek-bestuurlijke afbreukrisico’s of overige bijzondere omstandigheden daartoe aanleiding geven;

  • 3. de bestaande richtlijnen en gebruiken omtrent voorparaaf en medeparaaf in overleg en afstemming met medebelanghebbende afdelingen in acht zijn genomen;

  • 4. de binnen de Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst en het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties geldende instructies omtrent het voorleggen en afdoen van stukken zijn gevolgd;

  • 5. er technische voorzieningen aanwezig zijn die garanderen dat alleen een bevoegde ondertekenaar stukken kan ondertekenen met behulp van een digitale handtekening;

  • 6. geen stukken worden ondertekend, die bij de ontvanger de indruk kunnen wekken, dat de ondertekenaar persoonlijk een beslissing neemt welke door de minister of het hoofd van de Algemene inlichtingen- en veiligheidsdienst moet worden genomen.

Artikel 6

Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na datum van uitgifte van de Staatscourant waarin het wordt geplaatst en werkt terug tot en met 15 juni 2009.

Artikel 7

Het Besluit tekenbevoegdheid vertrouwensfuncties en veiligheidsonderzoeken Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst 2004 wordt ingetrokken.

Artikel 8

Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit tekenbevoegdheid vertrouwensfuncties en veiligheidsonderzoeken AIVD 2009.

Dit besluit zal in afschrift worden gezonden aan de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en belanghebbende functionarissen.

Het hoofd van de Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst,

G.L. Bouman.

TOELICHTING

In het Besluit tekenbevoegdheid vertrouwensfuncties en veiligheidsonderzoeken BZK 2007 heeft de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties de tekenbevoegdheid ter zake van een aantal bevoegdheden in het kader van de Wet veiligheidsonderzoeken (WVO) gemandateerd aan het hoofd van de Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst (AIVD). De betreffende bevoegdheden staan opgesomd in de onderdelen, met letters aangeduid, van artikel 2, eerste lid, van het Besluit tekenbevoegdheid vertrouwensfuncties en veiligheidsonderzoeken BZK 2007. Het gaat om (a) het instemmen met het aanwijzen van vertrouwensfuncties, (b) het afgeven van een verklaring van geen bezwaar (VGB), (c) het weigeren of (e) intrekken van een VGB, (d) het doen instellen van een hernieuwd veiligheidsonderzoek, (f) het doen van mededelingen aan een andere mogendheid of volkenrechtelijke organisatie (bij een op hun verzoek uitgevoerd veiligheidsonderzoek) alsmede (g) het beslissen op bezwaarschriften. Er is voorzien in de mogelijkheid van ondermandatering aan de onder het hoofd AIVD ressorterende functionarissen. Deze ondermandatering was sinds 1 februari 2004 neergelegd in het Besluit tekenbevoegdheid vertrouwensfuncties en veiligheidsonderzoeken Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst 2004. In juni 2009 is binnen de AIVD een traject van organisatieontwikkeling tot afronding gekomen. Het betreft hier een omvangrijke reorganisatie, waarbij de managementstructuur geheel vernieuwd is. Dit heeft ook gevolgen voor de benamingen van de eenheden binnen de AIVD en van de managementsfuncties, ook waar het de uitvoering van de WVO betreft. In verband daarmee wordt het besluit uit 2004 vervangen door het onderhavige besluit.

Drie niveaus in de nieuwe AIVD organisatie zijn van belang voor de ondermandatering op WVO gebied, te weten (1) de portefeuillehouder in het managementteam AIVD, de directeur Binnenlandse Veiligheid, (2) het hoofd en het plaatsvervangend hoofd van de Eenheid Veiligheidsonderzoeken en (3) de teamhoofden, die leiding geven aan de dagelijkse werkzaamheden in de teams waarin de veiligheidsonderzoeken worden uitgevoerd.

