Staatscourant van het Koninkrijk der Nederlanden

Datum publicatieOrganisatieJaargang en nummerRubriekDatum ondertekening
Ministerie van Verkeer en WaterstaatStaatscourant 2010, 2488Besluiten van algemene strekking

Regeling tot wijziging van enkele ministeriële regelingen in verband met de invoering van een praktijkexamen voor de rijbewijscategorie AM

2 februari 2010

Nr. CEND/HDJZ-2010/66

De Minister van Verkeer en Waterstaat,

Gelet op artikel 130, eerste lid en derde lid, van de Wegenverkeerswet 1994;

Besluit:

ARTIKEL I

De Regeling maatregelen rijvaardigheid en geschiktheid wordt als volgt gewijzigd:

A

Artikel 3, derde lid, komt te luiden:

  • 3. Het meest recente feit, bedoeld in artikel 2, is ten tijde van de mededeling niet langer dan zes maanden geleden. Indien het een mededeling betreft van de officier van justitie inzake bijlage 1, onder IV, dient de mededeling uiterlijk binnen zes maanden nadat de laatste afdoening onherroepelijk is geworden, te worden gedaan. Een uitzondering is slechts mogelijk, indien in de aard van de zaak gelegen omstandigheden dit rechtvaardigen.

B

Artikel 5 wordt als volgt gewijzigd:

1. In de aanhef vervalt ‘een bestuurder van een motorrijtuig’.

2. In onderdeel f wordt na ‘betrokkene is’ ingevoegd: als bestuurder van een motorrijtuig.

3. Onderdeel h komt te luiden:

  • h. betrokkene heeft een aanrijding veroorzaakt door het intrappen van het onjuiste pedaal of het niet intrappen van het juiste pedaal;.

4. In onderdeel j wordt na ‘bij betrokkene wordt’ ingevoegd: , als bestuurder van een motorrijtuig,.

C

Artikel 10b, eerste lid, komt te luiden:

  • 1. Het CBR besluit tot oplegging van een Educatieve Maatregel Gedrag en verkeer indien:

    • a. betrokkene tijdens een rit herhaaldelijk gedragingen heeft verricht als genoemd in de bij deze regeling behorende bijlage 1, onder A, onderdeel III, Rijgedrag;

    • b. ten aanzien van betrokkene als bestuurder van een motorrijtuig, niet zijnde een bromfiets, een overschrijding is geconstateerd van de toegestane maximumsnelheid met 50 km/u of meer op wegen binnen de bebouwde kom;

    • c. ten aanzien van betrokkene als bestuurder van een bromfiets een overschrijding is geconstateerd van de toegestane maximumsnelheid met 31 km/u of meer op wegen binnen de bebouwde kom;

    • d. ten aanzien van betrokkene als bestuurder van een motorrijtuig een overschrijding is geconstateerd van de toegestane maximumsnelheid met 31 km/u of meer op wegen binnen de bebouwde kom bij wegwerkzaamheden;

    • e. de uitslag van het ingevolge artikel 6, tweede lid, opgelegde onderzoek geen aanleiding geeft tot ongeldigverklaring van het rijbewijs.

D

Bijlage 1. bij de Regeling maatregelen rijvaardigheid en geschiktheid wordt als volgt gewijzigd:

1. De aanhef komt te luiden: Feiten dan wel omstandigheden die een vermoeden rechtvaardigen dat betrokkene niet langer beschikt over de vereiste rijvaardigheid, dan wel, met uitzondering van de categorie AM, over de vereiste lichamelijke of geestelijke geschiktheid voor het besturen van een of meer categorieën van motorrijtuigen waarvoor een rijbewijs is afgegeven.

2. Aan Hoofdstuk A, onderdeel I, onder I.1., eerste lid, wordt na ‘het intrappen van het onjuiste pedaal’ toegevoegd: of het niet intrappen van het juiste pedaal.

3. Hoofdstuk A, onderdeel II wordt als volgt gewijzigd:

a. Onder vervanging van de punt aan het slot van onderdeel e door een puntkomma, wordt een onderdeel toegevoegd, luidende:

  • f. dan wel zich manifesterend door slecht kijkgedrag in het algemeen.

b. Voor de tekst ‘Niet adequaat rijgedrag’ wordt de aanduiding ‘1.’ geplaatst en er wordt een lid toegevoegd, luidende:

  • 2.Gebrekkige rijvaardigheid

    Gebrekkige vaardigheid die blijkt uit:

    • a. de plaats op de weg, waaronder begrepen spookrijden;

    • b. rijden met een niet aan de snelheid van de overige gelijksoortige verkeersdeelnemers aangepaste snelheid;

    • c. onjuist invoegen en uitvoegen;

    • d. onnodig remmen en stoppen;

    • e. naar links of rechts afslaan op een wijze waardoor het verkeer in gevaar wordt gebracht;

    • f. rakelings passeren van andere weggebruikers en obstakels;

    • g. onvoldoende anticiperen op het gedrag van andere deelnemers;

    • h. niet adequaat reageren op bijzondere verkeerssituaties, zoals filevorming;

    • i. niet tijdig onderkennen van de invloed van externe of interne factoren.

