Opsporingsvergunning koolwaterstoffen F13b

20 september 2010

ETM/EM/10119979

Directoraat-generaal voor Energie, Telecom en MarktenDirectie Energiemarkt

De Minister van Economische Zaken,

Procesverloop:

  • Petro-Canada Netherlands B.V. (thans genaamd Dana Petroleum Netherlands B.V.) en Dyas B.V. gezamenlijk (hierna genoemd aanvrager) hebben per brief van 28 juli 2009, ontvangen op 30 juli 2009, een aanvraag voor een opsporingsvergunning voor koolwaterstoffen ingediend, ingevolge artikel 6, van de Mijnbouwwet in een deel van het blok F13 (F13b). De aangevraagde geldigheidsduur van de vergunning is 5 jaar;

  • Een uitnodiging voor het indienen van concurrerende aanvragen is, ingevolge artikel 15, van de Mijnbouwwet, geplaatst in het Publicatieblad van de Europese Unie van 14 oktober 2009 (2009/C246/08). Op 15 december 2009 is van deze uitnodiging melding gemaakt in de Staatscourant (Stcrt. 2009, nr. 19237). Binnen de termijn van 91 dagen na publicatie van de aanvraag in het Publicatieblad van de Europese Unie is geen concurrerende aanvraag ingediend;

  • Staatstoezicht op de mijnen (hierna genoemd Sodm) heeft op verzoek van de Minister van Economische Zaken op 12 januari 2010 advies uitgebracht (kenmerk: 10004974);

  • TNO Bouw en Ondergrond, adviesgroep EZ (hierna genoemd TNO), heeft op verzoek van de Minister van Economische Zaken op 16 februari 2010 advies uitgebracht (kenmerk: AGE 10-10.015);

  • De Mijnraad heeft op verzoek van de Minister van Economische Zaken op 6 september 2010 advies uitgebracht (kenmerk: MIJR/10106827), op grond van artikel 105, derde lid, van de Mijnbouwwet.

Gelet op:

de artikelen 6, 7, 9, 11, eerste tot en met derde lid, 12, 13, eerste lid, 15, 17, en 105, derde lid, van de Mijnbouwwet, alsmede artikel 1.3.1. en 1.3.7 van de Mijnbouwregeling.

Besluit:

Artikel 1

Aan Dana Petroleum Netherlands B.V. en Dyas B.V. (hierna genoemd de vergunninghouder) wordt een opsporingsvergunning voor koolwaterstoffen verleend.

Artikel 2

De vergunning geldt voor een deel van het blok F13 (F13b), welk blok is aangegeven op de kaart die als bijlage bij de Mijnbouwregeling is gevoegd.

Het blokdeel F13b wordt begrensd door de breedtecirkels tussen de puntenparen A-B en C-D, door de lengtecirkels tussen de puntenparen B-C en A-E en door de grootcirkel tussen de punten D en E.

De coördinaten van deze punten zijn:

A

54° 20' 0,000" NB

04° 00' 0,000" OL

B

54° 20' 0,000" NB

04° 20' 0,000" OL

C

54° 10' 0,000" NB

04° 20' 0,000" OL

D

54° 10' 0,000" NB

04° 01' 23,00" OL

E

54° 12' 58,00" NB

04° 00' 0,000" OL

De ligging van de bovengenoemde punten is uitgedrukt in geografische coördinaten berekend volgens het stelsel van de Europese vereffening (ED-50).

De oppervlakte van blokdeel F13b bedraagt 398,7 km2.

Artikel 3

De vergunninghouder geeft uitvoering aan het werkprogramma dat onderdeel uitmaakt van de op 30 juli 2009 ontvangen aanvraag.

Artikel 4

De vergunninghouder neemt bij de uitvoering van het werkprogramma de volgende voorwaarden in acht:

  • binnen 2 jaar na het onherroepelijk worden van de vergunning deelt de vergunninghouder schriftelijk mee aan de Minister van Economische Zaken, onder vermelding van tijdstip, geologische structuur en diepte, de plaats waar de boring zal worden verricht;

  • uiterlijk in het derde jaar na het onherroepelijk worden van de vergunning wordt een boring geplaatst.

Artikel 5

De vergunning geldt, vanaf het tijdstip van inwerkingtreding nadat zij onherroepelijk is geworden, gedurende een tijdvak van 4 jaar.

Artikel 6

Dana Petroleum Netherlands B.V. wordt aangewezen als de persoon die de feitelijke werkzaamheden verricht of daartoe opdracht geeft, als bedoeld in artikel 22, vijfde lid, van de Mijnbouwwet.

Artikel 7

De vergunning treedt in werking met ingang van de dag na die waarop de beschikking is bekendgemaakt.

Deze beschikking wordt bekendgemaakt door toezending aan de aanvrager. Van deze beschikking wordt mededeling gedaan door plaatsing in de Staatscourant .

De Minister van Economische Zaken,

namens deze:

P. Jongerius,

Themacoördinator Mijnbouw en Mijnbouwklimaatdirectie Energiemarkt.

Tegen dit besluit kan degene wiens belang rechtstreeks bij dit besluit is betrokken binnen 6 weken na verzending van dit besluit een gemotiveerd bezwaarschrift Indienen bij de Minister van Economische Zaken, Directie Wetgeving en Juridische Zaken (ALP: L/L204), Postbus 20101, 2500 EC ’s-Gravenhage. Dit besluit is verzonden op de in de aanhef vermelde datum.

Naar boven