Staatscourant van het Koninkrijk der Nederlanden

Datum publicatieOrganisatieJaargang en nummerRubriek
Ministerie van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en MilieubeheerStaatscourant 2010, 1418Convenanten

Intentieovereenkomst voorbereiding realisatie windenergie in de Wieringermeer

Ondertekend op 18 januari 2010 te Anna Paulowna

DEEL I PARTIJEN

De partijen hieronder vermeld,

De minister van Volkhuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer, handelende in haar hoedanigheid van bestuursorgaan, mevrouw dr. J.M. Cramer, hierna te noemen Minister van VROM, mede namens de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit en de staatssecretaris van Defensie.

De provincie Noord-Holland, ten deze vertegenwoordigd door de gedeputeerde voor milieu en duurzame energie, de heer drs. B. Heller, daartoe gemachtigd door Commissaris van de Koningin in de provincie Noord-Holland bij besluit van 14 oktober 2008 (2008-56844), hierna te noemen de Provincie.

De gemeente Wieringermeer, ten deze vertegenwoordigd door de wethouder ruimtelijke ordening, de heer P.J.F. Ruijter, daartoe gemachtigd door de burgemeester van Wieringermeer ter uitvoering art. 171 Gemeentewet, hierna te noemen de Gemeente

GEZAMENLIJK TE NOEMEN ‘de Partijen’

DEEL II

Overwegende:

  • 1) Dat de Partijen wensen samen te werken ter bevordering van de realisatie van windenergie in de Wieringermeer. Daarbij wensen zij gezamenlijk op te trekken en gebruik te maken van elkaars kennis.

  • 2) Dat de Wieringermeer, gelegen in de Kop van Noord-Holland en daarnaast West-Friesland met inbegrepen de Wieringermeerdijk deel uitmaakt van een kansrijk zoekgebied voor de (grootschalige) productie van windenergie in de provincie Noord-Holland en daarmee een substantiële bijdrage moet gaan leveren aan de duurzaamheidsdoelstellingen.

  • 3) Dat er in de Samenwerkingsagenda Mooi Nederland (Den Haag, 2 april 2009) en in de klimaatakkoorden tussen rijk, provincies (Den Haag, 14 januari 2009) en gemeenten (Den Haag, 12 november 2007) afspraken zijn gemaakt om zich gezamenlijk in te spannen voor de doelstellingen voor windenergie op land. De minister van VROM heeft hierbij een coördinerende rol. In 2011 moet in Nederland 2000 Megawatt windenergie op land extra vergund zijn met Stimulering Duurzame Energieproductie. Er wordt in een langetermijnvisie ruimte gezocht voor een doorgroei van ten minste nog eens 2000 Megawatt in 2020.

  • 4) Dat in de ‘Nota Krachtig in Balans’ (collegeprogramma 2007–2011 ondertekend op 5 april 2007) en de ‘Strategische Nota Duurzame energie’ (Haarlem, 12 mei 2009) duurzaamheidsdoelstellingen van de provincie Noord-Holland zijn vastgelegd. De doelstelling is aangescherpt door de provincie Noord-Holland naar 430 Megawatt opgesteld vermogen windenergie in 2012 en een niet bindende streefwaarde van 500 Megawatt opgesteld vermogen in 2012. De provincie neemt dit op in haar structuurvisie. Bovendien streeft de provincie naar een extra opgesteld vermogen windenergie van 600 Megawatt in de periode 2012–2025. In de Structuurvisie reserveert de provincie hiervoor een zoekgebied in Noord-Holland Noord.

  • 5) Dat in de startnotitie Windplan Wieringermeer als uitgangspunt is genomen te komen tot een windplan voor de Wieringermeer dat voorziet in opschaling van de bestaande lijnopstellingen, uitbreiding van het testpark van ECN en herstructurering en opschaling van de bestaande solitaire turbines in de gemeente.

  • 6) Dat de realisatie van windenergie in de Wieringermeer bijdraagt aan de duurzaamheidsdoelstellingen van rijk, provincie en gemeente. Herstructurering van oude molens biedt kansen voor verbetering van het landschap door het tegengaan van verrommeling. Windenergie draagt bij aan de reductie van de CO2-emissie. Bovendien geeft de ontwikkeling van windenergie in Wieringermeer een impuls aan werkgelegenheid en economische ontwikkeling in de regio Kop van Noord-Holland.

DEEL III

Komen het volgende overeen:

Artikel 1 definities

  • 1. Onder de Startnotitie Windplan Wieringermeer wordt verstaan het document dat op 28 mei 2009 is vastgesteld door de gemeenteraad van Wieringermeer, hierna te noemen de startnotitie. Deze is opgenomen in bijlage 1.

  • 2. Onder windturbines worden in deze intentieverklaring verstaan windturbines met een vermogen van 1 of meer Megawatt. Dat geldt voor de nieuwe turbines die gerealiseerd worden, niet voor de turbines die vervangen worden.

  • 3. Onder de Wieringermeer wordt het gebied (exclusief het water) verstaan dat op de kaart in bijlage 2 wordt afgebeeld.

Artikel 2 doel en inhoud intentieverklaring

  • 1. Met deze intentieverklaring laten de Partijen zien dat ze de ontwikkelingen in de Wieringermeer op het gebied van windenergie steunen om bij te dragen aan de doelstellingen voor windenergie en zich daar, elk binnen hun eigen verantwoordelijkheid, actief voor in willen spannen.

  • 2. De Partijen stellen zich ten doel de gezamenlijke rollen, verantwoordelijkheden en afspraken vast te leggen die zijn gericht op:

    • a. creëren van maximale fysieke ruimte;

    • b. het scheppen van voorwaarden en wegnemen van knelpunten;

    • c. voortgang en progressie;

    bij het realiseren van windenergie in de Wieringermeer. De ambitie is om daarmee een aanzienlijke toename ten opzichte het huidige opgesteld windenergievermogen mogelijk te maken, waarmee substantieel wordt bijgedragen aan de nationale doelstelling.

  • 3. De Partijen beogen deze ambities te bereiken door middel van opschaling van de bestaande lijnopstellingen, uitbreiding van het ECN testpark en herstructurering van bestaande solitaire turbines met een optimale betrokkenheid van de belanghebbenden.

  • 4. De Partijen nemen zich voor het resultaat van de inspanningen op te nemen in een ‘windplan’.

Artikel 3 beschrijving en doel windplan

  • 1. In het windplan wordt beschreven hoe voor de Wieringermeer wordt voorzien in opschaling van de bestaande lijnopstellingen, uitbreiding van het testpark van ECN en herstructurering en opschaling van de bestaande solitaire turbines.

  • 2. Het windplan heeft tot doel uitvoering mogelijk te maken van de herstructurering, uitbreiding en opschaling van windenergie in de Wieringermeer.

  • 3. Het windplan zal ten minste bestaan uit:

    • a. Een ruimtelijk ontwerp en plan-mer.

    • b. Een exploitatiemodel

    • c. Een organisatiemodel

    • d. Uitvoeringsprogramma inclusief planning

  • 4. Het windplan zal onder regie van de Gemeente worden vastgesteld door de gemeenteraad van Wieringermeer.

  • 5. De Gemeente is verantwoordelijk voor het opstellen van het windplan.

  • 6. De uitvoering van het windplan wordt uiterlijk in 2011 gestart.

Artikel 4 rollen, verantwoordelijkheden en afspraken

  • 1. De Partijen spannen zich in voor bovenstaande doelen en dragen daardoor bij aan de versnelde realisatie van windenergie in de Wieringermeer.

  • 2. De Partijen zullen op de volgende wijze het doel van deze intentieverklaring nastreven:

    • a. De Minister van VROM zal zich inspannen om generieke ruimtelijke en milieutechnische knelpunten die voortvloeien uit rijksbeleid of rijksregelgeving en die realisatie van windenergie in de Wieringermeer kunnen belemmeren of kunnen vertragen op te lossen, binnen de voorwaarden die het beleid en de betreffende regelgeving stellen.

    • b. De Minister van VROM zal daarbij als coördinerend minister zorgen voor de contacten met andere Rijkspartijen.

    • c. De minister van LNV zal zich inspannen voor het oplossen van knelpunten voortkomend uit de toepassing van de Natuurbeschermingswet en de Flora en Fauna wet voorzover dit past in de doelstellingen van het natuurbeleid en mogelijk is binnen de voorwaarden die de natuurregelgeving stelt.

    • d. Defensie zal de Gemeente en de Provincie inhoudelijk informeren over de reeds lopende aanpak van de radarverstoring in relatie tot het Windplan Wieringermeer voor zover dat vanuit veiligheidsoverwegingen mogelijk is, in het bijzonder over de voortgang en ontwikkelingen van de derde kwartaal 2010 voorziene vernieuwde toetsingsmethode voor radarverstoring en de toekomstplannen voor het radarstation op het Vliegkamp De Kooy.

    • e. De partijen spreken af dat, afhankelijk van het ruimtelijk ontwerp in het windplan (zie artikel 3.3a), de keuze wordt gemaakt voor een coördinatieregeling op gemeentelijk, provinciaal of rijksniveau en voor een inpassingsplan of een bestemmingsplan.