4. Hoofdstuk A, onderdeel III, wordt als volgt gewijzigd:

a. Onder 1, onderdeel a, wordt ‘en’ vervangen door: of.

b. Onder 2 wordt in onderdeel c na ‘van de vervoerde lading,’ ingevoegd ‘of wegwerkzaamheden,’, en wordt in onderdelen d en e ‘en inhalen nabij’ telkens vervangen door: of inhalen nabij.

c. Onder 2 wordt in onderdeel g, sub 2, ‘en’ vervangen door: of.

d. Onder 3 wordt in onderdeel c ‘naar rechts’ vervangen door: naar rechts of naar links.

e. Onder 3 wordt in de onderdelen e en f ‘onjuist invoegen’ telkens vervangen door: onjuist invoegen of onjuist uitvoegen.

f. Onder 4 wordt, onder vervanging van de punt aan het slot van onderdeel i door een puntkomma, een onderdeel toegevoegd, luidende:

  • j. het als bestuurder van een bromfiets overschrijden van de toegestane maximumsnelheid met 31 km/u of meer op wegen binnen de bebouwde kom.

E

Bijlage 2 bij de Regeling maatregelen rijvaardigheid en geschiktheid wordt als volgt gewijzigd:

1. Onder de kop ‘Mededeling als bedoeld in artikel 130, eerste lid, van de Wegenverkeerswet 1994’ komt het vierde gedachtestreepje te luiden:

  • De Directeur van de Stichting Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen, doet mededeling van het vermoeden dat de hierna genoemde houder (verder genoemd betrokkene) niet langer beschikt over de vereiste rijvaardigheid, dan wel, met uitzondering van de categorie AM, over de vereiste lichamelijke of geestelijke geschiktheid voor het besturen van een of meer categorieën van motorrijtuigen waarvoor een rijbewijs is afgegeven.

2. Onder de kop ‘Het vermoeden dat betrokkene niet beschikt over de vereiste rijvaardigheid of zodanig rijgedrag heeft vertoond dat daardoor het vermoeden is ontstaan dat hij niet beschikt over de vereiste rijvaardigheid, is gebaseerd op de volgende, niet aan alcohol gerelateerde, feiten en omstandigheden’ wordt

a. onder het eerste gedachtestreepje (Betrokkene heeft gevaarzettend rijgedrag tentoongespreid waardoor), onderdeel a, ‘en’ vervangen door: of.

b. onder het tweede gedachtestreepje (Betrokkene heeft blijk gegeven van gebrek aan inzicht in risico’s in het verkeer, zoals:), onderdeel c, na ‘van de vervoerde lading,’ ingevoegd: of wegwerkzaamheden.

c. onder het tweede gedachtestreepje (Betrokkene heeft blijk gegeven van gebrek aan inzicht in risico’s in het verkeer, zoals:), onderdelen d en e, ‘met een te hoge snelheid naderen van en inhalen bij’ telkens vervangen door: met een te hoge snelheid naderen van of inhalen bij.

d. onder het tweede gedachtestreepje (Betrokkene heeft blijk gegeven van gebrek aan inzicht in risico’s in het verkeer, zoals:), onderdeel g, sub 2, ‘en’ vervangen door: of.

e. onder het derde gedachtestreepje (Betrokkene heeft blijk gegeven van incorrect samenspel met andere verkeersdeelnemers in het verkeer, dat blijkt uit:), onderdeel c, ‘naar rechts’ vervangen door: naar rechts of naar links.

f. onder het derde gedachtestreepje (Betrokkene heeft blijk gegeven van incorrect samenspel met andere verkeersdeelnemers in het verkeer, dat blijkt uit:), onderdelen e en f, ‘onjuist invoegen’ telkens vervangen door: onjuist invoegen of onjuist uitvoegen.

g. na het derde gedachtestreepje (Betrokkene heeft blijk gegeven van incorrect samenspel met andere verkeersdeelnemers in het verkeer, dat blijkt uit:), onderdeel f, een kop ingevoegd, luidende:

  • Betrokkene heeft blijk gegeven van een gebrekkige rijvaardigheid, die blijkt uit:

    • a. de plaats op de weg, waaronder begrepen spookrijden;

    • b. rijden met een niet aan de snelheid van de overige gelijksoortige verkeersdeelnemers aangepaste snelheid;

    • c. onjuist invoegen en uitvoegen;

    • d. onnodig remmen en stoppen;

    • e. naar links of rechts afslaan op een wijze waardoor het verkeer in gevaar wordt gebracht;

    • f. rakelings passeren van andere weggebruikers en obstakels;

    • g. onvoldoende anticiperen op het gedrag van andere verkeersdeelnemers;

    • h. niet adequaat reageren op bijzondere verkeerssituaties, zoals filevorming;

    • i. niet tijdig onderkennen van de invloed van externe of interne factoren, of.

