Staatscourant van het Koninkrijk der Nederlanden
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Ministerie van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer | Staatscourant 2010, 17595 | Adviezen Raad van State |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Jaargang en nummer | Rubriek |
|---|---|---|---|
| Ministerie van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer | Staatscourant 2010, 17595 | Adviezen Raad van State |
Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Op de voordracht van Onze Minister voor Wonen, Wijken en Integratie van 8 juli 2010, nr. BJZ2010018766, Directie Bestuurlijke en Juridische Zaken;
Gelet op artikel 2 van de Woningwet;
De Raad van State gehoord (advies van ....., nr. .....);
Gezien het nader rapport van Onze Minister voor Wonen, Wijken en Integratie van .........nr. BJZ......... , Directie Bestuurlijke en Juridische Zaken;
Hebben goedgevonden en verstaan:
Het Bouwbesluit 2003 wordt als volgt gewijzigd:
A
Artikel 1.1 wordt als volgt gewijzigd:
Na de definitie van ‘noodtrap’ wordt een definitie ingevoegd, luidende:
door de Stichting Nederlands Normalisatie Instituut uitgegeven voornorm;.
B
Afdeling 5.3 komt te luiden:
1. Een te bouwen bouwwerk is voldoende energiezuinig.
2. Voor zover voor een gebruiksfunctie in tabel 5.11 voorschriften zijn aangewezen, wordt voor die gebruiksfunctie aan de in het eerste lid gestelde eis voldaan door toepassing van die voorschriften.
3. Het eerste lid is niet van toepassing op de gebruiksfuncties waarvoor in tabel 5.11 geen voorschrift is aangewezen.

Tabel 5.11
1. Een gebruiksfunctie heeft een volgens NEN 7120 bepaalde energieprestatiecoëfficiënt van ten hoogste de in tabel 5.11 aangegeven waarde.
2. In afwijking van het eerste lid, heeft een gebouw of een gedeelte daarvan dat op niet meer dan een perceel ligt, met meerdere gebruiksfuncties waarvoor volgens het eerste lid een energieprestatiecoëfficiënt geldt dat het totale volgens NEN 7120 bepaalde karakteristieke energiegebruik niet hoger is dan het totale volgens NEN 7120 bepaalde toelaatbare energiegebruik. Bij het bepalen van het toelaatbare energiegebruik wordt per gebruiksfunctie uitgegaan van de in tabel 5.11 aangegeven waarde.
3. Indien bij toepassing van NEN 7120 gebruik wordt gemaakt van NVN 7125 dan is de waarde van de zonder NVN 7125 bepaalde energieprestatiecoëfficiënt ten hoogste 1,33 maal de in tabel 5.11 aangegeven waarde.
Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.
De Minister voor Wonen, Wijken en Integratie,
Dit besluit strekt tot wijziging van het Bouwbesluit 2003 inzake de aanscherping van de energieprestatiecoëfficiënt (hierna ook EPC) voor tot bewoning bestemde gebouwen.
Deze aanscherping van 0,8 tot 0,6 is voor het eerst in september 2007 aangekondigd in het werkprogramma ‘Nieuwe energie voor het klimaat’ als onderdeel van het project Schoon en Zuinig. De aanscherping tot 0,6 en ook een verdere aanscherping die voorzien is voor 2015 zijn stappen om te komen tot een energieneutrale nieuwbouw in 2020 zoals beschreven in het hiervoor genoemde werkprogramma. In het Algemeen Overleg inzake de bouwregelgeving van 11 mei 2010 is toegezegd de aanscherping van de EPC voor woningen naar 0,6 per 1 januari 2011 in werking te laten treden. Ook wordt met het onderhavige besluit een EPC voor nieuw te bouwen woonwagens ingevoerd. Deze EPC van 1,3 is gebaseerd op de resultaten van het rapport ‘Onderzoek mogelijkheden invoering EPC voor woonwagens’, rapport E. 2000 6.0758.00.R001 van DGMR, 15 mei 2007.
Richtlijn 2002/91/EG van het Europees Parlement en de Raad van 16 december 2002 betreffende de energieprestatie van gebouwen (EPBD) richt zich mede op het vaststellen van energieprestatie-eisen. Nederland heeft aan artikel 4, eerste lid, van de EPBD voldaan doordat in het Bouwbesluit 2003 (en daarvoor in het Bouwbesluit uit 1991) al sedert 1995 een energieprestatiecoëfficiënt is opgenomen. Met deze aanscherping wordt de omzetting van deze richtlijn op dat onderdeel voortaan op een hoger niveau ingevuld. Bovendien is hiermee voldaan aan de verplichting uit de richtlijn om regelmatig en tenminste om de vijf jaar de hoogte van de eisen te toetsen en zo nodig aan de technische vooruitgang aan te passen.
