Definitief besluit inzake vergunning voor gebruik voor andere doeleinden dan het winnen van kalksteen van de kalksteengroeven Fluweelengrot en Kasteelgroeve (artikel 151 Mijnbouwbesluit)

25 januari 2010

Nr. ET/EM/10010960

De Minister van Economische Zaken,

1. Onderwerp aanvraag

Op 14-10-2009 is een aanvraag, gedateerd 14-10-2009, ontvangen van de Stichting Kasteel van Valkenburg, te Valkenburg aan de Geul, om een vergunning op grond van artikel 151 van het Mijnbouwbesluit (Stb. 2002, 604) voor gebruik voor een aantal andere doeleinden dan het winnen van kalksteen van twee groeven genaamd ‘Fluweelengrot’ en ‘Kasteelgroeve’ waarvan de gangen zijn gelegen in de gemeente Valkenburg aan de Geul, onder de percelen kadastraal ingedeeld als VKB01, sectie A, nummers 2593 en 3028, VKB03, sectie C, nummers 2595, 2814, 2896, 2897, 2982, 2984, 3063, 3434, 3435, 3436 respectievelijk VKB01, sectie A, nummer 3028.

De aanvraag bestaat uit twee delen:

  • a. een vergunning voor intensief gebruik voor die gedeelten van de groeven aangegeven met de kleur ‘goud’ op de gebruikskaart die als bijlage 2 bij de aanvraag is gevoegd; en

  • b. een vergunning voor extensief gebruik voor die gedeelten van de groeven aangegeven met de kleur ‘wit’ op de hierboven onder a bedoelde gebruikskaart.

De Minister van Economische Zaken is op grond van artikel 151, eerste lid, van het Mijnbouwbesluit bevoegd te beslissen op deze aanvraag.

2. Samenhang met andere procedures

Op grond van artikel 151, derde lid, in samenhang met artikel 148, van het Mijnbouwbesluit is afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing op het tot stand komen van het besluit omtrent de aanvraag van een vergunning ingevolge artikel 151 van het Mijnbouwbesluit.

3. Aanvulling op de aanvraag

Van de Stichting Kasteel van Valkenburg zijn ter aanvulling van de aanvraag van 14-10-2009 per email op 22-10-2009 de coördinaten van de ingangen van de groeven en de oppervlakten van de groeven ontvangen en op 23-10-2009 het ‘Rapport plafondstabiliteit in Fluweelengrot en Kasteelgroeve, Daalhemmerweg, Valkenburg aan de Geul, Mergelspecialiteitenbedrijf Fer. Rouwet B.V. d.d. 22-10-2009’. Beide aanvullingen maken deel uit van de vergunningaanvraag.

4. Adviezen naar aanleiding van de aanvraag

Het Staatstoezicht op de Mijnen heeft advies uitgebracht ten aanzien van de aan de ontwerpbeschikking te verbinden voorschriften. Dit advies is in de ontwerpbeschikking verwerkt.

5. Ontwerpbeschikking

Op 28-10-2009 is de ontwerpbeschikking verstuurd naar de aanvrager. Een kennisgeving met betrekking tot de ontwerpbeschikking is op 28-10-2009 gepubliceerd in het blad ‘Heuvelland Aktueel’ en op 30-10-2009 in de Staatscourant (Stcrt. 2009, 16434). De ontwerpbeschikking heeft van 29-10-2009 tot en met 10-12-2009 ter inzage gelegen op de secretarie van de gemeente Valkenburg aan de Geul, Park Dersaborg, Geneindestraat 4, te Valkenburg aan de Geul.

6. Overwegingen ten aanzien van de ingediende zienswijzen

De terinzagelegging heeft geleid tot de indiening van een zienswijze door B. Halmans en H. Halmans-Nicolaes, Valkenburg aan de Geul (hierna: de insprekers).

De zienswijze ingediend door insprekers betreft vragen naar:

  • a. de aansprakelijkheid voor eventuele schades aan de eigendommen van insprekers als gevolg van het [met gebruik van de vergunning] exploiteren van de Fluweelengrot;

  • b. de aansprakelijkheid voor eventuele schades aan de eigendommen van insprekers ten gevolge van verzakkingen, verschuivingen, instorting e.d. van niet in vergunning verleende delen van de Fluweelengrot;

  • c. de verantwoordelijkheid voor een put met open verbinding naar de Fluweelengrot die zich bevindt op een van de percelen grond van insprekers;

  • d. de mogelijkheid om met de onderhavige vergunning ook andere grootschalige evenementen in de Fluweelengrot dan de jaarlijkse kerstmarkt te kunnen organiseren;

  • e. de rechten en plichten van de eigenaren van de bovengrond ten aanzien van de houder van de vergunning voor het gebruik van een groeve.

