Kennisgeving besluit mosselzaadinvanginstallatie Mosselzaadbedrijf Prins & Dingemanse

De minister van Verkeer en Waterstaat heeft een besluit genomen op het verzoek van Mosselzaad-bedrijf Prins & Dingemanse B.V. om het installeren en exploiteren van een mosselzaadinvanginstallatie te gedogen vooruitlopend op het verlenen van een watervergunning.

Inhoud besluit

Bij besluit van 12 maart 2010, nr. DNN 2010/1330, is aan Mosselzaadbedrijf Prins & Dingemanse B.V. te Yerseke een gedoogbeschikking verleend, ingevolge de Waterwet en het landelijke gedoogbeleid, voor het installeren en exploiteren van een mosselzaadinvanginstallatie (MZI) in het Malzwin (Gat van de stier) in de Waddenzee.

De MZI is seizoensgebonden en wordt geplaatst op 15 maart 2010.

Vooruitlopend op het van kracht worden van de watervergunning is dit gedoogbesluit uiterlijk tot en met 24 mei 2010 van kracht.

Terinzagelegging

Het besluit met bijbehorende stukken ligt van 24 maart 2010 tot en met 4 mei 2010 ter inzage op het kantoor van Rijkswaterstaat Noord-Nederland, Zuidersingel 4 (AEGON-pand) te Leeuwarden, op werkdagen tijdens kantooruren, contactpersoon de heer R. Kukler (tel. 058-234 41 64).

Bezwaar

Op grond van de Algemene wet bestuursrecht kan tegen dit besluit binnen zes weken na de dag waarop dit is bekendgemaakt een bezwaarschrift worden ingediend.

Het bezwaarschrift moet worden gericht aan de minister van Verkeer en Waterstaat en gezonden aan de hoofdingenieur-directeur van de Rijkswaterstaat in de directie Noord-Nederland, t.a.v. de afdeling BBV, Postbus 2301, 8901 JH Leeuwarden.

Het bezwaarschrift dient te zijn ondertekend en ten minste het volgende te bevatten:

  • a. de naam en het adres van de indiener;

  • b. de dagtekening;

  • c. een vermelding van de datum en het nummer of het kenmerk van het besluit waartegen het bezwaarschrift zich richt;

  • d. een opgave van de redenen waarom men zich met het besluit niet kan verenigen.

Voorlopige voorziening

Indien een bezwaarschrift is ingediend, is het mogelijk om daarnaast een verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening in te dienen. Een dergelijk verzoek dient te worden gericht aan de Voorzieningenrechter van de Rechtbank te Groningen (Postbus 150, 9700 AD Groningen). Het verzoek dient te zijn ondertekend en ten minste het volgende te bevatten:

  • a. de naam en het adres van de verzoeker;

  • b. de dagtekening;

  • c. een vermelding van het bestuursorgaan dat het besluit heeft genomen en de datum en het nummer of het kenmerk van het besluit;

  • d. de gronden van het verzoek (motivering).

Bij het verzoek dient voorts een afschrift van het bezwaarschrift te worden overgelegd. Zo mogelijk wordt tevens een afschrift van het besluit waarop het geschil betrekking heeft, overgelegd.

Naar aanleiding van het verzoek kan de Voorzieningenrechter een voorlopige voorziening treffen indien onverwijlde spoed, gelet op de betrokken belangen, dat vereist.

Voor de behandeling van een verzoek om een voorlopige voorziening wordt een bedrag aan griffierechten geheven. De griffier van de hiervoor genoemde rechtbank wijst de verzoeker na deindiening van diens verzoek op de verschuldigdheid van het griffierecht en bericht de verzoeker binnen welke termijn en op welke wijze het verschuldigde griffierecht moet worden voldaan.

Inlichtingen

Voor nadere inlichtingen kan tijdens kantooruren contact worden opgenomen met Rijkswaterstaat Noord-Nederland, telefonisch bereikbaar onder nummer 058-234 43 44 en/of technisch-inhoudelijk met de heer J. de Wit, telefoon 058-234 44 07.

Leeuwarden, 15 maart 2010

De minister van Verkeer en Waterstaat,

namens deze:

de Directeur Water en Scheepvaart,

Y.J. Heijsman.

Naar boven