De onderhavige wijziging van de Vergoedingsregeling gemeenten voor handhaving parkeren en overlast 2009 (hierna: de Regeling)
houdt verband met de volgende stap van de gefaseerde invoering van de Wet OM-afdoening (Stb. 2006, 330). De G4-gemeenten (Amsterdam, Rotterdam, Den Haag en Utrecht) werken sinds 1 januari 2009 met een strafbeschikking voor de
in de bijlage bij deze regeling opgenomen reeks feiten uit de algemene plaatselijke verordening en de plaatselijke afvalstoffenverordening,
de zogeheten overlastfeiten. De wettelijke grondslag voor deze strafbeschikkingen is artikel 257a Sv, de OM-strafbeschikking.
Vanaf 1 januari 2010 kunnen ook andere gemeenten dan de G4 via deze werkwijze strafbeschikkingen laten uitvaardigen voor overlastfeiten.
Vanaf april 2010 zullen per arrondissement de (buitengewoon) opsporingsambtenaren overgaan van de transactiebevoegdheid ex
artikel 74c Wetboek van Strafrecht (Sr) naar de strafbeschikkingsbevoegdheid ex artikel 257b Wetboek van Strafvordering (Sv),
de zogeheten politiestrafbeschikking. Voor de buitengewoon opsporingsambtenaren van gemeenten die reeds voor april 2010 werken
met de strafbeschikking voor overlastfeiten geldt dat zij, zodra in het arrondissement waarin hun gemeente ligt de politiestrafbeschikking
wordt ingevoerd, wat de grondslag betreft overstappen van artikel 257a Sv naar artikel 257b Sv. Deze grondslagverandering
is enkel een juridische verandering die verder geen wezenlijke wijziging van de handhavingspraktijk van de betrokken opsporingsambtenaren
met zich brengt. Het enige verschil is dat dezelfde bon die thans wordt gebruikt op enkele punten anders moet worden ingevuld.
Ook voor de vergoeding die gemeenten in het kader van deze regeling ontvangen voor de handhaving van parkeer- en overlastfeiten
maakt het geen verschil via welke sanctiemodaliteit voor overlastfeiten een te betalen geldboete wordt opgelegd. Met de onderhavige
wijzigingen van artikel 1, onderdeel b, onder 2, en artikel 2, eerste lid, onderdeel b, is vastgelegd dat aan gemeenten zowel
voor de door hun buitengewoon opsporingsambtenaren op grond van artikel 257a Sv als op grond van artikel 257b Sv uitgevaardigde
strafbeschikkingen een vergoeding wordt toegekend, mits aan alle voorwaarden is voldaan.
Met de aanpassing van artikel 2, tweede lid, onder b, is verduidelijkt dat zaken die door gemeenten via de geautomatiseerde
systemen van de politie aan het CJIB worden gezonden dan wel rechtstreeks worden aangeboden aan het CJIB voor vergoeding in
aanmerking komen.
Artikel 5 komt te vervallen. De in dit artikel opgenomen regeling voor aanmelding voor deelname aan de beleidsregeling tot
1 juli 2008 is uitgewerkt.
Verder zijn enkele technische wijzigingen in de feitenlijst, die is opgenomen in de bijlage, aangebracht. In het onderdeel
Overlast komen de feiten [BF] 117, [BF] 214 en [BH] 330 te vervallen en wordt bij de feiten [BF] 212, onderdeel a, onder 7,
[BF] 235, onder 7 en [BF] 236, onderdeel a, onder 7 de term ‘schippers’ vervangen door ‘Gezagvoerders/schippers’.
Het onderdeel Overlast van de feitenlijst is hiermee in overeenstemming met de lijst die hoort bij de Richtlijn voor strafvordering
bestuurlijke strafbeschikking overlastfeiten van het Openbaar Ministerie (Staatscourant 2009, nr. 18415).