Richtlijn voor strafvordering grondstromen

Categorie: strafvordering

Rechtskarakter: Richtlijn i.d.z.v. artikel 130, lid 4, Wet RO

Afzender: College van Procureurs Generaal

Adressaat: Hoofden van Parketten

Registratienummer: 2010R027

Datum vaststelling: 22-11-2010

Datum inwerkingtreding: 01-01-2011

Geldigheidsduur: 31-12-2014

Publicatie Staatscourant : PM

Vervallen: Richtlijn voor strafvordering grondstromen (2003R004)

Relevante beleidsregels OM: Aanwijzing taakstraffen (2008A025)

Wetsbepalingen:

Bijlagen:

Achtergrond

De boetebedragen in deze richtlijn zijn geïndexeerd met 15 procent conform de door de minister voorgestelde verhoging per 1 januari 2011, waarbij de bedragen conform het Kader voor strafvordering zijn afgerond. Verwijzingen naar relevante OM-beleidsregels zijn geactualiseerd. Voor het overige is de tekst van deze richtlijn gelijk aan de versie met registratienummer 2003R004.

Beschrijving

1. Polaris-systematiek

In deze richtlijn voor strafvordering wordt gebruik gemaakt van het Polaris-puntensysteem, zoals beschreven in de Aanwijzing Kader voor strafvordering.

Ter zitting kunnen de bedragen die op basis van de opgegeven sanctiepunten kunnen worden berekend met 20% worden verhoogd. Het genoemde aantal sanctiepunten geldt voor first offenders.

Op basis van algemene beoordelingsfactoren kunnen de bedragen worden verhoogd. De algemene beoordelingsfactoren zijn:

  • Misdrijf/overtreding:

    De genoemde bedragen gelden voor misdrijven (opzet, voorwaardelijke opzet). Voor overtredingen (niet opzettelijk) wordt een verlagingspercentage van 25% toegepast.

  • Doelbewustheid/economisch gewin:

    Als de regelgeving aantoonbaar is overtreden met het oog op het behalen van economisch voordeel, wordt een verhogingspercentage toegepast van 25%.

  • Gevaarzetting:

    Als sprake is van duidelijke gevaarzetting door het plegen van het delict, wordt een verhogingspercentage van 25% toegepast.

  • Recidive:

    De genoemde bedragen hebben betrekking op first offenders.

    Bij recidive1 door natuurlijke personen:

    1 maal : + 10%

    meermalen: + 20%

    Bij recidive doorrechtspersonen:

    1 maal: + 50%

    meermalen:+ 100%

2. Taakstraffen2:

Aan natuurlijke personen kan een taakstraf als transactie worden aangeboden, of worden geëist ter zitting. Niet alle delicten komen in aanmerking voor een afdoening middels een taakstraf. Voor een taakstraf komen in beginsel niet in aanmerking:

  • Verdachten van ernstige gewelds- en zedenmisdrijven;

  • Verdachten die reeds meer dan één keer een taakstraf hebben aangeboden of opgelegd gekregen;

  • Verdachten die weigeren de door hen aangerichte schade te vergoeden of mee te werken aan schadebemiddeling;

  • Verdachten die vanwege een psychische of psychiatrische problematiek niet in staat zijn de taakstraf naar behoren te verrichten;

  • Verdachten die niet instemmen met een taakstraf;

  • Illegale vreemdelingen3;

  • Verdachten zonder vaste woon of verblijfplaats in Nederland.

Voorts kan als contra-indicatie gelden dat de verdachte nog andere strafzaken open heeft staan. Verdachten waarvan is komen vast te staan dat wederrechtelijk economisch voordeel is behaald, komen alleen in aanmerking voor een taakstraf indien het behaalde wederrechtelijk verkregen economisch voordeel op enigerlei wijze wordt ontnomen.

