De Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport,
Handelende in overeenstemming met de Minister van Economische
Zaken;
Gelet op artikel 4, vijfde lid, van
het Warenwetbesluit tatoeëren en piercen;
Besluit:
ARTIKEL I
Aan artikel 5 van de Warenwetregeling tatoeëren
en piercen worden twee leden toegevoegd, luidende:
5. De retributie wordt verminderd met een bedrag van € 92,85,
indien:
a. de aanvrager op het moment van aanvraag voor een andere
ruimte dan waarop de aanvraag is gericht beschikt over een vergunning voor
gelijksoortige activiteiten;
b. voor die vergunning dit lid buiten toepassing is
gebleven.
6. De aanvrager die in aanmerking komt voor een verlaagd tarief
als bedoeld in het vijfde lid, maakt in de aanvraag melding van de in dat lid
bedoelde vergunning.
ARTIKEL II
Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na de
dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.
TOELICHTING
Algemeen
Voor de behandeling van een aanvraag van een vergunning tot het
gebruik van tatoeage- en piercingmateriaal is aan de Minister van
Volksgezondheid, Welzijn en Sport een retributie verschuldigd. De vergunning is
gebonden aan de locatie waar het materiaal wordt gebruikt. Na verloop van de
termijn waarvoor de vergunning is afgegeven, moet een nieuwe vergunning worden
aangevraagd en dient een nieuw onderzoek plaats te vinden.
De laatste jaren is sprake van de opkomst van ‘mobiele
schoonheidsspecialisten’. Het betreft schoonheidsspecialisten die hun
werkzaamheden vanuit meerdere locaties verrichten. Zij huren daar dan voor een
beperkte tijd per maand een ruimte voor. In het geval dat die specialisten
werken met permanente make-up (een vorm van tatoeëren), dienen zij voor iedere
ruimte waar zij die permanente make-up aanbrengen, over een vergunning te
beschikken.
Voordat tot vergunningverlening wordt overgegaan, wordt een
onderzoek ingesteld om te bezien of er een gegronde reden bestaat om aan te
nemen dat de ondernemer voor de ruimte waarvoor de vergunning wordt gevraagd,
niet zal voldoen aan de voorschriften gesteld, bij of krachtens het
Warenwetbesluit tatoeëren en piercen of gesteld krachtens artikel 24 van de
Warenwet. Dat betekent dat, bij voorbeeld in de gevallen van de mobiele
schoonheidsspecialisten, voor iedere locatie een vergunning moet worden
aangevraagd. Voor iedere aanvraag is telkens een volledige retributie
verschuldigd.
Niet alle onderdelen van het onderzoek zijn locatiegebonden. Zo
vindt in het kader van ieder onderzoek door een inspecteur van de GGD een
observatie plaats ter gelegenheid van het plaatsen van een tatoeage of een
piercing. Op die manier kan beoordeeld worden of niet alleen de juiste middelen
aanwezig zijn die moeten leiden tot hygiënisch werken, maar of binnen de
onderneming ook de kennis aanwezig is om die materialen op de juiste manier te
gebruiken.
Voor de ondernemers die meerdere vestigingen in stand houden kan
het onderzoek, voor zover het om niet locatiegebonden aspecten gaat, achterwege
blijven indien daar ter gelegenheid van een eerdere aanvraag onderzoek naar is
gedaan en dat onderzoek geen aanleiding was een vergunning te weigeren. Het
onderzoek kan beperkt blijven tot een onderzoek van de locatie. Voor die
gevallen kan het tarief voor de vergunningaanvraag worden gereduceerd. Deze
regeling voorziet daarin. Het achterwege laten van de niet locatiegebonden
aspecten tijdens het onderzoek leidt tot een reductie van het aantal
arbeidsuren dat met het afhandelen van een vergunningaanvraag gemoeid is. Het
aantal arbeidsuren kan met één uur worden gereduceerd. Dit betekent een
vermindering van het tarief met € 92,85.
Regulier Overleg Warenwet
Het ontwerp van deze regeling is voorgelegd aan de deelnemers aan
het Regulier Overleg Warenwet (ROW)1. Deze consultatie heeft niet geleid tot commentaar op de
ontwerpregeling.
Administratieve lasten en bedrijfseffecten
Deze regeling zal leiden tot een verlaging van de
bedrijfseffecten. Indien wordt voldaan aan een aantal voorwaarden kan voor een
aantal vergunningaanvragen een lager tarief in rekening worden gebracht.
Artikelsgewijs
Artikel I
Door te verlangen dat sprake moet zijn van een geldige
vergunning – een ondernemer van wie de vergunning is verlopen beschikt immers
niet over een vergunning – en door op te nemen dat de ondernemer zich slechts
kan beroepen op een eerder verleende vergunning indien voor die vergunning een
volledig onderzoek heeft plaatsgevonden, blijft gehandhaafd dat iedere
ondernemer in ieder geval één maal per twee jaar aan een volledig onderzoek
wordt onderworpen.
De aanvrager vermeldt in de aanvraag de vergunning op grond
waarvan hij aanspraak kan maken op een verlaagd tarief.
De Minister van
Volksgezondheid, Welzijn en Sport,
A. Klink.