Besluit inzake de aanvraag ingevolge de Waterwet van N.V. Elektriciteits-Produktiemaatschappij Zuid Nederland te Vlissingen

De Staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu maakt ter voldoening aan de Algemene wet bestuursrecht het volgende bekend.

Bij besluit van 17 november 2010, nr. RWS/DZL-2010/5351 is de aan N.V. Elektriciteits-Produktiemaatschappij Zuid Nederland te Vlissingen verleende vergunning ingevolge de Waterwet gewijzigd. De wijziging betreft het in overeenstemming brengen van de meetfrequentie voor de parameters behorende bij de afvalwaterbehandelingunit (ABI) met de Regeling Lozingen Afvalwater van Rookgasreiniging (RLAR), het aanpassen van de parameters behorende bij de ABI in verband met correctie voor ingenomen zeewater, het in overeenstemming brengen van de olie-eis van het lenswater met het overloopwater van de afvalwatertank en het in overeenstemming brengen van de beschikking, waarbij reeds uitgevoerde of niet meer van toepassing zijnde voorschriften zullen worden verwijderd.

Terinzagelegging

Het besluit, alsmede het ontwerpbesluit en andere van belang zijnde stukken liggen van 25 november 2010 tot en met 5 januari 2011 ter inzage op de volgende adressen en tijdstippen:

  • 1. Rijkswaterstaat Zeeland, afdeling Vergunningverlening en Handhaving, Poelendaelesingel 18 te Middelburg op voorafgaande afspraak (tel. 0118-622428, dhr. L. Filius) op werkdagen van 09.00 uur tot 12.00 uur en van 13.00 uur tot 16.00 uur.

  • 2. In de centrale hal van het stadhuis van de gemeente Vlissingen gelegen aan de Paul Krugerstraat 1 te Vlissingen, op werkdagen tijdens kantooruren. Na voorafgaande afspraak (tel. 0118-487339/ 487300 of whe@vlissingen.nl) kunnen de stukken ook op donderdagavond van 17.00 uur tot 20.00 uur ingezien worden.

Beroep en voorlopige voorziening

Tegen het besluit kan tot en met 6 januari 2011 beroep worden ingesteld door:

  • a. belanghebbenden die een zienswijze hebben ingebracht op het ontwerp;

  • b. de adviseurs die gebruik hebben gemaakt van de gelegenheid advies uit te brengen over het ontwerp;

  • c. degenen die bezwaar hebben tegen wijzigingen die bij het nemen van het besluit ten opzichte van het ontwerp zijn aangebracht;

  • d. belanghebbenden aan wie redelijkerwijs niet kan worden verweten geen zienswijze te hebben ingebracht op het ontwerp.

Het gemotiveerde beroepschrift dient te worden gezonden aan de rechtbank (sector Bestuursrecht) binnen het rechtsgebied waarvan de indiener van het beroepsschrift zijn woonplaats heeft, met tenminste een vermelding van de naam en het adres van de indiener, de dagtekening van het beroepschrift, een vermelding van het bestuursorgaan dat het besluit heeft genomen en de datum en het kenmerk van het besluit.

Het besluit treedt in werking na bekendmaking, tenzij vóór het einde van de beroepstermijn, naast het instellen van beroep, tevens een verzoek wordt gedaan tot het treffen van een voorlopige voorziening. Het verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening moet worden gericht aan de Voorzieningenrechter van de rechtbank (sector Bestuursrecht) binnen het rechtsgebied waarvan de indiener van het bezwaarschrift zijn woonplaats heeft. Het besluit wordt niet van kracht voordat op een dergelijk verzoek is beslist.

Van de indiener van een beroepschrift/verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening wordt een bedrag aan griffiegeld geheven. De griffier van de betrokken rechtbank wijst de verzoeker na de indiening van diens verzoek op de verschuldigdheid van het griffierecht en bericht de verzoeker binnen welke termijn en op welke wijze het verschuldigde griffierecht moet worden voldaan.

Middelburg, 24 november 2010

De Staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu,

namens deze:

het hoofd van de afdeling Vergunningverlening en Handhaving,

E.J. Blaakman.

Naar boven