Aanwijzingsbeschikking op grond van artikel 76 van de WWB Gemeente Heerhugowaard

25 november 2010

Per brief van 30 augustus 2010 (IVV/FB/10/16047) bent u op de hoogte gesteld van het voornemen een aanwijzing aan uw college te geven wegens onrechtmatig verstrekte categoriale bijzondere bijstand. Naar aanleiding van deze brief hebt u, conform artikel 76, derde lid van de Wet werk en bijstand (WWB), acht weken de tijd gekregen om uw zienswijze bekend te maken. Deze termijn is inmiddels verstreken zonder reactie van uw gemeente. Ik heb daarmee geen nieuwe inzichten op basis waarvan ik het voornemen tot het geven van een aanwijzing aan uw gemeente zou kunnen herzien. Ik heb daarom besloten u een aanwijzing te geven.

Met deze beschikking stel ik u op de hoogte van de juridische gronden voor de aanwijzing, de vastgestelde feiten, mijn oordeel en de inhoud van de aanwijzing zelf.

Juridische gronden

Op grond van artikel 76, derde lid, van de WWB heb ik de mogelijkheid een aanwijzing te geven indien ik in een gemeente een ernstige tekortkoming met betrekking tot de rechtmatige uitvoering van de WWB constateer. Mijn oordeel dat er in uw gemeente sprake is van een ernstige tekortkoming met betrekking tot de rechtmatige uitvoering van de WWB baseer ik op de artikelen 7 en 35 van de WWB.

Uit artikel 7, eerste lid, onderdeel b, van de WWB vloeit voort dat het college van Burgemeester en Wethouders verantwoordelijk is voor het vaststellen dat wordt voldaan aan de voorwaarden voor het verlenen van bijstand aan personen die zelf niet in de noodzakelijke bestaankosten kunnen voorzien.

In artikel 35, eerste lid, van de WWB is opgenomen dat het slechts in individuele gevallen mogelijk is om een recht op bijzondere bijstand voor noodzakelijke bestaanskosten vast te stellen. In artikel 35, leden drie tot en met zes, van de WWB, zijn uitzonderingen genoemd waarin mag worden afgeweken van de algemene norm uit het eerste lid. Het betreft hier categorialebijzondere bijstandsverlening aan personen van 65 jaar en ouder, voor kosten van chronische ziekte of handicap, voor de kosten verbandhoudend met maatschappelijke participatie van kinderen en bijstand in de vorm van een collectieve aanvullende ziektekostenverzekering.

De feiten

Ik heb vastgesteld dat uw gemeente in 2009 heeft besloten tot het (onder bepaalde voorwaarden) verstrekken van een eindejaarsuitkering aan personen van 18 jaar en ouder. Deze door u verstrekte eindejaarsuitkering voldeed niet aan de in artikel 35 van de WWB beschreven uitzonderingsgronden waarmee sprake is van een onrechtmatige uitvoering van de WWB. Toenmalig minister Donner heeft u per brief van 30 augustus 2010 (IVV/FB/10/16047) op de hoogte gesteld van het vermoeden ten aanzien van de onrechtmatige uitvoering in uw gemeente in 2009. Daarbij is aangegeven dat deze onrechtmatige uitvoering wordt beschouwd als een ernstige tekortkoming als bedoeld in artikel 76, derde lid van de WWB. Tevens is gewezen op de mogelijkheid tot het geven van een aanwijzing indien uw college in de toekomst niet zou afzien van het verstrekken van ongeoorloofde vormen van bijzondere bijstand. Hierop heeft u conform de aanwijzingsprocedure zoals deze is beschreven in artikel 76, derde lid, van de WWB acht weken de tijd gekregen om uw zienswijze bekend te maken.

De gestelde termijn is inmiddels verstreken, en uit ambtelijk contact is bovendien gebleken dat er geen reactie van uw gemeente meer te verwachten is.

Vanwege het uitblijven van uw reactie op het schrijven van mijn ambtsvoorganger waarin hij het voornemen tot het geven van een aanwijzing aan u kenbaar heeft gemaakt, kan ik niet anders dan nu ook uitvoering te geven aan dit voornemen. Mijn conclusie dat uw gemeente in 2009 onrechtmatig eindejaarsuitkeringen heeft verstrekt blijft ongewijzigd. Ook heb ik van uw gemeente geen reactie gekregen waaruit ik kan opmaken dat u in de toekomst niet nogmaals zult besluiten om onrechtmatig eindejaarsuitkeringen te verstrekken.

Middels deze aanwijzingsbeschikking borg ik dat u in de toekomst af zult zien van het ongeoorloofd verstrekken van eindejaaruitkeringen. In uw brief aan de Inspectie Werk en Inkomen van 18 mei 2010 heeft u aangegeven dat de verstrekte eindejaarsuitkering eenmalig is verstrekt op initiatief van uw gemeenteraad. Het feit dat de door u verstrekte eindejaarsuitkering een ‘eenmalig’ karakter kan in geen geval reden zijn om onwettig te handelen. Middels deze aanwijzing wil ik duidelijk stellen dat ook het handelen van uw gemeente (ook op initiatief van de gemeenteraad) te allen tijde moet blijven binnen de kaders van de wet.

Oordeel

Uw gemeente heeft over 2009, eindejaarsuitkeringen van € 75,– per huishouden, verstrekt aan personen van 18 jaar en ouder met een inkomen tot 120% van de toepasselijke bijstandsnorm;

  • mits sprake was van een zelfstandig huishouden dan wel een verblijf in een inrichting of verzorgingshuis, en;

  • tenzij de belanghebbende op de peildatum (oktober/november 2009) een opleiding volgde als bedoeld in de WTOS, dan wel een studie volgde als genoemd in de WSF 2000.

