Regeling van de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van 7 januari 2009, IVV/F/09/178, tot wijziging van de Regeling Wfsv in verband met de invoering van een premiekorting voor het in dienst nemen van uitkeringsgerechtigden van 50 jaar en ouder en het in dienst houden van werknemers van 62 jaar en ouder en enige andere wijzigingen

De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,

Handelende in overeenstemming met de Staatssecretaris van Financiën;

Gelet op artikel 50c en 95, eerste lid, van de Wet financiering sociale verzekeringen;

Besluit:

ARTIKEL I WIJZIGING REGELING WFSV

De Regeling Wfsv wordt als volgt gewijzigd:

A

Het opschrift van hoofdstuk 3, afdeling 5, komt te luiden:

PREMIEKORTINGEN EN OVERGANGSRECHT PREMIEVRIJSTELLING OUDERE WERKNEMERS

B

Artikel 3.19 komt te luiden:

Artikel 3.19 Aangiftetijdvak

In deze afdeling wordt onder aangiftetijdvak verstaan: het tijdvak, waarover premies werknemersverzekeringen worden betaald.

C

In artikel 3.20, eerste lid, wordt ‘bedoeld in artikel 49, eerste lid, van de Wfsv’ vervangen door ‘bedoeld in de artikelen 47, eerste lid, en 49, eerste lid, van de Wfsv’ en wordt ‘de in dat artikellid bedoelde periode’ vervangen door: de in die artikelleden bedoelde periode.

D

In artikel 3.21, eerste lid, wordt ‘premiekorting als bedoeld in artikel 49, eerste, respectievelijk tweede lid, van de Wfsv’ vervangen door: premiekorting als bedoeld in artikel 47, eerste lid, en 49, eerste lid, respectievelijk artikel 49, tweede lid, van de Wfsv.

E

In artikel 3.22, eerste lid, wordt ‘de premiekorting, bedoeld in artikel 49, eerste, respectievelijk tweede lid, van de Wfsv’ vervangen door ‘een premiekorting als bedoeld in artikel 47, eerste lid, of artikel 49 van de Wfsv’ en wordt ‘van genoemd artikel’ vervangen door: van genoemde artikelen.

F

Artikel 3.23 vervalt.

G

Na artikel 3.22 worden vier artikelen ingevoegd, luidende:

Artikel 3.23 Ingangsdatum toepassing premiekorting werknemer van 62 jaar en ouder

Indien voor een werknemer, die de leeftijd van 62 jaar heeft bereikt, premiekorting wordt toegepast op grond van artikel 47, eerste lid, van de Wfsv, wordt de premiekorting op grond van artikel 47, derde lid, van de Wfsv toegepast met ingang van de eerste dag van het aangiftetijdvak, waarin de termijn van drie jaar, bedoeld in artikel 47, eerste lid, van de Wfsv, verstrijkt. De toepassing van de premiekorting, bedoeld in artikel 47, eerste lid, van de Wfsv, eindigt met ingang van die dag.

Artikel 3.24 Evenredige vermindering premiekorting

  • 1. Indien de dienstbetrekking met de werknemer niet aanvangt respectievelijk eindigt op de eerste dag respectievelijk laatste dag van het aangiftetijdvak, wordt het bedrag van de premiekorting, bedoeld in artikel 47, eerste en derde lid, en 122b, eerste lid, van de Wfsv, over dat aangiftetijdvak vermenigvuldigd met de factor A/B

    waarbij

    A staat voor: het aantal kalenderdagen in dat aangiftetijdvak dat de werknemer in dienstbetrekking heeft gestaan tot de werkgever;

    B staat voor: het totale aantal kalenderdagen in dat aangiftetijdvak.

