Regeling van de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties van 16 december 2010, nr. 2010-0000810758, DCB/CZW/WVOB, tot aanpassing van rechtspositieregelingen voor decentrale politieke ambtsdragers in verband met de fiscale werkkostenregeling

De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties,

Gelet op de artikelen 7, zesde lid, en 8a, derde lid, van het Rechtspositiebesluit commissarissen van de Koning, de artikelen 30, zesde lid, en 32, tweede lid, van het Rechtspositiebesluit burgemeesters, artikel 19, tweede lid, van het Rechtspositiebesluit gedeputeerden en artikel 23, tweede lid, van het Rechtspositiebesluit wethouders;

Besluit:

ARTIKEL I

De Regeling rechtspositie commissarissen van de Koning wordt als volgt gewijzigd:

A

Artikel 1, eerste lid, komt te luiden:

  • 1. Voor zover er sprake is van een vergoeding voor de aanschaf of het gebruik van de eigen computerapparatuur, bijbehorende apparatuur en software als bedoeld in artikel 7, tweede lid, van het Rechtspositiebesluit commissarissen van de Koning, ontvangt de commissaris van de Koning ten laste van de provincie op aanvraag per jaar een tegemoetkoming van 30% van de aanschafwaarde van deze apparatuur en software voor de periode van maximaal drie jaar.

B

In artikel 2 wordt ‘€ 25,–’ vervangen door: € 12,–.

C

In artikel 5, onderdeel b, wordt ‘€ 0,37’ vervangen door: € 0,28.

D

Artikel 6a vervalt.

E

Na artikel 7 wordt een artikel ingevoegd, luidende:

Artikel 7a

  • 1. Bij toepassing van artikel 39c van de Wet op de loonbelasting 1964:

    • a. ontvangt de commissaris van de Koning ten laste van de provincie op aanvraag per jaar een tegemoetkoming van 30% van de aanschafwaarde voor de periode van maximaal drie jaar voor zover er sprake is van een belastingheffing in verband met ten laste van de provincie ter beschikking gestelde computerapparatuur, bijbehorende apparatuur en software, dan wel communicatieapparatuur als bedoeld in artikel 7, eerste en derde lid, van het Rechtspositiebesluit commissarissen van de Koning;

    • b. wordt in artikel 2 voor ‘€ 12’ gelezen: € 25;

    • c. wordt in artikel 5, onderdeel b, voor ‘€ 0,28’ gelezen: € 0,37.

  • 2. Indien artikel 39c van de Wet op de loonbelasting 1964 wordt toegepast, kan de commissaris van de Koning op aanvraag aanspraak maken op saldering van reiskosten voor zakelijke reizen overeenkomstig de regeling voor provinciaal personeel. Indien geen regeling als bedoeld in de vorige zin is vastgesteld, kan de commissaris van de Koning op aanvraag aanspraak maken op een vergoeding als bedoeld in artikel 4a van de Reisregeling binnenland en artikel 2a van de Reisregeling buitenland.

ARTIKEL II

De Regeling rechtspositie burgemeesters wordt als volgt gewijzigd:

A

Artikel 1, eerste lid, komt te luiden:

  • 1. Voor zover er sprake is van een vergoeding voor de aanschaf of het gebruik van de eigen computerapparatuur, bijbehorende apparatuur en software als bedoeld in artikel 30, tweede lid, van het Rechtspositiebesluit burgemeesters, ontvangt de burgemeester ten laste van de gemeente op aanvraag per jaar een tegemoetkoming van 30% van de aanschafwaarde van deze apparatuur en software voor de periode van maximaal drie jaar.

B

In artikel 2 wordt ‘€ 25,– bruto per maand’ vervangen door: € 12,– netto per maand.

C

In artikel 5, tweede lid, wordt ‘€ 0,37’ vervangen door: € 0,28.

