Besluit inzake verklaring wijziging in lozingsituatie, Waterwet

De Staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu geeft kennis van een besluit inzake een verklaring naar aanleiding van een melding ingevolge artikel 6.26 Waterwet juncto artikel 8.19 lid 1 van de Wet milieubeheer.

De melding is gedaan door Akzo Nobel Polymer Chemicals B.V. locatie Deventer.

Akzo Nobel Polymer Chemicals B.V. maakt melding van een wijziging in de lozingssituatie, zoals opgenomen in de vergunning van 17 december 1998 met kenmerk ANKV 16352 op grond van de Waterwet (voorheen de Wet verontreiniging oppervlaktewateren).

De melding heeft betrekking op het mogelijk wijzigen van de directe koelwaterlozing op de IJssel.

De gemelde veranderingen zullen niet leiden tot andere of grotere nadelige gevolgen voor de kwaliteit van het oppervlaktewater of de waterbodem dan die ingevolge de vergunning en de daaraan verbonden voorschriften zijn toegestaan. Derhalve is voldaan aan het gestelde in artikel 6.26 Waterwet juncto atikel 8.19, eerste lid Wet milieubeheer.

Terinzagelegging

De verklaring, de melding en de daarbij van belang zijnde stukken liggen vanaf 18 november tot en met 29 december 2010 ter inzage op het volgende adres en tijdstip:

  • 1. Rijkswaterstaat Oost-Nederland, afdeling WSE, Eusebiusbuitensingel 66 te Arnhem, op werkdagen van 9.00 uur tot 16.00 uur.

Bezwaar en voorlopige voorziening

Tegen het besluit kan tot en met 29 december 2010 bezwaar worden ingediend.

Het bezwaarschrift moet worden gericht aan de Staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu, p/a de hoofdingenieur-directeur van Rijkswaterstaat Oost-Nederland, Postbus 9070, 6800 ED Arnhem.

Het bezwaarschrift dient te zijn ondertekend en ten minste het volgende te bevatten:

  • de naam en het adres van de indiener;

  • de dagtekening van het bezwaar;

  • een vermelding van het bestuursorgaan dat het besluit heeft genomen en de datum en het nummer van het besluit;

  • de gronden van het bezwaar (motivering).

Voorlopige voorziening

Indien een bezwaarschrift is ingediend, is het mogelijk om daarnaast een verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening in te dienen. Een dergelijk verzoek dient te worden gericht aan de Rechtbank Zwolle-Lelystad, Postbus 10067, 8000 GB Zwolle.

Het verzoek dient te zijn ondertekend en ten minste het volgende te bevatten:

  • de naam en het adres van de indiener;

  • de dagtekening van het bezwaar;

  • een vermelding van de datum en het nummer waartegen het bezwaarschrift zich richt;

  • een opgave van de redenen waarom men zich met het besluit niet kan verenigen.

Bij het verzoek dient voorts een afschrift van het bezwaarschrift te worden overgelegd. Zo mogelijk wordt tevens een afschrift van het besluit waarop het geschil betrekking heeft, overgelegd. Naar aanleiding van het verzoek kan de Voorzitter een voorlopige voorziening treffen indien onverwijlde spoed, gelet op de betrokken belangen, dat vereist.

Van de indiener van een verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening wordt een bedrag aan griffierecht geheven. Omtrent de hoogte daarvan, de wijze waarop en de termijn waarbinnen u dient te betalen, kunt u zich in verbinding stellen met de secretarie van de voornoemde Rechtbank, telefoon 038-888 44 44.

Het besluit wordt op 30 december 2010 van kracht tenzij vóór deze datum beroep is ingesteld en een verzoek wordt gedaan tot het treffen van een voorlopige voorziening. De beschikking wordt dan niet van kracht voordat op een dergelijk verzoek is beslist. Het besluit is pas onherroepelijk indien er geen bezwaarmogelijkheden meer openstaan. Het gebruikmaken van een nog niet onherroepelijke beschikking geschiedt op eigen risico.

Inlichtingen

Voor het verkrijgen van nadere inlichtingen en/of (tegen betaling) van kopieën van de ter inzage gelegde stukken kan men zich wenden tot de hoofdingenieur-directeur van de dienst Oost-Nederland, postadres: Postbus 9070, 6800 ED Arnhem, telefoon 026-368 87 02.

Arnhem, 5 november 2010

Naar boven