Regeling van de Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer en de Minister voor Wonen, Wijken en Integratie van 24 juni 2009, nr. BJZ2009034157, houdende aanpassing van enkele ministeriële regelingen op het terrein van het Ministerie van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer aan de vierde tranche van de Algemene wet bestuursrecht (Aanpassingsregeling vierde tranche Awb VROM)

De Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer en de Minister voor Wonen, Wijken en Integratie,

Gelet op artikel 17, vijfde lid, van de Financiële-verhoudingswet, de artikelen 48r en 48s van de Wet Justitie-subsidies, de artikelen 15.13, eerste en tweede lid, en 16.45 van de Wet milieubeheer, artikel 9 van de Wet op het Waddenfonds en artikel 16, eerste en tweede lid, van het Besluit brede doeluitkering sociaal, integratie en veiligheid;

Besluiten:

ARTIKEL I

De Bijdrageregeling geluidhinder nieuwe woningen wordt als volgt gewijzigd:

1. In de artikelen 6, vierde lid, 7, eerste lid, aanhef, en tweede lid, 8, 9, 10, 11, 12, aanhef, 13, 14, eerste lid, aanhef, en 16 wordt ‘verstrekt’ telkens vervangen door: verleend.

2. Artikel 18 wordt als volgt gewijzigd:

a. Het eerste lid komt te luiden:

  • 1. Verlening van een voorschot geschiedt bij de beschikking tot het verlenen van een bijdrage. Het voorschot wordt aangepast aan de aard en de omvang alsmede de voortgang van het werk. Indien de toegekende bijdrage ƒ 400 000 niet te boven gaat, bedraagt het voorschot de helft van de verleende bijdrage.

b. In het tweede lid wordt ‘verstrekken’ telkens vervangen door: verlenen.

3. In artikel 21, eerste lid, wordt de zinsnede ‘Bijdragen als bedoeld in artikel 6 worden, onder verrekening van de reeds verstrekte voorschotten, uitgekeerd’ vervangen door: Bijdragen als bedoeld in artikel 6 worden betaald.

4. Artikel 25 wordt als volgt gewijzigd:

a. De aanhef komt te luiden:

Een beschikking tot verlening van een bijdrage als bedoeld in artikel 6 kan worden ingetrokken indien:.

b. In onderdeel a wordt ‘de verstrekking’ vervangen door: de beschikking tot verlening van de bijdrage.

ARTIKEL II

De Regeling inburgering wordt als volgt gewijzigd:

1. Artikel 4.12 wordt als volgt gewijzigd:

a. De aanduiding ‘1.‘ voor het eerste lid vervalt.

b. Het tweede lid vervalt.

2. Artikel 4.13 vervalt.

3. Artikel 4.14 vervalt.

4. Artikel 4.15 vervalt.

5. In artikel 4.16 wordt ‘Bij uitvaardiging van het dwangbevel, bedoeld in artikel 4.14, eerste lid, kunnen de achterstallige termijnen alsmede het resterende verschuldigde bedrag worden overgedragen’ vervangen door: Bij uitvaardiging van het dwangbevel, bedoeld in artikel 17, tweede lid, van de wet kunnen de achterstallige termijnen worden overgedragen.

6. Artikel 4.22 vervalt.

7. Artikel 4.23 vervalt.

8. Artikel 4.24, derde lid, vervalt.

ARTIKEL III

Het opschrift van hoofdstuk 2 van de Regeling inburgering allochtone vrouwen G31 komt te luiden:

HOOFDSTUK 2. AANVRAAG EN VERLENING AANVULLENDE UITKERING EN VERLENING VOORSCHOT

ARTIKEL IV

De Regeling inburgering allochtone vrouwen niet-G31 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het opschrift van hoofdstuk 2 wordt ‘vaststelling voorschot’ vervangen door: verlening voorschot.

2. Artikel 3 wordt als volgt gewijzigd:

a. In het tweede lid wordt de zinsnede ‘stelt per aanvraag een voorschot op de bijdrage vast’ vervangen door: verleent per aanvraag een voorschot op de bijdrage.

b. Het vijfde lid komt te luiden:

  • 5. De beschikking tot verlening van het voorschot wordt binnen tien weken na inwerkingtreding van deze regeling aan het college of het bestuur bekendgemaakt.

c. Het zesde lid vervalt.