De eisen voor energieprestatie zijn in overeenstemming met de EPBD gebaseerd op een door de lidstaat vast te stellen berekeningsmethodiek. Nederland hanteert hiervoor voortaan NEN 7120: Energieprestatie van gebouwen – Bepalingsmethode. Deze NEN-norm is van toepassing voor zowel woningbouw als utiliteitsbouw en vervangt de eerder aangewezen NEN 5128 en NEN 2916.
In NEN 7120 zijn nieuwe technieken verwerkt zoals de micro-WKK (warmtekrachtkoppeling) en de lucht- waterpomp. Ook biedt de norm voortaan de mogelijkheid om bij gebiedsgebonden maatregelen, zoals bijvoorbeeld stadsverwarming, te rekenen met het specifieke rendement in plaats van met vaste waarden. Ook is de nieuwe norm beter dan de eerder aangewezen normen afgestemd op de EPBD.
Ten behoeve van de toepassing van de nieuwe norm zal voor de inwerkingtreding van dit besluit rekensoftware ontwikkeld worden.
Tot 1 juli 2011 geldt er een zogenoemd duaal stelsel, tot dat moment mag men er namelijk voor kiezen nog gebruik te maken van de oude normen.
Het ontwerpbesluit is op xxxxxxxxxxxx gemeld aan de Commissie van de Europese Gemeenschappen, notificatienummer 2008/0128/NL, ter voldoening aan artikel 8, eerste lid, van richtlijn nr. 98/34/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 22 juni 1998 betreffende een informatieprocedure op het gebied van normen en technische voorschriften en regels betreffende de diensten van de informatiemaatschappij (PbEG L 204), zoals gewijzigd bij richtlijn nr. 98/48/EG van 20 juli 1998 (PbEG L 217).
Artikel I van dit wijzigingsbesluit bevat mogelijk technische voorschriften in de zin van deze richtlijn (notificatierichtlijn). De gelijkwaardigheidsbepaling staat in artikel 1.5 van het Bouwbesluit 2003.
Door de Commissie zijn xxxxxxxxxxxxxxxxxx.
Melding aan het Secretariaat van de Wereld Handelsorganisatie, ingevolge artikel 2, negende lid, van de op 15 april 1994 te Marrakech tot stand gekomen Overeenkomst inzake technische handelsbelemmeringen (Trb. 1994, 235) heeft niet plaatsgevonden nu er in casu geen sprake is van significante gevolgen voor de handel.
Dit aanscherping van de EPC woningbouw is besproken in het Overlegplatform Bouwregelgeving (OPB) van 16 april 2010. Het OPB heeft deze aanscherping vervolgens opgenomen in zijn advies nr. 21.
Wat betreft het invoeren van de EPC voor woonwagens, wordt opgemerkt dat het hierboven genoemde rapport ‘Onderzoek mogelijkheden invoering EPC voor woonwagens’ tezamen met een aantal andere onderzoeken ter voorbereiding van de integratie van het Bouwbesluit 2003 en het Besluit brandveilig gebruik bouwwerken in meer algemene zin is besproken in het OPB van 23 november 2007.
Dit ontwerpbesluit is niet voorgelegd aan het Adviescollege toetsing administratieve lasten. Dit besluit bevat met name een aanscherping van de reeds bestaande energieprestatiecoëfficiënt, er is op dit terrein dan ook geen sprake van nieuwe of extra administratieve lasten.
Aanscherping van de eisen voor woningbouw zal naar verwachting leiden tot een verdere toename in de toepassing van energiebesparende maatregelen.
Deze conclusie is gebaseerd op het onderzoek ‘Aanscherpingsstudie EPC-woningbouw 2011’ (DGMR, rapport E.2009.0697.00.R003)
De daarbij gehanteerde criteria zijn dat de toegepaste maatregelpakketten om tot de aangescherpte eis te komen:
– niet leiden tot negatieve effecten op het binnenmilieu;
– technisch kunnen voldoen in de bestaande bouwpraktijk;
– niet strijdig zijn met het Bouwbesluit 2003;
– niet bij voorbaat onrendabel zijn onder de verwachte economische omstandigheden, en
– gebaseerd zijn op de markt verkrijgbare technieken.
De effecten van de aanscherping zijn doorgerekend aan de hand van een aantal referentiewoningen, te weten een appartement, een galerijflat, een tussenwoning, een hoekwoning, een 2 onder 1 kap woning en een vrijstaande woning.