  • 2. Indien een werknemer in het aangiftetijdvak werkzaam is in een dienstbetrekking waarin de beloning voor de arbeid niet is gebaseerd op overeengekomen arbeidsduur, wordt voor de toepassing van artikel 48 van de Wfsv bij een loon van ten minste het voor hem geldende wettelijk minimumloon per 1 januari van het premiebetalingstijdvak, de werknemer geacht ten minste 36 uur per week te hebben gewerkt. Indien het loon in dat aangiftetijdvak minder is dan het voor hem geldende wettelijk minimumloon per 1 januari van het premiebetalingstijdvak, dan wordt het in de eerste zin bedoelde aantal uren per week naar evenredigheid verminderd met een factor C/D

    waarbij

    C staat voor: het loon dat uit de dienstbetrekking wordt genoten in het aangiftetijdvak;

    D staat voor: het voor de werknemer geldende wettelijke minimumloon per 1 januari van het premiebetalingstijdvak.

Artikel 3.25 Nadere regels overgangsrecht premievrijstelling oudere werknemers

  • 1. In geval van overgang van een onderneming als bedoeld in Boek 7, Titel 10, Afdeling 8, van het Burgerlijk Wetboek, waarbij de werkgever die de onderneming overdraagt, de premievrijstelling, bedoeld in artikel 122c van de Wfsv, toepast, wordt de toepassing van artikel 122c van de Wfsv voortgezet door de werkgever die de onderneming overneemt, voor zover de werknemer voor wie artikel 122c van de Wfsv werd toegepast de werkzaamheden uitoefent in de onderneming, die wordt overgenomen.

  • 2. De toepassing van de premievrijstelling op grond van artikel 122c van de Wfsv eindigt met ingang van de dag waarop de werkgever de premiekorting op grond van artikel 47, derde lid, van de Wfsv toepast.

Artikel 3.26 Premiekorting oudere werknemer bij nieuwe dienstbetrekking bij dezelfde werkgever na toepassing premievrijstelling

De werkgever kan de premiekorting, bedoeld in artikel 47, eerste lid, van de Wfsv niet toepassen bij een dienstbetrekking met een werknemer, die aanvangt binnen zes maanden na het eindigen van de dienstbetrekking met diezelfde werknemer, waarbij de werkgever voor het in dienst nemen van die werknemer recht op premievrijstelling had op grond van artikel 47, eerste lid, aanhef en onderdeel a, van de Wfsv, zoals dat artikel luidde op 31 december 2008.

H

In artikel 5.1 komt genummerde sector 28 te luiden: 28. Taxivervoer.

I

Bijlage 1 behorende bij artikel 5.1 wordt als volgt gewijzigd:

1. In onderdeel 19 wordt ‘€ 5.068.609’ vervangen door: € 5.330.163.

2. Onderdeel 28 komt te luiden: 28. Taxivervoer.

3. Aan onderdeel 35 wordt een subonderdeel toegevoegd, luidende: 35. Ambulancevervoer.

ARTIKEL II INWERKINGTREDING

Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst en werkt terug tot en met 1 januari 2009, met dien verstande dat artikel I, onderdeel I, onder 1, terugwerkt tot en met 1 januari 2008.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

Den Haag, 7 januari 2009

De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,

J.P.H. Donner.

TOELICHTING

Algemeen

Met ingang van 2009 wordt een premiekorting ingevoerd voor werkgevers die uitkeringsgerechtigden van 50 jaar of ouder in dienst nemen, en voor werkgevers die werknemers van 62 jaar of ouder in dienst hebben. Hiermee wordt de premievrijstelling voor het in dienst nemen van werknemers vanaf 50 jaar en het in dienst houden van werknemers van 54,5 jaar en ouder vervangen. Voor de vormgeving van de premiekorting is aangesloten bij de bestaande premiekorting voor arbeidsgehandicapte werknemers. In deze wijzigingsregeling worden wijzigingen opgenomen in verband met de toepassing van de premiekorting bij opeenvolgende dienstbetrekkingen van werknemers en overgangsregels in verband met de premievrijstelling.