    • f. De Provincie zal zich inspannen voor het faciliteren van het ruimtelijk planproces met inbegrip van een Strategische MER, procedurele ondersteuning en een integrale gebiedsontwikkeling.

    • g. De Provincie zal zich inspannen knelpunten op te lossen die voortkomen uit het beleid voor bouwen op primaire en secundaire waterkeringen in samenspraak met Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier, Natura2000 en overige knelpunten die zich voordoen op het niveau van provinciale verantwoordelijkheid.

    • h. De Provincie zal de gemeenten in de Kop van Noord-Holland en West-Friesland en het Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier doorlopend informeren over de totstandkoming van het ruimtelijk ontwerp.

    • i. De Provincie zal voor afstemming zorgdragen met de projecten Wieringerrandmeer, windpark Wieringermeerdijk en overige regionale ruimtelijke projecten en ontwikkelingen.

    • j. De Provincie neemt de ambities met betrekking tot windenergie voor de Wieringermeer, op in de provinciale Structuurvisie.

    • k. De Gemeente voert de regie over het proces om te komen tot een windplan met ambtelijke projectleiding.

    • l. De Gemeente streeft ernaar het windplan medio 2010 vast te stellen.

    • m. De Partijen stellen kennis en expertise ter beschikking om ervoor te zorgen dat draagvlak voor windenergie in de Wieringermeer wordt vergroot.

    • n. De Partijen zullen zich optimaal inspannen belanghebbenden te betrekken.

Artikel 5 budgetten/financiering

  • 1. De Partijen spreken af bij te dragen aan de kosten voor het opstellen van het windplan en maken daar in het eerste kwartaal van 2010 nadere afspraken over.

  • 2. De Partijen spreken af dat na vaststelling van het windplan een nieuwe verdeling van de kosten wordt voorgesteld.

Artikel 6 procesafspraken en organisatie

  • 1. De Partijen nemen deel in een stuurgroep en een werkgroep waarin ook de betrokken private partijen zitting hebben. De stuurgroep zal minimaal twee keer per jaar bijeenkomen en wordt voorgezeten door de Provincie. De werkgroep zal ten minste vier keer per jaar bijeenkomen en wordt voorgezeten door de Gemeente.

  • 2. De Gemeente heeft de regie over stuurgroep en de werkgroep en zal overleggen initiëren, voorbereiden en zal verslag leggen.

Artikel 7 aanvulling en/ofwijzigingen intentieverklaring

Deze intentieverklaring kan alleen worden opgezegd, verlengd, aangevuld of gewijzigd door en bij een schriftelijke verklaring die door alle partijen bij de intentieverklaring is ondertekend.

Artikel 8 monitoring en evaluatie

  • 1. De Partijen zullen de uitvoering en werking van deze intentieverklaring jaarlijks, voor het eerst vóór januari 2011 evalueren.

  • 2. In het vierde kwartaal van 2011 zullen de Partijen bijeenkomen voor een uitgebreide evaluatie van de intentieverklaring.

  • 3. De evaluatie zal telkens worden voorbereid en verricht door de werkgroep. Tevens zal de werkgroep een verslag daarvan opmaken.

  • 4. De Gemeente neemt het initiatief voor in de artikel 8 lid 1, 2 en 3 genoemde evaluaties en bijbehorende activiteiten.

Artikel 9 looptijd en geschillen

  • 1. Deze intentieverklaring treedt in werking met ingang van de dag van ondertekening door alle partijen en eindigt op 31 december 2011.

  • 2. Deze intentieverklaring is niet afdwingbaar. Indien er onenigheid ontstaat tussen de ondertekenende partijen over de uitvoering van de intentieverklaring, vindt overleg tussen alle ondertekenende partijen plaats.

Slotbepalingen

Binnen 1 maand na de inwerkingtreding van deze intentieverklaring wordt de tekst daarvan gepubliceerd in de Staatscourant.

Bijlagen:

Twee bijlagen maken integraal deel uit van deze intentieverklaring: in geval van strijdigheid van de tekst van deze intentieverklaringmet de daarbij behorende bijlagen prevaleert de tekst van deze intentieverklaring. De bijlagen zijn:

  • 1) De startnotitie die op 28 mei 2009 is vastgesteld door de gemeenteraad van Wieringermeer.

  • 2) Kaart Wieringermeer

DEEL IV ONDERTEKENING

De intentieverklaring is in drievoud opgemaakt en ondertekend te Anna Paulowna op 18 januari 2010.

De minister van Volkhuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer,

mede namens:

de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit

en de Staatssecretaris van Defensie,

J.M. Cramer.

De gedeputeerde provincie Noord-Holland,

B. Heller.

De wethouder gemeente Wieringermeer,

P.J.F. Ruijter.

BIJLAGE 1

stcrt-2010-1418-001.png

Startnotitie Windplan Wieringermeer

31 maart 2009

stcrt-2010-1418-002.png

1. Aanleiding/voorgeschiedenis

Op 27 juli 2006 heeft de gemeenteraad het structuurplan Wieringermeer 2006–2016 gewijzigd vastgesteld. Bij de vaststelling van het structuurplan heeft de raad aangegeven dat zij graag een afzonderlijke beleidsnotitie aangaande windenergie wil vaststellen, om zo een beter toetsingskader te hebben voor huidige en toekomstige verzoeken. Op 10 mei 2007 heeft de Commissie Grondgebiedzaken een advies uitgebracht over de Beleidsnotitie Windenergie (versie april 2007). De commissie adviseerde over het onderwerp een Workshop te houden. Deze workshop heeft met medewerking en onder regie van SenterNovem in januari 2008 plaatsgevonden. Met deze workshop werd bereikt dat de raad;

  • Objectieve informatie verkreeg over de voor en nadelen van windenergie; en het vigerende rijks- en provinciale beleid en ambities;

  • Een helder beeld geschetst kreeg over de economische, de milieutechnische en de maatschappelijke betekenis van windenergie;

  • Een helder beeld geschetst kreeg over de kansen van windenergie voor een duurzame ontwikkeling van de gemeenschap in de Wieringermeerpolder

Inmiddels liggen er bij de gemeente 27 aanvragen om plaatsing van windturbines, variërend van nieuwe clusteropstellingen en nieuwe solitaire turbines tot een aanvraag van ECN voor uitbreiding van het bestaande turbinetestpark. ECN heeft een MER-procedure opgestart op basis van het Structuurplan. De door ECN ingediende MER-startnotitie is, in aanwezigheid van de MER-commissie, gepresenteerd in een hoorzitting te Kreileroord. Deze commissie heeft aan de gemeente richtlijnen voorgesteld voor de uiteindelijke MER. De gemeenteraad heeft besloten de aanvraag aan te houden in afwachting van nieuw windenergiebeleid.

De VWNH heeft omstreeks juli 2008 door Royal Harskoning het rapport ‘Visie op de concentratie en opschaling solitaire windturbines’ opgesteld. Deze studie bevat, naast de visie, veel nuttige kennis en informatie over de plaatsingsmogelijkheden van windturbines in de Wieringermeer.

De duurzaamheiddoelstellingen en klimaatdoelen van Rijk, Provincie en gemeente zijn actueler dan ooit en verankerd in onder andere het programma Schoon en Zuinig, het Klimaatakkoord Rijk en gemeenten 2007–2011, het Klimaat- Energieakkoord Rijk en provincies etc.

De noodzaak voor nadere uitwerking van het structuurplan is evident. Op 4 december 2008 heeft daarom een breed overleg plaatsgevonden waarin de meest direct betrokken partijen hebben gebrainstormd over de vraag hoe in samenwerking het nieuwe beleid tot stand zou kunnen worden gebracht en de diverse doelstellingen zouden kunnen worden gerealiseerd.

Inmiddels is bij betrokken private partijen en overheden het inzicht en de wens ontstaan om te komen tot een integraal windplan voor de Wieringermeer. Dit windplan zou een essentiële bijdrage kunnen leveren aan de daadwerkelijke uitvoering van de herstructurering en opschaling van de windenergie in de Wieringermeer en de beleidsdoelstellingen van de provincie en het rijk. Deze startnotitie legt een stevige basis voor het opstellen van dit windplan.

2. Huidige situatie Windenergie Algemeen en Windturbines in de gemeente Wieringermeer

Eind 2008 bedroeg het totale geïnstalleerde windenergievermogen in de wereld 117.000 MW. De jaarlijkse groei in geïnstalleerd vermogen bedroeg 24% in de afgelopen 5 jaar. In Europa is Duitsland koploper met 24.000 MW, gevolgd door Spanje met 17.000 MW. In 2008 bedroeg het aandeel windenergie in de uitbreiding van de elektriciteitsopwekking in Europa 43%. Dit overtrof alle andere bijgeplaatste energiebronnen (gas, kolen e.d.). In Nederland staat 2.250 MW windenergie opgesteld. Dit vermogen produceert ongeveer 5.200 GWh op jaarbasis. Dit dekt ongeveer 4,5% van de huidige Nederlandse elektriciteitsbehoefte. De provincie Noord-Holland levert 13% van de Nederlandse windstroom.

