Staatscourant van het Koninkrijk der Nederlanden
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Ministerie van Economische Zaken | Staatscourant 2010, 3561 | Vergunningen |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Ministerie van Economische Zaken | Staatscourant 2010, 3561 | Vergunningen |
02 maart 2010
Nr. ET/EM / 10006589
Procesverloop:
– D.J. Bac en G.A. Bac (hierna genoemd Bac) hebben per brief van 15 april 2009, ontvangen op 21 april 2009, een aanvraag ingediend voor een opsporingsvergunning voor aardwarmte in een gebied genaamd Zevenhuizen-Moerkapelle, gelegen in de gemeenten Zevenhuizen-Moerkapelle, Lansingerland, Zoetermeer, Rijnwoude en Waddinxveen, met een oppervlakte van 12,52 km2, met een geldigheidsduur van 4 jaar;
– Naar aanleiding van de onderhavige aanvraag is in de Staatscourant van 19 juni 2009 (Stcrt. 19 juni 2009, nr. 111 ) een uitnodiging geplaatst voor het indienen van concurrerende aanvragen. Binnen de termijn van dertien weken na plaatsing van bovengenoemde uitnodiging in de Staatscourant is geen concurrerende aanvraag ingediend;
– TNO Bouw en Ondergrond, adviesgroep EZ (TNO), heeft, op verzoek van de Minister van Economische Zaken, op 16 november 2009 advies uitgebracht;
– Staatstoezicht op de mijnen heeft, op verzoek van de Minister van Economische Zaken, op 2 december 2009 advies uitgebracht;
– Het College van Gedeputeerde Staten van de provincie Zuid-Holland (GS) is op grond van artikel 16 van de Mijnbouwwet om advies gevraagd op 29 oktober 2009. GS heeft geen advies uitgebracht;
– De Mijnraad heeft op verzoek van de Minister van Economische Zaken op 25 januari 2009 advies uitgebracht (kenmerk: MIJR/9232816) op grond van artikel 105, derde lid, van de Mijnbouwwet.
Overwegingen:
– Voor het gebied waarvoor de opsporingsvergunning wordt verleend, geldt niet een door een ander gehouden opsporings- of winningsvergunning voor aardwarmte. Hiermee is voldaan aan artikel 7, eerste lid, van de Mijnbouwwet;
– Voor het gebied waarvoor de opsporingsvergunning wordt verleend, geldt niet een door een ander gehouden opslagvergunning. Hiermee is voldaan aan artikel 7, tweede lid, van de Mijnbouwwet;
– De technische en financiële mogelijkheden van de aanvragers geven geen aanleiding tot het weigeren van de gevraagde vergunning. Hiermee is voldaan aan artikel 9, eerste lid, onder a, van de Mijnbouwwet;
– De manier waarop de aanvragers voornemens zijn de activiteiten, waarvoor de vergunning wordt aangevraagd, te verrichten geeft geen aanleiding de vergunningen te weigeren. Hiermee is voldaan aan artikel 9, eerste lid, onder b, van de Mijnbouwwet;
– Aanvragers hebben niet onder een eerdere vergunning bij activiteiten als bedoeld in artikel 6, eerste lid, van de Mijnbouwwet, blijk gegeven van gebrek aan efficiëntie of verantwoordelijkheidszin. Hiermee is voldaan aan artikel 9, eerste lid, onder c, van de Mijnbouwwet;
– Sodm adviseert het voorschrift op te nemen om op permanente basis een contactpersoon met de vereiste boortechnische en operationele ervaring beschikbaar te stellen, die in staat is de inspecteurs van Sodm informatie te verstrekken over technische aangelegenheden. Bovendien moet die persoon de bevoegdheid hebben om uitvoering te geven aan instructies van die inspecteurs;
– TNO beoordeelt de geologische onderbouwing van de aanvraag van voldoende kwaliteit en acht het voorgestelde werkprogramma adequaat en passend in relatie tot de grootte van het gebied. Gelet op de centrale ligging van het aangevraagde gebied in een bewezen olie- en gasprovincie en nabij olievoorkomens, is er een reëel risico op het aantreffen van gas en/of olie of sporen daarvan. TNO beveelt aan hiermee rekening te houden bij het ontwerpen van de doublet en bij het boren. TNO adviseert in dit verband dat er contact wordt opgenomen met NAM wanneer de beoogde boorlocaties bekend zijn. TNO beveelt aan dat er bij het testen van de putten ook drukmetingen worden uitgevoerd. TNO adviseert een opsporingsvergunning voor aardwarmte te verlenen aan de gebroeders Bac voor een periode van vier jaar;
– De Mijnraad adviseert een opsporingsvergunning voor het gebied Zevenhuizen-Moerkapelle te verlenen aan Bac voor de duur van vier jaar;
– Gelet op de Mijnbouwwet, het ingediende werkprogramma en de uitgebrachte adviezen kan verlening van de vergunning voor het gebied Zevenhuizen-Moerkapelle aan Bac plaatsvinden.