D

Artikel 6 wordt als volgt gewijzigd:

1. Het tweede lid wordt als volgt gewijzigd:

a. In onderdeel a wordt ‘64,75’ vervangen door: € 31,08.

b. In onderdeel b wordt ‘€ 92,50’ vervangen door: € 44,40.

c. In onderdeel c wordt ‘138,75’ vervangen door: € 66,60.

d. In onderdeel d wordt ‘€ 166,50’ vervangen door: € 79,92.

2. In het derde lid wordt ‘is gelijk aan het product van het aantal kilometers en het bedrag, genoemd in artikel 2 van de Reisregeling binnenland’ vervangen door: is gelijk aan het aantal kilometers vermenigvuldigd met € 0,28.

3. In het zesde lid wordt ‘het bedrag per kilometer, genoemd in artikel 2 van de Reisregeling binnenland’ vervangen door: € 0,28 per kilometer.

E

Artikel 6a vervalt.

F

Na artikel 8 wordt een artikel ingevoegd, luidende:

Artikel 8a

  • 1. Bij toepassing van artikel 39c van de Wet op de loonbelasting 1964:

    • a. ontvangt de burgemeester ten laste van de gemeente op aanvraag per jaar een tegemoetkoming van 30% van de aanschafwaarde voor de periode van maximaal drie jaar voor zover er sprake is van een belastingheffing in verband met ten laste van de gemeente ter beschikking gestelde computerapparatuur, bijbehorende apparatuur en software, dan wel communicatieapparatuur als bedoeld in artikel 30, eerste en derde lid, van het Rechtspositiebesluit burgemeesters;

    • b. wordt in artikel 2 voor ‘€ 12’ gelezen: € 25;

    • c. wordt in de artikelen 5, tweede lid, en 6, derde en zesde lid, voor ‘€ 0,28’ gelezen: € 0,37;

    • d. worden de bedragen, genoemd in artikel 6, tweede lid, vermenigvuldigd met 100/P, waarbij P wordt berekend door het getal 100 te verminderen met het getal van het hoogste tarief, bedoeld in kolom IV van artikel 2.10 van de Wet inkomstenbelasting 2001.

  • 2. Indien artikel 39c van de Wet op de loonbelasting 1964 wordt toegepast, kan de burgemeester op aanvraag aanspraak maken op saldering van reiskosten voor zakelijke reizen overeenkomstig de regeling voor gemeentelijk personeel. Indien geen regeling als bedoeld in de vorige zin is vastgesteld, kan de burgemeester op aanvraag aanspraak maken op een vergoeding als bedoeld in artikel 4a van de Reisregeling binnenland en artikel 2a van de Reisregeling buitenland.

ARTIKEL III

De Regeling rechtspositie gedeputeerden wordt als volgt gewijzigd:

A

In artikel 4, onderdeel b, wordt ‘€ 0,37’ vervangen door: € 0,28.

B

Artikel 4a vervalt.

C

Na artikel 5 wordt een artikel ingevoegd, luidende:

Artikel 5a

  • 1. Bij toepassing van artikel 39c van de Wet op de loonbelasting 1964 wordt in artikel 4, onderdeel b, voor ‘€ 0,28’ gelezen: € 0,37.

  • 2. Indien artikel 39c van de Wet op de loonbelasting 1964 wordt toegepast, kan de gedeputeerde op aanvraag aanspraak maken op saldering van reiskosten voor zakelijke reizen overeenkomstig de regeling voor provinciaal personeel. Indien geen regeling als bedoeld in de vorige zin is vastgesteld, kan de gedeputeerde op aanvraag aanspraak maken op een vergoeding als bedoeld in artikel 4a van de Reisregeling binnenland en artikel 2a van de Reisregeling buitenland.

ARTIKEL IV

De Regeling rechtspositie wethouders wordt als volgt gewijzigd:

A

In artikel 4, onderdeel b, wordt ‘€ 0,37’ vervangen door: € 0,28.

B

Artikel 4a vervalt.