Per Provincie
 

Jaarproductie

Gemidd.

Rotoropp.

Vermogen

Aantal

MWh

%

kWh/m2

m2

%

MW

%

turbines

%

Flevoland

1.156.594

22

825

1.401.634

28

617

28

598

29

Groningen

1.123.707

21

1.479

759.763

15

392

18

275

13

Noordzee

675.750

13

1.274

530.615

11

228

10

96

5

Noord Holland

638.462

12

971

657.769

13

280

13

314

15

Zuid Holland

598.812

11

1.114

537.625

11

245

11

149

7

Zeeland

467.998

9

956

489.735

10

205

9

202

10

Fryslân

351.126

7

977

359.558

7

146

7

329

16

Brabant

120.882

2

834

145.028

3

57

3

52

3

Gelderland

71.361

1

780

91.472

2

36

2

24

1

Utrecht

14.115

0

921

15.334

0

6

0

4

0

Overijssel

12.080

0

1.024

11.799

0

6

0

4

0

Limburg

9.697

0

659

14.726

0

6

0

3

0

Drenthe

1.800

0

0

1.810

0

1

0

1

0

TOTAAL

5.242.386

100

1.045

5.016.868

100

2.225

100

2.051

100

Met haar elektriciteitsproductie van ruim 276 miljoen kWh per jaar neemt de gemeente Wieringermeer de zesde plaats in van windenergie gemeenten in Nederland. De stroomproductie bedraagt zo’n 5% van alle windenergie in Nederland. In de gemeente Wieringermeer staan al relatief grote turbines met een gemiddeld vermogen van ruim 1,2 MW (Bron: WSH Windservice Holland)

 

Gemeente

Jaarprod.

kWh /

Rotoropp.

Gemidd.

Vermogen

Aantal

MWh per

kW per

Prov

MWh

%

inwoner

m2

kWh/m2

kW

turbines

turbine

turbine

1

 Eemsmond

Gr

930.492

18

55.104

583.989

1.593

304.168

172

5.410

1.768

2

 Noordzee

675.750

13

530.615

1.274

228.000

96

7.039

2.375

3

 Zeewolde

Fl

468.241

9

24.502

596.640

785

241.630

255

1.836

948

4

 Rotterdam

Zh

407.357

8

681

339.840

1.199

154.850

80

5.092

1.936

5

 Dronten

Fl

310.184

6

8.192

330.644

938

152.165

107

2.899

1.422

6

 Wieringermeer

Nh

276.747

5

22.004

266.951

1.037

118.400

95

2.913

1.246

7

 Lelystad

Fl

246.761

5

3.547

319.016

774

153.630

130

1.898

1.182

8

 Delfzijl

Gr

172.414

3

5.991

147.545

1.169

77.600

47

3.668

1.651

9

 Amsterdam

Nh

142.685

3

193

148.548

961

66.610

40

3.567

1.665

10

 Wûnseradiel

Fr

111.131

2

9.323

103.244

1.076

41.545

68

1.634

611

NB Het aantal van 95 turbines is onjuist. Uit eigen inventarisatie blijkt dat er 93 zijn.

In de gemeente zijn momenteel 36 solitaire windturbines aanwezig. Deze turbines hebben allemaal een ashoogte van circa 52 meter en hebben een vermogen van circa 850 Kw maar verschillen in leeftijd. De solitaire turbines zijn verspreid over de hele gemeente, hoewel het merendeel van de turbines zijn gelegen in de oostelijke helft en het zuiden van de gemeente. Over het algemeen zijn de windturbines niet ouder dan vijf jaar. Naast de solitaire turbines zijn er nog eens 56 (54 bestaand en 2 in oprichting) windturbines gegroepeerd in acht clusters. Deze clusters liggen vooral aan de randen van gemeente, altijd langs vaarten/tochten. De grootste cluster is gelegen aan de zuidzijde van de gemeente, langs de Oudelandertocht, en bestaat uit 12 turbines.

Van de totaal 92 turbines zijn

  • 45 in clusteropstellingen eigendom van NUON en medevennoten (nader NUON genoemd)

  • 9 in clusteropstelling eigendom van ECN

  • 2 in particulier eigendom, bouwvergunning verleend maar nog niet gebouwd in NUON clusteropstelling Waterkaaptocht

  • 36 in particulier eigendom

Van de 36 solitaire turbines zijn er, naast één solitaire turbine bij Medemblik welke niet bij de VWNH is aangesloten, 35 particuliere eigenaren lid van de VWNH en hebben zich 32 eigenaren verenigd in de ‘groep Wieringermeer’.

Dit samenwerkingsverband behartigt de belangen van de 32 solitaire eigenaren bij de opstelling van het nieuwe windplan.

stcrt-2010-1418-003.png

3. Technische ontwikkelingen

De windenergiemarkt heeft zich de afgelopen jaren sterk ontwikkeld tot een volwassen en omvangrijke industrietak. De technische ontwikkelingen concentreerden zich op verlaging van de kosten van de geproduceerde energie met gebruikmaking van de voordelen van schaalvergroting door toepassing van grotere turbines. De onderstaande opsomming van de belangrijkste ontwikkelingen worden in bijlage 1. nader toegelicht.

  • De afmeting van de windturbine neemt sterk toe. De hoogte van de huidige masten is 50 tot 100 m. In de toekomst zijn masten van 120 m tot 140 m te verwachten. Grotere turbines hebben meer oppervlak aan rotorblad en leveren daarmee meer energie en een hogere opbrengst per turbine.

  • De draaisnelheid neemt af naarmate de turbines groter worden. Grotere turbines ogen derhalve rustiger dan kleinere.

  • De energieproductie per turbine neemt aanzienlijk toe vanwege de trend naar grotere turbines.

  • De rotorbladen worden zodanig doorontwikkeld dat onder andere het rendement wordt verhoogd en het geluid en vuilaanslag afneemt. Deze ontwikkeling is gericht op lagere kostprijzen en exploitatiekosten.

  • De betrouwbaarheid van windturbines is sterk toegenomen en heeft een professioneel niveau bereikt. Fabrikanten garanderen beschikbaarheidswaarden van 95% tot 97%.

  • Windturbines zijn hightech apparaten geworden waarbij toerental, bladhoekinstelling en nagenoeg alle andere systemen door computers worden bestuurd en gecontroleerd.

  • Er zijn al geruime tijd windturbines zonder tandwielkast beschikbaar en een speciaal ontwikkelde meerpolige generator, die geschikt is voor het langzame toerental van de generator. Enkele fabrikanten omarmen een hybride concept, voorzien van zowel een – betrekkelijk kleine – tandwielkast als een meerpolige generator.

  • Het mechanische geluid (van bewegende delen in de gondel) is niet meer hoorbaar Het resterende aerodynamische geluid van de rotor neemt af door verbeterde aerodynamische inzichten. Hoe lager het toerental van de turbine hoe geringer de geluidproductie. De toenemende schaalgrootte van windturbines heeft vanwege het lagere toerental een gunstig geluideffect. Omdat grotere rotoren echter meer geluid produceren dan kleinere zullen nieuwe generaties windturbines naar verwachting evenveel of minder geluid maken dan de momenteel geplaatste turbines.

  • Lichtschittering komt bij moderne turbines niet meer voor door toepassing van antireflectiecoatings of lichtabsorberende materialen. Hierdoor weerkaatst het zonlicht niet meer in één richting. De wieken werken niet langer als een spiegel, maar spreiden het zonlicht.

  • De voortdurende wisseling tussen wel en geen slagschaduw, als gevolg van een draaiende turbine wordt als hinderlijk ervaren, vooral als deze op de gevel van een woonhuis valt. Moderne windturbines zijn voorzien van een rekensysteem dat uitrekent wanneer en hoelang slagschaduw valt op een gevoelige bestemming en hebben een stilstandvoorziening die de windturbine uitschakelt gedurende de tijd dat een (slag)schaduw een woning of ander gevoelig object passeert.

4. Economisch perspectief windenergie in de Kop van Noord-Holland

De toegenomen productie van windturbines resulteerde in een sterke groei van de werkgelegenheid in de windturbine-industrie en toeleveranciers daarvan. Eind 2007 zorgde de bedrijfstak in de Europese Unie voor in totaal 154.000 banen. In de afgelopen jaren ontstonden gemiddeld 33 nieuwe banen per dag. Het overgrote deel van de productie in de wereld is geconcentreerd bij enkele grote wereldwijd opererende fabrikanten. De belangrijkste zijn Vestas (DK), General Electric (USA), Siemens (DE), Gamesa (ES), Enercon (DE) en Suslon (IN). Vanwege de sterke ontwikkeling van de wereldwijde markt hebben zich de laatste twee jaar enkele nieuwe en betrekkelijk sterke – spelers aangekondigd. Ze hebben gemeen dat ze zich richten op de ontwikkeling van grote offshore turbines. Voorbeelden zijn Bard Engineering (DE), DarwinD (NL) en 2B-Energy (NL).

