Beschikking van de Minister van Verkeer en Waterstaat, houdende ontheffing van het verbod VFR-vluchten uit te voeren in luchtverkeersdienstverleningsgebieden met klasse A

7 januari 2009

Nr. IVW TBE 44.1.b - 2008 - 271

De Minister van Verkeer en Waterstaat,

Handelende in overeenstemming met de Staatssecretaris van Defensie;

Gezien het verzoek om ontheffing d.d. 9 december 2008, ontvangen op 12 december 2008 van Weser Bildmessflug GmbH & Co. KG.;

Overwegende dat de vereiste maatschappelijke relevantie blijkt uit, onder andere, de opdrachten van diverse Nederlandse gemeenten, ingenieursbureaus, ProRail en Rijkswaterstaat voor het uitvoeren van luchtfotografie- en geokarteringsvluchten boven diverse Nederlandse gemeenten, rivieren, spoorlijnen en waterschappen; één van de opdrachten is de vaststelling WOZ-waarde door gemeenten; de hele gemeentelijke ‘voorraadkast en inventaris’, burgers, wegen en rioleringen, zijn geografisch verbonden met digitale fotokaarten; deze kaarten kunnen slechts uit luchtfotovluchten worden gemaakt;

Gelet op artikel 44, vijfde lid, van het Luchtverkeersreglement;

Besluit:

Artikel 1

Deze beschikking is van toepassing op de vliegtuigen van het type Cessna C-206 en C-303, in gebruik bij Weser Bildmessflug GmbH & Co. KG, waarmee de VFR-vluchten worden uitgevoerd, boven diverse Nederlandse gemeenten, rivieren, spoorlijnen en waterschappen ten behoeve van het uitvoeren van luchtfotografie- en geokarteringsvluchten, in opdracht van diverse Nederlandse gemeenten, ingenieursbureaus, ProRail en Rijkswaterstaat.

Artikel 2

Aan de gezagvoerders van de in artikel 1 genoemde vliegtuigen wordt van 17 januari 2009 tot en met 31 december 2009 ontheffing verleend van het verbod tot het uitvoeren van VFR-vluchten in luchtverkeersdienstverleningsgebieden met klasse A, genoemd in artikel 44, eerste lid, onder b, van het Luchtverkeersreglement, met inachtneming van de volgende voorschriften en beperkingen:

  • a. de vluchten worden uitgevoerd als een gecontroleerde VFR-vlucht;

  • b. de vluchten worden slechts uitgevoerd, indien het vliegzicht minimaal 8 km bedraagt en de afstand tot de wolken horizontaal 1500 m en verticaal 300 m bedraagt;

  • c. voorafgaand aan de vlucht is er op initiatief van de aanvrager / opdrachtgever in de plaatselijke media aandacht besteed aan de uit te voeren vlucht.

Artikel 3

Aan de gezagvoerders van de vliegtuigen die de in artikel 1 genoemde vluchten uitvoeren wordt door de betrokken luchtverkeersleidingsdienst een afwijkende klaring, als bedoeld in artikel 35, tweede lid, van het Luchtverkeersreglement verstrekt. Deze klaring wordt verstrekt voor het afwijken van luchtverkeersroutes als bedoeld in artikel 3 van de Regeling luchtverkeersdienstverlening (Stcrt. 1998, 195, d.d. 15 september 1998), indien de luchtverkeerssituatie dit toelaat, mits de volgende voorschriften in acht worden genomen:

  • a. gegevens worden minimaal 5 werkdagen van tevoren elektronisch aangeleverd bij de Operationele Helpdesk LVNL; tevens wordt een tekening van de te vliegen tracks of het gebied in de vorm van een DXF- of DWG-bestand, opgemaakt in het RD-stelsel (rijksdriehoekstelsel), bijgevoegd; als minder gewenst alternatief kan ook worden volstaan met de coördinaten volgens het WGS-84 stelsel;

    de volgende gegevens dienen te worden verstrekt:

    • naam en telefoonnummer operator

    • registratie / callsign aircraft

    • begincoördinaten en eindcoördinaten van iedere individuele track

    • magnetic track van iedere individuele track

    • benodigde tijdsduur per track

    • maximum turnradius

    • benodigde tijdsduur voor totale project

    • gewenste altitude of flightlevel ( N.B. 10000 ft is niet FL 100!)