Voorts worden met ingang van 2009 ambulancebedrijven die voorheen waren ingedeeld in de sector taxibedrijven en ambulancebedrijven toegevoegd aan de sector Gezondheid, geestelijke en maatschappelijke belangen. Verder wordt de loongrens voor indeling in het grootwinkelbedrijf geïndexeerd.

Artikelsgewijs

Artikel I, onderdeel B

Dit artikel bevat een definitie van aangiftetijdvak. Daarbij is aangesloten bij het tijdvak waarover premie wordt betaald, zoals dat wordt aangeduid in de artikelen 47 en 48 van de Wfsv, zoals die met ingang van 1-1-2009 komen te luiden. Dit zal veelal een periode van vier weken of een maand zijn.

Het huidige artikel 3.19, dat betrekking heeft op de premievrijstelling kan vervallen.

Artikel I, onderdelen C, D en E

De artikelen 3.20 en 3. 21 bevatten voorschriften die betrekking hebben op het aangaan van een nieuwe dienstbetrekking met dezelfde werknemer waarvoor in de eerdere dienstbetrekking premiekorting is toegepast. Die golden ook al voor de premiekorting arbeidsgehandicapte werknemer. Het gaat daarbij enerzijds om de omstandigheid dat al in de eerdere dienstbetrekking voor de duur van 3 jaar ten behoeve van oudere werknemers premiekorting is toegepast. In dat geval kan de werkgever pas weer premiekorting oudere werknemers toepassen, indien drie jaar na het einde van de dienstbetrekking is verstreken. (artikel 3.20). In geval van een nieuwe dienstbetrekking zonder dat de volledige periode van 3 jaar premiekorting is toegepast gelden in artikel 3.21 de volgende voorschriften:

  • De werkgever kan de premiekorting toepassen voor de resterende termijn van drie jaar premiekorting als hij een werknemer in dienst neemt binnen drie maanden na een vorige dienstbetrekking met die werknemer waarin hij de premiekorting nog geen drie jaar heeft toegepast

  • De werkgever kan de premiekorting toepassen voor de resterende termijn als hij een werknemer in dienst neemt binnen meer dan drie maanden en korter dan drie jaar na een vorige dienstbetrekking met die werknemer waarin hij de premiekorting nog geen drie jaar heeft toegepast; de termijn van drie jaar wordt dan gerekend vanaf de aanvang van de eerste dienstbetrekking met de werknemer.

In artikel 3.22 (aangepast in artikel E) gaat het daarbij voorts om het vaststellen van de premiekortingsperiode bij overgang van onderneming.

Artikel I, onderdeel F

Het bestaande kan vervallen, omdat de inhoud daarvan over de verdeling van de bedragen van de premiekorting over de verschillende soorten premies is opgenomen in de Wfsv. Artikel 122b bevat daarvoor in het tweede lid nog regels die overigens alleen voor het jaar 2009 gelden.

Artikel I, onderdeel G

In dit onderdeel worden vier nieuwe artikelen ingevoegd in deze afdeling 5 van hoofdstuk 3 van de Regeling Wfsv.

Artikel 3.23

De premiekorting voor het in dienst treden van werknemers van 50 jaar en ouder kan eindigen in een aangiftetijdvak waarin de premiekorting voor het in dienst houden van werknemers van 62 jaar en ouder kan aanvangen. Dit artikel regelt welke van deze premiekortingen over een en hetzelfde aangiftetijdvak dient te worden toegepast. De premiekorting voor 50-plussers eindigt op het moment dat de premiekorting voor 62-plussers kan worden toegepast: dat is de eerste dag van het aangiftetijdvak waarin de premiekorting voor 50-plussers eindigt, omdat de termijn van drie jaar is verstreken. Er is sprake van samenloop, omdat voor de toepassing van de premiekorting voor 62-plussers de eerste dag van het aangiftetijdvak wordt aangenomen waarin werknemer 62 jaar wordt. Ingeval de drie jaarstermijn nog niet is verstreken loopt de premiekorting voor 50-plussers door tot op de dag dat deze drie jaarstermijn is verstreken. Deze datum kan ook midden in het aangiftetijdvak liggen.