Gelet op de artikelen 2, derde lid, 6, 7, 9, 11, eerste tot en met derde lid, alsmede eerste volzin vierde lid, 12, 15, 16, 17, 22 vijfde lid en 105, derde lid, van de Mijnbouwwet, alsmede artikel 1.3.1. van de Mijnbouwregeling.
Besluit:
Aan D.J. Bac en G.A. Bac (hierna te noemen de vergunninghouder) wordt een opsporingsvergunning verleend voor een gebied genaamd Zevenhuizen-Moerkapelle.
Het gebied Zevenhuizen-Moerkapelle ligt in de gemeenten Zevenhuizen-Moerkapelle, Lansingerland, Zoetermeer, Rijnwoude en Waddinxveen en wordt begrensd door de volgende punten en de rechte lijnen daartussen.
De coördinaten van deze punten zijn:
Punt | X | Y |
|---|---|---|
1 | 96077,381 | 451474,654 |
2 | 98950,000 | 453100,000 |
3 | 101168,697 | 449402,171 |
4 | 100444,000 | 448715,000 |
5 | 98695,000 | 447070,000 |
6 | 98690,240 | 447074,936 |
7 | 98845,543 | 447618,495 |
8 | 97669,531 | 448035,546 |
9 | 98670,297 | 450575,687 |
De coördinaten zijn vermeld volgens het stelsel van de Rijksdriehoekmeting (RD).
Op basis van deze grensbeschrijving is de oppervlakte 12,52 km2.
De vergunninghouder geeft uitvoering aan het werkprogramma dat onderdeel uitmaakt van de op 21 april 2009 ontvangen aanvraag.
De vergunninghouder draagt zorg voor een zodanige putafwerking dat in elk geval sprake is van een goede bescherming van de bodem tot en met het derde watervoerend pakket.
De vergunninghouder wijst tijdig voor de aanvang van de opsporingsactiviteiten een persoon aan met boortechnische en operationele ervaring, die leiding geeft aan boor- en aanverwante activiteiten en doet hiervan schriftelijk mededeling aan Staatstoezicht op de mijnen. Bovendien moet die persoon de bevoegdheid hebben om uitvoering te geven aan instructies van inspecteurs van Staatstoezicht op de mijnen. De vergunninghouder stelt Staatstoezicht op de mijnen van eventuele wijzigingen schriftelijk vooraf tijdig op de hoogte.
De vergunninghouder neemt bij de uitvoering van het werkprogramma de volgende voorwaarden in acht:
– binnen 2 jaar na het onherroepelijk worden van de vergunning deelt de vergunninghouder schriftelijk mee aan de Minister van Economische Zaken, onder vermelding van tijdstip, geologische structuur en diepte, de plaats waar de boringen zullen worden verricht;
– Uiterlijk in het derde jaar na het onherroepelijk worden van de vergunning worden twee boringen (1 doublet) geplaatst.
De vergunning geldt, vanaf het tijdstip van inwerkingtreding nadat zij onherroepelijk is geworden, gedurende een tijdvak van 4 jaar.
Deze beschikking wordt bekendgemaakt door toezending aan de aanvrager. Van deze beschikking wordt mededeling gedaan door plaatsing in de Staatscourant.
De Minister van Economische Zaken,
namens deze:
J.C. De Groot,
Directeur Energiemarkt.
Tegen dit besluit kan degene wiens belang rechtstreeks bij dit besluit is betrokken binnen 6 weken na verzending van dit besluit een gemotiveerd bezwaarschrift indienen bij de Minister van Economische Zaken, Directie Wetgeving en Juridische Zaken (ALP: L/L204), Postbus 20101, 2500 EC ’s-Gravenhage. Dit besluit is verzonden op de in de aanhef vermelde datum.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/stcrt-2010-3561.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.