Besluit van de Minister van Justitie d.d. 17 juni 2009, kenmerk 5593499/Justis/09 strekkende tot verlenging van het categoriaal besluit buitengewoon opsporingsambtenaar Waterschappen 2004

De Minister van Justitie,

Handelend in overeenstemming met de Ministers van Verkeer en Waterstaat en van Landbouw, Natuurbeheer en Voedselkwaliteit;

Gelezen het verzoek van de Unie van Waterschappen van 13 februari 2009, kenmerk 47039 EV;

Gelet op artikel 142, derde lid, van het Wetboek van Strafvordering en artikel 17, eerste lid, aanhef en onder ten tweede van de Wet op de economische delicten en het Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar;

Besluit:

Artikel 1

In dit besluit wordt verstaan onder buitengewoon opsporingsambtenaar: de opsporingsambtenaar als omschreven in artikel 2.

Artikel 2

Maximaal 220 personen, werkzaam bij een waterschap en belast met de daadwerkelijke handhaving van de waterstaats- en milieuwetgeving, zijn aangewezen als buitengewoon opsporingsambtenaar.

Artikel 3

  • 1. De in artikel 1 bedoelde ambtenaren zijn bevoegd tot het opsporen van feiten strafbaar gesteld bij of krachtens:

    • a. de artikelen 160, 161, 161 sexies, 162 septies, 173a, 177, 179, 180, 181, 182, 184, 185, 188, 225, 239, 262, 266, 267, 268, 269, 284, 285, 300, 301, 310, 311, 314, 315, 348, 350, 352, 361, 324, 325, 326, 327, 328, 329, 435, 447 onder e, 453, en 461 van het Wetboek van Strafrecht;

    • b. de Flora- en faunawet;

    • c. artikel 1 van de Wet op de economische delicten;

    • d. artikel 1a van de Wet op de economische delicten, met uitzondering van de Wet vervoer gevaarlijke stoffen;

    • e. de Wet op de waterhuishouding;

    • f. de Binnenschepenwet;

    • g. de Scheepvaartverkeerswet;

    • h. het Binnenvaartpolitiereglement (BPR);

    • i. de Wrakkenwet;

    • j. de Visserijwet 1963;

    • k. de Wegenverkeerswet 1994;

    • l. andere strafbare feiten, indien en voorzover zij in een concreet opsporingsonderzoek door een Officier van Justitie daarmee worden belast, voor de duur van het onderzoek.

  • 2. De opsporingsbevoegdheid strekt zich uit tot het grondgebied van het waterschap waarbij de desbetreffende buitengewoon opsporingsambtenaar werkzaam is.

Artikel 4

  • 1. Als toezichthouder voor de buitengewoon opsporingsambtenaar is aangewezen de hoofdofficier van justitie van het arrondissement waarbinnen de standplaats van de buitengewoon opsporingsambtenaar is gelegen.

  • 2. Als direct toezichthouder is aangewezen de korpschef van het regionaal politiekorps waarbinnen de standplaats van de buitengewoon opsporingsambtenaar is gelegen.

Artikel 5

De directeur van de Unie van Waterschappen brengt jaarlijks, doch uiterlijk op 1 april, aan de Minister van Justitie verslag uit over het voorafgaande jaar en vermeldt in dit verslag in ieder geval:

  • a. het aantal buitengewoon opsporingsambtenaren bij de waterschappen;

  • b. de door die buitengewoon opsporingsambtenaren verrichte activiteiten;

  • c. de stand van zaken met betrekking tot de opleiding van de buitengewoon opsporingsambtenaren, waarbij wordt aangegeven hoeveel personen in het verslagjaar zijn aangemeld voor het door de Minister van Justitie goedgekeurd examen en hoeveel personen in dat jaar voor het examen zijn geslaagd.

Artikel 6

Ingetrokken wordt: het Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar Waterschappen 2004.

Artikel 7

De op naam gestelde akten van opsporingsbevoegdheid en beëdiging en de overige benoemingsbescheiden, afgegeven mede op basis van het in artikel 7 genoemde besluit, alsmede de individuele akten van opsporingsbevoegdheid en beëdiging en de overige benoemingsbescheiden van de buitengewoon opsporingsambtenaren die in dienst zijn van een waterschap, worden voor de duur van hun geldigheid of tot daarover nader zal zijn beslist, geacht te zijn akten en overige benoemingsbescheiden afgegeven mede op basis van het onderhavige besluit.

Artikel 8

Dit besluit treedt in werking met ingang van de tweede dag na dagtekening van de Staatscourant waarin het wordt geplaatst en vervalt vijf jaar na inwerkingtreding.

Artikel 9

Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar Waterschappen 2009.

Dit besluit zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

Den Haag, 17 juni 2009

De Minister van Justitie,

namens deze:

de teammanager BTR/BOA,

P.W.C. Collard.

Binnen zes weken na publicatie van dit besluit kan een belanghebbende daartegen een bezwaarschrift indienen bij de Minister van Justitie/Dienst Justis/team BTR/BOA, Postbus 20300, 2500 EH Den Haag. Het bezwaarschrift dient te zijn gemotiveerd.

TOELICHTING

Bij brief van 13 februari 2009 heeft de plv. directeur van de Unie van Waterschappen verzocht om verlenging en mutatie van het categoriale besluit betreffende de buitengewoon opsporingsambtenaren werkzaam bij de Unie van Waterschappen.

Onderhavig besluit beoogt de opsporingsbevoegdheid van de met opsporingstaken belaste ambtenaren werkzaam bij de waterschappen met een periode van vijf jaar te verlengen. Het besluit berust op de in artikel 4, derde lid, van het Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar neergelegde bevoegdheid hiertoe over te gaan indien de noodzaak van de te hanteren opsporingsbevoegdheid aanwezig blijft. Gelezen voornoemd verzoek van de plv. directeur van de Unie van Waterschappen, acht ik de noodzaak voor verlenging van de opsporingsbevoegdheid aanwezig.

Gezien het feit dat het wegens administratieve procedures praktisch niet uitvoerbaar is om met ingang van de inwerkingtreding van dit besluit aan alle buitengewoon opsporingsambtenaren in dienst van de waterschappen een nieuwe akte van opsporingsbevoegdheid uit te reiken, is in artikel 7 van het onderhavige besluit een overgangsregeling opgenomen. Op grond van deze regeling behouden de akten en overige benoemingsbescheiden van de betreffende buitengewoon opsporingsambtenaren nog hun geldigheid tot het moment waarop zij vervallen.

De Minister van Justitie,

namens deze:

de teammanager BTR/BOA,

P.W.C. Collard.

Naar boven