3. Overtredingen Woningwet en Wet op de ruimtelijke ordening

Deze strafvorderingsrichtlijn heeft in hoofdzaak betrekking op overtredingen die strafbaar zijn gesteld in artikel 1a van de Wet op de economische delicten (Wed). Een uitzondering betreft overtredingen van voorschriften gesteld bij of krachtens de Woningwet of de Wet op de ruimtelijke ordening. Op het moment van inwerkingtreding van deze richtlijn vallen zij nog niet onder de Wed, zodat de specifieke (bijkomende) straffen en maatregelen die deze wet kent, hiervoor niet kunnen worden opgelegd. De kans bestaat echter dat gedurende de looptijd van deze richtlijn ten gevolge van wetswijziging de desbetreffende overtredingen onder het bereik van de Wed worden gebracht.

Nr

Kernbepaling

Wetten

Reactie OM

1

Bouwen terwijl er onvoldoende bodemonderzoek is gedaan.

Woningwet artikel 8

Bouwverordening

Wet bodembescherming (Wbb) art. 27, 13 (alleen igv kennisnemen verontreiniging)

Transactie € 950,– ( 34 punten), met eventueel ontneming wederrechtelijk verkregen voordeel.

Evt. voorlopige maatregel om activiteiten te doen stoppen.

    

2

Ontgraven / onttrekken grondwater zonder vergunning of in strijd met vergunningsvoorschriften.

Ontgraven in strijd met bestemmingsplan.

Ontgraven in de wetenschap van aanwezigheid verontreiniging.

Ontgrondingenwet art. 3

Wet op de ruimtelijke ordening (WRO) art. 10 + voorschriften bestemmingsplan,

WRO art. 44 + bestemmingsplan

Grondwaterwet, art. 14

Wbb, art. 13, 27

Vergunning aangevraagd maar nog niet verleend (afhankelijk van de situatie dient pv te worden opgemaakt):

– Tot 50.000 m3 ontgraven / onttrokken: transactie € 0,50 per m3, met een minimum van € 1.300,– (45 punten)

– Meer dan 50.000 m3 ontgraven / onttrokken: direct dagvaarden. Eis: geldboete

Vergunning niet aangevraagd (altijd pv):

– Tot 25.000 m3 ontgraven / onttrokken: transactie € 1,– per m3 met een minimum van € 2.600,– (91 punten )

– Meer dan 25.000 m3 ontgraven / onttrokken: direct dagvaarden. Eis:

geldboete, al dan niet in combinatie met voorwaardelijke stillegging onderneming (art. 7 Wet op de economische delicten (Wed))

Ontneming wederrechtelijk verkregen voordeel

Indien omkeerbaar: herstelplicht als maatregel of voorwaarde bij transactie (art. 36 en 8 Wed).

    

3

Afwijken van saneringsplan zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van het bevoegd gezag.

Wbb art. 39 lid 2

Afhankelijk van ernst en omkeerbaarheid: transactie minimaal € 2.600,– (91 punten), dan wel direct dagvaarden. Eis: geldboete.

Indien omkeerbaar: herstelplicht als maatregel of voorwaarde bij transactie (art. 36 en 8 Wed).

Evt. voorlopige maatregel om activiteiten te doen stoppen.

Ingeval van onomkeerbaarheid: ontneming wederrechtelijk verkregen voordeel.

    

4

Herschikken van ernstig verontreinigde grond niet correct uitgevoerd.

Wbb art. 39 lid 2

Afhankelijk van ernst en omvang: transactie minimaal € 1.600,– (57 punten), dan wel direct dagvaarden. Eis: geldboete.

Evt. ontneming wederrechtelijk verkregen voordeel.

    

5

Afgifte van grond aan een be-/verwerker die niet beschikt over een (toereikende) vergunning.

Wet milieubeheer (Wm) art. 10.37

Afhankelijk van ernst en omvang: transactie minimaal € 2.600,– (91 punten)

Evt. ontneming wederrechtelijk verkregen voordeel.

Evt. voorlopige maatregel.

    

6

Transport zonder begeleidingsbrief of met niet-correcte begeleidingsbrief.

Wm, art 10.39; 10.40; 10.44

Valsheid in geschrift: Sr 225

Transactie € 950,– (34 punten).

