Staatscourant van het Koninkrijk der Nederlanden

Datum publicatieOrganisatieJaargang en nummerRubriekDatum ondertekening
Ministerie van Verkeer en WaterstaatStaatscourant 2009, 94Besluiten van algemene strekking

Wijziging van de Regeling eisen geschiktheid 2000 en de Regeling coderingen beperkingen rijbevoegdheid met betrekking tot de geschiktheid tot het besturen van motorrijtuigen bij gebruik van een bioptisch telescoopsysteem

14 mei 2009

Nr. CEND/HDJZ-2009/494 sector AWW

Hoofddirectie Juridische Zaken

De Minister van Verkeer en Waterstaat,

Gelet op de artikelen 111, vierde lid, en 134, tweede lid, van de Wegenverkeerswet 1994;

Besluit:

ARTIKEL I

Paragraaf 3.2.1 van de bijlage bij de Regeling eisen geschiktheid 2000 komt te luiden:

3.2.1 Gecorrigeerde visus

3.2.1.1 Rijbewijzen van groep 1

De visus met beide ogen tezamen dient, eventueel gecorrigeerd, ten minste 0,5 te bedragen. Indien de aanvrager het gezichtsvermogen van één oog volledig is kwijtgeraakt of (bijvoorbeeld bij diplopie) slechts één oog gebruikt, dient de visus, zo nodig gecorrigeerd, ten minste 0,6 te bedragen.

In uitzonderingsgevallen en onder strikte voorwaarden kan een persoon die de visus van 0,5 bereikt met behulp van een monoculair bioptisch telescoopsysteem geschikt worden verklaard voor een rijbewijs van de categorie B. De voorwaarden zijn:

  • dat de visus met beide ogen tezamen, eventueel gecorrigeerd, ten minste 0,16 bedraagt;

  • dat de visus bij kijken door de telescoop ten minste 0,5 bedraagt;

  • dat die persoon niet het gezichtsvermogen van één oog volledig is kwijtgeraakt of slechts één oog gebruikt;

  • dat er geen andere hinderlijke oogheelkundige afwijkingen met betrekking tot verkeersdeelname zijn.

Een rapport van een door het CBR aangewezen oogarts is vereist. Het rapport moet ingaan op oorzaak, prognose en stabiliteit van de lage visus en bevat een advies aan het CBR over de geschiktheidstermijn. De maximale geschiktheidstermijn is vijf jaar.

De geschiktheid wordt bepaald in een rijtest met een deskundige op het gebied van de praktische geschiktheid van het CBR. Het CBR heeft voor de rijtest een uitvoerig protocol. Voor een rijtest komen alleen personen in aanmerking die aantoonbaar voldoende training hebben gehad bij een door het CBR erkend trainingscentrum voor autorijden met een bioptisch telescoopsysteem.

Na een positieve rijtest kunnen personen die een bioptische telescoop gebruiken slechts geschikt worden verklaard met beperking van de rijbevoegdheid tot:

  • rijden bij daglicht (vanaf één uur na zonsopgang tot één uur voor zonsondergang);

  • privé gebruik, en

  • voertuigen met een automatische schakeling.

3.2.1.2 Rijbewijzen van groep 2

De visus van het beste oog dient, eventueel gecorrigeerd, ten minste 0,8 te bedragen en van het minder goede oog, eventueel gecorrigeerd, ten minste 0,5.

Indien de waarden 0,8 en 0,5 met een optische correctie worden bereikt, dient de ongecorrigeerde visus van ieder oog niet minder dan 0,05 te bedragen.

Personen die vóór 1 juli 1996 geschikt zijn verklaard voor een rijbewijs van groep 2, mogen ook na die datum worden beoordeeld volgens de normen die werden toegepast tussen 22 mei 1985 en 1 juli 1996.

ARTIKEL II

De bij de Regeling coderingen beperkingen rijbevoegdheid behorende bijlage wordt als volgt gewijzigd:

Aan de paragraaf Nationale codes wordt een onderdeel toegevoegd, luidende:

  • 102. Met gebruik van een monoculair bioptisch telescoopsysteem.

ARTIKEL III

Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De Minister van Verkeer en Waterstaat,

C.M.P.S. Eurlings.

TOELICHTING

Algemeen

Met de onderhavige wijziging van de Regeling eisen geschiktheid 2000 wordt deze regeling gewijzigd met betrekking tot de mogelijkheid tot het behoud van de rijgeschiktheid voor personen met een oogaandoening waarbij het zicht gecorrigeerd wordt met behulp van een bioptisch telescoopsysteem. Autorijden is een belangrijk aspect in het zelfstandig functioneren van personen. De mogelijkheid om zelf te kunnen autorijden leidt tot minder beperkingen in het eigen leef- en beweegpatroon en in de deelname aan het maatschappelijke leven. Een oogaandoening kan tot gevolg hebben dat een persoon niet meer voldoet aan de minimumeis van de gezichtscherpte om auto te mogen rijden en zijn rijbewijs en mobiliteit verliest. Zonder de verkeersveiligheid geweld aan te doen, biedt het zogenoemde ‘monoculaire bioptische telescoopsysteem’ een mogelijke oplossing voor deze personen.

Een bioptische telescoop is een kleine verrekijker met een lichte vergroting, die bovenin het linker of rechter glas van de bril is bevestigd. Het stelt de gebruiker met een verminderde gezichtscherpte in staat om door middel van een korte blik door de telescoop op afstand de verkeerssituatie in te schatten en de verkeersborden te lezen.

In de meeste staten van de Verenigde Staten is het gebruik van het bioptische telescoopsysteem in de auto toegestaan, in Europa nog niet. Deze lacune was aanleiding voor Koninklijke Visio, Landelijke Stichting Slechtzienden en Blinden, om het wetenschappelijk onderzoeksproject AutO-Mobiliteit op te zetten, in samenwerking met de Rijksuniversiteit Groningen, het Universitair Medisch Centrum Groningen, de rijscholen Niemeijer en Welzorg en het CBR.

Het wetenschappelijk onderzoek toonde aan dat autorijden met een bioptisch telescoopsysteem – onder strikte voorwaarden – veilig is. Een intensieve training in het gebruik van de kijker en specifieke rijlessen zijn een noodzakelijk onderdeel van het kunnen voldoen aan de voorwaarden. Het uiteindelijke oordeel over het al dan niet geschikt zijn voor autorijden met een bioptisch telescoopsysteem wordt bepaald in de rijtest praktische rijgeschiktheid, die het CBR afneemt.

De resultaten van het onderzoek en de aanbeveling tot het mogelijk maken van autorijden met een bioptisch telescoopsysteem in Nederland zijn neergelegd in een advies van de commissie Kooijman1. De in het advies gedane aanbevelingen tot bijstelling van de Regeling eisen geschiktheid 2000 zijn thans door middel van deze wijziging overgenomen.

Ten einde het dragen van het bioptische telescoopsysteem tijdens het autorijden verplicht te stellen wordt tevens de Regeling codering beperkingen rijbevoegdheid aangepast. De nieuwe nationale code 102 voorziet erin dat de bezitter van dat rijbewijs alleen bevoegd is auto te rijden als hij of zij een bioptisch telescoopsysteem draagt.

Administratieve lasten en bedrijfseffecten

Deze regeling heeft geen administratieve lasten of bedrijfseffecten tot gevolg.

De Minister van Verkeer en Waterstaat,

C.M.P.S. Eurlings.


XNoot
1

Commissie Kooijman: Rijgeschiktheid bij gebruik van een bioptische telescoop. Groningen, 2006 (www.cbr.nl).