Punten a en b

Op grond van 151, tweede lid, in samenhang met artikel 146, tweede en derde lid, van het Mijnbouwbesluit kan de vergunning voor het gebruik van een groeve voor een ander doeleinde dan het winnen van kalksteen slechts worden geweigerd of kunnen daaraan slechts voorschriften of beperkingen worden verbonden met het oog op de bescherming van de veiligheid met het oog op instorting. De aansprakelijkheid voor mogelijke schades die het gevolg zijn van de instorting van een groeve, al dan niet ten gevolge van het gebruik van die groeve, wordt geregeld in het Burgerlijk Wetboek en valt buiten het bereik van deze vergunning. Hierbij wordt aangetekend dat het enkele feit dat een publiekrechtelijke vergunning is verleend voor bepaald gebruik niet zonder meer vrijwaart van privaatrechtelijke aansprakelijkheid.

Punten c en e

Hetzelfde als opgemerkt onder de punten a en b geldt voor de verantwoordelijkheid voor een put die weliswaar in verbinding staat met een groeve maar geen invloed heeft op de veiligheid van deze groeve met het oog op instorting en de rechten en plichten van de eigenaren van een perceel grond waaronder zich een groeve bevindt. Dit wordt beheerst door het burgerlijk recht.

Punt d

De vergunning wordt verleend voor het gebruik als omschreven in artikel 1 van deze vergunning. Zolang het gebruik blijft binnen de daar getrokken grenzen is dit toegestaan. Voor ieder ander of verdergaand gebruik van de Fluweelengrot moet hetzij een nieuwe vergunning, hetzij een wijziging van deze vergunning worden aangevraagd.

7. Beoordeling van de aanvraag

De aanvraag is overeenkomstig artikel 146, tweede lid, in samenhang met artikel 151, tweede lid, van het Mijnbouwbesluit getoetst aan de bescherming van de veiligheid van de groeven met het oog op instorting.

Intensief en extensief gebruik

De laatste 400 jaar is er in de mergelgroeven in Zuid-Limburg commercieel kalksteen gewonnen. Tegenwoordig wordt alleen nog in de groeve van Sibbe (gemeente Valkenburg aan de Geul) kalksteen gewonnen. Veel ondergrondse groeven worden momenteel voor andere doeleinden gebruikt dan kalksteenwinning. Ook hiervoor is een vergunning nodig op basis van het Mijnbouwbesluit.

In het Mijnbouwbesluit en de Mijnbouwregeling zijn artikelen opgenomen over metingen naar de gesteentemechanische veiligheid van een groeve en maatregelen ter bescherming van de veiligheid van een groeve met het oog op instorting. Artikel 1.9.2,onder f, van de Mijnbouwregeling (Mbr) bepaalt bijvoorbeeld dat bij de aanvraag om een vergunning tot gebruik van een groeve voor andere doeleinden dan kalksteenwinning, een beschrijving van de wijze waarop en de frequentie waarmee de metingen naar de gesteentemechanische veiligheid in de groeve worden uitgevoerd. De frequentie waarmee deze metingen op grond van artikel 152, lid 2 sub b, moeten worden uitgevoerd is afhankelijk van het gebruik van de groeve. Hoe intensiever het gebruik van een groeve hoe groter het veiligheidsrisico voor gebruikers van de groeve en hoe frequenter en beter de metingen naar de gesteentemechanische veiligheid zullen moeten worden uitgevoerd. In verband hiermee wordt bij de vergunningverlening gebruik gemaakt van de ‘Handreiking gesteentemechanische veiligheid van onderaardse kalksteengroeven voor extensief gebruik van 3 april 2008’ waarin onderscheid wordt gemaakt tussen intensief en extensief gebruik van een onderaardse kalksteengroeve.

Onder extensief gebruik wordt verstaan het incidenteel gebruik van een groeve door één of enkele personen.