Artikel 3.24

In artikel 3.24 worden nadere regels gegeven over evenredige vermindering van de premiekorting. In het eerste lid is een evenredige vermindering voorgeschreven in de situatie dat een dienstbetrekking van de oudere werknemer in de loop van een aangiftetijdvak aanvangt of eindigt. In dat geval kan geen premiekorting over het volledige aangiftetijdvak worden toegepast. De premiekorting wordt over dat aangiftetijdvak evenredig verlaagd naar gelang het aantal kalenderdagen in dat tijdvak dat de dienstbetrekking niet bestaat ten opzichte van het feitelijk aantal kalenderdagen in dat aangiftetijdvak. In het tweede lid wordt een nadere aanvulling gegeven op de regeling van artikel 48 van de Wfsv. Dit artikel 48 Wfsv geeft regels voor een evenredigheid vermindering van de premiekorting gerelateerd aan de arbeidsduur van de werknemer. Artikel 48 Wfsv ziet op het geval dat de werknemer een kortere arbeidsduur heeft dan de volledige arbeidsduur en indien geen vaste arbeidsduur is overeengekomen. Voor werknemers zonder vaste arbeidsduur wordt in artikel 48, vierde lid, van de Wfsv de evenredige vermindering bepaald aan de hand van het aantal uren waarover de werkgever loon is verschuldigd in het aangiftetijdvak. Het tweede lid van dit voorgestelde artikel 3.24 geeft een regeling ter bepaling van de arbeidsduur voor de werknemer die geen beloning heeft die rechtstreeks is gerelateerd aan de duur van de verrichte arbeid. Het gaat om de werknemer die een beloning heeft die afhankelijk is van de resultaten van de verrichte arbeid: de werknemer die op stukloon werkzaam is. De evenredige vermindering van artikel 48 Wfsv kan worden toegepast door aan te nemen dat bij een beloning van ten minste het wettelijk minimumloon ten minste 36 uur per week gewerkt wordt en bij een geringer bedrag een evenredig (gerelateerd aan het brutoloon dat wordt verdiend dat minder is dan het minimumloon) geringer aantal uren.

Artikel 3.25

In artikel 3.25 worden nadere regels gegeven met betrekking tot het overgangsrecht voor de premievrijstelling oudere werknemers. Artikel 122c van de Wfsv regelt dat de premievrijstelling (oud) voor het in dienst hebben van werknemers van 54,5 jaar en ouder eerst eindigt op het moment dat die werknemers de leeftijd van 62 jaar hebben bereikt. Het eerste lid van artikel 3.25 regelt dat bij overgang van onderneming in die overgangsperiode de toepassing van artikel 122c van de Wfsv kan worden voortgezet door de werkgever die de onderneming overneemt (de verkrijgende ondernemer), waarin de werknemer waarvoor de premievrijstelling geldt werkzaam is. Het tweede lid bepaalt dat de toepassing van de premievrijstelling op grond van artikel 122c van de Wfsv eindigt met ingang van de dag waarop de werkgever de premiekorting op grond van artikel 47, derde lid, van de Wfsv toepast: dat is dus de eerste dag van het aangiftetijdvak waarin de werknemer de leeftijd van 62 zal bereiken.

Artikel 3.26

In artikel 3.19 werd bepaald, dat geen sprake kan zijn van in dienst nemen van een oudere werknemer, indien de dienstbetrekking met die zelfde werknemer binnen zes maanden voor de aanvang van de dienstbetrekking wordt beëindigd. Regelen van een dergelijke termijn tussen twee opvolgende dienstbetrekkingen tussen de zelfde werkgever en werknemer is nog wenselijk in geval in de eerdere dienstbetrekking premievrijstelling van toepassing was voor het in dienst nemen van die werknemer, terwijl die werknemer 50 jaar of ouder was. Deze premievrijstelling vervalt namelijk met de introductie van de premiekorting oudere werknemers. Dit is nu geregeld in artikel 3.26.