C

Na artikel 5 wordt een artikel ingevoegd, luidende:

Artikel 5a

  • 1. Bij toepassing van artikel 39c van de Wet op de loonbelasting 1964 wordt in artikel 4, onderdeel b, voor ‘€ 0,28’ gelezen: € 0,37.

  • 2. Indien artikel 39c van de Wet op de loonbelasting 1964 wordt toegepast, kan de wethouder op aanvraag aanspraak maken op saldering van reiskosten voor zakelijke reizen overeenkomstig de regeling voor gemeentelijk personeel. Indien geen regeling als bedoeld in de vorige zin is vastgesteld, kan de wethouder op aanvraag aanspraak maken op een vergoeding als bedoeld in artikel 4a van de Reisregeling binnenland en artikel 2a van de Reisregeling buitenland.

ARTIKEL V

Artikel 7a van de Regeling rechtspositie commissarissen van de Koning, artikel 8a van de Regeling rechtspositie burgemeesters, artikel 5a van de Regeling rechtspositie gedeputeerden en artikel 5a van de Regeling rechtspositie wethouders vervallen met ingang van de datum waarop artikel 39c van de Wet op de loonbelasting 1964 vervalt.

ARTIKEL VI

Deze regeling treedt in werking op het tijdstip waarop artikel I, onderdeel F, artikel II, onderdeel P, artikel III, onderdeel F, en artikel IV, onderdeel E, van het Besluit wijziging van de rechtspositiebesluiten decentrale politieke ambtsdragers 2010 in werking treden. Indien de in de vorige zin genoemde artikelonderdelen in werking treden na 31 december 2010, treedt deze regeling in werking op de dag na uitgifte van het Staatsblad waarin het Besluit wijziging van de rechtspositiebesluiten decentrale politieke ambtsdragers 2010 wordt geplaatst, en werkt zij terug tot en met 1 januari 2011.

Deze regeling wordt met de toelichting in de Staatscourant geplaatst.

De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties,

J.P.H. Donner.

TOELICHTING

Algemeen

Met ingang van 1 januari 2011 treedt de fiscale werkkostenregeling in werking. Deze regeling maakt onderdeel uit van de Fiscale vereenvoudigingswet 2010. Voor door de werkgever aan te wijzen vergoedingen en verstrekkingen komt er een forfaitaire vrijstelling van 1,4% van de fiscale loonsom (artikel 31a van de Wet op de loonbelasting 1964). Dit forfait wordt aangevuld met nog slechts een beperkt aantal gerichte vrijstellingen voor zakelijke kosten. Over het meerdere – boven het algemene forfait en voor zover niet onder een gerichte vrijstelling vallend – vindt een eindheffing ten laste van de werkgever plaats. De nieuwe opzet maakt het fiscaal niet langer noodzakelijk (de waarde van) als eindheffingsbestanddeel aangewezen verstrekkingen toe te rekenen aan de individuele werknemer (bijvoorbeeld bij kestpakketten).

In het Wijzigingsbesluit van rechtspositiebesluiten politieke ambtsdragers in verband met de verrekening van neveninkomsten, de invoering van de werkkostenregeling en wijzigingen van technische aard (Wijziging van de rechtspositiebesluiten decentrale politieke ambtsdragers 2010) is onder meer rekening gehouden met de invoering van de fiscale werkkostenregeling die met ingang van 1 januari 2011 kan worden toegepast door gemeenten en provincies. Deze wijzigingen in voornoemd besluit maken het noodzakelijk ook de rechtspositieregelingen voor commissarissen van de Koning, burgemeesters, gedeputeerden en wethouders aan te passen. De wijzigingen zien hoofdzakelijk op het aanpassen van bruto- naar nettobedragen , omdat deze bestanddelen in de rechtspositiebesluiten zijn aangewezen als eindheffingsbestanddeel voor de loonbelasting en derhalve netto aan de politieke ambtsdragers worden vergoed. Deze wijzigingen hebben geen financiële gevolgen voor de politieke ambtsdragers.