Deze berekeningen zijn uitgevoerd met combinaties van de volgende maatregelen:
– Bouwkundige maatregelen;
– verhoogde isolatie gevel
– verhoogde isolatie dak
– verhoogde isolatie begane grondvloer
– verhoogde isolatie ramen
– zonwering
– Installatietechnische maatregelen;
– Zonneboiler
– Verhoogd rendement CV-ketel
– Warmtepomp
– Energiezuinig ventilatiesysteem (warmteterugwinning, vraaggestuurde ventilatie, energiezuinige ventilatoren)
– Douchewaterwarmteterugwinning
– Zonnecollectoren
– Verhoogd tapwaterrendement
– Verlaging hulpenergie (pompen etc.).
Op basis van deze berekeningen is geconcludeerd dat voor iedere woonfunctie de aanscherping van 0,8 naar 0,6 technisch en economisch haalbaar is.
Met bekende maatregelpakketten en technieken (HR ketel, 3-dubbel glas, goede isolatie) kan de EPC 0,6-eis worden gehaald en blijft de ontwerpvrijheid intact.
Zelfs bij een conservatieve economische benadering, waarbij geen rekening is gehouden met gebiedsgerichte (en daarmee goedkopere) maatregelen, een verwachte prijsdaling van nu nog nieuwe maatregelen, een grote stijging van energietarieven en een positieve waardeontwikkeling van energiezuinige woningen, gaan de woonlasten voor de consument in een woning met een EPC van 0,6, bij gestandaardiseerd gebruik, omlaag.
De invoering van deze wijziging van het Bouwbesluit 2003 zal vooraf worden gegaan door voorlichtingsactiviteiten. Ook zal een doorlopende tekst van het Bouwbesluit 2003, waarin deze wijzigingen zijn verwerkt, alsmede een integrale versie van de toelichting via www.vrom.nl beschikbaar zijn.
Een voornorm is vergelijkbaar met een gewone NEN norm en kan ook gewoon als norm worden gebruikt. Binnen een periode van drie jaar na vaststelling moet door de normcommissie worden besloten of de voornorm wordt omgezet in een gewone NEN norm.
In tabel 5.11 is de grenswaarde voor de EPC voor de woonfunctie gelegen in een woongebouw en de andere woonfunctie aangescherpt. Ook is nu een EPC voor de woonfunctie van een woonwagen opgenomen. Hetgeen voorheen in de artikelen 5.12 en 5.13 was opgenomen is nu in artikel 5.12 opgenomen. Omdat er nu geen sprake meer is van aparte normen voor woningbouw en utiliteitsbouw is het niet nodig om aparte voorschriften voor woningbouw en utiliteitsbouw op te nemen. Ook het verschil in berekeningsmethodieken voor een gebouw met meerdere gebruiksfuncties van dezelfde soort of met meerdere gebruiksfuncties van verschillende soorten is overbodig. Artikel 5.12 geeft in het tweede lid een berekeningsmethodiek voor het geval dat een gebouw meerdere gebruiksfuncties heeft, die in alle gevallen van toepassing is. In dergelijke gevallen mag het volgens NEN 7120 bepaalde karakteristieke energiegebruik niet hoger zijn dan het totale volgens NEN 7120 bepaalde toelaatbare energiegebruik. Bij het bepalen van het toelaatbare energiegebruik wordt voor iedere gebruiksfunctie uitgegaan van de voor die gebruiksfunctie in de tabel aangegeven waarde.
NEN 7120 biedt de mogelijkheid om bij gebiedsgebonden maatregelen voor de rendementen bij verwarming, warm tapwater en koeling naar keuze gebruik te maken van een in NEN 7120 aangegeven vaste waarde (referentierendement) of gebruik te maken van een volgens NVN 7125 te berekenen waarde.
Het derde lid geeft aan dat wanneer wordt besloten gebruik te maken van de NVN 7125, de waarde van de energieprestatiecoëfficiënt zonder dat gebruik gemaakt is van deze voornorm ten hoogste 1,33 maal de in tabel 5.11 gegeven waarde mag zijn. Dit betekent dat bij het gebruik maken van NVN 7125 de berekening altijd tweemaal moet worden uitgevoerd, eenmaal zonder en eenmaal met toepassing van NVN 7125. Op grond van de berekening zonder NVN 7125 wordt bepaald of de gebouwgebonden maatregelen zodanig zijn dat de NVN kan worden toegepast. Is de uitkomst van deze berekening ten hoogste 1,33 maal de in tabel 5.11 gegeven waarde, dan kan vervolgens de energieprestatiecoëfficiënt worden bepaald met de berekening met behulp van de feitelijke, met behulp van de voornorm, te berekenen waarde. Toepassing van NVN 7125 biedt dus de mogelijkheid om uit te gaan van een gunstiger rendement van gebiedsgebonden maatregelen dan het in NEN 7120 opgenomen referentierendement.
