Regeling van de Minister van Veiligheid en Justitie van 21 december 2010, nr. 5680219/10, houdende wijziging van de Regeling particuliere beveiligingsorganisaties en recherchebureaus

De Minister van Veiligheid en Justitie,

Gelet op de artikelen 4, zevende lid, 6, 7, zevende lid, en 8, eerste lid, van de Wet particuliere beveiligingsorganisaties en recherchebureaus;

Besluit:

ARTIKEL I

De Regeling particuliere beveiligingsorganisaties en recherchebureaus wordt als volgt gewijzigd:

A

In artikel 6 wordt ‘eerste, tweede, derde en vijfde lid’ vervangen door: eerste tot en met vijfde lid.

B

In artikel 8 wordt ‘in de hoofdklasse van het amateurvoetbal’ vervangen door: bij een vereniging in de top- of hoofdklasse van het amateurvoetbal.

C

Aan artikel 10 worden twee leden toegevoegd, luidende:

  • 3. Het eerste lid geldt niet voor een periode van maximaal 12 maanden, te rekenen vanaf de dag dat de betrokkene voor het eerst bij een particulier recherchebureau dat beschikt over het keurmerk particulier onderzoeksbureau van de Vereniging van Particuliere Beveiligingsorganisaties met recherchewerkzaamheden wordt belast, indien betrokkene door middel van een verklaring van de opleidende instelling kan aantonen dat hij in de periode waarop de aanvraag betrekking heeft, de opleiding voor het diploma particulier onderzoeker van de Stichting Vakexamens voor de Particuliere Beveiligingsorganisaties en de Stichting Ecabo volgt.

  • 4. De in het derde lid genoemde periode van maximaal 12 maanden wordt op geen enkele wijze onderbroken, verlengd of geschorst.

D

Na artikel 13 vervalt onderdeel 5.

E

Aan het slot van artikel 20, tweede lid, wordt een zin toegevoegd, luidende:

Met toepassing van artikel 28, eerste lid, laatste zinsnede, van de Dienstenwet is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht niet van toepassing op een aanvraag om ontheffing.

F

Aan het slot van artikel 23a wordt toegevoegd: , en leeft de code na.

G

Artikel 24 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het eerste lid wordt ‘€ 479,–’ vervangen door: € 485,–.

2. In het derde lid wordt ‘€ 58,–’ vervangen door: € 59,–.

ARTIKEL II

  • 1. Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 januari 2011. Indien de Staatscourant waarin deze regeling wordt geplaatst, wordt uitgegeven na 31 december 2010, treedt zij in werking met ingang van 1 april 2011.

  • 2. In afwijking van het eerste lid treedt artikel I, onderdeel E, in werking met ingang van 1 januari 2012.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

’s-Gravenhage, 21 december 2010

De Minister van Veiligheid en Justitie,

I.W. Opstelten.

TOELICHTING

Algemeen

Deze wijziging van de Regeling particuliere beveiligingsorganisaties en recherchebureaus maakt het mogelijk om voetbalstewards in te zetten voor beveiligingswerkzaamheden bij wedstrijden in de topklasse van het amateurvoetbal. Verder voorziet deze wijzigingsregeling erin dat de zogeheten lex silencio positivo (de totstandkoming van rechtswege van een positieve beschikking op een aanvraag, indien er binnen de beslistermijn geen beslissing op de aanvraag is genomen) ook na 2011 niet van toepassing is op een aanvraag om ontheffing van de eis dat een particuliere alarmcentrale gecertificeerd moet zijn. Voorts wordt weer mogelijk gemaakt dat in het kader van de brancheopleiding stage kan worden gelopen door aspirant particulier onderzoekers. Ten slotte zijn de legesbedragen aangepast.

Artikelsgewijs

Artikel I

A (artikel 6)

Artikel 5, vierde lid, was abusievelijk niet opgenomen in dit artikel. Met de aanvulling in dit artikel wordt dat hersteld.

B (artikel 8)

Artikel 8 is aangepast in verband met de vorming van de topklasse in het amateurvoetbal.