Een concept van deze regeling is voor advies voorgelegd aan de VNG en IPO. Onder verwijzing naar de reacties gegeven op het besluit Wijziging van de rechtspositiebesluiten decentrale politieke ambtsdragers 2010 kunnen VNG en IPO instemmen met deze regeling.

Artikelsgewijs

Artikel I, onderdeel A, en artikel II, onderdeel A

Artikel 1, eerste lid, onderdeel a, van de Regeling rechtspositie commissarissen van de Koning ziet op de vergoeding aan de commissaris van de Koning van belastingheffing in verband met ten laste van de provincie ter beschikking gestelde computerapparatuur, bijbehorende apparatuur en software, en communicatieapparatuur. Nu het ter beschikking stellen van de hier bedoelde apparatuur is aangewezen als eindheffingsbestanddeel voor de loonbelasting, is een vergoeding van belastingheffing niet meer aan de orde. Derhalve kan onderdeel a worden geschrapt. Nu onderdeel b als enige onderdeel overblijft, is het artikellid redactioneel gewijzigd en opnieuw vastgesteld.

De Regeling rechtspositie burgemeesters is overeenkomstig gewijzigd.

Artikel I, onderdeel B, en artikel II, onderdeel B

De vergoeding voor het gebruik van de privé-telefoon is aangewezen als eindheffingsbestanddeel voor de loonbelasting. Daarom wordt het bedrag van € 25 gedebruteerd tegen het hoogste tarief van de loon- en inkomstenbelasting. Dit bedrag bedraagt € 12.

Artikel I, onderdeel C, artikel II, onderdeel C, artikel III, onderdeel A, en artikel IV, onderdeel A

In artikel 5, onderdeel b, van de Regeling rechtspositie commissarissen van de Koning is de vergoeding voor dienstreizen met de eigen auto vastgesteld op € 0,37 per kilometer. Hiervan is € 0,19 onbelast en € 0,18 belast. Nu de reiskosten zijn aangewezen als eindheffingsbestanddeel voor de loonbelasting moet het belaste deel worden gedebruteerd tegen het hoogste tarief van de loon- en inkomstenbelasting. Dit resulteert in een bedrag van € 0,28, waarvan € 0,19 valt onder de gerichte vrijstelling van artikel 31a, tweede lid, onderdeel a, onder 2°, van de Wet op de loonbelasting 1964 en € 0,09 wordt aangewezen als eindheffingsbestanddeel.

De bedragen in artikel 5, tweede lid, van de Regeling rechtspositie burgemeesters, artikel 4, onderdeel b, van de Regeling rechtspositie gedeputeerden en artikel 4, onderdeel b, van de Regeling rechtspositie wethouders worden overeenkomstig gewijzigd.

Kandidaat-commissarissen van de Koning en kandidaat-burgemeesters hebben op grond van artikel 6, onderdeel c, van de Regeling rechtspositie commissarissen van de Koning respectievelijk artikel 7, onderdeel c, van de Regeling rechtspositie burgemeesters recht op een vergoeding van reiskosten ten bedrage van € 0,37. Een dergelijke vergoeding heeft geen verband met de dienstbetrekking die de kandidaat tijdens de kandidatuur vervult. Deze vergoeding is dan ook onbelast en hoeft niet te worden gedebruteerd.

Artikel I, onderdeel D, artikel II, onderdeel E, artikel III, onderdeel B, en artikel IV, onderdeel B

