5 juni 2009
Nr. CEND/HDJZ-2009/603 sector SCH
Hoofddirectie Juridische Zaken
De staatssecretaris van Verkeer en Waterstaat,
Gelet op artikel 3, tweede lid, onderdeel e, van de
Kaderwet subsidies Verkeer en Waterstaat;
Besluit:
ARTIKEL I
De Tijdelijke subsidieregeling innovatie
binnenvaart1 wordt als volgt gewijzigd:
A
Artikel 6, eerste lid, onderdeel a, onder 4°, komt te
luiden:
B
Artikel 7 wordt als volgt gewijzigd:
1. De aanduiding ‘1’. voor het eerste lid
vervalt.
2. Onder vervanging van de punt aan het slot
van onderdeel e door een puntkomma, wordt een onderdeel toegevoegd,
luidende:
C
Artikel 8 wordt als volgt gewijzigd:
1. De aanduiding ‘1.’ voor het eerste lid
vervalt.
2. De zinsnede ‘de in artikel 7, onder b en
d, genoemde percentages’ wordt vervangen door: de in artikel 7, onder b, d, e
en f, genoemde percentages.
ARTIKEL II
Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na de
dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst en werkt terug tot
en met 1 april 2009.
TOELICHTING
Algemeen
De onderhavige regeling strekt tot aanvulling van de regeling van
de Staatssecretaris van Verkeer en Waterstaat van 6 februari 2009 ter
vergroting van de reikwijdte en tot wijziging van de aanvraagprocedure van de
Tijdelijke subsidieregeling innovatie binnenvaart (Stcrt. 2009, 29). Deze
aanvullingen betreffen een aanscherping van de subsidiebepalingen voor de
inhuur van schepen, de toevoeging van een subsidiepercentage voor
demonstratieprojecten en de toepassing van een MKB-toeslag voor
combinatieprojecten van industrieel onderzoek en experimentele ontwikkeling
alsmede demonstratieprojecten.
Administratieve lasten
De onderhavige aanvullingen betreffen met name de hoogte van het
subsidiebedrag en hebben geen gevolgen voor de informatieverplichtingen van de
subsidieaanvrager. Er zijn dan ook geen effecten op de administratieve lasten.
Derhalve is deze regeling niet ter toetsing voorgelegd aan het Adviescollege
toetsing administratieve lasten.
Artikelsgewijs
Artikel I
Onderdeel A
Met de wijziging van 6 februari 2009 was beoogd de kosten voor
het inhuren van schepen te begrenzen tot een maximum van € 50.000. Aangezien
niet geheel duidelijk was of het in dit onderdeel genoemde maximumbedrag tevens
op de huurkosten van machines en apparatuur betrekking heeft is de tekst
aangescherpt.
Onderdeel B
In de eerder genoemde wijziging van 6 februari 2009 van de
Tijdelijke subsidieregeling innovatie binnenvaart zijn ook
demonstratieprojecten subsidiabel gemaakt, wat voor het verkrijgen of vergroten
van draagvlak voor de vernieuwingen in de binnenvaart noodzakelijk is. Door de
toevoeging van dit onderdeel wordt aangegeven welk percentage van de
subsidiabele kosten ten hoogste aan demonstratieprojecten kan worden
toegekend.
Onderdeel C
Wanneer de aanvrager een MKB-onderneming is, kan het
subsidiepercentage worden verhoogd met ten hoogste 15 procentpunten van de
projectkosten. Dit geldt ook voor combinatieprojecten die bestaan uit zowel
industrieel onderzoek als experimentele ontwikkeling en voor
demonstratieprojecten.
Artikel II
Aangezien de nieuwe aanvragen voor subsidieverlening in de loop
van april 2009 worden behandeld treden de onderhavige wijzigingen met
terugwerkende kracht tot en met 1 april 2009 in werking. Dit is zonder bezwaar
mogelijk aangezien de regeling een begunstigend karakter heeft. Van de in
artikel 6, eerste lid, onderdeel a, onder 4°, gestelde subsidiegrens worden de
kosten voor huur van machines en andere apparatuur nadrukkelijk uitgezonderd.
In artikel 7, onderdeel f, is een nog ontbrekend subsidiepercentage voor
demonstratieprojecten thans ingevuld.
Verder worden de mogelijkheden om voor MKB-ondernemingen het
subsidiepercentage te verhogen verruimd.
De staatssecretaris van
Verkeer en Waterstaat,
J.C. Huizinga-Heringa.