Om de volgende redenen is dit strijdig is met de WWB:

  • 1. U trad hiermee in het aan het Rijk voorbehouden generieke inkomensbeleid.

  • 2. Er was sprake van een ongerichte inkomenssuppletie, die geen recht doet aan het door de wetgever met de bijzondere bijstand beoogde maatwerkkarakter van de bijzondere bijstand. Gelet op het door u vastgestelde forfaitaire bedrag, kan niet worden vastgesteld dat in individuele gevallen bijzondere bijstand is verstrekt voor uit bijzondere omstandigheden voortvloeiende, noodzakelijke én daadwerkelijk gemaakte kosten.

  • 3. De wetgever heeft, met uitzondering van de reeds genoemde situaties, gemeenten bewust niet de mogelijkheid geboden om categoriale bijzondere bijstand te verlenen. Bij de parlementaire behandeling van de WWB (Kamerstukken II, 2002–2003, 28 870, nr. 13) is door de regering aangegeven dat gemeenten gehouden zijn aan het kenmerkende onderscheid tussen individuele en categoriale bijzondere bijstand, dat alleen voor daadwerkelijk gemaakte én noodzakelijke kosten bijzondere bijstand kan worden verleend. Gemeenten mogen niet treden in het aan het Rijk voorbehouden generieke inkomensbeleid. Toetsing van de individuele omstandigheden van de belanghebbende bepaalt welk bedrag aan individuele bijzondere bijstand wordt verstrekt.

  • 4. In uw situatie voldeed de categoriale verstrekking van bijzondere bijstand niet aan de wettelijk geregelde uitzonderingsmogelijkheden en was van een toetsing van de individuele omstandigheden van de belanghebbende geen sprake.

  • 5. In artikel 43 van de WWB is bepaald dat het college het recht op bijstand op schriftelijke aanvraag vaststelt. Alleen wanneer een schriftelijke aanvraag niet mogelijk is, hetgeen alleen in een uitzonderingssituatie aan de orde kan zijn, kan het recht op bijstand ambtshalve worden vastgesteld. Deze bepaling geldt zowel voor de algemene als de bijzondere bijstand.

De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid heeft zijn standpunt dat de verstrekking van eindejaarsuitkeringen als ernstige tekortkoming in de zin van artikel 76 van de WWB wordt aangemerkt reeds per brief van 30 augustus 2010 aan u kenbaar gemaakt. Van de mogelijkheid uw zienswijze bekend te maken hebt u geen gebruik willen maken.

Gegeven het voornoemde ben ik van oordeel dat de genoemde feiten voldoende grond zijn voor het geven aan een aanwijzing.

Aanwijzing

Per direct dient uw college zich te onthouden van het verstrekken van categoriale bijzondere bijstand, anders dan de in artikel 35 van de Wet werk en bijstand opgenomen uitzonderingsmogelijkheden. Uw college dient zich bij de uitvoering van de WWB geheel te houden aan de in de WWB opgenomen voorschriften.

Voorts dient u mij binnen 8 weken na dagtekening van deze beschikking de volgende bescheiden te sturen:

  • a. het oordeel van de gemeenteraad over het naar aanleiding van deze aanwijzingsbeschikking te nemen besluit om per direct af te zien van het onrechtmatig verstrekken van eindejaarsuitkeringen;

  • b. bescheiden waaruit blijkt dat u de informatievoorziening voor burgers conform dit besluit aanpast/hebt aangepast;

  • c. de uitwerking van uw collegebesluit in werkinstructies voor de bij de uitvoering van de eindejaarsuitkeringen betrokken organisatieonderdelen dan wel verslagen van bijeenkomsten waarin die organisatieonderdelen over uw besluit worden geïnformeerd.

Indien u geen of onvoldoende gevolg geeft aan de aanwijzing zal ik conform artikel 72 van de WWB de uitkering voor het inkomensdeel van de WWB verlagen.

Slot

Voor de volledigheid wijs ik u er op dat ik een kopie van deze beschikking ook stuur aan de raad van uw gemeente. Daarnaast wordt deze aanwijzing ook gepubliceerd in de Staatscourant conform de toelichting op artikel 76 van de WWB.

Hoogachtend,

De Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,

P. de Krom.

Bezwaar

Overeenkomstig de Algemene wet bestuursrecht kan tegen deze beschikking schriftelijk bezwaar worden gemaakt door degene wiens belang rechtstreeks bij deze beschikking betrokken is. Daartoe moet binnen zes weken na de dag van verzending van deze beschikking een bezwaarschrift worden ingediend bij:

De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,

t.a.v. de Directie Wetgeving, Bestuurlijke en Juridische Aangelegenheden,

Bureau Ondersteuning Bezwaar en Beroep, Team 2

Postbus 90801,

2509 LV ’s-Gravenhage

Het bezwaarschrift dient te worden ondertekend en ten minste te bevatten de naam en het adres van de indiener, de dagtekening, een omschrijving van deze beschikking alsmede de reden(en) waarom de beschikking niet juist wordt gevonden.

Verzocht wordt bij het bezwaarschrift een kopie van deze beschikking en van eventuele andere op de zaak betrekking hebbende stukken te voegen. Het bezwaar schort de werking van deze beschikking niet op.

Naar boven