De exploitatie van windenergie heeft derhalve een veel grotere betekenis dan alleen de productie van duurzame elektriciteit. Het is tegelijk een economische activiteit die een wezenlijke rol speelt bij de akker- en tuinbouwbedrijven in de kop van Noord-Holland. Daarnaast is er een kenniscluster en onderzoekscluster rond ECN, en zijn verschillende bedrijven in de kop van NH betrokken bij de planning en productie van windturbines. Ook de   ontwikkeling  van windenergie  in samenhang met andere functies heeft tegenwoordig aandacht.

De Nederlandse overheid heeft de ambitie om grootschalige offshore windparken te accommoderen. Tot 2020 wordt 6.000 MW in het Nederlandse gedeelte van de Noordzee geïnstalleerd en onderhouden. Vanwege de centrale ligging en de aanwezigheid van een zeehaven is Noord-Holland-Noord goed gepositioneerd om een belangrijk deel te accommoderen. Naast productie en assemblage zijn onderhoud, service en testen belangrijke activiteiten van economische betekenis voor de Kop van Noord-Holland. De productie, assemblage, onderhoud en service zal aan werkgelegenheid naar verwachting 1.000–2.500 directe en indirecte arbeidsplaatsen opleveren.

Naast het al aanwezige kennis- en onderzoekscluster rond ECN en WMC, zijn verschillende bedrijven in de Kop van Noord-Holland betrokken bij de planning en productie van windturbines. De toegenomen productie van windturbines resulteerde in een sterke groei van de werkgelegenheid in de windturbine-industrie en toeleveranciers daarvan. Daarnaast levert de sector aanzienlijke werkgelegenheid op voor toeleveranciers, consultants en projectontwikkelaars. De sterke positie van Noord-Holland-Noord biedt de mogelijkheid om nieuwe bedrijvigheid aan te trekken en goed te faciliteren.

5. Beleidsanalyse

Gemeente
Huidige planologische regeling windenergie in bestemmingplan Buitengebied 1996 en partiele herziening (2000)

Naast de feitelijk bestaande situatie is het van belang te weten welke planologische mogelijkheden er zijn. Het bestemmingsplan Buitengebied 1996 biedt een planologische regeling voor de bestaande windturbines. In de partiële herziening van het bestemmingsplan (vastgesteld 28-09-2000) zijn de planologische mogelijkheden t.a.v. windturbines deels aangepast. In het bestemmingsplan zijn nieuwe solitaire turbines niet meer toegestaan. Bestaande turbines mogen echter wel worden vernieuwd tot een maximum ashoogte van 50 meter. In het bestemmingsplan zijn verder gebieden aangeduid waar windturbines in een enkele lijnopstelling geplaatst mogen worden. Het bestemmingsplan geeft voor deze clusters niet een maximum aantal turbines aan, met uitzondering van de cluster aan de Ulketocht (max. 10) en de cluster aan de Korte Medemblikkertocht (max. 5). Voor turbines in de clusters geldt een minimale ashoogte van 40 meter.

Doordat het bestemmingsplan geen maximum eisen stelt zou een aantal bestaande clusters (theoretisch) geïntensiveerd kunnen worden. Gelet op de reeds aanwezige turbines en bijbehorende afstandscriteria kunnen er in de praktijk op de volgende plaatsen nog turbines worden geplaatst:

  • Waterkaaptocht, tussen de twee clusters van vier turbines is fysiek ruimte voor twee turbines.

  • Waterkaaptocht, ten noorden van de bestaande cluster is mogelijk fysiek ruimte voor 1 extra turbine.

  • Waardtocht, lijkt fysiek nog ruimte te zijn voor 1 extra turbine.

Inmiddels is bouwvergunning verleend voor realisatie van twee turbines langs de Waterkaaptocht, waarbij de aanwezige planologische ruimte wordt benut.

Figuur 2: mogelijke clusteropstellingen volgens bestemmingsplan

Figuur 2: mogelijke clusteropstellingen volgens bestemmingsplan

Structuurplan

Op 27 juli 2006 heeft de gemeenteraad het structuurplan Wieringermeer 2006–2016 vastgesteld. Het structuurplan stelt de kaders voor de toekomstige ontwikkelingen in de gemeente, zo ook voor windenergie. Wat betreft windturbines heeft het structuurplan als uitgangspunt dat de gemeente ‘haar portie qua solitaire windturbines wel heeft gehad’. Dit betekent dat geen nieuwe windturbines worden toegestaan. Daarnaast is wel de wens uitgesproken om de bestaande solitaire windturbines, middels nader te bepalen beleid, zoveel mogelijk dienen te worden verplaatst naar de bestaande en (een) nieuw te ontwikkelen cluster(s). In principe wordt gestreefd naar vermindering van het aantal turbines (bijvoorbeeld 2 grote turbines in plaats van 5 kleinere turbines). De raad heeft echter niet bij voorbaat uitspraken gedaan over het aantal op te schalen solitaire windturbines voor een windturbinecluster. Bij de vaststelling van het structuurplan is bij amendement van de VVD het in het structuurplan opgenomen streven om 3 bestaande turbines te vervangen door 1 nieuwe turbine geschrapt.

Nieuwe clusters waarin geen solitaire turbines worden opgeschaald zijn niet toegestaan, met uitzondering van de uitbreiding (en verplaatsing) van testpark ECN en wanneer het cluster dient als economische drager voor – en direct gekoppeld is aan – een maatschappelijk gewenste ontwikkeling (dit standpunt is inmiddels door de commissie Grondgebiedzaken genuanceerd, zie hoofdstuk 8). Bestaande turbines in clusters bieden verder de mogelijkheid voor capaciteitsvergroting door optimalisering (vergroten Megawatts door nieuwe technieken). Bij de uitwerking van nieuwe en grotere clusters dient logischerwijs rekening te worden gehouden met bestaande bebouwing, natuur, (ondergrondse) infrastructuur en andere relevante aspecten.

Onder het kopje 3.3. ‘Duurzame Energie’ is een kaartbeeld opgenomen over de toekomstige locaties voor windturbines in de Wieringermeer. Het kaartbeeld is uitdrukkelijk indicatief bedoeld, niet limitatief. Dat betekent dat ook andere locaties denkbaar zijn dan in het kaartbeeld zijn opgenomen. In het kaartbeeld zijn nieuwe clusters vooral voorzien ter volmaking van gaten tussen de bestaande clusters aan de zuid- en westzijde van de gemeente, waarbij aansluiting wordt gezocht bij de bestaande vaarten in dit gebied (Groettocht, Waardtocht, Ulketocht). Daarnaast zijn turbines voorzien ten zuidoosten van Wieringerwerf. Deze locatie zal in ieder geval dienen als nieuwe cluster voor de uitbreiding van het testpark Windenergie (ECN testlocatie). De in het structuurplan opgenomen groeiambitie van de gemeente zal beperkingen opleveren voor eventuele andere mogelijkheden voor nieuwe clusters. Denk aan de uitbreidingen van de dorpen, de ontwikkeling van Agriport, het Wieringerrandmeer, de natuurontwikkeling nabij het IJsselmeer en Robbenoordbos en de geplande ontwikkelingen nabij Kreileroord.

Samengevatte gemeentelijke doelstelling

Komen tot een windplan als uitwerking van het structuurplan, met voldoende maatschappelijk draagvlak, dat als basis dient voor een planologische regeling in het bestemmingsplan en op basis waarvan de gemeente planologische medewerking kan verlenen aan projectplannen die op basis van het windplan kunnen worden ontwikkeld, danwel aanvragen gemotiveerd kan afwijzen.

Provincie Noord-Holland
Ontwikkelingsbeeld Noord-Holland Noord

Uitgangspunt van het provinciaal beleid verankerd in het streekplan Noord-Holland Noord is ruimtelijke kwaliteit door samenhang. De ontwikkeling van windenergie wordt benaderd vanuit een ruimtelijk perspectief. Voor 2007 wordt ingezet op een opgewekt elektrisch vermogen van 200MW wind + zon; in 2014 350 à 400MW. Om dit doel te bereiken zoekt de provincie robuuste locaties voor de realisatie van grote windparken, onder meer in de Kop van Noord-Holland. Ten noorden van de lijn Alkmaar-Hoorn zijn de minste planologische belemmeringen te verwachten. Onder meer de strook land achter de duinen tussen Den Helder en Zijpe heeft bijzondere waarde vanwege de hoge windsnelheden en een gunstige noord-zuid verkaveling. De provincie onderzoekt de mogelijkheden om windenergie te combineren met verbeteringen aan het Noordhollandsch kanaal, zoals oeverbescherming.

Een tweede locatie die expliciet wordt genoemd in het streekplan is windturbinepark Wieringermeerdijk. In de Nota Ruimte van het Rijk wordt de Wieringermeerdijk aangegeven als zoekgebied. In overeenstemming hiermee zet de provincie in op de ontwikkeling van een windturbinepark van 80–110MW op de grens van land en water. Onder voorwaarde dat het plan milieutechnisch verantwoord is in te passen en dat voldoende draagvlak voor het plan bestaat. De provincie heeft het voornemen voor dit plan op te treden als procesbegeleider en hiertoe de benodigde faciliteiten aan te bieden.

