Kennisgeving definitieve vergunning (stuw Borgharen) gemeente Maastricht

Kennisgeving definitieve vergunning ingevolge de Waterwet voor het maken en behouden van een waterkrachtcentrale met bijbehorende werkzaamheden aan de linkeroever van de rivier de Maas ter hoogte van km 15,4 (stuw Borgharen) in de gemeente Maastricht.

De Minister van Infrastructuur en Milieu maakt, ter voldoening aan het bepaalde in de Algemene wet bestuursrecht (uniforme openbare voorbereidingsprocedure), het volgende bekend:

  • Op grond van de Waterwet heb ik op 19 oktober 2010 besloten een watervergunning te verlenen voor het maken en behouden van een waterkrachtcentrale met bijbehorende werkzaamheden aan de linkeroever van de rivier de Maas ter hoogte van km 15,4 (stuw Borgharen) in de gemeente Maastricht.

Een ontwerp van deze vergunning heeft met de daarop betrekking hebbende stukken, vanaf 7 augustus 2010 gedurende zes weken ter inzage gelegen. Belanghebbenden konden gedurende de bovengenoemde periode schriftelijk en/of mondeling zienswijzen indienen.

Definitieve vergunning

Met medeneming van de ingediende zienswijzen heb ik op 19 oktober 2010 besloten een definitieve watervergunning te verlenen. De definitieve vergunning is op onderdelen gewijzigd ten opzichte van het ontwerp. Ingevolge de Algemene wet bestuursrecht ligt de definitieve vergunning met ingang van 28 oktober 2010 tot en met 9 december 2010 ter inzage op de volgende adressen:

  • 1. het kantoor van Rijkswaterstaat Limburg, Avenue Céramique 125 te Maastricht (kamer D2.16), op werkdagen van 9.00 uur tot 16.00 uur, na telefonische afspraak (043-329 45 19);

  • 2. het Gemeenteloket, Mosae Forum 10 te Maastricht, tijdens de reguliere openingstijden.

Beroep

Ingevolge de Algemene wet bestuursrecht kunnen belanghebbenden die zienswijzen hebben ingediend en belanghebbenden aan wie redelijkerwijs niet kan worden verweten dat zij geen zienswijzen hebben ingediend, een beroepschrift indienen.

De beroepstermijn vangt aan op 29 oktober 2010 en eindigt op 9 december 2010. Het beroepschrift moet worden gericht aan de rechtbank binnen het rechtsgebied waar u uw woonplaats in Nederland heeft.

Indien de indiener van het beroepschrift geen woonplaats in Nederland heeft, is de rechtbank binnen het rechtsgebied waarvan het bestuursorgaan zijn zetel heeft, bevoegd.

Wanneer een beroepsschrift is ingediend, bestaat tevens de mogelijkheid een verzoek om een voorlopige voorziening in te dienen bij de voorzieningenrechter van de desbetreffende rechtbank indien onverwijlde spoed, gelet op de betrokken belangen, dat vereist. Voor de behandeling van beroepschriften en verzoeken om voorlopige voorziening is een griffierecht verschuldigd.

Op deze vergunning is hoofdstuk 1 van de Crisis- en herstelwet van toepassing. Dit betekent dat belanghebbenden in hun beroepschrift gemotiveerd moeten aangeven welke beroepsgronden worden aangevoerd. Na afloop van de beroepstermijn kunnen geen beroepsgronden meer worden aangevoerd.

Inlichtingen

Voor het verkrijgen van nadere inlichtingen en/of (tegen betaling) van kopieën van de ter inzage gelegde stukken kan men zich wenden tot de onder het kopje ‘Definitieve vergunning’ genoemde instanties.

De Minister van Infrastructuur en Milieu,

namens deze:

de directeur Water en Scheepvaart,

K. Kosters.

Naar boven