Sinds 1 januari 2004 mag ter zake van reiskosten woon-werkverkeer en dienstreizen € 0,19 per kilometer belastingvrij worden vergoed (artikel 15, eerste lid, onderdeel k, van de Wet op de loonbelasting 1964). Al het meerdere is belast. De vergoeding voor woon-werkverkeer voor de commissaris van de Koning bedraagt € 0,15 per kilometer en de vergoeding voor dienstreizen bedraagt € 0,37 per kilometer. De vergoeding voor woon-werkverkeer is dus lager dan het vrijgestelde bedrag. Op grond van artikel 10f van het Uitvoeringsbesluit loonbelasting 1965 is het mogelijk om de vergoeding voor woon-werkverkeer te salderen met de vergoeding voor zakelijke dienstreizen. Onder de werkkostenregeling is € 0,19 per kilometer aangewezen als gerichte vrijstelling (artikel 31a, tweede lid, onderdeel a, onder 2°, van de Wet op de loonbelasting 1964). Het meerdere van de vergoeding voor reiskosten is aangewezen als eindheffingsbestanddeel voor de loonbelasting. De belasting over het meerdere komt (gesaldeerd op jaarbasis) voor rekening van de werkgever. Artikel 6a van de Regeling rechtspositie commissarissen van de Koning kan derhalve worden geschrapt.

Zo worden ook artikel 6a van de Regeling rechtspositie burgemeesters, artikel 4a van de Regeling rechtspositie gedeputeerden en artikel 4a van de Regeling rechtspositie wethouders geschrapt.

Artikel I, onderdeel E, artikel II, onderdeel F, artikel III, onderdeel C, artikel IV, onderdeel C, en artikel V

Tot 1 januari 2014 kan een inhoudingsplichtige voor de loonbelasting er jaarlijks voor kiezen de met ingang van 1 januari 2011 geïntroduceerde werkkostenregeling niet toe te passen en met betrekking tot het systeem van belaste en onbelaste vergoedingen en verstrekkingen in de sfeer van de loonbelasting het regime toepassen zoals dat gold tot 1 januari 2011 (artikel 39c van de Wet op de Loonbelasting 1964). Artikel 7a van de Regeling rechtspositie commissarissen van de Koning voorziet erin dat in dat geval de netto vergoedingen worden gebruteerd tegen het hoogste tarief van de loon- en inkomstenbelasting (52%), dat voor de verstrekking van computerapparatuur en dergelijke eventueel verschuldigde belasting kan worden vergoed en dat de salderingsregeling (zie de toelichting op artikel I, onderdeel D, artikel II, onderdeel E, artikel III, onderdeel B, en artikel IV, onderdeel B) kan worden toegepast.

In de Regeling rechtspositie burgemeesters (artikel 8a), de Regeling rechtspositie gedeputeerden (artikel 5a) en de Regeling rechtspositie wethouders (artikel 5a) zijn overeenkomstige bepalingen opgenomen.

Deze artikelen vervallen gelijktijdig met het vervallen van artikel 39c van de Wet op de loonbelasting 1964, zijnde 1 januari 2014.

Artikel II, onderdeel D

Artikel 6 van de Regeling rechtspositie burgemeesters voorziet in een vergoeding voor de uitoefening van zijn functie voor vervoer binnen de gemeente waarbij regelmatig zakelijk gebruik wordt gemaakt van een eigen personenauto. Deze vergoeding is een vaste vergoeding per maand afhankelijk van het oppervlak van de gemeente of een vergoeding op basis van het jaarlijks per eigen personenauto afgelegde aantal kilometers tot een maximum afhankelijk van het oppervlak van de gemeente. De vaste maandelijkse vergoeding is een bruto bedrag. Deze wordt met onderhavige wijziging gedebruteerd tegen het hoogste tarief van de loon- en inkomstenbelasting. De kilometerbedragen in artikel 6, derde en zesde lid, zijn aangepast op dezelfde wijze als is toegelicht onder artikel I, onderdeel C, artikel II, onderdeel C, artikel III, onderdeel A, en artikel IV, onderdeel A. In aanvulling hierop wordt nog opgemerkt dat de verwijzing naar de Reisregeling binnenland niet in stand kan blijven, omdat daar het bedrag nog niet is aangepast. Er is daarom voor gekozen het bedrag in de Regeling rechtspositie burgemeesters zelf op te nemen.

De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties,

J.P.H. Donner.

Naar boven