    • h. onder het vijfde gedachtestreepje (nieuw) (Betrokkene heeft duidelijk een gedrag tentoongespreid dat in strijd is met essentiële verkeersregels en verkeerstekens terzake van:), onder vervanging van de punt aan het slot van onderdeel i door een puntkomma, een onderdeel toegevoegd, luidende:

    • j. het als bestuurder van een bromfiets overschrijden van de toegestane maximumsnelheid met 31 km/u of meer op wegen binnen de bebouwde kom.

3. Onder de kop ‘Indien van toepassing’ wordt ‘betrokkene heeft een aanrijding veroorzaakt door het intrappen van het onjuiste pedaal;’ vervangen door: betrokkene heeft een aanrijding veroorzaakt door het intrappen van het onjuiste pedaal of door het niet intrappen van het juiste pedaal;.

ARTIKEL II

In de bij de Regeling coderingen beperkingen rijbevoegdheid behorende bijlage wordt aan het onderdeel ‘Nationale codes’ de volgende code toegevoegd:

104: alleen motorrijtuigen van de categorie AM op drie of vier wielen.

ARTIKEL III

Mededelingen die zijn gebaseerd op een of meer gedragingen opgenomen in Bijlage 1 bij de Regeling maatregelen rijvaardigheid en geschiktheid die zijn geconstateerd vóór de inwerkingtreding van deze regeling, worden afgedaan overeenkomstig de bepalingen zoals die golden voor de inwerkingtreding van deze regeling.

ARTIKEL IV

Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 maart 2010.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De Minister van Verkeer en Waterstaat,

C.M.P.S. Eurlings.

TOELICHTING

Algemeen

Met de invoering van het praktijkexamen voor de categorie AM (bromfietsen) wordt ook de vorderingsprocedure voor wat betreft het onderdeel rijvaardigheid van toepassing. Dit betekent dat ook bromfietsers in aanmerking zullen komen voor een educatieve maatregel gedrag en verkeer (EMG) of een onderzoek naar de rijvaardigheid.

Handhaafbaarheid

Naar verwachting zal de invoering van het praktijkexamen voor de categorie AM en het toepasselijk worden van de vorderingsprocedure voor het onderdeel rijvaardigheid op bestuurders van bromfietsen niet leiden tot een uitbreiding van de beschikbare capaciteit bij de politie. Omdat evenwel in meer gevallen dan tot nu toe een mededeling zal moeten worden gedaan, zal er toch sprake kunnen zijn van enige extra werklast bij de politie. De omvang ervan is thans niet in te schatten en zal worden gemonitord.

Gevolgen voor uitvoerende instanties

Inhoudelijk zal er voor de betrokken instanties niet veel veranderen. Voor de politie is in feite het enige verschil dat thans niet alleen ten aanzien van bestuurders van motorrijtuigen, niet zijnde bromfietsen, alsmede van bestuurders van bromfietsen die ook in het bezit zijn van een rijbewijs voor een andere categorie, een mededeling op de voet van artikel 130, eerste lid, van de Wegenverkeerswet 1994 kan worden gedaan, maar ook ten aanzien van bestuurders van bromfietsen die alleen in het bezit zijn van een rijbewijs voor de categorie AM (bromfiets). Sinds 1 oktober 2008 heeft de politie al ervaring kunnen opdoen met het uitbrengen van een mededeling in verband met de EMG. Hetzelfde geldt in feite voor het CBR met de verwerking van zo'n mededeling.

Administratieve lasten

Er is geen sprake van administratieve lasten. De betrokken rijbewijshouders hebben de opgelegde maatregel aan zichzelf te wijten.

Artikelsgewijs

Artikel I

Onderdeel A

De in dit onderdeel opgenomen wijziging verduidelijkt de staande praktijk dat de termijn voor het uitbrengen van de mededeling in artikel 3, derde lid, in de gevallen waarin de mededeling wordt uitgebracht door de officier van justitie omdat het gaat om een beginnende bestuurder die voor de derde keer is veroordeeld wegens een van de in bijlage 1, onder IV, genoemde feiten, pas gaat lopen vanaf het ogenblik waarop het derde delict onherroepelijk is afgedaan. Voor deze gevallen werd tot nu toe standaard gebruik gemaakt van de uitzondering opgenomen in de laatste volzin van het derde lid. De termijn van zes maanden na het laatst geconstateerde feit is voor deze zaken te kort: niet in alle gevallen zal immers de afdoening van de zaak binnen zes maanden na het meest recente feit onherroepelijk zijn geworden. Om eventuele discussies te voorkomen is een en ander verduidelijkt en is voor deze categorie mededelingen expliciet bepaald dat de termijn van zes maanden gaat lopen vanaf het moment van onherroepelijk worden van de derde afdoening.