3. Artikel 8 wordt als volgt gewijzigd:

a. In het derde lid wordt de zinsnede ‘de in het voorschot genoemde aantallen’ vervangen door: de in de beschikking tot verlening van het voorschot genoemde aantallen.

b. In het vijfde lid vervalt de zinsnede ‘onder verrekening van het verleende voorschot’.

ARTIKEL V

De Regeling inburgering oudkomers G25 2006 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het opschrift van hoofdstuk 2 wordt ‘vaststelling voorschotten’ vervangen door: verlening voorschotten.

2. Artikel 3 wordt als volgt gewijzigd:

a. In het tweede lid, eerste volzin, wordt de zinsnede ‘stelt per aanvraag voorschotten op de bijdrage vast’ vervangen door: verleent per aanvraag voorschotten op de bijdrage.

b. Het vierde en vijfde lid komen te luiden:

  • 4. De beschikking tot verlening van het voorschot met betrekking tot de periode van 1 januari tot en met 30 juni 2006 wordt binnen tien weken na inwerkingtreding van deze regeling aan het college bekendgemaakt.

  • 5. De beschikking tot verlening van het voorschot met betrekking tot de periode van 1 juli tot en met 31 december 2006 wordt voor 1 juli 2006 aan het college bekendgemaakt.

c. Het zesde lid vervalt.

3. Artikel 9, tweede lid, komt te luiden:

  • 2. De overeenkomstig artikel 8, tweede lid, vastgestelde bijdrage voor een gemeente wordt binnen 12 maanden na de vaststelling ervan betaald.

ARTIKEL VI

De Regeling inburgering oudkomers niet-G56 2006 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het opschrift van hoofdstuk 2 wordt ‘vaststelling voorschotten’ vervangen door: verlening voorschotten.

2. Artikel 3 wordt als volgt gewijzigd:

a. In het tweede lid, eerste volzin, wordt de zinsnede ‘stelt per aanvraag voorschotten op de bijdrage vast’ vervangen door: verleent per aanvraag voorschotten op de bijdrage.

b. Het zesde en zevende lid komen te luiden:

  • 6. De beschikking tot verlening van het voorschot met betrekking tot de periode van 1 januari tot en met 30 juni 2006 wordt binnen tien weken na inwerkingtreding van deze regeling aan het college bekendgemaakt.

  • 7. De beschikking tot verlening van het voorschot met betrekking tot de periode van 1 juli tot en met 31 december 2006 wordt voor 1 juli 2006 aan het college bekendgemaakt.

c. Het achtste lid vervalt.

3. In artikel 8, vierde lid, wordt ‘voorschotten’ vervangen door: beschikkingen tot verlening van het voorschot.

4. In artikel 9, tweede lid, vervalt de zinsnede ‘onder verrekening van de verleende voorschotten’.

ARTIKEL VII

De Regeling persoonsvolgend budget voor inburgering in de opvang wordt als volgt gewijzigd:

1. Artikel 5, tweede lid, komt te luiden:

  • 2. Het persoonsvolgend budget wordt vastgesteld op ten hoogste € 4.480 per persoon.

2. Artikel 7 wordt als volgt gewijzigd:

a. Het derde lid vervalt.

b. Het vierde tot en met zesde lid worden vernummerd tot derde tot en met vijfde lid.

ARTIKEL VIII

Artikel 3 van de Regeling vergoedingen register handel in emissierechten vervalt.

ARTIKEL IX

Artikel 11, derde lid, van de Regeling vrijwillige inburgering niet-G31 2007 komt te luiden:

  • 3. De vastgestelde financiële bijdrage wordt binnen zes maanden na de vaststelling ervan betaald.

ARTIKEL X

De Stimuleringsregeling initiatieven van derden inzake integratie etnische groepen wordt als volgt gewijzigd:

1. Artikel 8 wordt als volgt gewijzigd:

a. Het tweede lid vervalt.

b. Het derde en vierde lid worden vernummerd tot tweede en derde lid.

2. Artikel 10 vervalt.

ARTIKEL XI

In artikel 14, eerste, tweede en derde lid, van de Subsidieregeling aanpak zwerfafval wordt ‘verstrekt’ telkens vervangen door: verleend.

