Besluit inzake het voornemen om de aan Groente- en Viskwekerij Cornelisse B.V. te Stavenisse verleende vergunningen ingevolge de Waterwet ambtshalve te wijzigen

De Minister van Verkeer en Waterstaat maakt ter voldoening aan de Algemene wet bestuursrecht het volgende bekend.

Bij besluit van 30 september 2010, nr. RWS/DZL-2010/4579 zijn de aan Groente- en Viskwekerij Cornelisse B.V. te Stavenisse vigerende vergunningen ingevolge de Waterwet, verleend voor het in de Oosterschelde brengen van stoffen en het gebruikmaken van het rijkswaterstaatswerk Oosterschelde of de daartoe behorende beschermingszone, ambtshalve gewijzigd. De wijziging betreft het verlenen van een eenduidige duurzame vergunning voor de bedrijfstakken welke zich bezighouden met het kweken van consumptievis en het kweken van ongewervelde dieren en/of algen. De vergunning is zodanig van opzet dat de bedrijven ruimte geboden wordt om innovaties te kunnen doorvoeren.

Terinzagelegging

Het besluit, alsmede het ontwerp-besluit en andere van belang zijnde stukken liggen van 15 oktober 2010 tot en met 25 november 2010 ter inzage op de volgende adressen en tijdstippen:

  • 1. Rijkswaterstaat Zeeland, afdeling Vergunningverlening en Handhaving, Poelendaelesingel 18 te Middelburg op voorafgaande afspraak (tel. 0118-622428, dhr. L. Filius) op werkdagen van 09.00 uur tot 12.00 uur en van 13.00 uur tot 16.00 uur.

  • 2. In de publieke leesruimte van het gemeentehuis van Tholen, Hof van Tholen 2 te Tholen, op werkdagen van 09.00 uur tot 12.00 uur en van 13.30 uur tot 15.00 uur, met uitzondering van de maandagmiddag.

Beroep en voorlopige voorziening

Tegen het besluit kan tot en met 26 november 2010 beroep worden ingesteld door:

  • a. belanghebbenden die een zienswijze hebben ingebracht op het ontwerp;

  • b. de adviseurs die gebruik hebben gemaakt van de gelegenheid advies uit te brengen over het ontwerp;

  • c. degenen die bezwaar hebben tegen wijzigingen die bij het nemen van het besluit ten opzichte van het ontwerp zijn aangebracht;

  • d. belanghebbenden aan wie redelijkerwijs niet kan worden verweten geen zienswijze te hebben ingebracht op het ontwerp.

Het gemotiveerde beroepschrift dient te worden gezonden aan de rechtbank (sector Bestuursrecht) binnen het rechtsgebied waarvan de indiener van het beroepsschrift zijn woonplaats heeft, met tenminste een vermelding van de naam en het adres van de indiener, de dagtekening van het beroepschrift, een vermelding van het bestuursorgaan dat het besluit heeft genomen en de datum en het kenmerk van het besluit.

Het besluit treedt in werking na bekendmaking, tenzij vóór het einde van de beroepstermijn, naast het instellen van beroep, tevens een verzoek wordt gedaan tot het treffen van een voorlopige voorziening. Het verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening moet worden gericht aan de Voorzieningenrechter van de rechtbank (sector Bestuursrecht) binnen het rechtsgebied waarvan de indiener van het bezwaarschrift zijn woonplaats heeft. Het besluit wordt niet van kracht voordat op een dergelijk verzoek is beslist.

Van de indiener van een beroepschrift/verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening wordt een bedrag aan griffiegeld geheven. De griffier van de betrokken rechtbank wijst de verzoeker na de indiening van diens verzoek op de verschuldigdheid van het griffierecht en bericht de verzoeker binnen welke termijn en op welke wijze het verschuldigde griffierecht moet worden voldaan.

Middelburg, 14 oktober 2010

De Minister van Verkeer en Waterstaat,

namens deze:

het hoofd van de afdeling Vergunningverlening en Handhaving,

E.J. Blaakman.

Naar boven