Staatscourant van het Koninkrijk der Nederlanden

Datum publicatieOrganisatieJaargang en nummerRubriekDatum ondertekening
Ministerie van JustitieStaatscourant 2009, 68Besluiten van algemene strekking

Regeling van de Staatssecretaris van Justitie van 25 maart 2009, nr. 5581242/09, houdende wijziging van het Voorschrift Vreemdelingen 2000 (zevenentachtigste wijziging)

De Staatssecretaris van Justitie,

Gelet op artikel 24, tweede lid, van de Vreemdelingenwet 2000;

Besluit:

ARTIKEL I

Het Voorschrift Vreemdelingen 2000 wordt als volgt gewijzigd:

A

Onder vervanging van de punt aan het slot van onderdeel h door een puntkomma, wordt aan artikel 3.34b, eerste lid, een onderdeel toegevoegd, luidende:

  • i. een aanvraag indient in het geval, bedoeld in artikel 3.101, tweede lid, van het Besluit.

B

Na artikel 3.34h wordt een artikel toegevoegd, luidende:

Artikel 3.34i

  • 1. De leges, bedoeld in de artikelen 3.34, 3.34a, 3.34c, 3.34g, tweede lid, en 3.34h, worden door de vreemdeling in persoon aan het IND-loket voldaan.

  • 2. In afwijking van het eerste lid worden de leges terzake van de afdoening van een aanvraag als bedoeld in artikel 3.33a, derde lid, van deze regeling of artikel 3.59a van het Besluit door tussenkomst van de onderwijsinstelling, onderscheidenlijk de werkgever die een verklaring als bedoeld in bijlage 12a heeft ondertekend, voldaan per automatische incasso.

  • 3. De leges, bedoeld in de artikelen 3.34d en 3.34g, eerste lid, worden door de vreemdeling door middel van een in opdracht van de IND toegezonden acceptgiro voldaan.

ARTIKEL II

Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

Den Haag, 25 maart 2009

De Staatssecretaris van Justitie,

N. Albayrak.

TOELICHTING

Algemeen

De wijzigingen van het Voorschrift Vreemdelingen 2000 betreffen twee wijzigingen ten aanzien van de heffing van leges die voortvloeien uit artikel 24, tweede lid, van de Vreemdelingenwet 2000.

Artikelsgewijs

A

Tot op heden was in de Vreemdelingencirculaire 2000 ten aanzien van de aanvraag ingediend door een vreemdeling die in bewaring is gesteld, opgenomen dat met het oog op de efficiënte afdoening van de aanvraag geen leges worden geheven. Op de aanvraag wordt in dat geval onverwijld beslist, opdat – indien de aanvraag niet wordt ingewilligd – de feitelijke uitzetting doorgang kan vinden. Gelet op artikel 24, tweede lid, van de Vreemdelingenwet 2000 is voor een dergelijke vrijstelling een algemeen verbindend voorschrift als het Voorschrift Vreemdelingen 2000 de geëigende plaats. Daarom wordt deze vrijstelling opgenomen in artikel 3.34b van het Voorschrift Vreemdelingen 2000.

B

Ingevolge artikel 24, tweede lid, van de Vreemdelingenwet 2000 is de vreemdeling terzake van de afdoening van een aanvraag in door de Minister van Justitie te bepalen gevallen en volgens door de minister te geven regels leges verschuldigd. Eerder was in artikel 3.34i van het Voorschrift Vreemdelingen 2000 opgenomen dat de leges worden geheven door de burgemeester van de gemeente waar de vreemdeling woon- of verblijfplaats heeft. Met de overheveling van de frontoffice taken van de gemeente naar de IND is dit artikel vervallen, en zijn regels met betrekking tot de legesheffing opgenomen in de Vreemdelingencirculaire 2000. In hoofdstuk B1/9.6.1 van de Vreemdelingencirculaire 2000 is de procedure ten aanzien van de legesheffing bij de aanvraag bij de Immigratie- en Naturalisatiedienst tot het verlenen en wijzigen van een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd neergelegd. In die gevallen dient de vreemdeling de verschuldigde leges na het in ontvangst nemen van de aanvraag, per kas of per pin ter plekke aan de kas in één keer te voldoen.

Gelet op artikel 24, tweede lid, van de Vreemdelingenwet 2000 is de Vreemdelingencirculaire 2000 een minder geëigende plaats voor dergelijke regels.

Daarom is met de onderhavige wijziging in artikel 3.34i van het Voorschrift Vreemdelingen 2000 neergelegd dat iedere legesplichtige vreemdeling die een aanvraag indient tot het verlenen van de verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd of tot het wijzigen van die vergunning, die in aanmerking komt voor een verblijfsvergunning regulier voor onbepaalde tijd in het kader van de terugkeeroptie op grond van artikel 8 van de Remigratiewet, of die een aanvraag om toetsing aan het gemeenschapsrecht indient, in persoon leges aan een loket van de Immigratie- en Naturalisatiedienst moet voldoen. In deze gevallen wordt de vreemdeling, die de aanvraag bij een loket van de Immigratie- en Naturalisatiedienst indient, in de gelegenheid gesteld de verschuldigde leges per kas of per pin ter plekke in één keer te voldoen. Na betaling van het verschuldigde bedrag ontvangt de vreemdeling een betalingsbewijs. De vreemdeling die het verschuldigde legesbedrag niet ter plekke voldoet, wordt ter plekke in de gelegenheid gesteld dit verzuim te herstellen en de verschuldigde leges alsnog te voldoen. Indien de vreemdeling van deze gelegenheid geen gebruik maakt, wordt de aanvraag buiten behandeling gesteld.

In artikel 3.34i, tweede lid, van het Voorschrift Vreemdelingen 2000 is een uitzonderingsbepaling opgenomen voor de vreemdeling die door tussenkomst van een onderwijsinstelling als bedoeld in artikel 3.18a van het Voorschrift Vreemdelingen 2000 of een werkgever die een verklaring als bedoeld in bijlage 12a van het Voorschrift Vreemdelingen 2000 heeft ingediend. In die gevallen worden de leges door middel van automatische incasso door de onderwijsinstelling respectievelijk de werkgever voldaan.

De aanvraag tot het verlengen van de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning regulier en de aanvraag tot verlening van een verblijfsvergunning regulier voor onbepaalde tijd worden rechtstreeks naar de IND gezonden. Het innen van de leges, bedoeld in de artikelen 3.34d en 3.34g van het Voorschrift Vreemdelingen 2000, geschiedt in deze gevallen door een derde partij, welke organisatie ten behoeve van de minister administratieve ondersteuning verleent bij de inning van de leges van deze aanvragen. Op grond van de door de Immigratie- en Naturalisatiedienst verstrekte gegevens wordt vervolgens binnen drie werkdagen een factuur met een acceptgiro vervaardigd die aan de vreemdeling wordt toegezonden.

De Staatssecretaris van Justitie,

N. Albayrak.