Artikel I, onderdeel H en I

De loongrens voor de sector Grootwinkelbedrijf wordt jaarlijks geïndexeerd aan de hand van de gemiddelde contractloonontwikkeling in de Macro Economische Verkenning van het Centraal Planbureau (CPB). De loongrens wordt met terugwerkende kracht per 1 januari 2008 gesteld op € 5.330.163. Daarbij is aangesloten bij de gemiddelde contractloonontwikkeling over 2008 van 3,24%, zoals die in de Macro Economische Verkenning 2009 van het CPB is opgenomen. Herindeling naar een andere sector vindt plaats indien een werkgever functioneel gedurende 3 jaren voldoet aan de vereisten zoals die gelden voor een andere sector dan zijn oorspronkelijke sector.

Wijziging indeling sectoren

Deze onderdelen bevatten een wijziging van de sectorindelingen. De sectorindeling is van belang voor de sectorpremie ten behoeve van de eerste zes maanden werkloosheidsuitkering en ziekengeld en WGA-uitkeringen voor vangnetters. Na overleg met de Staatssecretaris van Financiën en op advies van het UWV wordt de sectorindeling van ambulancebedrijven gewijzigd van sector 28 (Taxi- en ambulancevervoer) naar sector 35 (Gezondheid, geestelijke en maatschappelijke belangen). Sector 28 wordt hernoemd tot Taxivervoer. Aan sector 35 wordt het sectoronderdeel ambulancevervoer toegevoegd. Deze wijziging gaat in per 1 januari 2009. De Staatssecretaris van Financiën is betrokken, omdat de sectorindeling van belang is voor de heffing en inning van sectorpremies door de Belastingdienst.

Reden voor deze wijziging ligt in de verandering van zienswijze op de aard van de werkzaamheden van de ambulancebedrijven. Historisch is de indeling van taxi- en ambulancebedrijven in één sector verklaarbaar. Vervoer van personen werd als kernfunctie gezien en dit werd geregeld door de Wet ambulancevervoer en via aansluiting bij de sector taxi- en ambulancevervoer. Tegenwoordig wordt ambulancevervoer beschouwd als start van het medische zorgsysteem en wordt de kwaliteit van deze functie geregeld door de Wet ambulancezorg en diverse andere zorgwetgeving. Zorg is de kernfunctie van het ambulancevervoer en het vervoer vormt een onderdeel van die zorg. Door deze wijziging van de Regeling Wfsv wordt bij deze veranderingen verder aangesloten.

Vijftien bedrijven zullen door de voorgestelde wijziging overgaan van sector 28 naar sector 35. Na de herindeling zal de sectorpremie voor de sector Taxivervoer licht toenemen (0,1 procent) tot 1,9 procent, de premie in de sector Gezondheid, geestelijke en maatschappelijke belangen zal geen merkbare invloed ondergaan. De overgang gaat gepaard met een vermogensoverdracht van sector 28 aan sector 35 van 0,1 miljoen euro.

Artikel II

De Wet tot wijziging van de Wet financiering sociale verzekeringen en enige andere wetten in verband met de invoering van een premiekorting voor het in dienst nemen van uitkeringsgerechtigden van 50 jaar en ouder en het in dienst houden van werknemers van 62 jaar en ouder is op 1 januari 2009 in werking getreden. Deze regeling dient op het zelfde tijdstip in werking te treden. Omdat deze regeling niet op die datum is vastgesteld en gepubliceerd in de Staatscourant wordt aan de regeling terugwerkende kracht verleend tot en met 1 januari 2009. Tevens wordt terugwerkende kracht verleend aan de indexering van de loongrens voor de sector Grootwinkelbedrijf: deze loongrens wordt met terugwerkende kracht per 1 januari 2008 geïndexeerd.

De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,

J.P.H. Donner.

Naar boven