Nederland, Curaçao, Sint Maarten
Overwegende:
– dat op grond van artikel 46, eerste lid, van de Rijkswet politie van Curaçao, van Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius
en Saba de landen onderling een regeling treffen houdende een limitatieve opsomming van de hoofdrangen van de politie;
– dat elk van de landen hetgeen in deze regeling is overeengekomen vaststellen bij landsbesluit, houdende algemene maatregelen,
of algemene maatregel van bestuur,
Gelet op artikel 38, eerste lid, van het Statuut en artikel 46, eerste lid van de Rijkswet politie van Curaçao, van Sint Maarten
en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba,
Komen het volgende overeen:
De Staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties,
A.Th.B. Bijleveld-Schouten.
De gedeputeerde van Constitutionele Zaken van Curaçao,
Z.A.M. Jesus-Leito.
De gedeputeerde van Constitutionele Zaken van Sint Maarten,
W. Marlin.
TOELICHTING
Algemeen
Op grond van artikel 46, eerste lid, van de Rijkswet politie van Curaçao, van Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius
en Saba treffende landen onderling een regeling houdende een limitatieve opsomming van de hoofdrangen voor de politie. Deze
hoofdrangen worden in elk van de landen vastgesteld bij landsbesluit houdende algemene maatregelen, dan wel algemene maatregel
van bestuur. Als hoofdrangen zijn gezamenlijk gedefinieerd de rangen van hoofdcommissaris, commissaris, hoofdinspecteur, inspecteur,
hoofdagent, brigadier, agent en aspirant. Daarmee wordt aangesloten bij de opsomming van rangen zoals die was geregeld voor
de korpsen van de Nederlandse Antillen op basis van artikel 3, eerste lid, van het Besluit rechtspositie korps politie Nederlandse
Antillen 2000. In dat opzicht is in het onderhavige besluit de rang van hoofdcommissaris toegevoegd. Tegelijkertijd is de
hoofdrang van hulpagent vervallen. Deze rang werd in de praktijk op Curaçao gehanteerd. Het staat de entiteiten vrij, indien
daaraan behoefte bestaat, de hulpagent te handhaven, maar dan als subrang binnen één van de gegeven hoofdrangen.
De Rijkswet politie van Curaçao, van Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba maakt in artikel 46 een onderscheid
tussen hoofdrangen en subrangen. De hoofdrangen worden in deze onderlinge regeling gespecificeerd. Daarnaast kunnen de landen
zelf binnen het stelsel van hoofdrangen subrangen definiëren. Die bevoegdheid vloeit voort uit het tweede lid van artikel
46 van genoemde rijkswet.
Het hebben van een bepaalde rang zal herkenbaar zijn aan het dragen van een onderscheidingsteken. De aan de rangen verbonden
onderscheidingstekens zijn geregeld in de Uitrustingregeling voor de politie van Curaçao, van Sint Maarten en van Bonaire,
Sint Eustatius en Saba (artikel 42, eerste lid, van de rijkswet).
Artikelsgewijs
Artikel 1
Het eerste lid bevat een limitatieve opsomming van de hoofdrangen van de politie. Het tweede lid benadrukt dat een eerder
genoemde rang hoger is dan een later genoemde rang.
De Staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties,
A.Th.B. Bijleveld-Schouten.
De gedeputeerde van Constitutionele Zaken van Curaçao,
Z.A.M. Jesus-Leito.
De gedeputeerde van Constitutionele Zaken van Sint Maarten,
W. Marlin.