Opsporingsvergunning aardwarmte Berkel en Rodenrijs 2

02 maart 2010

Nr. ET/EM / 10027821

Procesverloop:

  • T. en R. Bekkers hebben per brief van 10 oktober 2008, ontvangen op 15 oktober 2008, een aanvraag ingediend voor een opsporingsvergunning voor aardwarmte – in het gebied genaamd Berkel en Rodenrijs 2, gelegen in de gemeenten Pijnacker-Nootdorp, Lansingerland en Zoetermeer – ingevolge artikel 6 van de Mijnbouwwet. De aanvraag is aangevuld op 12 december 2008 en 2 maart 2009. De aangevraagde geldigheidsduur van de vergunning is 4 jaar. De oppervlakte van het aangevraagde gebied bedraagt 6,26 km2;

  • Naar aanleiding van de onderhavige aanvraag is in de Staatscourant van 10 december 2008 (Stcrt. 2008, nr. 240) een uitnodiging geplaatst voor het indienen van een concurrerende aanvraag;

  • Binnen de termijn van 91 dagen na plaatsing van bovengenoemde uitnodiging in de Staatscourant is, op 17 december 2008, een concurrerende aanvraag ingediend door de gemeente Pijnacker-Nootdorp. De aangevraagde geldigheidsduur van die vergunning is 6 jaar. De oppervlakte van het aangevraagde gebied bedraagt 68 km2;

  • TNO Bouw en Ondergrond, adviesgroep EZ (TNO), heeft op verzoek van de Minister van Economische Zaken op 27 maart 2009 advies uitgebracht;

  • Staatstoezicht op de mijnen (Sodm) heeft op verzoek van de Minister van Economische Zaken op 7 april 2009 advies uitgebracht;

  • Het College van Gedeputeerde Staten van de provincie Zuid-Holland (GS) is op grond van artikel 16 van de Mijnbouwwet op 21 april 2009 om advies gevraagd. GS heeft advies uitgebracht op 18 juni 2009;

  • De Mijnraad heeft op verzoek van de Minister van Economische Zaken op 16 november 2009 advies uitgebracht (kenmerk: MIJR/9189429) op grond van artikel 105, derde lid, van de Mijnbouwwet.

­

Gelet op de artikelen 2, derde lid, 6, 7, 9, 11, eerste tot en met derde lid, alsmede eerste volzin vierde lid, 12, 15, 16, 17, 22, vijfde lid en 105, derde lid, van de Mijnbouwwet, alsmede artikel 1.3.1. van de Mijnbouwregeling.

Besluit:

Artikel 1

Aan T. en R. Bekkers (hierna te noemen de vergunninghouder) wordt een opsporingsvergunning voor aardwarmte verleend voor het gebied genaamd Berkel en Rodenrijs 2.

Artikel 2

Het gebied Berkel en Rodenrijs 2 ligt in de gemeenten Lansingerland, Pijnacker-Nootdorp en Zoetermeer en wordt begrensd door de volgende punten en de rechte lijnen daartussen.

De coördinaten van deze punten zijn:

Punt

X

Y

1

90487,000

451381,000

2

92746,604

450566,511

3

91400,000

447200,000

4

90487,000

447198,000

De coördinaten zijn vermeld volgens het stelsel van de Rijksdriehoekmeting (RD).

Op basis van deze grensbeschrijving is de oppervlakte 6,26 km2.

Artikel 3

De vergunninghouder geeft uitvoering aan het werkprogramma dat onderdeel uitmaakt van de op 10 oktober 2008 ontvangen aanvraag, zoals aangevuld op 12 december 2008 en 2 maart 2009.

Artikel 4

De vergunninghouder draagt zorg voor een zodanige putafwerking dat in elk geval sprake is van een goede bescherming van de bodem tot en met het derde watervoerend pakket.

Artikel 5

De vergunninghouder wijst tijdig voor de aanvang van de opsporingsactiviteiten een persoon aan met boortechnische en operationele ervaring, die leiding geeft aan boor- en aanverwante activiteiten en doet hiervan schriftelijk mededeling aan Staatstoezicht op de mijnen. Bovendien moet die persoon de bevoegdheid hebben om uitvoering te geven aan instructies van inspecteurs van Staatstoezicht op de mijnen. De vergunninghouder stelt Staatstoezicht op de mijnen van eventuele wijzigingen schriftelijk vooraf tijdig op de hoogte.

Artikel 6

De vergunninghouder neemt bij de uitvoering van het werkprogramma de volgende voorwaarden in acht:

  • binnen 2 jaar na het onherroepelijk worden van de vergunning deelt de vergunninghouder schriftelijk mee aan de Minister van Economische Zaken, onder vermelding van tijdstip, geologische structuur en diepte, de plaats waar de boringen zullen worden verricht;

  • Uiterlijk in het derde jaar na het onherroepelijk worden van de vergunning worden twee boringen (1 doublet) geplaatst.

Artikel 7

De vergunning geldt, vanaf het tijdstip van inwerkingtreding nadat zij onherroepelijk is geworden, gedurende een tijdvak van 4 jaar.

Artikel 8

R. Bekkers wordt aangewezen als de persoon die de feitelijke werkzaamheden verricht of daartoe opdracht verleent, als bedoeld in artikel 22, vijfde lid, van de Mijnbouwwet.

Artikel 9

De vergunning treedt in werking met ingang van de dag na die waarop de beschikking is bekendgemaakt.

Deze beschikking wordt bekendgemaakt door toezending aan de aanvrager. Van deze beschikking wordt mededeling gedaan door plaatsing in de Staatscourant.

De Minister van Economische Zaken,

namens deze:

J.C. de Groot,

Directeur Energiemarkt.

Tegen dit besluit kan degene wiens belang rechtstreeks bij dit besluit is betrokken binnen 6 weken na verzending van dit besluit een gemotiveerd bezwaarschrift indienen bij de Minister van Economische Zaken, Directie Wetgeving en Juridische Zaken (ALP: L/L204), Postbus 20101, 2500 EC ’s-Gravenhage. Dit besluit is verzonden op de in de aanhef vermelde datum.

Naar boven