Provinciale structuurvisie

De provincie Noord-Holland werkt aan de voorbereiding van een Structuurvisie. De Wro biedt de mogelijkheid om in de structuurvisie een provinciaal ruimtelijk belang te benoemen. Duurzame energie opwekking is één van de belangen die in de Structuurvisie als zodanig zal worden benoemd. Een verantwoorde inpassing van ca. 500MW windvermogen in het landschap, met aandacht voor de ruimtelijke kwaliteit, wordt opgevat als een bovenlokaal, provinciaal ruimtelijk belang. In opdracht van de provincie Noord-Holland is door het adviesbureau Bosch Slabbers onderzoek verricht naar de landschappelijke inpassing van windenergie. De uitkomsten worden gebruikt als bouwsteen voor de Structuurvisie. De Structuurvisie is in voorbereiding en doorloopt een traject van maatschappelijke en bestuurlijke discussie. Naar verwachting wordt de visie in het najaar van 2009 vastgesteld.

In de concepten voor de Structuurvisie wordt voor de Wieringermeer uitgegaan van de concentratie van windenergie, gekoppeld aan herstructurering, capaciteitsuitbreiding en ontwikkeling van de ECN proefvelden. In de Structuurvisie wordt aangegeven welke instrumenten de provincie kan inzetten om sturend op te treden:

  • stimuleren van samenwerking door ondersteuning in de vorm van kennis, procedurele ondersteuning (incl. samenwerking met Rijk gericht op opheffen rijksbelemmeringen zoals radarverstoring);

  • afstemmen beleidsontwikkeling gemeentelijke structuurvisie

  • regie/opdrachtgever integrale gebiedsontwikkeling;

  • subsidie onderzoek

  • draagvlakversterking/communicatie

  • provinciale verordening/kader voor uitwerking in bestemmingsplan

Provinciaal Milieubeleidsplan (PMP)

In het vigerend Provinciaal Milieubeleidsplan 2002-2006 wordt ingezet op een CO2-emissie reductie van 2Mton ten opzichte van de landelijke uitstoot in 1990. Om dit doel te realiseren wordt onder meer ingezet op de opwekking van windenergie en versterking van het draagvlak hiervoor. De plannen hiervoor zijn vastgelegd in de nota Energie/CO2-beleid 2000–2005. De geografische ligging van Noord-Holland schept kansen voor het opwekken van windenergie. Maatregelen die in het PMP worden genoemd zijn: (I de subsidie van duurzame energie (uitgegeven via het CO2 Servicepunt): (II) stimuleringsgelden voor grootschalige, regionale duurzame energieprojecten; (III) innovaties en de acceptatie van duurzame energie ondersteunen door belemmeringen in regelgeving weg te nemen; en (IV) RO instrumenten inzetten, gericht op een krachtig flankerend beleid > integratie duurzame energie in andere beleidsvelden.

De provincie zet in op samenwerking met alle betrokken partijen (gemeenten, bedrijven) om te werken aan realisatie van de BLOW taakstelling voor windenergie. In Noord-Holland Noord liggen – vanwege de open ruimte en hoge windsnelheden – kansen voor een integrale, gebiedsgerichte aanpak van windenergie.

Een nieuw PMP is momenteel in voorbereiding en wordt naar verwachting in 2009 vastgesteld. Uitgangspunt voor dit PMP is een reductie van 30% broeikasgassen in 2020 ten opzichte van 1990, in overeenstemming met de Rijksnota Schoon en Zuinig. Daarnaast wordt ingezet op een energiebesparing van jaarlijks 2% en de toepassing van 20% hernieuwbare energiebronnen in 2020. De windopgave in het PMP is gebaseerd op 430 MW in 2011 die wordt genoemd in het Klimaat- Energieakkoord 2009. Om dit te realiseren worden in het PMP enkele maatregelen genoemd: (I) duurzame energie wordt in de Structuurvisie aangemerkt als provinciaal ruimtelijk belang; (II) de WRO wordt ingezet om te sturen; (III) de windkansenkaart wordt ingezet; (IV) de provincie kan haalbaarheidsonderzoeken laten uitvoeren; (V) de provincie financiert in de startfase van Meewind, paraplufonds voor duurzame energieprojecten; en (VI) er wordt onderzoek verricht naar de landschappelijke inpassing van windenergie.

Windbeleid provincie Noord-Holland

Provincie Noord-Holland beschouwt de ontwikkeling van windenergie als een essentiële bijdrage aan de realisatie van klimaatdoelstellingen en verminderde afhankelijkheid van fossiele brandstoffen. In het kader van de Bestuursovereenkomst Landelijke Ontwikkeling van Windenergie (BLOW) heeft de provincie de ambitie geformuleerd om in 2010 een opgesteld vermogen van ca. 300 MW te realiseren. In het Klimaat- Energieakkoord 2009 is deze ambitie verhoogd tot 430 MW. Om de ontwikkeling van kansrijke windlocaties te stimuleren heeft de provincie in 2003 een windkansenkaart uitgegeven. In de kaart zijn beperkingen opgenomen, die voortvloeien uit het voorkomen van natuurwaarden, landschappelijke, aardkundige en cultuurhistorische waarden. Op de kaart wordt voor een groot deel van de Wieringermeerpolder een kansrijke situatie geschetst (figuur 3). Momenteel is een actualisering van de kaart in voorbereiding. De windkansenkaart vormt een bouwsteen voor de provinciale structuurvisie en het windbeleid in het Provinciaal MilieubeleidsPlan (PMP).

De kaart schetst de kansen voor ontwikkeling van windenergie op land. De kaart is nadrukkelijk niet bedoeld als juridisch toetsingskader voor de ruimtelijke ontwikkeling van windenergie projecten. In de praktijk betekent dit dat de ontwikkeling van windenergie in de categorieën I, II en II moet worden getoetst aan het bestemmingsplan en regelgeving voor Natura 2000/EHS/radar en waterkeringen. Voor de ontwikkeling van windprojecten op categorie I locaties geldt dat de kans op realisatie groter is dan op categorie III locaties. Voor de ontwikkeling van windprojecten op categorie III locaties zijn meer belemmeringen te verwachten. In 2009 wordt een nieuwe windkansenkaart vastgesteld. In een toelichting op deze kaart wordt de juridische werking beschreven.

In april 2000 heeft de provincie Noord-Holland in hoofdlijnen vastgelegd waar windturbines kunnen worden gerealiseerd. Uit oogpunt van ruimtelijke kwaliteit streeft de provincie naar opschaling van solitaire windturbines in cluster- of lijnopstellingen. Onder een lijn wordt verstaan tenminste 3 turbines; voor een cluster wordt uitgegaan van een minimum van 5 turbines. De opstelling van windturbines wordt ruimtelijk gekoppeld aan infrastructuur, dijken en andere landschappelijke lijnen. Andere voorkeursgebieden zijn industrie- , haven- en bedrijventerreinen, grote open gebieden zonder bijzondere en waardevolle kenmerken, de omgeving van kassengebieden, het zuidelijk deel van de Haarlemmermeer, en het grensgebied tussen water en land. Ook de Wieringermeer is benoemd als voorkeursgebied. Incidenteel kunnen op markante punten in het landschap solitaire windturbines worden geplaatst. Voor nieuwe turbines is een vermogen van minimaal 1 MW vastgesteld.

Afhankelijk van de uitkomsten en interpretatie van het Bosch Slabbers onderzoek en de keuzen die de provincie Noord-Holland maakt in de Structuurvisie, kan de provincie invulling gaan geven aan de doelstellingen in de Landelijke Uitwerking Windenergie (LUW) (doorgroei naar hoger opgesteld vermogen). De startnotitie Windenergie van gemeente Wieringermeer sluit hierop aan.

stcrt-2010-1418-005.png
Samenvatting doelstelling Provincie Noord-Holland

Provincie Noord-Holland is betrokken bij een integraal gebiedsproces voor de ontwikkeling van windenergie in de Wieringermeer. De uitgangspunten voor dit proces worden vastgelegd in het Windplan Wieringermeer. De provinciale ambities voor de ontwikkeling van windenergie – voortkomend uit de doelstellingen voor klimaat en duurzame energie – worden gekoppeld aan beleid gericht op het borgen van de ruimtelijke kwaliteit. Een zorgvuldige landschappelijke inpassing van windturbines is een van de uitgangspunten voor de ontwerpopgave. De provincie hecht aan versterking van het maatschappelijk draagvlak voor windenergie. De ontwikkeling van windenergie in de Wieringermeer vormt een economische impuls voor de Kop van Noord-Holland.

Rijksbeleid

Het rijksbeleid is gebaseerd op een verdere uitwerking van de BLOW doelstellingen – tenminste 1.500 MW gerealiseerd in 2010 – met nu een concrete en hogere ambitie, namelijk 4000 MW op land  vergund nog in deze kabinetsperiode.

Het rijk kent daartoe binnen de Landelijke Uitwerking Windenergie (LUW) vier beleidslijnen, die gezamenlijk door de verschillende ministeries (VROM -EZ-LNV) worden uitgevoerd. Een en ander is vastgelegd in het Nationaal Plan van Aanpak Windenergie.