Omdat groeven voor veel verschillende activiteiten gebruikt worden is het moeilijk om vooraf een limitatieve indeling te maken wat onder extensief gebruik wordt verstaan.

Voorbeelden van extensief gebruik kunnen zijn:

  • Onderzoek: (cultuur)historisch, florafauna (bijv. vleermuistellingen), geologisch, genealogisch, aardkundig.

  • Incidenteel kleinschalig bezoek aan de groeve van personen onder begeleiding.

Onder extensief gebruik wordt niet verstaan het regelmatig gebruik van een groeve door enkele of meerdere personen of het incidenteel gebruik door grote groepen.

Een voorbeeld van intensief gebruik is het dagelijks bezoek in een groeve ingericht als restaurant of museum, maar ook rondleidingen van groepen in een korte tijdsperiode. Een voorbeeld van extensief gebruik is een jaarlijkse vleermuistelling.

Daarom zal uit de aanvraag duidelijk moeten blijken hoe vaak, hoelang en hoeveel personen de groeven voor welke activiteiten zullen gaan betreden. Het totaal aantal uren dat jaarlijks personen in de groeve aanwezig zijn, bepaalt in belangrijke mate of sprake is van intensief of extensief gebruik. Een harde norm is echter niet te noemen omdat ook de deskundigheid van de aanwezige personen en de staat van de groeve daarbij een rol spelen. De uiteindelijke beoordeling of het gebruik intensief of extensief is, is ter beoordeling van het bevoegd gezag in het kader van de vergunningverlening.

Bij extensief gebruik van een groeve is de kans op ongelukken ten gevolge van een instorting in beginsel geringer dan bij intensief gebruik. Toch dient ook bij extensief gebruik de gesteentemechanische veiligheid beoordeeld te worden, omdat anders geheel geen uitspraak gedaan kan worden over de kans op een ongewenste gebeurtenis. Bij de aanvraag om een vergunning voor extensief gebruik van een groeve dient een kaart gevoegd te worden waarop de (in gesteentemechanisch opzicht) veilige gebieden zijn aangegeven. De veiligheid moet zijn vastgesteld door minimaal een visuele inspectie waarbij zowel plafond- als pilaar- als groevestabiliteit zijn beoordeeld door iemand met voldoende deskundigheid. De bevindingen van deze inspectie worden ook in een rapport vastgelegd. Omdat de pilaar- en plafondstabiliteit in de tijd kan veranderen, wordt in het rapport beschreven wanneer een volgend onderzoek nodig wordt geacht.

Deskundige

Alleen een deskundige op het gebied van de gesteentemechanische veiligheid van mergelgroeven kan vaststellen of een groeve veilig is voor intensief dan wel extensief gebruik. In de eerdergenoemde Handreiking van 3 april 2008 wordt nader omschreven aan welke criteria moet worden voldaan om als ‘deskundige’ te kunnen worden beschouwd.

Beheer

Het beheer van een groeve houdt verband met de bijzondere relatie van een eigenaar of anderszins zakelijk of persoonlijk gerechtigde met de desbetreffende groeve. Het gaat om activiteiten waarvan naar hun aard niet te verwachten is dat zij gevolgen kunnen hebben voor de veiligheid van de groeven met het oog op instorten. Integendeel, het gaat juist om activiteiten die nodig zijn om de veiligheid van de groeven te behouden of te vergroten. Het vorenstaande betekent overigens niet dat eigenaren of anderszins persoonlijk of zakelijk gerechtigden daarmee zonder meer zijn aan te merken als deskundigen op het gebied van mergelgroeven, die bijvoorbeeld gesteentemechanische rapporten in het kader van een vergunningaanvraag kunnen opstellen. Bepalend daarvoor is het begrip deskundige, zoals omschreven in voornoemde Handreiking van 3 april 2008. Onder het beheren van een groeven wordt in ieder geval verstaan:

  • de visuele controle (en eventuele reparatie) van de toegang van de groeve;

  • de visuele controle van de groeve op tekenen van illegaal betreden;

  • de primaire controle met betrekking tot stabiliteit van de groeve (gesteentemechanische veiligheid).

Onder beheer valt, gelet op artikel 151 van het Mijnbouwbesluit, in ieder geval niet het aanbrengen van enige wijziging in de groeve.