ARTIKEL XII

In artikel 12, derde lid, van de Subsidieregeling maatschappelijke organisaties en milieu wordt ‘bevoorschotting’ vervangen door: voorschotverlening.

ARTIKEL XIII

Artikel 35, derde lid, eerste volzin, van de Subsidieregeling sanering verkeerslawaai wordt vervangen door twee volzinnen, luidende: De Minister verrekent de korting, bedoeld in het eerste en tweede lid, met de subsidie. De verrekening vindt plaats bij de subsidievaststelling.

ARTIKEL XIV

De Subsidieregeling Wet op het Waddenfonds wordt als volgt gewijzigd:

1. Artikel 1.14 wordt als volgt gewijzigd:

a. Het eerste lid komt te luiden:

  • 1. Verlening van een voorschot, al dan niet in de vorm van een termijnbetaling, op een verleende subsidie geschiedt op verzoek van de subsidieaanvrager.

b. In het vierde lid wordt ‘verstrekking’ vervangen door: verlening.

2. Artikel 1.15 wordt als volgt gewijzigd:

a. Het tweede lid vervalt.

b. De aanduiding ‘1.’ voor het eerste lid vervalt.

3. Artikel 1.17, derde lid, vervalt.

4. Artikel 1.19 wordt als volgt gewijzigd:

a. In het opschrift wordt ‘Voorschotverstrekking’ vervangen door: Voorschotverlening.

b. In de aanhef van het eerste lid wordt ‘voorschotverstrekking’ vervangen door: voorschotverlening.

ARTIKEL XV

  • 1. Deze regeling treedt in werking op het tijdstip waarop de Aanpassingswet vierde tranche Awb in werking treedt.

  • 2. Indien deze regeling in de Staatscourant wordt geplaatst nadat de in het eerste lid genoemde wet in werking is getreden, treedt deze regeling in afwijking van het eerste lid, in werking op de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.

ARTIKEL XVI

Deze regeling wordt aangehaald als: Aanpassingsregeling vierde tranche Awb VROM.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

Den Haag, 24 juni 2009

De Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer,

J.M. Cramer.

De Minister voor Wonen, Wijken en Integratie,

E.E. van der Laan.

TOELICHTING

I Algemeen

1. Inleiding

Deze regeling strekt tot aanpassing van ministeriële regelingen op het terrein van het Ministerie van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (verder: VROM) aan de vierde tranche van de Algemene wet bestuursrecht (verder: Awb). De vierde tranche van de Awb regelt een drietal onderwerpen, te weten:

  • bestuursrechtelijke geldschulden (titel 4.4 Awb),

  • bestuurlijke handhaving, in het bijzonder de bestuurlijke boete (titels 5.1 en 5.4 Awb) en

  • attributie (afdeling 10.1.3 Awb).

Aanpassing van de VROM-regelingen is noodzakelijk om de met de Awb beoogde eenheid van wetgeving ook daadwerkelijk te bereiken. Voor een algemene uiteenzetting omtrent de achtergronden en de aanpak van de aanpassingsoperatie wordt verwezen naar de memorie van toelichting bij de Aanpassingswet vierde tranche Awb (Kamerstukken II 2006/07, 31 124, nr. 3). Hieronder wordt slechts ingegaan op de specifieke aspecten van de aanpassing van de ministeriële regelingen op het terrein van het Ministerie van VROM.

2. Aanpak en werkwijze

De aanpassingen van de formele wetgeving aan de vierde tranche van de Awb zijn opgenomen in een rijksbrede verzamelwet, de Aanpassingswet vierde tranche Awb. De aanpassing van de algemene maatregelen van bestuur op het terrein van de verschillende ministeries aan de vierde tranche van de Awb geschiedt, anders dan bij de eerste, tweede en derde tranche van de Awb het geval was, in een verzamelbesluit met een rijksbreed karakter, het Aanpassingsbesluit vierde tranche Awb. De aanpassingen van ministeriële regelingen die in verband met de vierde tranche van de Awb noodzakelijk zijn, worden echter per departement doorgevoerd. Onderhavige regeling bevat de aanpassingen van ministeriële regelingen op het terrein van het Ministerie van VROM.