Als sprake is van valsheid in geschrift: direct dagvaarden. Eis: vrijheidsstraf minimaal 2 weken (natuurlijk persoon); geldboete minimaal € 3.300,– (114 punten) (rechtspersoon).

    

7

Adequate boekhouding ontbreekt (de hoeveelheden aan- en afgevoerde grond bij een sanering of bij opslag zijn niet of niet juist vastgelegd).

Sanering: Wbb art. 39 lid 2

Opslag: Wm, art. 8.1, 18.18

Wm, art 10.1

Wm, art 10.38

Valsheid in geschrift: Sr 225

Transactie: € 2.600,– (91 punten).

Als sprake is van valsheid in geschrift: direct dagvaarden. Eis: vrijheidsstraf minimaal 4 weken (natuurlijk persoon); geldboete minimaal € 5.000,– (182 punten) (rechtspersoon).

    

8

Toepassen van grond op locatie zonder juiste keuringen en kwaliteitsverklaringen of toepassen van grond met onjuiste kwaliteit

Bouwstoffenbesluit bodem-

en oppervlaktewateren-bescheming (Bsb), art 8, 22

Wet verontreiniging oppervlaktewateren (Wvo), art. 1

Afhankelijk van ernst en omvang: transactie minimaal € 3.900,– (136 punten), dan wel direct dagvaarden. Eis: vrijheidsstraf minimaal 3 weken (natuurlijk persoon); geldboete minimaal

€ 4.700,– (164 punten) (rechtspersoon).

Evt. ontneming wederrechtelijk verkregen voordeel.

Evt. voorlopige maatregel.

Evt. herstelplicht als maatregel of voorwaarde bij transactie (art. 36 en 8 Wed).

    

9

Tijdelijke opslag van grond zonder (adequate) voorzieningen, bijv. ontbreken van een onderafdichting.

In het kader van beschikking: Wbb art. 39 lid 2

Buiten inrichting:

Wbb art. 13;

Binnen inrichting:

Wm art 18.18

Wm art 8.40/8.44

Wm art. 8.1

Afhankelijk van ernst en omvang: transactie minimaal € 2.600,– (91 punten), dan wel direct dagvaarden. Eis: geldboete.

Evt. ontneming wederrechtelijk verkregen voordeel.

Evt. voorlopige maatregel om nadelige milieugevolgen te voorkomen en verdere aanvoer te voorkomen.

Evt. herstelplicht als maatregel of voorwaarde bij transactie (art. 36 en 8 Wed).

    

10

Mengen van grond

Buiten inrichting:

Wm, art. 10.1

Wbb art. 13

Binnen inrichting:

Wm art 18.18

Wm art. 8.1

Afhankelijk van ernst en omvang: transactie minimaal € 3.900,– (136 punten), dan wel direct dagvaarden. Eis: geldboete.

Evt. ontneming wederrechtelijk verkregen voordeel.

Evt. voorlopige maatregel.

    

11

Niet gescheiden houden van afvalstoffen/ grond

Voor gevaarlijk afval: ministeriele Regeling scheiden en gescheiden houden van gevaarlijk afval

Voor overige afvalstoffen

Binnen inrichting:

Wm art. 18.18

Wm art. 8.1

Wm art. 10.1

Afhankelijk van ernst en omvang: transactie minimaal € 3.900,– (136 punten), dan wel direct dagvaarden. Eis: geldboete.

Evt. ontneming wederrechtelijk verkregen voordeel.

Evt. voorlopige maatregel.

Evt. herstelplicht als maatregel of voorwaarde bij transactie (art. 36 en 8 Wed).

    

12

Omkatten van partijen grond (valsheid in geschrift).

Indien in een werk aangebracht, of op het punt te worden aangebracht:

Bsb art. 8, 22

Valsheid in geschrift: Sr 225

Dagvaarden. Eis afhankelijk van ernst en omvang: vrijheidsstraf minimaal 8 weken (natuurlijk persoon); geldboete minimaal

€ 9.500,– (341 punten) (rechtspersoon), al dan niet in combinatie met voorwaardelijke stillegging onderneming (art. 7 Wed).

Evt. ontneming wederrechtelijk verkregen voordeel.