De bevoegdheid tot het beslissen op bezwaarschriften blijft voorbehouden aan het hoofd AIVD en de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties conform de daartoe in het Besluit tekenbevoegdheid vertrouwensfuncties en veiligheidsonderzoeken BZK 2007 vastgelegde taakverdeling. Alle overige bevoegdheden zijn doorgemandateerd aan de directeur Binnenlandse Veiligheid (artikel 2 van dit besluit). De bevoegdheden tot het aanwijzen van vertrouwensfuncties, tot het instellen van een hernieuwd veiligheidsonderzoek (wegens gebleken feiten en omstandigheden) en tot het intrekken van een VGB blijven vanwege hun ingrijpende aard voorbehouden aan de directeur Binnenlandse Veiligheid.

De bevoegdheden tot het afgeven of weigeren van een VGB en het doen van mededelingen aan een andere mogendheid of volkenrechtelijke organisatie zijn ook belegd bij het niveau direct onder de directeur Binnenlandse Veiligheid, te weten het hoofd van de Eenheid Veiligheidsonderzoeken en diens plaatsvervanger(artikel 3), met dien verstande dat in bepaalde gevallen de tekenbevoegdheid blijft voorbehouden aan het hogere niveau. Dat betreft in ieder geval het weigeren van een VGB na de zwaarste categorie veiligheidsonderzoeken, het A+ onderzoek, die onder meer voor het eigen personeel van de AIVD geldt. Vanwege het privacygevoelige karakter van deze categorie veiligheidsonderzoeken blijft deze beslissing voorbehouden aan de directeur Binnenlandse Veiligheid. Dit is ook het geval als het weigeren berust op gegevens die bedoeld zijn in artikel 7, onderdeel b en c, van de WVO. Het betreft hier gegevens betreffende deelneming of steunverlening aan activiteiten die de nationale veiligheid kunnen schaden alsmede gegevens betreffende lidmaatschap van of steunverlening aan organisaties die doeleinden nastreven, dan wel ter verwezenlijking van hun doeleinden middelen hanteren, die aanleiding geven tot het ernstige vermoeden dat zij een gevaar vormen voor het voortbestaan van de democratische rechtsorde. Indien dit soort gegevens een rol spelen zijn binnen de AIVD ook andere eenheden dan de Eenheid Veiligheidsonderzoeken betrokken, waardoor de beslissing op een hoger niveau is belegd. Dit geldt ook bij de mededeling aan een andere mogendheid of volkenrechtelijke organisatie waarbij deze gegevens een rol spelen.

Inmiddels is tussen de AIVD en de organisaties waar vertrouwensfuncties voorkomen een praktijk gegroeid waarbij afspraken worden gemaakt over de uitvoering van de veiligheidsonderzoeken, de zgn. Service Level Agreements (SLA’s). Het hoofd van de Eenheid Veiligheidsonderzoeken is bevoegd deze SLA’s namens de dienst te tekenen.

Beslissingen waarbij geen afwijzing aan de orde is, gelukkig het overgrote deel, zijn gemandateerd aan de teamhoofden. Het betreft dan het afgeven van een VGB of het doen van een mededeling zonder voor betrokkene nadelige conclusies. Als het daarbij evenwel gaat om gevallen waarin een aanvankelijk voornemen bestond om de verklaring te weigeren en er dus van dit voornemen in later stadium wordt afgeweken, is de beslissing voorbehouden aan het hoofd van de Eenheid Veiligheidsonderzoeken. De hoofden van de teams zijn tevens tekenbevoegd ten aanzien van het verzamelen van gegevens ten behoeve van het verrichten van veiligheidsonderzoeken als bedoeld in artikel 17, eerste lid, van de Wet op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten 2002. Bijvoorbeeld voor het inwinnen van justitiële inlichtingen of gegevens bij de Gemeentelijke Basisadministratie. Op schriftelijke aanwijzing van het hoofd van de Eenheid Veiligheidsonderzoeken kunnen de teamhoofden elkaar zonodig onderling vervangen of kunnen deze vervangen worden door het plaatsvervangend hoofd van de Eenheid.

Artikel 5 correspondeert met artikel 6 uit het voorgaande besluit (uit 2004). Nieuw is de aan dit artikel toegevoegde bepaling (onderdeel 2) dat de beslissingsbevoegdheid op een hoger niveau wordt uitgeoefend indien politiek-bestuurlijke afbreukrisico’s of overige bijzondere omstandigheden daartoe aanleiding geven.

Het hoofd van de Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst,

G.L. Bouman.