Wet beheer rijkswaterstaatswerken
De Staatssecretaris van Verkeer en Waterstaat geeft ter voldoening aan de Algemene wet bestuursrecht kennis van het volgende.
Inhoud besluit
Op 16 juli 2009 is van Perkpolder Beheer B.V. te Kloosterzande een aanvraag ingevolge de Wet beheer rijkswaterstaatswerken
ontvangen met kenmerk MDB221-5/sipb/072. Het betreft het tijdelijk maken, behouden en onderhouden van werken ten behoeve van
het ophogen van het Veerplein Perkpolder in het kader van gebiedsontwikkeling Perkpolder, in de gemeente Hulst.
Bij beschikking d.d. 11 februari 2010, kenmerk Z8500199785/D0117075/RWS/DZL-2010/785, wordt onder het stellen van voorschriften
een definitieve vergunning verleend door het Waterdistrict Westerschelde te Terneuzen.
Het besluit is voorbereid volgens de, in de afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht geregelde, uniforme openbare voorbereidingsprocedure.
Op grond van deze procedure is de ontwerpbeschikking d.d. 5 oktober 2009, met de daarop betrekking hebbende stukken, vanaf
14 oktober 2009 gedurende een termijn van zes weken, ter inzage gelegd, teneinde een ieder in de gelegenheid te stellen hun
zienswijze op het ontwerp naar voren te brengen. Hierop zijn 13 zienswijzen binnengekomen. De zienswijzen hebben aanleiding
gegeven om het besluit aan te passen, ten opzichte van het ontwerpbesluit.
Terinzagelegging
Het besluit met bijbehorende stukken ligt vanaf 19 februari 2010 voor een periode van zes weken ter inzage bij:
– Rijkswaterstaat dienst Zeeland, Poelendaelesingel 18, 4335 JA Middelburg, op werkdagen van 09.00 uur tot 12.00 uur en van
13.00 uur tot 16.00 uur;
– Rijkswaterstaat Waterdistrict Westerschelde, Buitenhaven 2, 4531 BX Terneuzen, op werkdagen van 09.00 uur tot 12.00 uur en
van 13.00 uur tot 16.00 uur;
– Gemeente Hulst Gemeentewinkel, Grote Markt 24, 4561 EB Hulst, op maandag, woensdag, donderdag en vrijdag van 9.00 tot 16.00 uur
en dinsdag van 9.00 tot 12.00 uur.
Beroep
Op grond van de Algemene wet bestuursrecht kan een belanghebbende, die zienswijze heeft ingediend tegen het ontwerpbesluit,
binnen zes weken na de dag, waarop dit besluit bekend is gemaakt, tegen dit besluit beroep instellen bij de daartoe bevoegde
Arrondissementsrechtbank. Ook belanghebbenden die geen zienswijzen bij het ontwerpbesluit naar voren hebben gebracht en kunnen
aantonen dat zij dat in redelijkheid ook niet hadden kunnen doen, kunnen beroep instellen tegen het besluit.
Het beroepschrift moet ondertekend zijn en tenminste bevatten:
• De naam en het adres van de indiener;
• De dagtekening;
• De vermelding van het bestuursorgaan dat het besluit heeft genomen;
• Een vermelding van de datum en het nummer of het kenmerk van het besluit;
• De redenen, waarom men zich niet met het besluit kan verenigen (motivering).
Tevens dient ten behoeve van de rechtbank een afschrift van het besluit waartegen het beroep is gericht te worden overlegd.
Voorlopige voorziening
Voorts is er de gelegenheid om, gelijktijdig met of na de indiening van het beroepschrift, een verzoek te doen tot het treffen
van een voorlopige voorziening. Een zodanig verzoek dient te worden gericht tot de voorzieningenrechter van de Arrondissementsrechtbank.
Zowel in verband met de behandeling van het beroep, als in verband met het verzoek om voorlopige voorziening, wordt griffierecht
geheven. Omtrent de hoogte daarvan, de wijze waarop en de termijn waarbinnen betaald dient te worden, wordt na indiening van
het beroep c.q. het verzoek om voorlopige voorziening, mededeling gedaan door de griffie.