De aanvraag en beoordeling

De Stichting Kasteel van Valkenburg (hierna ‘de stichting’) vraagt een vergunning aan voor zowel intensief als extensief gebruik van de Fluweelengrot en de Kasteelgroeve. Het intensieve gebruik betreft een gedeelte van de groeven ter grootte van ongeveer 0,7 ha en het extensieve gebruik een gedeelte ter grootte van ongeveer 0,1 ha.

Het door de stichting aangevraagde extensieve gebruik van de groeven betreft de volgende activiteiten:

  • historisch onderzoek; en

  • vleermuistellingen.

Historisch onderzoek wordt regelmatig gedaan, vleermuistellingen vinden eenmaal per jaar plaats door maximaal 8 personen.

Zoals eerder aangegeven wordt onder extensief gebruik verstaan het incidenteel gebruik van een groeve door één of enkele personen, rekening houdend met de deskundigheid van de gebruikers en de staat van de groeve. Onder één of enkele personen worden verstaan maximaal 5 personen waarvan er tenminste één bekend is met (het betreffende gedeelte van) de groeve en in staat is een onveilige situatie in een mergelgroeve te herkennen. Bezoeken door groepen van meer dan 5 personen worden daarom niet toegestaan in die gedeelten van de groeven waarvoor extensief gebruik is aangevraagd.

Bij haar aanvraag heeft de stichting de volgende gegevens met betrekking tot de gesteentemechanische veiligheid van de groeven overgelegd:

  • 1. Rapport inventarisatie pilaarstabiliteit in de Fluwelengroeve en de Kasteelgroeve en het opstellen van randvoorwaarden voor versteviging, GeoControl rapport M00918, oktober 2009 (bijlage 4 bij de aanvraag);

  • 2. Kaart met uitgevoerde en nog uit te voeren stabiliteitsvoorzieningen (bijlage 3 bij de aanvraag);

  • 3. Tekening aan te brengen stutconstructies van Castermans Engineers nr. 09.044 B.01 gedateerd 8 oktober 2009 (bijlage 5 bij de aanvraag).

  • 4. Rapport plafondstabiliteit in Fluweelengrot en Kasteelgroeve, Daalhemmerweg, Valkenburg aan de Geul, Mergelspecialiteitenbedrijf Fer. Rouwet B.V. gedateerd 22 oktober 2009.

Het rapport van GeoControl van oktober 2009 beschrijft de resultaten van het onderzoek naar de pilaarstabiliteit en het gevaar voor grootschalige instortingen in de groeven. Ten behoeve van de bepaling van het risico op grootschalige instortingen ten gevolge van het bezwijken van een of meer pilaren zijn de groeven ingedeeld in deelgebieden. Ieder deelgebied kan wat pilaarstabiliteit betreft gezien worden als onafhankelijk van de rest van de groeve. Volgens het rapport bestaat in geen van de deelgebieden gevaar voor klein- of grootschalige pilaarinstorting. Regelmatige visuele inspectie van de pilaren is voldoende.

Boven deelgebied 1 van de Fluweelengrot bestaat er volgens het rapport van GeoControl het gevaar dat het mergeldak doorbreekt. Dit als gevolg van een lekkage in het mergeldak van het bovenstelsel van de groeve. GeoControl adviseert middels een of meerdere boringen de dikte van de mergelbedekking vast te stellen om de werkelijke gevaarzetting vast te stellen. Zolang de werkelijke gevaarzetting niet duidelijk is adviseert GeoControl in het betreffende deel van de Fluweelengrot eenmaal per maand het dak van het bovenstelsel te controleren op lekkage en barstvorming.

Op enkele locaties in de Fluweelengrot bestaat gevaar voor vallende pilaarschollen en plafondschillen. Op deze locaties dienen volgens het rapport van Geocontrol voorzieningen te worden getroffen ter voorkoming van het in de gang vallen van pilaarschollen of plafondschillen. Deze nog uit te voeren voorzieningen zijn aangegeven op de kaart die als bijlage 3 bij de aanvraag is gevoegd en, voorzover het voorzieningen in het gebied ten westen van de kapel betreft, uitgewerkt op de constructie tekening van adviesbureau Castermans Engineers (bijlage 5 bij de aanvraag). De stichting zal de voorzieningen begin 2010 aanbrengen. Waar nodig zijn tijdelijke noodvoorzieningen aangebracht waardoor volgens het rapport van Mergelspecialiteitenbedrijf Fer. Rouwet B.V. het betreffende deel van de Fluweelengrot veilig is.

