Besluit Stichting Koninklijk Nederlands Instituut voor Zeeonderzoek, Waterwet

De Minister van Verkeer en Waterstaat maakt, ter voldoening aan de Algemene wet bestuursrecht, het volgende bekend. Bij besluit van 30 juni 2010, nr. WSV 2010/3796 is aan de Stichting Koninklijk Nederlands Instituut voor Zeeonderzoek te Texel een vergunning verleend op grond van de Waterwet. Het betreft een vergunning voor het onttrekken van oppervlaktewater uit de NIOZ-haven, het halen van maximaal 500 kg slib uit de Mokbaai en de lozing van afvalwater op de NIOZ-haven.

Het besluit is niet gewijzigd ten opzichte van het ontwerp.

Terinzagelegging

Het besluit en de daarbij behorende stukken liggen vanaf 12 juli met 23 augustus 2010 ter inzage bij:

  • a. Rijkswaterstaat Noord-Holland, afdeling Vergunningverlening & Handhaving (WSV), Toekanweg 7 te Haarlem, tijdens kantooruren alwaar desgewenst een mondelinge toelichting op de stukken kan worden verkregen;

  • b. in het stadhuis van de gemeente Texel, Groeneplaats 1, Den Burg, op werkdagen van 8.30 uur tot 12.30 uur.

Voor nadere inlichtingen kan men zich telefonisch wenden tot de afdeling WSV, telefoon 023-530 15 51.

Beroep en voorlopige voorziening

Tegen bovengenoemd besluit kan tot en met 23 augustus 2010 beroep bij de afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State worden ingesteld door: belanghebbenden die zienswijzen hebben ingebracht tegen het ontwerp, belanghebbenden die zienswijzen hebben tegen wijzigingen die bij het nemen van het besluit ten opzichte van het ontwerp zijn aangebracht en belanghebbenden aan wie redelijkerwijs niet kan worden verweten geen zienswijzen te hebben ingebracht tegen het ontwerp. Het gemotiveerde beroepschrift dient te worden gezonden naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, Postbus 20019, 2500 AE Den Haag.

Inwerkingtreding besluit

Het besluit treedt in werking op 24 augustus 2010, tenzij voor deze datum beroep is ingesteld en een verzoek wordt gedaan tot het treffen van een voorlopige voorziening. Het verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening moet worden gericht aan de voorzitter van voornoemde afdeling. Het besluit wordt niet van kracht voordat op een dergelijk verzoek is beslist. Van de indiener van het beroep/verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening wordt een bedrag aan griffierecht geheven. Omtrent de hoogte hiervan, de wijze waarop en de termijn waarbinnen u dit dient te betalen, dient u contact op te nemen met de secretarie van de voornoemde afdeling.

De Minister van Verkeer en Waterstaat,

namens deze:

de directeur Water, Scheepvaart & Realisatie Infrastructuur,

E.H.S. van Duin.

Naar boven