Besluit van de staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties van 3 juni 2009, nr. 2009-0000025906, tot toekenning van een vaste vergoeding aan de voorzitter van de regionale ambassadeurs Minder Regels Meer Service en aan de regionale ambassadeurs Minder Regels Meer Service

De Staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties,

handelende in overeenstemming met de staatssecretaris van Economische Zaken en de staatssecretaris van Financiën;

Gelet op artikel 2, eerste lid, van de Wet vergoedingen adviescolleges en commissies;

Besluit:

Artikel 1

De voorzitter van de regionale ambassadeurs Minder Regels Meer Service en de regionale ambassadeurs Minder Regels Meer Service ontvangen een vaste vergoeding per maand. De salarisschaal wordt vastgesteld op schaal 18 van bijlage B van het Bezoldigingsbesluit Burgerlijke Rijksambtenaren 1984. De deeltijdfactor wordt vastgesteld op 0,05.

Artikel 2

Dit besluit treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin het wordt geplaatst en werkt terug tot en met 2 april 2009 en vervalt met ingang van 3 maart 2010.

Dit besluit zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De Staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties,

A.Th.B. Bijleveld-Schouten.

TOELICHTING

Dit besluit strekt ertoe de voorzitter van de regionale ambassadeurs Minder Regels Meer Service en de regionale ambassadeurs Minder Regels Meer Service een beloning toe te kennen voor hun werkzaamheden.

Deze invloedrijke en goed ingevoerde ambassadeurs zijn ingesteld om elk in de eigen regio gemeenten te stimuleren de administratieve lastenvermindering aan te pakken en de dienstverlening te verbeteren.

De ambassadeurs zijn:

mw ir A. van Dam

dhr mr P.J.M. van Domburg

dhr drs J.P. Gebben

dhr drs H. Koetje

mw L.C. Poppe-de Looff

dhr L.M.C. Winants

dhr mr A. Wolfsen

Het jaar 2009 moet het jaar van de resultaten worden. Merkbare verbeteringen in overheidsdienstverlening en vermindering van de administratieve lasten, zoals gevoeld door burgers en bedrijven, staan hierbij centraal. Om daarin te slagen komt het op gemeenten aan de ontwikkelde instrumenten en goede voorbeelden te implementeren en vast te leggen in raadsbesluiten. Gemeenten staan hier niet alleen voor maar worden ondersteund door VNG, BZK en EZ/FIN. Er zijn al veel inspanningen gerealiseerd, maar er moeten extra inspanningen op lokaal en regionaal niveau plaatsvinden om de Kabinetsdoelstellingen van de reductie van 25% administratieve lasten en een 7 voor overheidsdienstverlening te realiseren.

In 2009 wordt de nadruk gelegd op de beslissende rol van gemeenteraden en colleges van B&W bij het implementeren van de ontwikkelde instrumenten en goede voorbeelden. De ondersteuning van VNG, BZK en EZ/FIN in 2009 bestaat o.a. uit het faciliteren van regionale samenwerkingsverbanden met bestuurders, wethouders en inhoudelijke deskundigen, waar nut en noodzaak van het implementeren van instrumenten en goede voorbeelden aan bod komen en politiek draagvlak gekweekt wordt. De ambassadeurs wonen regionale bijeenkomsten van gemeenten bij, oefenen hun invloed uit en agenderen prioriteiten die rechtstreeks verband houden met het realiseren van de Kabinetsdoelstellingen.

Andersom kunnen lokaal gevoelde knelpunten ook door diezelfde regionale ambassadeurs teruggekoppeld worden aan het Kabinet om deze op te pakken. De voorzitter zal samen met de regionale ambassadeurs bijdragen aan het stimuleren van een klimaat op lokaal niveau waardoor de aanpak van regeldruk en het verbeteren van dienstverlening ook daadwerkelijk in nieuwe collegeakkoorden worden opgenomen. De ambassadeurs zullen in hun rol duidelijk stellen dat zij opereren in opdracht van de staatssecretaris van BZK mede namens de staatssecretarissen EZ en FIN.

BZK, EZ en FIN stellen vergaderruimte en benodigd inhoudelijk en communicatiemateriaal ter beschikking aan de ambassadeurs. Een secretaris ondersteunt de ambassadeurs hiertoe op organisatorisch en inhoudelijk vlak.

De in het eerste lid genoemde personen ontvangen een vergoeding van reis- en verblijfkosten op de voet van de regeling voor het personeel werkzaam bij de sector Rijk (artikel 2, tweede lid, van de Wet vergoedingen adviescolleges en commissies).

De Staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties,

A.Th.B. Bijleveld-Schouten.

Naar boven