Volgens het rapport van GeoControl is het noodzakelijk om de invloed van het bovenstelsel van de Wilhelminagroeve (voorheen genaamd Panoramagroeve) op de Fluweelengrot te onderzoeken. De stichting zal dit onderzoek uitvoeren in de periode 2009–2013. Totdat dit onderzoek is uitgevoerd worden de pilaren in het betreffende gebied eenmaal per maand door een deskundige op drukschade gecontroleerd.

De resultaten uit het rapport van GeoControl zijn, uitgaande van de situatie na uitvoering van de aanbevelingen uit dit rapport, vertaald in de gebruikskaart die als bijlage 2 bij de aanvraag is gevoegd. Hierin is met kleuren aangegeven welke delen van de groeven al dan niet veilig zijn voor ander gebruik van de groeve.

  • ‘zwart’ gekleurde delen zijn onveilig verklaard voor gebruik voor andere doeleinden;

  • ‘wit’ gekleurde delen zijn veilig verklaard voor extensief gebruik voor andere doeleinden; en

  • ‘goud’ gekleurde delen zijn veilig verklaard voor intensief (en daarmee ook extensief) gebruik voor andere doeleinden.

Mergelspecialiteitenbedrijf Fer. Rouwet B.V. heeft op 22 oktober 2009 een visuele en ‘klop’ inspectie uitgevoerd naar de plafondstabiliteit in de Fluweelengrot en de Kasteelgroeve. Als gevolg van deze inspectie is een klein deel van het gangenstelsel van de Fluweelengrot, gebieden 1 en 2 op de kaart die als bijlage bij het betreffende rapport is gevoegd, onveilig verklaard voor gebruik voor andere doeleinden.

Termijn

De vergunning wordt verleend voor een termijn van 10 jaar nadat zij onherroepelijk is geworden. Gelet op artikel 11 van Richtlijn nr. 2006/123/EG, PbEG L 376 (de Dienstenrichtlijn) wordt de geldigheidstermijn van de vergunning telkens automatisch met eenzelfde termijn verlengd.

Intrekking, wijziging en handhaving

De vergunning kan worden ingetrokken indien op enig moment wordt vastgesteld dat in strijd met de vergunning of de daaraan verbonden voorschriften wordt gehandeld. Naast intrekking van de vergunning bestaat de mogelijkheid een last onder bestuursdwang dan wel een last onder dwangsom op te leggen indien in strijd met de vergunning wordt gehandeld. Tevens is een bepaling opgenomen die het mogelijk maakt dat het bevoegd gezag de vergunning wijzigt, indien dit nodig is met het oog op het belang van de gesteentemechanische veiligheid van de groeven.

Conclusie

Gelet op aanvraag en de verstrekte gegevens is er vanuit een oogpunt van veiligheid met het oog op instorting geen aanleiding de gevraagde vergunning te weigeren, onder het stellen van beperkingen en voorschriften.

Naast de aan deze vergunning te stellen beperkingen en te verbinden voorschriften zijn ook de artikelen 155 tot en met 161 van het Mijnbouwbesluit van toepassing.

8. Besluit

Gelet op artikel 52 van de Mijnbouwwet, de artikelen 151 en 152 van het Mijnbouwbesluit, alsmede op het artikel 1.9.2 van de Mijnbouwregeling besluit ik:

  • I. vergunning te verlenen voor het gebruik van de groeven voor andere doeleinden dan het winnen van kalksteen, beschreven in de aanvraag gedateerd 14 oktober augustus 2009;

  • II. de aanvraag gedateerd 14 oktober 2009 en de aanvullingen van 22 oktober 2009 en 23 oktober 2009, deel te laten uitmaken van de vergunning, behoudens en voor zover daarvan bij dit besluit niet wordt afgeweken;

  • III. aan de vergunning de volgende beperkingen te stellen en voorschriften te verbinden:

Artikel 1

  • 1. Aan de Stichting Kasteel van Valkenburg, wordt een vergunning verleend voor het gebruik van twee groeven genaamd ‘Fluweelengrot’ en ‘Kasteelgroeve’, in de gemeente Valkenburg aan de Geul, onder de percelen kadastraal ingedeeld als VKB01, sectie A, nummers 2593 en 3028, VKB03, sectie C, nummers 2595, 2814, 2896, 2897, 2982, 2984, 3063, 3434, 3435, 3436 respectievelijk VKB01, sectie A, nummer 3028, voor:

    • a. intensief gebruik zijnde: het houden van toeristische, kerkelijke en andere activiteiten en evenementen zoals de jaarlijkse kerstmarkt, workshops, rondleidingen, spelen, klim- en klauter arrangementen, film- en foto-opnames, huwelijks- en doopceremonies en wetenschappelijk onderzoek. Een en ander zoals nader omschreven in de aanvraag;

    • b. extensief gebruik zijnde: het bezoeken van de groeven in het kader van niet commerciële bezichtigingen van de groeven en het doen van onderzoek in en naar de groeven zoals historisch onderzoek en flora- en fauna onderzoek waaronder vleermuistellingen.

      Deze bezoeken vinden plaats onder de voorwaarden dat:

      • i. per groeve maximaal 10 bezoeken met maximaal 5 personen per bezoekersgroep per jaar zijn toegestaan waarbij de gesommeerde verblijfsduur van de bezoekers, gedefinieerd als Σ (persooni * aanwezigheidsduuri ), is gemaximeerd op 100 uur per jaar;

      • ii. tenminste 1 van de uit maximaal 5 personen bestaande bezoekersgroep de weg in de betreffende groeve goed kent en in staat is onveilige situaties in de groeve te herkennen;

      • iii. bezoekersgroepen zich op een afstand van minimaal 100 meter van elkaar bevinden.

  • 2. De vergunning geldt voor die delen van de groeven zoals aangegeven op de bij de vergunning gevoegde groevekaart (bijlage 1 Fluwelengroeve en Kasteelgroeve gebruikskaart):

    • a. waar het betreft het gebruik, bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder a: de ‘goud’ gekleurde delen van de groeven;

    • b. waar het betreft het gebruik, bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder b: de ‘wit’ gekleurde delen van de groeven.

    De vergunning geldt niet voor andere delen van de groeven. De RD-coördinaten van de hoofdingangen van de groeven zijn ongeveer:

    • Hoofdingang Fluweelengrot: X = 186.210 en Y = 319.097

    • Hoofdingang Kasteelgroeve: X = 186.189 en Y = 319.159

Artikel 2

  • 1. De vergunninghouder treft maatregelen ter voorkoming dat diegenen die de groeven betreden in verband met het gebruik van de groeven, bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder a, andere delen van de groeven dan voor dit gebruik vergund kunnen betreden. De vergunninghouder treft tenminste die maatregelen genoemd in de aanvraag.

  • 2. De vergunninghouder treft maatregelen ter voorkoming dat diegenen die de groeven betreden in verband met het gebruik van de groeven bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder b, de niet vergunde delen van de groeven betreden. De vergunninghouder brengt op de grens van het vergunde gebied over de volledige gangbreedte hetzij een rood-wit markeringslint aan op een hoogte van ongeveer 1 meter boven de vloer van de gang hetzij een muur van stenen van tenminste 20 cm hoog.

  • 3. De vergunninghouder houdt in een register het in artikel 1, eerste lid, onder b, toegestane gebruik van de groeven bij. Hiertoe worden zowel bij het binnengaan als bij het verlaten van de groeve de betreffende deelgroeve(n) als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder b, de datum, tijd en namen van de personen die in verband met dit gebruik de groeve betreden genoteerd. Het register ligt bij de hoofdingang van de groeve en is te allen tijde ter beschikking voor inspecteurs van het bevoegd gezag.

Artikel 3

  • 1. De voorzieningen ter stabilisering van de wanden en het dak van de groeven alsmede de versteviging van de boogconstructie aan het begin van de vluchtgang en bij de ingang van de Kasteelgroeve zoals beschreven in het GeoControl rapport M00918 en het rapport van Mergelspecialiteitenbedrijf Fer. Rouwet B.V. van 22 oktober 2009 worden zo spoedig mogelijk maar in ieder geval voor 2011 aangebracht.