Een en ander laat uiteraard onverlet dat zowel voor de politie als voor het OM geldt dat de mededeling bij voorkeur zo kort mogelijk na het meest recente feit, respectievelijk de derde onherroepelijke afdoening, wordt uitgebracht.

Onderdeel B

Ten aanzien van de oorspronkelijke tekst zijn de woorden ‘bestuurder van een motorrijtuig’ vervallen. De reden dat destijds de procedure tot vordering van overgifte van het rijbewijs, alsmede de mogelijkheid van schorsing van de geldigheid van het rijbewijs is ingevoerd, heeft te maken met het feit dat het als een groot gemis werd ervaren dat in ernstige gevallen niet kon worden voorkomen dat betrokkene gewoon mocht blijven doorrijden, hoewel ten aanzien van hem een zodanig ernstig vermoeden bestond van ontbreken van de vereiste rijvaardigheid of geschiktheid, dat een onderzoek daarnaar aangewezen was. In veruit de meeste gevallen zal het derhalve gaan om iemand die feitelijk een motorrijtuig bestuurde op het moment dat de gedraging die of gedragingen die aanleiding waren tot het vermoeden, werden geconstateerd. In de meeste gevallen blijkt dat al uit de formulering van de verschillende onderdelen van dit artikel. Het kan echter voorkomen dat er een vermoeden is gerezen dat een bepaalde rijbewijshouder niet langer beschikt over de vereiste rijvaardigheid of geschiktheid, zonder dat hij op dat moment concreet aan het verkeer heeft deelgenomen. Ook in die gevallen is het wenselijk te voorkomen dat er gevaar voor de verkeersveiligheid ontstaat of kan ontstaan als ze toch een motorrijtuig zouden mogen blijven besturen. Te denken valt bijvoorbeeld aan de gevallen bedoeld in onderdeel c.

Onderdeel h is uitgebreid met de omschrijving: het niet intrappen van het juiste pedaal. Dit is immers, net zoals het intrappen van het juiste pedaal, een teken dat de betrokken bestuurders niet langer beschikken over de vereiste rijvaardigheid.

Onderdeel C

Ditonderdeel voorziet in een aanpassing van artikel 10b om ook de EMG mogelijk te maken voor bestuurders van bromfietsen die een forse snelheidsovertreding hebben begaan. Omdat voor bestuurders van bromfietsen een lagere maximumsnelheid geldt dan voor bestuurders van de overige categorieën motorrijtuigen, is in het nieuwe onderdeel c een lagere instroomgrens vastgesteld. Om technische redenen is het eerste lid opnieuw vastgesteld.

Voor alle duidelijkheid wordt opgemerkt dat het bij de in het eerste lid, onderdeel a, bedoelde gedragingen tijdens de rit niet behoeft te gaan om allemaal dezelfde gedragingen. Een combinatie van verschillende gedragingen is uiteraard ook mogelijk.

Onderdelen D en E

Het betreft hier technische wijzigingen in de bijlagen 1 en 2 bij de regeling die voortvloeien uit het feit dat de vorderingsprocedure ook van toepassing wordt op bestuurders van bromfietsen, alsmede een doorvoeren in de bijlagen van de in de onderdeel B opgenomen wijzigingen.

Artikel II

Uit de derde rijbewijsrichtlijn blijkt dat het de lidstaten vrijstaat om een praktijkexamen in te voren voor bromfietsers en daarbij onderscheid te maken tussen tweewielige dan wel drie-of vierwielige bromfietsen. Kiest de lidstaat voor het laatste, dan kan op het rijbewijs door middel van een nationale code op het rijbewijs onderscheid worden gemaakt tussen de soorten bromfietsen. Legt een kandidaat het praktijkexamen af op een tweewielige bromfiets en slaagt hij daarvoor, dan krijgt hij een rijbewijs dat geldig is voor alle categorieën bromfietsen. Legt hij het examen af in een bromfiets op drie of vier wielen, dan wordt een verklaring van rijvaardigheid geregistreerd met de beperking dat het af te geven rijbewijs AM in Nederland alleen geldig is voor bromfietsen op drie of vier wielen. Op het af te geven rijbewijs zal ook de daarvoor vastgestelde codering worden opgenomen. Dit artikel bevat daartoe een wijziging van de Regeling coderingen beperkingen rijbevoegdheid.

De Minister van Verkeer en Waterstaat,

C.M.P.S. Eurlings.