Opsporingsvergunning voor blok F11

6 april 2009

Nr. ET/EM / 9046582

De Minister van Economische Zaken,

Procesverloop

  • Valhalla Oil and Gas Limited (hierna genoemd Valhalla) heeft op 11 juni 2008, een aanvraag om een opsporingsvergunning voor koolwaterstoffen ingevolge artikel 6 van de Mijnbouwwet ingediend voor blok F11, welk blok is aangegeven op de als bijlage 3 bij de Mijnbouwregeling gevoegde kaart, waarvoor op dat moment geen opsporings- of winningsvergunning voor koolwaterstoffen gold;

  • Naar aanleiding van de onderhavige aanvraag is een uitnodiging tot het doen van een concurrerende aanvraag gepubliceerd in het Publicatieblad van de Europese Unie van 22 augustus 2008, (200/C 214/06). In de Staatscourant van 10 september 2008 is van deze uitnodiging melding gemaakt (Stcrt. 2008, nr. 175);

  • Binnen de periode van dertien weken na plaatsing van bovenbedoelde uitnodiging in het Publicatieblad van de Europese Unie zijn geen concurrerende aanvragen ingediend;

  • TNO Bouw en Ondergrond, adviesgroep EZ, heeft op verzoek van de Minister van Economische Zaken op 11 november 2008 advies uitgebracht;

  • Staatstoezicht op de mijnen heeft op verzoek van de Minister van Economische Zaken op 21 januari 2009 advies uitgebracht;

  • De Mijnraad heeft op 19 maart 2009 advies uitgebracht (kenmerk MIJNR/9031305) op grond van artikel 105, derde lid, van de Mijnbouwwet.

Gelet op:

De artikelen 6, 7, 9, 11, 12, 15, 17, en 105, derde lid, van de Mijnbouwwet, alsmede artikel 1.3.7. van de Mijnbouwregeling;

Besluit:

Artikel 1

Aan Valhalla Oil and Gas Limited (hierna te noemen de vergunninghouder) wordt een opsporingsvergunning voor koolwaterstoffen verleend.

Artikel 2

De vergunning geldt voor het blok F11, welk blok is aangegeven op de kaart die als bijlage 3 bij de Mijnbouwregeling is gevoegd.

De totale oppervlakte van het blok bedraagt 401,3 km2.

Artikel 3

De vergunninghouder geeft uitvoering aan het werkprogramma dat onderdeel uitmaakt van de op 11 juni 2008 ontvangen aanvraag met dien verstande dat:

  • binnen 2 jaar na het onherroepelijk worden van de vergunning aan de Minister van Economische Zaken schriftelijk gemotiveerd wordt aangegeven dat er minimaal een onvoorwaardelijke boring zal worden verricht binnen 3 jaar na het onherroepelijk worden van de vergunning, onder vermelding van tijdstip, plaats, geologische structuur en diepte;

  • uiterlijk 3 jaar na het onherroepelijk worden van de vergunning de hiervoor bedoelde boring verricht is. Van deze boring moet, onder vermelding van tijdstip, plaats, geologische structuur en diepte, terstond na aanvang van deze boring, schriftelijk melding worden gemaakt bij de Minister van Economische Zaken.

Artikel 4

De vergunning geldt, vanaf het tijdstip van inwerkingtreding nadat zij onherroepelijk is geworden, gedurende een tijdvak van 4 jaar.

Artikel 5

De vergunning treedt in werking met ingang van de dag na die waarop de beschikking is bekendgemaakt.

Deze beschikking wordt bekendgemaakt door toezending aan de aanvrager. Van deze beschikking wordt mededeling gedaan door plaatsing in de Staatscourant.

De Minister van Economische Zaken,

namens deze:

MT-lid directie Energiemarkt,

Y. Peters.

Tegen dit besluit kan degene wiens belang rechtstreeks bij dit besluit is betrokken binnen 6 weken na verzending van dit besluit een gemotiveerd bezwaarschrift indienen bij de Minister van Economische Zaken, Directie Wetgeving en Juridische Zaken (ALP: L/L204), Postbus 20101, 2500 EC ’s-Gravenhage. Dit besluit is verzonden op de in de aanhef vermelde datum.

Naar boven