  • 2. Het onderzoek naar het bovenstelsel van deelgebied 1 van de Fluweelengrot, als beschreven in het GeoControl rapport M00918 wordt zo spoedig mogelijk maar in iedere geval voor 2014 uitgevoerd. Totdat het onderzoek is uitgevoerd en de uit dit onderzoek voortvloeiende maatregelen zijn genomen wordt tenminste 1 keer per maand het dak van het bovenstelsel door een deskundige gecontroleerd op lekkage en barstvorming.

  • 3. Het onderzoek naar de invloed van de Panoramagroeve op de deelgebieden 2 en 3 van de Fluweelengrot, als beschreven in het GeoControl rapport M00918, wordt zo spoedig mogelijk maar in ieder geval voor 2014 uitgevoerd. Totdat het onderzoek is uitgevoerd en de uit dit onderzoek voortvloeiende maatregelen zijn genomen worden tenminste 1 keer per maand de pilaren in het betreffende deel van de Fluweelengrot door een deskundige gecontroleerd op drukschade.

  • 4. De gesteentemechanische veiligheid van de in artikel 1, tweede lid, onder a en b bedoelde delen van de groeven wordt periodiek bepaald door metingen van de dak- en pilaarstabiliteit door een onafhankelijke deskundige in opdracht van de vergunninghouder. De metingen zijn visueel en instrumenteel.

  • 5. De pilaarsamendrukking in de in artikel 1, tweede lid, onder a en b, bedoelde delen van de groeven wordt tenminste 2 keer per jaar visueel gemeten op de wijze als beschreven in genoemd rapport en schriftelijk vastgelegd in een logboek dat op eerste verzoek van een inspecteur van het bevoegd gezag getoond wordt.

  • 6. Voor die delen van de groeven, bedoeld in artikel 1, tweede lid, onder a, worden de metingen bedoeld in het vierde lid vanaf 2009 tenminste 2 keer per jaar uitgevoerd. Met ingang van 2012 kunnen deze metingen één keer per jaar worden uitgevoerd, tenzij uit de metingen blijkt dat de gesteentemechanische veiligheid van de groeve in gevaar kan komen.

  • 7. Voor die delen van de groeven, bedoeld in artikel 1, tweede lid, onder b, worden de metingen bedoeld in het derde lid tenminste één keer per 5 jaar uitgevoerd. Indien tussentijds blijkt dat de gesteentemechanische veiligheid in gevaar kan komen, dan worden zo spoedig mogelijk door een onafhankelijke deskundige aanvullende metingen van de dak- en pilaarstabiliteit verricht.

Artikel 4

De resultaten van de controles van en de metingen naar de gesteentemechanische veiligheid, bedoeld in artikel 3, worden vertaald in aanbevelingen die door de houder van de vergunning zo spoedig mogelijk, maar in ieder geval binnen een termijn van 3 maanden na uitvoering van de metingen worden opgevolgd. Van het opvolgen van bedoelde aanbevelingen binnen deze termijn kan uitsluitend ingeval van dringende redenen worden afgeweken, nadat het bevoegd gezag op een daartoe strekkend verzoek schriftelijk heeft ingestemd met een daarbij te bepalen langere termijn voor het opvolgen van de aanbevelingen.

Artikel 5

  • 1.  De vergunning geldt voor een termijn van 10 jaar nadat dit besluit onherroepelijk is geworden.

  • 2. De vergunning wordt bij voortdurende vervulling van de voorwaarden voor verlening van de vergunning telkens automatisch voor eenzelfde termijn, genoemd in het eerste lid, verlengd.

Artikel 6

  • 1. Het bevoegd gezag kan de voorschriften en beperkingen wijzigen indien dat gerechtvaardigd wordt door het belang van bescherming van de veiligheid met het oog op instorting.

  • 2. Onverminderd de bevoegdheid om een last onder bestuursdwang dan wel een last onder dwangsom op te leggen, kan deze vergunning ingetrokken worden indien op enig moment wordt gehandeld in strijd met deze vergunning of de daaraan verbonden voorschriften.

De Minister van Economische Zaken,

namens deze:

directeur Energiemarkt,

J.C. De Groot.

Tegen dit besluit kan degene wiens belang rechtstreeks bij dit besluit is betrokken, binnen zes weken na de dag van bekendmaking van dit besluit, een beroepschrift indienen bij de Rechtbank te Maastricht, Sector bestuursrecht. Postbus 1988, 6201 BZ te Maastricht. Dit besluit is verzonden op de in de aanhef van deze brief vermelde datum.

Naar boven