Tot 1 juli 2011 kunnen gebruikers er voor kiezen om nog niet met NEN 7120 te werken, maar de oude normen 2916 en/of 5128 toe te passen. In dat geval moet worden gewerkt met de oude artikelen 5.12 tot en met 5.14. Omdat de nieuwe tabel ook dan van toepassing is, moet in een dergelijk geval wel aan de tot 0,6 aangescherpte eis worden voldaan.
Het streven is erop gericht dat dit besluit op 1 januari 2011 in werking treedt.
Hierbij wordt rekening gehouden met het voorschrift van artikel 2, achtste lid, van de Woningwet dat het besluit eerst twee maanden na publicatie in het Staatsblad in werking kan treden.
De Minister voor Wonen, Wijken en Integratie,
No. W08.10.0291/IV
’s-Gravenhage, 28 juli 2010
Aan de Koningin
Bij Kabinetsmissive van 14 juli 2010, no. 10.001993, heeft Uwe Majesteit, op voordracht van de Minister voor Wonen, Wijken en Integratie, bij de Raad van State ter overweging aanhangig gemaakt het ontwerpbesluit houdende wijziging van het Bouwbesluit 2003 (aanscherping energieprestatiecoëfficiënt voor tot bewoning bestemde gebouwen), met nota van toelichting.
Het ontwerpbesluit geeft de Raad van State geen aanleiding tot het maken van inhoudelijke opmerkingen.
Voor een redactionele kanttekening verwijst de Raad naar de bij het advies behorende bijlage.
De Raad geeft U in overweging dienovereenkomstig te besluiten.
Gelet op artikel 25a, vijfde lid jo vierde lid, onder b, van de Wet op de Raad van State, is het college van oordeel dat openbaarmaking van dit advies achterwege dient te blijven.
De waarnemend Vice-President van de Raad van State,
P. van Dijk.
– In artikel 5.12, tweede lid, van het ontwerpbesluit, de zinsnede ‘dat het totale volgens NEN 7120 bepaalde karakteristieke energiegebruik niet hoger is’ vervangen door: een totaal volgens NEN 7120 bepaald karakteristiek energiegebruik dat niet hoger is.
’s-Gravenhage, 13 oktober 2010
Nr. BJZ2010027724
Directie Bestuurlijke en Juridische Zaken
Nader rapport inzake het ontwerp van een algemene maatregel van bestuur, houdende wijziging van het Bouwbesluit 2003 (aanscherping energieprestatiecoëfficiënt voor tot bewoning bestemde gebouwen)
Blijkens de mededeling van de Directeur van Uw kabinet van 14 juli 2010, no. 10.001993, machtigde Uwe Majesteit de Raad van State zijn advies inzake het bovenvermelde ontwerp van een algemene maatregel van bestuur rechtstreeks aan mij te doen toekomen.
Dit advies, gedateerd 28 juli 2010, nr. W08.10.0291/IV, bied ik U hierbij aan.
Het ontwerpbesluit geeft de Raad van State geen aanleiding tot het maken van inhoudelijke opmerkingen. De Raad geeft U in overweging dienovereenkomstig te besluiten.
De redactionele kanttekening is verwerkt.
Omdat inmiddels is gebleken dat NEN 7120, ondanks toezeggingen van NEN, niet tijdig is vastgesteld en het daarom niet mogelijk is op de voorgenomen datum van aanscherping van de energieprestatiecoëfficiënt met deze nieuwe norm te gaan werken, is het besluit aangepast. In plaats van een duaal stelsel, waarin gedurende een bepaalde periode naar keuze met de nieuwe norm of met de oude normen mocht worden gewerkt, is de nieuwe norm pas op een later moment van toepassing. Om dit mogelijk te maken is een extra onderdeel in artikel I tussengevoegd. In dit onderdeel B is dezelfde tabel 5.11 opgenomen als in het oude onderdeel B (nu C). In artikel II is nu opgenomen dat het tijdstip van inwerkingtreding van het besluit voor verschillende artikelen of onderdelen daarvan verschillend kan worden vastgesteld. Op die manier kan bij de inwerkingtreding van de aanscherping in eerste instantie gebruik worden gemaakt van de oude normen waarna op een later moment, wanneer de nieuwe norm beschikbaar is, deze alsnog kan worden aangewezen. De nota van toelichting is overeenkomstig het bovenstaande aangepast.
Ik moge U hierbij het gewijzigde ontwerpbesluit en de gewijzigde nota van toelichting doen toekomen en U verzoeken overeenkomstig dit ontwerp te besluiten.
De Minister voor Wonen, Wijken en Integratie,
E. E. van der Laan.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/stcrt-2010-17595.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.