De meeste aandacht gaat daarbij uit naar de realisatiemogelijkheden op de korte termijn. Het LUW besteedt veel aandacht aan de voortgang van de zogenaamde ‘pijplijn’projecten. De pijplijn projecten zijn die initiatieven en projecten die bij de Provincies bekend zijn en binnen het beleid van de Provincie en het Rijk passen. Daaronder zijn ook enkele initiatieven in de Gemeente Wieringermeer.

Er bestaat sinds 2008 een bijgestelde financiële steun regeling voor de productie van duurzame energie de zgn. SDE-regeling. Daarnaast is de Energie Investerings Aftrek (EIA) regeling van toepassing op windenergieprojecten. Deze financiële steunregelingen worden jaarlijks bijgesteld afhankelijk van marktontwikkelingen. Het Rijk hanteert daarbij als uitgangspunt dat een gemiddeld project een marktconform rendement kan maken.

Het Rijk biedt concrete begeleiding aan de pijplijn projecten/ gemeenten door middel van de inzet van zogenaamde windteams in het kader van de LUW benadering. Ook onderneemt zij actie om het draagvlak voor windenergie te versterken.

Daarnaast heeft het Rijk met uiteenlopende partijen een klimaatconvenant afgesloten. Voor de Gemeente Wieringermeer zijn de convenanten met het IPO -Provincies (Klimaat- Energieakkoord Rijk en provincies, ondertekend jan. 2009), met de VNG (Klimaatakkoord Rijk en gemeenten 2007–2011), en met de AGRO-sector van belang. In deze drie convenanten worden concrete verwachtingen geformuleerd over te realiseren windvermogen en de acties die partijen daartoe ondernemen.

Samengevat kunnen we constateren dat er een breed maatschappelijk en bestuurlijk draagvlak bestaat voor een verdubbeling van het windenergieopwekkingsvermogen op land tot 2012 en een doorgroei naar 6000 MW in de jaren erna. Driver daarbij is de afspraak die het Rijk binnen EU verband heeft gemaakt over het bereiken van de 20-20-20 doelstelling 20% Duurzame Energie en 20% minder CO2, in het jaar 2020. Deze doelstelling is vastgelegd in de EU Renewable Energy Directive.

Rijksinpassingplan en Rijkscoördinatieregeling

Vanaf 1 maart 2009 is een wijziging van de Elektriciteitswet 1998 van kracht. Het nieuwe artikel 9b van deze wet komt te luiden:

  • 1. De procedures, bedoeld in artikel 3.28 of artikel 3.29 en artikel 3.35, eerste lid, aanhef en onderdeel a, van de Wet ruimtelijke ordening, zijn van toepassing op de aanleg of de uitbreiding van:

    • a. een productie-installatie, met inbegrip van de aansluiting van die installatie op een net, met een capaciteit van tenminste 100 MW, indien het betreft een installatie voor de opwekking van duurzame elektriciteit met behulp van windenergie; [...]

Dit betekent dat een ruimtelijk besluit voor een windpark van minimaal 100 MW (en overigens ook voor elektriciteitscentrales, het landelijke hoogspanningsnet etc.) genomen moet worden door de Ministers van EZ en VROM, in de vorm van een Rijksinpassingsplan, en niet in de gebruikelijke vorm van een door de gemeente raad vastgestelde bestemmingsplanherziening. De vergunningverlening voor zo’n windpark gebeurt onder de coördinatie van de Minister van EZ via de Rijkscoördinatieregeling. Het Uitvoeringsbesluit rijkscoördinatieregeling energie-infrastructuurprojecten geeft de besluiten die onder de Rijkscoördinatie vallen. Het betreft onder andere de bouwvergunning, de milieuvergunning en de Natuurbeschermingswetvergunning.

De Elektriciteitswet 1998 regelt de bevoegdheid tot het vaststellen van het ruimtelijk plan. De wet zegt echter niets over de manier waarop de planvorming plaatsvindt. Een werkwijze zou kunnen zijn dat het College van B&W of de Raad aan de Ministers van EZ en VROM een voorstel doet voor de ruimtelijke inpassing van de windenergie. Dit dient met de Ministers van EZ en VROM afgestemd te worden.

6. Reeds ingezette windenergie/duurzaamheids processen/projecten

Windturbines langs de Wieringermeerdijk

Recent onderzoek lijkt de mogelijkheid tot plaatsing van windturbines in of nabij een Natura 2000 gebied niet op voorhand uit te sluiten. Op rijks-, de provinciaal- en gemeentelijk niveau moet worden afgewogen of onderzoek naar de ontwikkeling van windturbines op of nabij de Wieringermeerdijk in het kader van dit Windplan wordt meegenomen. Ook buiten de gemeentegrens van Wieringermeer worden initiatieven ontwikkeld voor windparken.

Parallel aan de ontwikkelingen in de Wieringermeer werkt de provincie samen met gemeente Medemblik en de betrokken initiatiefnemers aan een gebiedsgerichte ontwikkeling van Windpark Wieringermeerdijk in het IJsselmeer. De ambitie voor dit windpark is 80–110 MW. De ontwikkeling van Windpark Wieringermeerdijk vormt een afzonderlijk traject. Provincie Noord-Holland neemt het voortouw in dit proces en draagt zorg voor de afstemming van beide processen.

Agriport I en II

Bij de voorbereiding en realisatie van het kassengebied Agriport is hoog ingestoken op duurzaamheiddoelstellingen. Agriport heeft een eigen energienetwerk op haar grondgebied aangelegd waar in principe ook windturbines op kunnen worden aangesloten. Windenergie kan een belangrijke bijdrage leveren aan deze doelstellingen. Daarom wordt het gebied Agriport betrokken bij de ruimtelijke afweging van de plaatsingsmogelijkheden van turbines in de gemeente Wieringermeer.

7. Actoren/belanghebbenden bij windplan in de Wieringermeer

A. Overheden
  • Gemeente Wieringermeer (beleidsmaker, planologische medewerking, kostenverhaal)

  • Provincie Noord-Holland (provinciaal beleid en duurzaamheiddoelstellingen, bevoegd gezag Natura 2000, economische impuls Kop van Noord-Holland)

  • Ministerie van VROM (ruimtelijk rijksbeleid en duurzaamheiddoelstellingen, bevoegd gezag voor Rijksinpassingsplan)

  • Ministerie van Defensie (radar en laagvlieggebied)

  • Ministerie van Economische Zaken (economische ontw. Kop van NH, uitvoerder SDE-regeling, bevoegd gezag voor Rijkscoordinatieregeling, aansturing Tennet)

  • Ministerie van LNV (DLG, Flora&faunawet, EHS, pilot gebiedsontwikkeling bij windturbineprojecten, Natura 2000),

  • Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier (watercompensatie, watertoets)

  • Ministerie van Financiën (Domeinen)

  • Buurgemeenten (in geval van turbineopstellingen nabij gemeentegrenzen)

B. Private partijen
  • Partijen met een gevestigd substantieel windenergiebelang:

    • NUON (eigenaar van 40 turbines + mede-eigenaar van 5 turbines in lijnopstellingen) wenst de bestaande turbines op te schalen en lijnopstellingen met extra turbines te completeren)

    • ECN Windenergie Facilities b.v. (100% dochter van ECN en eigenaar testpark met 4 turbines aan de Korte Middenmeertocht en 5 turbines aan de Scherventocht) wenst het testpark uit te breiden met 12 tot 14 windturbines

    • VWNH (vertegenwoordiger van 32 van de totaal 36 solitaire windturbine-eigenaren in de gemeente) wenst de bestaande turbines op te schalen en is in principe bereid medewerking te verlenen aan clustering van solitaire turbines.

  • Ontwikkelaars/initiatiefnemers al dan niet met een ingediende aanvraag voor plaatsing van 1 of meer turbines wensen windturbines op nieuwe plaatsen in de gemeente te plaatsen.

  • LIANDER (eigenaar-beheerder elektriciteitsnet tot 50 Kv)

  • Tennet (eigenaar en beheerder van het elektriciteitsnetwerk vanaf 50 Kv, 100% aandelen van de besloten vennootschap in bezit van ministerie van Financiën)

  • ECW (energiebedrijf en eigenaar elektriciteitsnetwerk op Agriport A7)

C. Belangenorganisaties op het gebied van natuur, duurzame energie, milieu, bedrijfsleven/economie, landbouw e.a.

Behartigen elk hun sectorale belang in de gemeente in relatie tot windenergie

D. Inwoners
  • Directe belanghebbenden, zijnde particuliere grondeigenaren en pachters van potentiële opstelplaatsen windturbines

  • Directe belanghebbenden, in de directe invloedssfeer van (toekomstige) windturbines.

  • Overige inwoners

8. Beschrijving van het beoogde resultaat

In het door de gemeenteraad vastgestelde structuurplan uit 2006 staat kort samengevat de opdracht om windenergiebeleid nader uit te werken met inachtneming van de onderstaande uitgangspunten.

