De gemeente Hilvarenbeek heeft op 12 mei 2010 de mededeling ontvangen van de heer J.J.B.M. van Ham dat hij voornemens is om
een MER-beoordelingsplichtige activiteit uit te voeren op de locatie Prins Bernhardweg 4 te Haghorst, gemeente Hilvarenbeek.
De activiteit betreft het veranderen van de agrarische inrichting tot een inrichting voor het mogen houden van 2952 vleesvarkens
op een emissiearm systeem met een chemische luchtwasser met 70% ammoniakreductie, 78 zoogkoeien ouder dan 2 jaar, 79 stuks
vrouwelijk jongvee tot 2 jaar, 1 fokstier en 1 pony met bijbehorende activiteiten.
Ten opzichte van de vigerende milieuvergunning van 24 april 2007 vindt er een uitbreiding plaats in dieren en dieraantallen.
Tegelijk met deze mededeling is een vergunning aangevraagd in het kader van de Wet milieubeheer.
Op grond van artikel 7.2 van de Wet milieubeheer is de activiteit aangewezen in het Besluit milieu-effectrapportage. Ingevolge
bijlage D, categorie 14 van het Besluit milieu-effectrapportage is de voorgenomen activiteit m.e.r.-beoordelingsplichtig omdat
sprake is van het oprichten, wijzigen of uitbreiden van een inrichting bestemd voor het houden met meer dan 2.200 plaatsen
voor vleesvarkens.
Tegelijk met de Wet milieubeheer aanvraag is een zgn. aanmeldingsnotitie ingediend. In deze aanmeldingsnotitie worden extra
gegevens aangeleverd met betrekking tot de aangevraagde activiteit die gebruikt kunnen worden om te oordelen of er bijzondere
omstandigheden zijn die voor het bevoegd gezag reden zijn om een MER-plicht op te leggen.
Het bevoegd gezag laat de aanvraag buiten behandeling indien deze een besluit als bedoeld in artikel 7.2, vierde lid, betreft,
dat krachtens wettelijk voorschrift op aanvraag wordt genomen, en waarover krachtens artikel 7.17, eerste lid, geen beslissing
is genomen dan wel is beslist dat een milieueffect-rapport moet worden gemaakt wat niet is overgelegd.
Dit betekent dat de ingediende vergunningaanvraag vooralsnog buiten behandeling is gelaten tot nadat onderhavig besluit op
de aanmeldingsnotitie is genomen.
Een milieu-effectrapportage (MER) moet worden opgesteld indien bijzondere omstandigheden met betrekking tot deze activiteit
daartoe aanleiding geven. Deze bijzondere omstandigheden zijn,
– de kenmerken van de activiteit (o.a. omvang en cumulatie);
– de plaats waar de activiteit wordt verricht (o.a. locatie keuze in relatie met kwetsbaarheid omgeving);
– de kenmerken van de gevolgen van de activiteit (o.a. bereik, waarschijnlijkheid en omkeerbaarheid).;
Deze punten komen uit bijlage III van de EU richtlijn MER (85/337 EEG en 97/11/EG).
Na toetsing van de voorgenomen activiteit aan deze omstandigheden heeft ons college op 21 september 2010 besloten dat J.J.B.M.
van Ham voor deze activiteit geen MER behoeft op te stellen.
Stukken inzien
Het besluit en bijbehorende stukken liggen vanaf 7 oktober 2010 gedurende zes weken ter inzage bij de Centrale Balie van het
gemeentehuis te Hilvarenbeek. Iedere werkdag van 9.00 tot 12.30 uur en op dinsdagmiddag tevens van 15.30 tot 19.30 uur.
Bezwaar
Op grond van artikel 6.3 van de Algemene wet bestuursrecht wordt deze beoordeling beschouwd als een voorbereidingsbesluit,
waartegen geen direct bezwaar of beroep open staat. U kunt uw bezwaren tegen dit beoordelingsbesluit te zijner tijd kenbaar
maken in de procedures van de uiteindelijke besluiten, te weten de (eventuele) vergunning ingevolge de Wet milieubeheer.