De Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport,
Gelet op artikel 2, eerste lid, van de Wet vergoedingen adviescolleges en commissies;
Besluit:
TOELICHTING
De Gezondheidsraad vergadert nimmer plenair over vraagstukken op het gebied van de volksgezondheid en het gezondheids(zorg)onderzoek.
Uit een ledenlijst van hooggekwalificeerde deskundigen worden de commissies gevormd die adviezen over een specifiek vraagstuk
tot stand brengen. De leden van de Gezondheidsraad vormen de basis van deze commissies. Daarnaast kan de voorzitter van de
Gezondheidsraad externe deskundigen bij de werkzaamheden van een commissie betrekken die geen lid zijn van de Gezondheidsraad.
De Gezondheidsraad heeft voorts een aantal Beraadsgroepen voor bepaalde aandachtsvelden. Deze Beraadsgroepen worden in het
kader van dit besluit aangemerkt als een ‘commissie’. De vergaderingen betreffen dus voornamelijk bijeenkomsten van de commissies,
waaronder de beraadsgroepen.
Met de inwerkingtreding van de Wet vergoedingen adviescolleges en commissies is voor de Gezondheidsraad een identieke wettelijke
basis gecreëerd voor zowel de leden als de bij de werkzaamheden van de Gezondheidsraad betrokken externe deskundigen.
De Wet vergoedingen adviescolleges en commissies biedt twee mogelijkheden voor het verstrekken van een vergoeding: een vaste
vergoeding per maand en een vergoeding per vergadering. In dit besluit zijn beide mogelijkheden gebruikt: de vaste vergoeding
voor het (vice-)voorzitterschap en de vergoeding per vergadering voor de overige leden en de externe deskundigen.
De vaste vergoeding geldt alleen voor de voorzitter en de twee vice-voorzitters. Met het oog op regelmatig voorkomende mutaties
in de benoemingen op deze posities is met opzet een bandbreedte in de arbeidsduurfactor genoemd.
Op een vergoeding per vergadering kan aanspraak worden gemaakt. De keuze om een vergoeding te ontvangen is aan de deelnemer
van de vergaderingen.
De vergoeding per vergadering is met dit besluit verhoogd van € 190,59 naar € 200,–. Er is om budgettaire redenen niet gekozen
om aan te sluiten bij het wettelijke maximum (3% van het maximum van salarisschaal 18 van het Bezoldigingsbesluit Burgerlijke
Rijksambtenaren 1984). Voor de ontvanger van de vergoeding zijn de bepalingen over anticumulatie van inkomen van belang (artikel
6 van het Besluit vergoedingen adviescolleges en commissies).
Met de inwerkingtreding van de Wet vergoedingen adviescolleges en commissies hebben (vice-) voorzitters, andere leden en externe
deskundigen aanspraak op een vergoeding van reis- en verblijfkosten conform de regeling voor het personeel werkzaam bij de
sector Rijk.
Overigens zijn bepaalde personen uitgesloten van enige vergoeding. Verwezen wordt naar artikel 2, derde lid, van de Wet vergoedingen
adviescolleges en commissies.
Aan ambtenaren die aan commissiewerk deelnemen is de status van waarnemer toegekend (zie Reglement van Orde Gezondheidsraad,
art 3 lid 5); zij komen evenmin voor een vergoeding in aanmerking.
De Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport,
A. Klink.