Evt. voorlopige maatregel

Evt. herstelplicht als maatregel of voorwaarde bij transactie (art. 36 en 8 Wed).

    

13

Toepassing gebeurt niet conform de voorschriften en/ of voorgeschreven voorzieningen zijn niet aangebracht.

Bsb art. 8, 21, vierde lid, 26

Afhankelijk van ernst en omvang: transactie minimaal € 2.600,– (91 punten), dan wel direct dagvaarden. Eis: geldboete.

Evt. ontneming wederrechtelijk verkregen voordeel.

Evt. voorlopige maatregel

Evt. herstelplicht als maatregel of voorwaarde bij transactie (art. 36 en 8 Wed).

    

14

Melding in het kader van het BSB is niet of niet correct gedaan.

Bsb art. 11, 18, 21

Afhankelijk van ernst en omvang: transactie minimaal € 2.600,– (91 punten).

Evt. voorlopige maatregel

    

15

De identiteit van een partij is onduidelijk (geen of onjuist certificaat of keuring).

Bsb art. 8, 22

Valsheid in geschrift: Sr 225

Afhankelijk van ernst en omvang:

Transactie: minimaal € 3.900,– (136 punten).

Als sprake is van valsheid in geschrift: direct dagvaarden. Eis afhankelijk van ernst en omvang: vrijheidsstraf minimaal 6 weken (natuurlijk persoon); geldboete minimaal € 7.500,– (272 punten) (rechtspersoon).

Evt. ontneming wederrechtelijk verkregen economisch voordeel.

Evt. voorlopige maatregel

Evt. herstelplicht als maatregel of voorwaarde bij transactie (art. 36 en 8 Wed).

    

16

Storten buiten een inrichting.

Ontdoen van afvalstoffen: storten, in strijd met art. 10.2 Wm (bij evident niet functioneel toepassen)

Art. 13 Wbb

Afhankelijk van ernst en omvang: transactie: € 1,– per m3 met een minimum van € 2.600,– (91 punten), dan wel direct dagvaarden. Eis: geldboete.

Evt. ontneming wederrechtelijk verkregen economisch voordeel.

Evt. voorlopige maatregel

Evt. herstelplicht als maatregel of voorwaarde bij transactie (art. 36 en 8 Wed).

    

17

De regels van het bodembeheerplan worden overtreden.

Art. 3, 6 Min. Vrijstellingsregeling Grondverzet

Afhankelijk van ernst en omvang: transactie minimaal € 2.600,– (91 punten).

Evt. ontneming wederrechtelijk verkregen economisch voordeel.

Evt. voorlopige maatregel

Evt. herstelplicht als maatregel of voorwaarde bij transactie (art. 36 en 8 Wed).


XNoot
1

Voor het bepalen of sprake is van recidive wordt een periode van vijf jaar gehanteerd. Daarbij wordt niet alleen gekeken naar veroordelingen (ook buitenlandse), maar ook naar transacties of afgedane strafbeschikkingen (waartegen geen verzet is gedaan). Bepalend of sprake is van recidive, kunnen behalve milieu- of economische delicten ook commune delicten zijn, bijv. vermogensdelicten of geweldsdelicten. De recidiveregeling geldt voor zowel transacties als eisen ter zitting.

XNoot
2

Zie de aanwijzing taakstraffen (2001A003)

XNoot
3

Deze contra-indicatie wordt versterkt door het feit dat een illegale vreemdeling zich niet met een volgens de Wet op de identificatieplicht geldig legitimatiebewijs kan legitimeren waardoor de SRN niet kan vaststellen of degene die de taakstraf gaat uitvoeren ook degene is die de taakstraf opgelegd heeft gekregen en gaat de zaak alsnog weer terug naar het OM.

Als uitzondering op de regel is soms een op de persoon toegesneden voorziening mogelijk. Te denken valt bijvoorbeeld aan vreemdelingen die van legaal naar illegaal veranderen, zoals een uitgeprocedeerde asielzoeker. Voor wat betreft de status van de asielzoeker is het raadzaam contact op te nemen met de IND.

Naar boven