3. Inhoud van de aanpassingen

Bij de inhoudelijke voorbereiding van de aanpassingen is gebruik gemaakt van de door de Ministeries van Justitie en van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties opgestelde Leidraad aanpassingswetgeving vierde tranche Awb. Het beleid ten aanzien van de inhoud van de aanpassingen is dus vanzelfsprekend bij de ministeriële regelingen niet anders geweest dan bij de formele wetgeving en de algemene maatregelen van bestuur. Wel is het zo dat een aantal van de in de Leidraad voorziene aanpassingen op het niveau van de ministeriële regeling geen rol meer speelt, omdat zij zaken betreffen die slechts op het niveau van de wet in formele zin kunnen worden geregeld. Te denken valt aan de toekenning van boete- en dwangsombevoegdheden.

4. Inrichting van de aanpassingsregeling

Deze toelichting kent dezelfde opzet als de memorie van toelichting bij de Aanpassingswet vierde tranche Awb. In het artikelsgewijze deel is waar mogelijk met behulp van cijfers verwezen naar de – op bovengenoemde Leidraad gebaseerde – genummerde standaardaanpassingen en modellen, die zijn opgenomen in deel II van genoemde memorie van toelichting (Kamerstukken II 2006/07, 31 124, nr. 3, blz. 5–48). Hierdoor kan de toelichting aanzienlijk worden bekort. Uit overwegingen van doelmatigheid is het overzicht van standaardaanpassingen niet opnieuw in deze toelichting opgenomen. Er is voorts van afgezien om de lijst nog aan te vullen of te wijzigen. Het hele complex van aanpassingsregelgeving blijft het beste toegankelijk als voor de standaardaanpassingen steeds wordt verwezen naar hetzelfde stuk.

II Artikelsgewijs

Artikel I

1, 2, onder b, en 4. Deze onderdelen van de Bijdrageregeling geluidhinder nieuwe woningen zijn in terminologisch opzicht aangepast aan de systematiek van de Awb.

2, onder a: 22. De bevoegdheid van de Minister van VROM tot het verlenen van een voorschot vloeit reeds voort uit artikel 4.4.1.11, eerste lid, Awb. Het eerste lid van artikel 18 van de Bijdrageregeling geluidhinder nieuwe woningen is in verband hiermee aangepast. De aanvullende eisen met betrekking tot de voorschotverlening zijn gehandhaafd.

3: 23. Redactionele aanpassing.

Artikel II

1, onder a: 26. De bepaling van artikel 4.12, eerste lid, van de Regeling inburgering dat het verzuim intreedt twee weken na de vervaldatum, wordt gehandhaafd.

1, onder b: 27.

  • 2. Vervallen eerste lid: 34. Vervallen tweede lid: 36. Het derde lid is geschrapt omdat de Awb de inhoud van de aanmaning al regelt (zie de artikelen 4.4.4.1.1, derde lid, en 4.4.4.1.2, tweede lid, Awb).

  • 3. Vervallen eerste lid, eerste volzin: omdat de bevoegdheid tot uitvaardiging van een dwangbevel reeds in artikel 17, tweede lid, van de Wet inburgering is opgenomen, kan de eerste volzin van artikel 4.14, eerste lid, van de Regeling inburgering – waarin een gelijke bevoegdheid is vastgelegd – worden geschrapt.

  • 3. Vervallen eerste lid, tweede en derde volzin: 40. De derde volzin van artikel 4.14, eerste lid, van de Regeling inburgering wordt geschrapt, omdat titel 4.4 Awb niet toestaat dat het dwangbevel tevens betrekking heeft op het resterende verschuldigde bedrag. Dit verdraagt zich in het bijzonder niet met artikel 4.4.1.10, tweede lid, Awb.

  • 3. Vervallen tweede tot en met vierde lid: 39, 40, 48, 50.

4: 41.

5: technische aanpassing in verband met het vervallen van artikel 4.14 van de Regeling inburgering. De zinsnede over invordering bij dwangbevel van het resterende verschuldigde bedrag is geschrapt om de boven (bij onderdeel 3: vervallen eerste lid, tweede en derde volzin) aangegeven reden.

6: 1, 4.

7: 7.

8: 27. Artikel 4.4.2.4 Awb voorziet hier reeds in.