C (artikel 10)

Bij de wijziging van de Regeling particuliere beveiligingsorganisaties en recherchebureaus d.d. 23 maart 2010 is de opleiding voor particuliere onderzoekers uit de MBO-structuur gehaald, hetgeen met zich mee heeft gebracht dat de beroepspraktijkvorming – het doorlopen van een stage bij een particulier recherchebureau van maximaal 12 maanden – in het kader van de opleiding is komen te vervallen. Gebleken is echter dat de behoefte blijft bestaan om aspirant particulier onderzoekers ervaring te laten opdoen met de praktijk van het particulier onderzoek. Deze praktijkvorming dient er ook toe om te bezien of de onderzoeker in opleiding geschikt is voor het beroep van particulier onderzoeker. Inbedding binnen de MBO-structuur bood kwaliteitswaarborgen voor de beroepspraktijkvorming. Zo konden aspirant-onderzoekers alleen bij door ECABO erkende leerbedrijven de stage doorlopen. Het wordt van belang geacht dat ook bij herintroductie van de stage recherchebureaus voldoen aan bepaalde waarborgen om aspirant onderzoekers te mogen opleiden. De opleiding voor particulier onderzoeker is inmiddels omgevormd tot een brancheopleiding. De eerdergenoemde kwaliteitswaarborg wordt gevonden in het keurmerk Particulier onderzoeksbureau. Het uitgangspunt is dat recherchebureaus die over het keurmerk beschikken stagiaires op de goede wijze zullen begeleiden. Van de zijde van de Vereniging van Particuliere Beveiligingsorganisaties is bevestigd dat bepalingen over de wijze van begeleiden van aspiranten tijdens hun stage en eisen waaraan de opleiders van de aspiranten (waaronder een toegespitste opleiding) moeten voldoen op redelijke termijn worden opgenomen in het keurmerk, zodat de begeleiding op een inzichtelijke wijze kan worden geaudit. In het bijzonder worden de toepassing en naleving van de normeringen uit de privacygedragscode (zie artikel 23a) in de opleidingsperiode nauwlettend gevolgd.

Bij de aanvraag dient het bewijs te worden overgelegd dat het particulier onderzoeksbureau dat de aspirant particulier onderzoeker voor deze periode in opleiding neemt, het keurmerk particulier onderzoeksbureau heeft verkregen.

D (5. Instructie van en controle op het personeel, artikel 14)

Artikel 14 is geschrapt omdat de verplichting om een personeelsinstructie op te stellen is vervallen op grond van de Wet van 20 mei 2010 tot wijziging van het Burgerlijk Wetboek en enkele andere wetten in verband met lastenverlichting voor burgers en bedrijfsleven (Stb. 205).

E (artikel 20)

Particuliere alarmcentrales vallen onder de reikwijdte van de Dienstenwet. Op grond van artikel 28 van deze wet is de Lex silencio positivo van toepassing op een verzoek om ontheffing van de eis dat een particuliere alarmcentrale gecertificeerd moet zijn, tenzij bij nader wettelijk voorschrift anders is bepaald. In het Tijdelijk besluit Lex silencio positivo Dienstenrichtlijn is thans reeds geregeld dat de Lex silencio positivo niet van toepassing is op een verzoek om ontheffing van de eis dat een particuliere alarmcentrale gecertificeerd moet zijn. Dit besluit komt met ingang van 1 januari 2012 te vervallen. Deze wijziging van artikel 20 regelt dat de uitzondering op de Lex silencio positivo ook daarna geldt voor een verzoek om ontheffing van de certificeringseis. De reden hiervoor is dat alarmcentrales waarvan niet is vastgesteld dat zij aan de eisen voldoen, grote schade kunnen toebrengen aan de samenleving en het functioneren van de politie ernstig kunnen belemmeren. Zie ook de toelichting bij het Tijdelijk besluit Lex silencio positivo Dienstenrichtlijn, Stb. 2009, 571, blz. 24, punt 18.

F (artikel 23a)

Met deze wijziging wordt verduidelijkt dat het voorschrift een gedragscode op te stellen ook de plicht tot naleving van deze code inhoudt.

G (artikel 24)

De kosten van de vergunning, de toestemming en het legitimatiebewijs zijn geïndexeerd met inachtneming van artikel 24, vijfde lid, waarin de indexering is geregeld. Deze indexering leidt niet tot wijziging van het bedrag voor de afgifte van het legitimatiebewijs.

Artikel II

Deze regeling treedt in werking op 1 januari 2011, tenzij zij na 31 december 2010 in de Staatscourant wordt gepubliceerd: in dat geval treedt zij in werking op 1 april 2011. Dit houdt verband met de vier vaste inwerkingtredingsdata die op grond van de systematiek van vaste verandermomenten voor ministeriële regelingen gehanteerd worden (zie Kamerstukken II 2009/10, 29 515, nr. 309). Aangezien de wijziging van artikel 20 pas na 2011 hoeft te gaan gelden, treedt die wijziging in werking op 1 januari 2012.

De Minister van Veiligheid en Justitie,

I.W. Opstelten.

Naar boven