Regeling van de Staatssecretaris van Justitie van 22 april 2009, nr. 5599506/09, houdende verlening van mandaat en machtiging aan de Raad voor de rechtspraak inzake verzoeken tot schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn

De Staatssecretaris van Justitie,

Gelet op de artikelen 10:3, 10:9 en 10.12 van de Algemene wet bestuursrecht;

Besluit:

Artikel 1

Aan de Raad voor de rechtspraak wordt mandaat en machtiging verleend om namens de Minister van Justitie te beslissen en op te treden in zaken waarin de Minister van Justitie door een gerecht in het geding is geroepen om verweer te voeren tegen een verzoek om schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn van behandeling van een rechtszaak door een of meer gerechten.

Artikel 2

De Raad voor de rechtspraak kan aan onder hem ressorterende ambtenaren mandaat en machtiging verlenen de hem in artikel 1 verleende bevoegdheden uit te oefenen.

Artikel 3

Indien ingevolge de Algemene wet bestuursrecht tegen enig op grond van deze regeling genomen besluit bezwaar en beroep openstaat, beslist de Raad voor de rechtspraak op het bezwaarschrift of een verzoek als bedoeld in artikel 7:1a, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht en treedt hij namens de Minister van Justitie op in beroep en hoger beroep.

Artikel 4

Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De Staatssecretaris van Justitie,

N. Albayrak.

TOELICHTING

Vanaf medio 2008 is het uitgangspunt in de rechtspraak van de (hoogste) bestuursrechter dat binnen de bestuursrechtelijke rechtsgang een ‘effective remedy’ moet worden geboden voor een overschrijding van de redelijke termijn als bedoeld in art. 6 EVRM. Daartoe wordt art. 8:73 Awb verdragsconform uitgelegd. Dit brengt mee dat bestuursrechter schadevergoeding kan toekennen voor een overschrijding van de redelijke termijn. De Minister van Justitie is in die zaken als het belanghebbende orgaan van de Staat der Nederlanden aangemerkt en in het geding betrokken.

De directeur-generaal Rechtspleging en Rechtshandhaving is met de Voorzitter van de Raad voor de Rechtspraak overeengekomen dat deze bestuursrechtelijke schadevergoedingszaken tot de bedrijfsvoering van de Raad (gaan) behoren en door de Raad dienen te worden afgehandeld. Voor zover door een gerecht uitdrukkelijk de Minister van Justitie in het geding is geroepen, wordt met deze mandaat- en machtigingsregeling voorzien in de bevoegdheid van de Raad om op te treden en verweer te voeren. Het mandaat en de machtiging omvatten mede de bevoegdheid rechtsmiddelen in te stellen.

Artikel 3 van de regeling voorziet in de mogelijkheid dat waar, lopende een gerechtelijke procedure, op grond van deze regeling een besluit wordt genomen dat voor bezwaar en beroep vatbaar zou zijn, de afhandeling van een eventueel bezwaar en beroep ook door de Raad ter hand kan worden genomen.

De Staatssecretaris van Justitie,

N. Albayrak.

Naar boven