Artikel III

Dit betreft een terminologische aanpassing van de Regeling inburgering allochtone vrouwen G31 aan de systematiek van de Awb.

Artikel IV

1 en 2, onder a en b. Deze onderdelen van de Regeling inburgering allochtone vrouwen niet-G31 zijn in terminologisch opzicht aangepast aan de systematiek van de Awb. Inhoudelijk heeft dit geen gevolgen.

2, onder c: 4.

3: 23. Terminologische aanpassing aan de systematiek van de Awb.

Artikel V

1 en 2. Deze onderdelen van de Regeling inburgering oudkomers G25 2006 zijn in terminologisch opzicht aangepast aan de systematiek van de Awb. Inhoudelijk heeft dit geen gevolgen.

2, onder c: 4.

3: 4, 23. De betalingstermijn van 12 maanden na de vaststelling van het bedrag is gehandhaafd. Dit houdt verband met de begrotingssystematiek. Artikel 4.4.1.3, tweede lid, Awb biedt ruimte voor het hanteren van een langere termijn dan de standaardtermijn uit de Awb.

Artikel VI

1 en 2, onder a en b, en 3. Deze onderdelen van de Regeling inburgering oudkomers niet-G56 2006 zijn in terminologisch opzicht aangepast aan de systematiek van de Awb. Inhoudelijk heeft dit geen gevolgen.

2, onder c: 4.

4: 23.

Artikel VII

1: 1.

2: 4.

Artikel VIII

Artikel 3 van de Regeling vergoedingen register handel in emissierechten kan komen te vervallen. Artikel 4.4.1.5, eerste lid, Awb bepaalt reeds dat betaling geschiedt door bijschrijving op een daartoe door de schuldeiser bestemde bankrekening.

Artikel IX

23.

Artikel X

1, onder a. Artikel 8, tweede lid, van de Stimuleringsregeling initiatieven van derden inzake integratie etnische groepen wordt geschrapt. Dat een subsidie onder voorwaarden kan worden verleend, vloeit namelijk al voort uit artikel 3:38, eerste lid, van het Burgerlijk Wetboek (verder: BW) juncto de schakelbepaling van artikel 3:59 BW (Kamerstukken II 1994/95, 23 700, nr. 3, blz. 55).

2: 4, 23.

Artikel XI

Artikel 14 van de Subsidieregeling aanpak zwerfafval is in terminologisch opzicht aangepast aan de systematiek van de Awb.

Artikel XII

Artikel 12, derde lid, van de Subsidieregeling maatschappelijke organisaties en milieu is in terminologisch opzicht aangepast aan de systematiek van de Awb.

Artikel XIII

Model 1.

Artikel XIV

1: 22. De bevoegdheid van de Minister van VROM tot het verlenen van een voorschot vloeit reeds voort uit artikel 4.4.1.11, eerste lid, Awb. Het eerste lid van artikel 1.14 van de Subsidieregeling Wet op het Waddenfonds is in verband hiermee aangepast. De overige leden van artikel 1.14 zijn zijn gehandhaafd omdat het aanvullende eisen betreft met betrekking tot het verzoek om voorschotverlening en de voorschotverlening zelf.

2: 1. De mogelijkheid om aan een beschikking tot voorschotverlening voorschriften te verbinden (artikel 1.15, tweede lid, van de Subsidieregeling Wet op het Waddenfonds) wordt reeds gedekt door artikel 4.4.1.11, zesde lid, Awb, en kan derhalve komen te vervallen.

3: 23, 4. Dat de vaststelling van de subsidie aanspraak geeft op betaling van het vastgestelde bedrag (artikel 1.17, derde lid, van de Subsidieregeling Wet op het Waddenfonds), volgt reeds uit de hoofdregel van de Awb dat een dergelijke beschikking een betalingsverplichting in het leven roept (artikel 4.4.1.2, eerste lid, Awb). Artikel 1.17, derde lid, van de Subsidieregeling Wet op het Waddenfonds is daarom geschrapt.

Artikel XV

De inwerkingtreding van deze regeling is gekoppeld aan die van de Aanpassingswet vierde tranche Awb.

De Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer,

J.M. Cramer.

De Minister voor Wonen, Wijken en Integratie,

E.E. van der Laan.

Naar boven