Besluit van de Minister van Justitie van 2 augustus 2010, nr. 5655045/Justis/10, strekkende tot aanwijzing van teleservicemedewerkers als buitengewoon opsporingsambtenaren bij het regionale politiekorps Noord- en Oost-Gelderland

De Minister van Justitie,

Handelend in overeenstemming met de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties;

Gelezen het verzoek van de korpschef van de regiopolitie Noord- en Oost-Gelderland van 4 mei 2010 en het daaropvolgende advies van de hoofdofficier van justitie te Arnhem;

Gelet op:

  • artikel 142, eerste lid, aanhef en onder b (en derde lid), van het Wetboek van Strafvordering;

  • artikel 36, eerste lid, en artikel 41, tweede lid, van het Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar;

  • artikel 17, eerste lid, aanhef en onder 2°, van de Wet op de economische delicten.

Besluit:

Artikel 1

In dit besluit wordt verstaan onder buitengewoon opsporingsambtenaar: de persoon als bedoeld in artikel 2.

Artikel 2

  • 1. De personen, werkzaam in de functie van teleservicemedewerker in dienst van de regiopolitie Noord- en Oost-Gelderland, zijn aangewezen als buitengewoon opsporingsambtenaar.

  • 2. Aan de buitengewoon opsporingsambtenaar wordt op grond van het gestelde in het onderdeel Beperkte opsporingsbevoegdheden van bijlage B-IV van de Circulaire Buitengewoon opsporingsambtenaar, ontheffing verleend van het bepaalde in artikel 16, eerste lid, van het Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar, onder de voorwaarde dat een certificaat is overgelegd, waaruit blijkt dat betrokkene met goed gevolg binnen een periode van 5 jaar voorafgaande aan de aanvraag heeft deelgenomen aan een op deze functie gerichte interne opleiding.

Artikel 3

  • 1. De buitengewoon opsporingsambtenaar is bevoegd tot het opsporen van de strafbare feiten behorend tot het domein generieke opsporing, van bijlage A-I van de Circulaire Buitengewoon opsporingsambtenaar.

  • 2. De opsporingsbevoegdheid, bedoeld in het eerste lid, geldt voor het grondgebied van Nederland, voor zover noodzakelijk voor een goede vervulling van de aan de functie gerelateerde taken.

  • 3. De buitengewoon opsporingsambtenaar vermeldt in zijn processen-verbaal en schriftelijke verslagleggingen het in het eerste lid genoemde domein.

Artikel 4

Op grond van dit besluit kunnen maximaal 50 personen als buitengewoon opsporingsambtenaar worden beëdigd.

Artikel 5

  • 1. Als toezichthouder als bedoeld in artikel 36 van het Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar is aangewezen de hoofdofficier van justitie bij het arrondissementsparket te Arnhem.

  • 2. Als direct toezichthouder als bedoeld in artikel 36 van het Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar is aangewezen de korpschef van de regiopolitie Noord- en Oost-Gelderland te Apeldoorn.

Artikel 6

  • 1. De korpschef van de regiopolitie Noord- en Oost-Gelderland brengt jaarlijks, voor 1 april, verslag uit over:

    • a. het aantal buitengewoon opsporingsambtenaren werkzaam in de artikel 2 genoemde functie;

    • b. de door die buitengewoon opsporingsambtenaren verrichte activiteiten;

    • c. de stand van zaken met betrekking tot de opleiding van die buitengewoon opsporingsambtenaren, waarbij in ieder geval wordt aangegeven hoeveel personen in het verslagjaar zijn aangemeld voor het door de Minister van Justitie goedgekeurde examen en hoeveel personen in dat jaar voor dat examen zijn geslaagd.

  • 2. Dit verslag wordt toegezonden aan de in artikel 5 bedoelde toezichthouder en aan het Ministerie van Justitie, dienst Justis, afdeling BTR, postbus 20300, 2500 EH Den Haag.

Artikel 7

Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na dagtekening van de Staatscourant waarin het wordt geplaatst.

Artikel 8

Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar teleservicemedewerkers regiopolitie Noord- en Oost-Gelderland 2010.

Dit besluit zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

Den Haag, 2 augustus 2010

De Minister van Justitie,

namens deze:

Teammanager BTR,

P.W.C. Collard.

Bezwaar maken

Belanghebbenden kunnen tegen dit besluit bezwaar maken bij de Minister van Justitie. U doet dit door schriftelijk een gemotiveerd bezwaarschrift in te dienen binnen zes weken na dagtekening van dit besluit. U kunt uw bezwaarschrift sturen naar het volgende adres:

Dienst Justis

Team BTR

Postbus 20300

2500 EH Den Haag

U kunt uw bezwaarschrift ook door uw gemachtigde in laten dienen. Als de gemachtigde geen advocaat is, voeg dan een machtiging bij uw bezwaarschrift.

Zorg ervoor dat uw bezwaarschrift in elk geval het volgende bevat:

  • uw naam en adres;

  • de dagtekening;

  • een kopie van het besluit;

  • de gronden van uw bezwaar;

  • uw handtekening of de handtekening van uw gemachtigde.

TOELICHTING

Bij brief van 4 mei 2010 heeft de korpschef van de regiopolitie Noord- en Oost Gelderland mij verzocht een categoriaal besluit voor de buitengewoon opsporingsambtenaar in de functie van teleservicemedewerker bij de regiopolitie Noord- en Oost Gelderland te verlenen.

Conform het advies van de toezichthouder, te weten de hoofdofficier van justitie te Arnhem, acht ik de noodzaak tot het verlenen van een categoriaal besluit aanwezig.

Naar boven