  • 1. Doel is capaciteitsvergroting binnen afgebakende clusters

  • 2. Geen nieuwe solitaire windturbines

  • 3. Vervanging van bestaande solitaire windturbines door turbines in clusters/lijnopstellingen

  • 4. Meer ruimte voor geclusterde windenergie

  • 5. Testpark ECN verplaatsen naar het westen

  • 6. Omvang testpark kan worden vergroot

  • 7. Mogelijkheden voor capaciteitsvergroting bestaande turbineclusters door optimalisering

  • 8. Extra clusteropstelling mogelijk als economische drager voor een maatschappelijk wenselijk geachte voorziening

Deze gemeentelijke doelen en uitgangspunten gelden thans nog steeds met uitzondering van uitgangspunt 8. Dit uitgangspunt vindt bij het college en de Commissie Grondgebiedzaken geen steun meer. Uitgangspunt 5 (verplaatsing van het testpark) is na vaststelling van het structuurplan in diverse bestuurlijke overleggen genuanceerd.

De herstructureringsopgave van de solitaire turbines is juridisch, financieel en maatschappelijk complex. De slagingskans van de herstructureringsopgave is nihil wanneer de gemeente uitsluitend ruimtelijke beleidskaders zou vaststellen. Immers op basis van alleen een ruimtelijk plan kunnen de huidige solitaire eigenaren met te ‘verplaatsen windrechten’ de dekapitalisatie (ontwaarding) van hun windplek als planschade claimen, terwijl de nieuwe mogelijkheden dan door de betreffende grondeigenaren ingevuld worden. De herstructureringsopgave heeft wel een kans van slagen wanneer, tegelijk met de ontwikkeling van het ruimtelijke kader, marktpartijen, grondeigenaren, solitaire turbine-eigenaren e.a. verleid worden om met elkaar te onderhandelen hoe te verplaatsen windrechten kunnen opgaan in de ruimte voor nieuwe of op te schalen lijnen. Concreet betekent dit, dat de herstructurering van de solitaire turbines juridische, financieel en maatschappelijk verweven is met de opschaling van bestaande, realisering van nieuwe clusteropstellingen en uitbreiding van het ECN testpark.

Deze complexiteit en verwevenheid noodzaken een rol van de overheid die actiever is dan alleen vaststelling van een beleidskader. De slagingskans van de herstructurering wordt aanzienlijk vergroot bij een intensieve samenwerking tussen overheden en direct betrokken private partijen met als doel te komen tot een Windplan voor de Wieringermeer. Dat windplan leidt tot de ruimtelijke kaders op basis waarvan de gemeente een plan-MER (mer-plichtige activiteiten die hieruit voortvloeien in het kader van de milieuvergunning, >15MW óf >10 turbines, zie bijlage 3) uitvoert en een bestemmingsplan vaststelt. Het windplan leidt bovendien tegelijkertijd tot acties en investeringen van private partijen die het windplan tot werkelijkheid brengen.

Een windplan bestaande uit:

  • 1. Ruimtelijk plan waarin, rekening houdend met de ruimtelijke/landschappelijke kwaliteit van de polder, de cultuurhistorie en de economische belangen, op basis van analyse en onderzoek de concrete zones/gebieden staan aangegeven waarin nieuwe turbines van bepaalde masthoogte/rotordiameter kunnen worden geplaatst en waar turbines zullen worden verwijderd. Landschappelijke inpassing is de basis voor het borgen van de ruimtelijke kwaliteit. Bouwstenen voor het ruimtelijke ontwerp zijn de Windvisie ontwikkeld door Bosch & Slabbers, advies Haskoning, expertise Provinciaal Adviseur Ruimtelijke Kwaliteit (PARK) en het advies van de Rijksadviseur voor het Landschap.

  • 2. Herstructureringsmodellen/organisatiemodellen, waarin staat aangeven welke organisatievorm(en) de herstructurerings-opschalingsopgave daadwerkelijk uitvoert en welke organisatievorm(en) de nieuwe turbines zullen beheren/exploiteren.

  • 3. Financieringsmodel/exploitatiemodel waarin op hoofdlijnen enerzijds de financiële uitvoerbaarheid van de herstructurerings-, en opschalingsopgave en anderzijds exploitatieopzet van de nieuwe turbines staat aangegeven, inclusief het financieringsmodel, de wijze van participatie/vergoeding van derde belanghebbenden waaronder grondeigenaren en gemeenschap, de juridische en financiële regeling voor de te verwijderen turbines en investerings- en exploitatiesubsidieregelingen (afronding MEP en inzet nieuwe regelingen w.o. SDE). Hierbij dienen tevens de mogelijkheden van projectsubsidies te worden aangegeven.

    Het herstructureringsmodel (2.) en financieringsmodel (3.) hebben tevens als doel het draagvlak bij de dragende private partijen zo hoog mogelijk te laten zijn en door de voorgestelde organisatie- en financieringsconstructie een maximaal maatschappelijk draagvlak te creëren.

  • 4. Uitvoeringsprogramma/planning met daarin een planning van de verschillende fases van het project, met opgenomen beslismomenten in de voorbereiding en prioritering van de (gefaseerde) uitvoering. Met name in de voorbereiding van het project dient inzichtelijk te worden gemaakt welke invloed de MER(beoordeling) en de Rijkscoördinatieregeling hebben op de planning en het uitvoeringsprogramma.

9. Voorgestelde rollen actoren/belanghebbenden, organisatie en proces

Rollen actoren/belanghebbenden

De gemeente Wieringermeer voert de regie over het proces met ambtelijke projectleiding en directe bestuurlijke en politieke betrokkenheid. Het bestuurlijke (college) en politieke (gemeenteraad) betrokkenheid bij het proces van het windplan is vooral essentieel op de totstandkoming van de onderdelen Ruimtelijk plan en Uitvoeringsprogramma/planning. Het nog te ontwerpen proces van totstandkoming van deze twee onderdelen zal recht moeten doen aan deze noodzakelijke betrokkenheid. Het primaat van de totstandkoming van het Herstructureringsmodel/organisatiemodel en het financieringsmodel/exploitatiemodel ligt vooral bij de private partijen. De inzet van de gemeente bij de twee laatstgenoemde onderdelen is het noodzakelijke inzicht verkrijgen van de financieel-economische haalbaarheid van het plan en het gemeentelijke kostenverhaal. Het aantonen van de financieel-economische haalbaarheid en het verzekeren van gemeentelijk kostenverhaal is gekoppeld aan de planologische medewerking en verankerd in de nieuwe Wet ruimtelijke ordening. De onderlinge samenhang/afstemming van de vier onderdelen van het windplan is uiteraard evident.

De opdracht en de kaders van het structuurplan (geen nieuwe solitaire turbines, nieuwe lijnopstellingen uitsluitend ter vervanging van solitaire turbines, opschalen van bestaande clusters en uitbreiding van testpark ECN) legitimeren publiekrechtelijk een intensieve samenwerking van de gemeente met de direct betrokken partijen met een gevestigd substantieel windenergiebelang zijnde NUON, VWNH en ECN en zal geen ruimte bieden aan intensieve samenwerking met initiatiefnemers zonder een gevestigd windbelang. Naast de publiekrechtelijke legitimering is praktisch gezien intensieve samenwerking met de partijen overigens ook onontbeerlijk om de doelstellingen te bereiken. De enkele solitaire turbine-eigenaren die zich thans niet laten vertegenwoordigen door de VWNH dienen echter wel in het windplan te worden opgenomen en bij voorkeur alsnog via de VWNH bij het proces betrokken te worden.

Het opstellen van het windplan vergt specifieke deskundigheid en ondersteuning, zowel op beleidsmatig, technisch, financieel en procesmatig gebied. SenterNovem heeft de gemeente deze ondersteuning in de afgelopen periode al op een aantal momenten verleend. Verdere begeleiding door SenterNovem bij de totstandkoming van het Windplan is zeer gewenst, mede ook vanwege het benodigde (netwerk)kennis bij de betrokken ministeries en de provincie.

De Provincie Noord-Holland heeft een hoge duurzaamheidambitie geformuleerd die zij wat betreft o.a. windenergie wil vertalen in de in voorbereiding zijnde Provinciale Structuurvisie en in dit kader ook binnen een gezette termijn gerealiseerd wil zien. De bij de provincie aanwezige kennis en de noodzakelijke provinciale beleidsafstemming olland. legitimeert een directe betrokkenheid van de provincie Noord-Holland bij de totstandkoming van het windplan.

De belangenorganisaties op het gebied van natuur, milieu, bedrijfsleven/economie, landbouw e.a. en de inwoners worden betrokken bij de inspraak over het conceptwindplan, in de periode voorafgaand aan het besluitvormingstraject.

Organisatie voor totstandkoming van het windplan

Regie voor het opstellen van het windplan bij gemeente, met nadrukkelijke ondersteuning vanuit SenterNovem, provincie Noord-Holland en de betrokken private partijen.

Werkgroep

In de werkgroep hebben de volgende partijen zitting:

  • Gemeente Wieringermeer, projectleider e.a.

