Op 3 februari 2010 hebben wij een M.e.r. beoordelingsnotitie ontvangen van E. Haanschoten, Huigenbosch 2, 3925 MD te Scherpenzeel.
Beoordeling
Het college van burgemeester en wethouders is verplicht te beoordelen of een milieu-effectrapportage (MER) moet worden opgesteld.
Wij hebben in dit geval beslist dat het opstellen van een MER niet noodzakelijk is, omdat er geen sprake is van bijzondere
omstandigheden zoals bedoeld in artikel 7.8b, eerste lid, van de Wet milieubeheer.
U kunt het besluit inzien
De M.e.r. beoordelingsnotitie, het besluit en alle overige hierop betrekking hebbende stukken liggen met ingang van 14 april
tot en met 25 mei 2010 ter inzage.
Op werkdagen van 09.00 tot 12.30 uur en op afspraak 's middags (maandag tot en met donderdag) kunnen de stukken worden ingezien
bij de sector Grondgebied, Stationsweg 389a in Scherpenzeel.
Hoe kunt u reageren
Gezien artikel 6:3 van de Algemene wet bestuursrecht is deze beoordeling een voorbereidingsbeslissing voor de nog in te dienen
aanvraag om een milieuvergunning. Tegen deze beslissing kan dan ook alleen bezwaar worden gemaakt door belanghebbenden die
los van de nog voor te bereiden besluiten (vergunningen) rechtstreeks in hun belang zijn getroffen. Anderen kunnen in een
later stadium bedenkingen indienen tegen de ontwerpbeschikking die wordt vastgesteld op basis van de aanvraag om een milieuvergunning.
Dan kunt u uw eventuele bezwaren tegen de voorbereidingsbeslissing aangeven. Deze zullen bij de beoordeling van de bedenkingen
worden betrokken.
Belanghebbenden die los van de nog voor te bereiden besluiten rechtstreeks in hun belang zijn getroffen, kunnen ingevolge
de Algemene wet bestuursrecht binnen zes weken na de datum van de bekendmaking van deze beslissing hiertegen bij ons bezwaar
maken door het indienen van een bezwaarschrift. U kunt het bezwaarschrift richten aan het college van burgemeester en wethouders
van Scherpenzeel, Postbus 100, 3925 ZJ Scherpenzeel.
Het college zal, na heroverweging, een beslissing op uw bezwaarschrift nemen.
Het bezwaarschrift moet ondertekend zijn en tenminste het volgende bevatten:
1. naam en adres van de indiener;
2. de dagtekening;
3. omschrijving van het besluit waartegen bezwaar wordt gemaakt;
4. de gronden van het bezwaar.
Het indienen van een bezwaarschrift schorst niet de werking van het besluit waartegen het gericht is.
Indien u bij het college een bezwaarschrift heeft ingediend, kunt u tevens de Voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak
van de Raad van State, Postbus 20019, 2500 EA te 's-Gravenhage, verzoeken een voorlopige voorziening te treffen, indien u
van mening bent dat de onverwijlde spoed zulks – gelet op de betrokken belangen – vereist. Bij het verzoek dient een afschrift
van het bezwaarschrift te worden overgelegd. Voor het behandelen van een verzoek om voorlopige voorziening wordt griffierecht
geheven. Over de hoogte en de wijze van betaling van dit griffierecht kunt u informatie verkrijgen bij de genoemde Afdeling
van de Raad van State, tel. (070) 426 44 26.