Kennisgeving vergunningverlening winnen van oppervlaktedelfstoffen Noordzee

Mededeling

De Minister van Verkeer en Waterstaat deelt, op grond van de Algemene wet bestuursrecht, mede dat in de periode van 4 mei tot en met 14 juni 2010 twee door Rijkswaterstaat Noordzee te Rijswijk ingediende aanvragen om een vergunning op grond van de Ontgrondingenwet ter inzage hebben gelegen. De aanvragen betroffen het winnen van maximaal 3 miljoen m3 zand in de vakken Q5B’ en Q8A’ van de Noordzee, bestemd voor de suppleties langs de kust van Noord-Holland en maximaal 12 miljoen m3 in de vakken S7W en S7X van de Noordzee bestemd voor de Zwakke Schakel ‘Herdijkte Zwarte Polder’, alsmede suppleties op de kust van Walcheren en Zeeuws Vlaanderen.

In de periode van terinzagelegging zijn geen zienswijzen omtrent de ontwerpbeschikkingen ingebracht.

Bekendmaking

De Minister van Verkeer en Waterstaat maakt hierbij op grond van de Algemene wet bestuursrecht bekend dat hij bij besluiten van 16 juni 2010 met kenmerk VENW/IVW-2010/7790 en VENW/IVW-2010/7791 de gevraagde vergunningen heeft verleend.

De besluiten liggen met bijbehorende stukken van 6 juli tot en met 17 augustus 2010 tijdens kantooruren ter inzage bij de Inspectie Verkeer en Waterstaat, Eurotower, Noorderwagenplein 6 te Lelystad en bij Rijkswaterstaat Noordzee (5e etage), Lange Kleiweg 34 te Rijswijk (ZH).

Desgewenst kan men over de besluiten en de stukken telefonisch informatie inwinnen bij de heer F. de Roo (tel. 070-336 67 35) en de heer A.C. Dijkshoorn (tel. 070-336 66 42) van Rijkswaterstaat Noordzee.

Beroep/voorlopige voorziening

Op grond van de Algemene wet bestuursrecht kunnen belanghebbenden tegen de besluiten van 7 juli tot en met 17 augustus 2010 beroep instellen bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, Postbus 20019, 2500 EA ’s-Gravenhage. Geen beroep kan worden ingesteld door een belanghebbende aan wie redelijkerwijs kan worden verweten dat hij geen zienswijzen naar voren heeft gebracht. Het beroepschrift dient te zijn ondertekend en ten minste te bevatten een vermelding van de naam en het adres van de indiener, de dagtekening van het beroep, een vermelding van het bestuursorgaan dat het besluit heeft genomen en de datum en het kenmerk van het besluit, alsmede een opgave van de redenen waarom u zich met het besluit niet kunt verenigen en zo mogelijk een afschrift van het besluit waartegen het beroep is gericht.

Tevens kan een verzoek worden gedaan tot het treffen van een voorlopige voorziening.

Het verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening moet worden gericht aan de Voorzitter van voornoemde afdeling. Van de indiener van een beroepschrift/verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening wordt een bedrag aan griffiegeld geheven. Omtrent de hoogte hiervan, de wijze waarop en de termijn waarbinnen u dit dient te betalen, kunt u zich in verbinding stellen met de griffie van voornoemde afdeling.

Lelystad, 16 juni 2010

De Minister van Verkeer en Waterstaat,

namens deze:

de Inspecteur IVW/Waterbeheer,

H.M. Emond MSc.

Naar boven