  • NUON

  • VWNH

  • ECN

  • Senternovem/rijk ambtelijk

  • Provincie Noord-Holland ambtelijk

  • Op ad hoc basis externe adviseurs ter ondersteuning

Stuurgroep

In de stuurgroep hebben de volgende partijen zitting:

  • Wethouder (portefeuillehouder RO en windenergie)

  • Provincie Noord/Holland

  • Hoofd BRM

  • Gemeentelijke projectleider

Naast de werkgroep- en stuurgroepoverlegstructuur zullen ad-hoc in klein comité overleggen plaatsvinden. Met name de ad-hoc-overleggen met de diverse Ministeries (Defensie, VROM, EZ en Financiën) zullen parallel aan het proces moeten plaatsvinden om de afbreukrisico’s nader in te schatten en in te perken.

10. Proces/Planning

oriëntatiefase/verkenning belangen, exploitatie & fiscaliteit, proces/planning uitwerken/communicatieplan opstellen

juni/juli 09

  

Opdrachtverstrekkingen externe bureaus

juni/juli 09

  

Ontwerpatelier fase I met deskundigen betrokken partijen en gemeenteraad

 

parallel cultureel planologisch traject + draagvlak/belevingswaardenonderzoek (expliciet maken waarden afweging)

sept/okt 09

  

Verkenning uitgangspunten uitvoeringsprogramma/planning

sept/okt 09

  

Uitwerking exploitatiemodel en organisatiemodel

sept/okt 09

  

balans I (bestuurlijk overleg, tussentijdse evaluatie/bijsturen)

okt 09

  

Ontwerpatelier fase II met deskundigen betrokken partijen en gemeenteraad. Uitwerken resultaten fase 1 en parallelle onderzoeken in concept ruimtelijk ontwerp (incl. Beeldkwaliteitplan)

nov 09

  

uitwerken uitvoeringsprogramma/planning

nov 09

  

doorrekenen ruimtelijk ontwerp en uitvoeringsprogramma in economische modellen

nov 09

  

balans II (bestuurlijk overleg, tussentijdse evaluatie/bijsturen)

dec 09

  

Afronding en presentatie conceptwindplan aan raad

jan 10

  

Inspraak conceptwindplan

febr 10

  

Vaststelling windplan door gemeenteraad en instemming door partijen

mei 10

  

Uitwerking windplan in nadere overeenkomsten/contracten

2010

  

Opnemen windplan in een afzonderlijk bestemmingsplan

2010

  

Start realisatie herstructurering en bouw windturbines incl. infrastructuur

2011

11. Communicatie

Breed maatschappelijk en bestuurlijk draagvlak voor de ontwikkeling en uitvoering van Windplan Wieringermeer is van groot belang. In het proces dient er voldoende aandacht te zijn voor versterking draagvlak door:

  • participatie belanghebbenden te stimuleren en faciliteren,

  • integrale gebiedsontwikkeling op basis van open en transparant proces,

  • aandacht voor culturele identiteit van het landschap Wieringermeer en de culturele planologische dimensie van het proces.

Bouwstenen zijn participatieve werkvormen en organisatievormen, procesbegeleiding gebiedsontwikkeling, ‘feedback loops’ en verantwoording.

Een bouwsteen om inzicht te verkrijgen in de culturele planologische dimensie van het proces is een oriëntatie op het project Beloofd Land, dat in 2009 wordt ontwikkeld door de stichting Kunst & Cultuur Noord-Holland.

De wijze van interne en externe communicatie bij de verschillende fases van de totstandkoming van het windplan dient in een communicatieplan te worden vastgelegd.

12. Inzet tijd en geld voor het opstellen van het windplan

Werkzaamheden

Kosten in €

dekking

Proces

Interne procesmanagementkosten gemeente

25.000

gemeente

Externe Procesbegeleiding (faciliteren gebiedsproces)

40.000

Provincie

Interne inzet windteam SenterNovem incl. opstellen communicatieplan

 

Rijk/SenterNovem

Interne inzet provincie, team Duurzame Energie

 

Provincie

Interne inzet ECN, NUON, VWNH

 

ECN, NUON, VWNH

producten

inhuren bureau ( stedenbouwkundig/ landschappelijk) incl. 1 a 2 workshops voor opstellen Ruimtelijk plan incl. meenemen voorbereidende plan-m.e.r. aspecten

50.000

Provincie

Belevingswaarden onderzoek /Culturele planologie traject Beloofde land

PM (max 20.000)

Provincie

Opstellen businessplan/exploitatieplan/herstructureringsmodel door gespecialiseerd bureau:

40.000

Rijk

Bestuurlijk Juridisch advies over kostenverhaal en aanbestedingsaspecten, organisatievorm in realisatiefase en exploitatiefase

5000

gemeente

onvoorzien

5000

gemeente

Totaal

165.000 (+PM max. 20.000)

 

Bijdrage gemeente

35.000

 

Bijdrage provincie

90.000 + PM (max. 20.000) traject Beloofde Land + interne inzet

 

Bijdrage rijk

40.000 + inzet windteam

 

Bijdrage private partijen

Interne inzet

 

13. Risico’s opstellen en uitvoeren windplan

Economische uitvoerbaarheid/haalbaarheid

  • Onzekerheid over subsidieregelingen

  • Schadeloosstellingen als gevolg van inbreuk op rechten/ontneming van bouwrechten

  • Overeenstemming tussen private partijen onderling en grondeigenaren

Grondwaardeberekening Domeinen als grondeigenaar waarop turbine staat

Herstructurering houdt in dat op nieuwe percelen turbines geplaatst worden. Er zijn dan twee (soorten) grondeigenaren betrokken bij de ontwikkeling van een nieuwe locatie, namelijk hij die bereid is zijn planologische windrechten in te leveren in ruil voor een planologisch recht op een nieuwe locatie in een nieuwe ontwikkeling, en hij die een nieuwe turbine op zijn grond toestaat. Om deze operatie financieel te laten slagen is een benadering nodig waarbij in de exploitatie van de nieuwe turbine de grondrechten van beide grondeigenaren worden verwerkt. Binnen de gemeente Wieringermeer is veel grond nog in eigendom van Domeinen. Het financiële model dat Domeinen hanteert voor de bepaling van de grondwaarde bij windenergie voorziet (nog) niet in deze constructie, en blokkeert daardoor de herstructurering.

Overleg hoe herstructurering opgenomen kan worden in de grondwaardebepaling vanwege het Rijk in dit geval is dringend gewenst.

Belemmeringen vanuit sectorale wetgeving (defensie, milieu, natuur, e.a.)

De belangrijkste ruimtelijke voorwaarden voor de planontwikkeling waarbij Defensie een beslissende rol speelt is de toestemming om hogere bouwwerken dan 100 m te realiseren. De belemmering van de 100 m grens is ingesteld door het Ministerie van Defensie i.v.m. Radarhinder en vliegveld de Kooy. Afzonderlijk overleg hierover met Defensie in een vroegtijdig stadium is cruciaal. Immers zolang deze hoogtebeperking bestaat is er geen enkel project mogelijk. De zienswijze van Defensie kan een belemmering vormen voor de herstructureringsopgave. De Wieringermeer is als project niet meegenomen in de lijst van pilots zoals deze nu door L(andelijke) U(itwering) W(indenergie) voor de radarhinder worden behandeld. Er is op korte termijn (juni 2009) duidelijkheid nodig over de bouwmogelijkheden voor windenergie in de Wieringermeer. Het is noodzakelijk de belangen van Defensie te integreren in de planontwikkeling. De bouwmogelijkheden in de Wieringermeer zijn echter van meer factoren afhankelijk dan alleen Defensie. De integratie van belangen van Defensie kunnen in het proces een afzonderlijk traject/spoor vormen. Overleg met Defensie is zinvol wanneer er bestuurlijk draagvlak is voor deze benadering en er met inhoudelijke deskundigen gewerkt kan worden aan zeer uiteenlopende en innovatieve oplossingen.

Verder zal moeten worden geïnventariseerd welke sectorale wetgeving een belemmering kan vormen voor de herstructurering en op welke wijze deze belemmeringen kunnen worden weggenomen. Met name het IJsselmeergebied als Natura 2000-gebied, de Flora en fauna wet en de Wet Milieubeheer (geluid) spelen hierbij een rol.

Freeriders/’ongeorganiseerde’ solitaire turbine-eigenaren

Van de 35 VWNH leden met een solitaire turbine hebben er zich 32 verenigd in de "groep Wieringermeer". Dit samenwerkingsverband behartigt de belangen van de solitaire eigenaren bij de opstelling van het nieuwe windplan. Hierdoor blijven er 3 solitaire VWNH turbines over naast de solitaire turbine bij Medemblik, welke niet bij de VWNH is aangesloten. Kan (juridisch) en wil de gemeente deze groep bewegen tot participatie in en meewerken aan het windplan?

Maatschappelijke acceptatie en politieke haalbaarheid

De politieke haalbaarheid van het windplan hangt sterk af van de maatschappelijke acceptatie daarvan. Belangrijke factoren in deze acceptatie zijn:

  • De mogelijkheid van deelname van diverse partijen in de exploitatie

  • Een goede balans tussen het door de gemeenschap gevoelde ‘landschappelijke verandering’, de bijdrage aan de duurzaamheiddoelstellingen en het exploitatieresultaat van exploitanten.

  • Een goede communicatie

BIJLAGE 2

stcrt-2010-1418-006.png