    • aanvullende informatie die de vluchtuitvoering kan beïnvloeden;

  • b. voor het invullen van deze gegevens wordt gebruik gemaakt van een speciaal sjabloon; het sjabloon Fotoprojecten is opvraagbaar bij de Operationele Helpdesk LVNL;

  • c. na toezending van bovenstaande gegevens ontvangt men van de Operationele Helpdesk LVNL een projectformulier met een projectnummer; dit projectnummer dient bij verdere coördinatie te worden gebruikt; tijdens de vlucht dient de vlieger dit projectformulier bij zich te hebben, zodat de verkeersleider en de vlieger over exact dezelfde informatie beschikken;

  • d. op het projectformulier zal, door de OPS Helpdesk, onder de kop ‘Additional Information’ de instantie worden vermeld met wie het desbetreffende project in de toekomst dient te worden gecoördineerd; dit zal zijn ofwel de Operationele Helpdesk LVNL ofwel het Militaire Luchtverkeersleidingcentrum Nieuw Milligen (MilATCC);

    indien in één vlucht een aantal verschillende fotoprojecten wordt uitgevoerd en niet duidelijk is met wie moet worden gecoördineerd, kunt u hierover overleggen met de OPS-Helpdesk of dat ook aangeven in het project zelf;

  • e. ten minste één uur voor aanvang van een vlucht, maar altijd vóór indienen van het vliegplan, is door de gezagvoerder telefonisch toestemming verkregen voor het uitvoeren van de vlucht; daartoe neemt hij contact op met de onder ‘Additional Information’ op het projectformulier genoemde instantie; de variabele gegevens zullen worden uitgewisseld evenals eventuele operationele instructies of bijzonderheden; aanwijzingen van de desbetreffende medewerker Operationele Helpdesk LVNL of supervisor worden nauwlettend opgevolgd;

  • f. na verkregen toestemming zal door de gezagvoerder een vliegplan worden verstuurd via de daarvoor gebruikelijke kanalen; dit gebeurt 1 uur (of 2 uur in geval van (gedeeltelijke) IFR vlucht) vóór de EOBT; het vliegplan zal mede worden geadresseerd aan EHMCZQZX, EHAAZFZX en EHAMZXHD; dit zijn dus extra adressen en zij dienen te worden gebruikt naast de normale adressering zoals toepasselijk voor uw vliegplan;

  • g. item 18 van het vliegplan moet de volgende gegevens bevatten:

    • ‘ATTN Supervisor photoproject xxxx’, waarbij xxxx het toegekende projectnummer voorstelt;

    • mobiele telefoonnummer van de gezagvoerder;

    • de vermelding ‘coordinated with’ gevolgd door ofwel ‘Operationele Helpdesk’ ofwel ‘supervisor MilATCC’;

  • h. voor het maken van de opnamen dient de cameraman in het bezit te zijn van een op zijn / haar naam gestelde luchtopnamevergunning, verkregen bij het Ministerie van Defensie;

  • i. ten minste één uur voor aanvang van het binnenvliegen van een militaire CTR is door de gezagvoerder contact opgenomen met de plaatselijke militaire luchtverkeersleiding;

  • j. de betrokken coördinatiepartner (Operationele Helpdesk LVNL of MilATCC) wordt telefonisch op de hoogte gehouden van vertraging, annulering of wijziging van de desbetreffende vlucht; de vluchtuitvoerder blijft zelf verantwoordelijk voor het up-to-date houden van het vliegplan in verband met vertraging, annulering of wijziging;

  • k. indien een project in de toekomst niet meer zal worden gevlogen, dient dit per e-mail te worden gemeld aan de Operationele Helpdesk LVNL;

  • l. indien luchtverkeerstechnische redenen daartoe noodzaken, kan de betrokken luchtverkeersleidingsdienst de vlucht doen uitstellen, dan wel annuleren;

  • m. de vluchtuitvoerder is, indien een vlucht tevens plaatsvindt in een andere FIR dan de Amsterdam FIR of in een deel van de Amsterdam FIR waar door een niet-Nederlandse ATC-unit luchtverkeersdienstverlening wordt geleverd, te allen tijde zelf verantwoordelijk voor het vooraf coördineren van deze vlucht met een vertegenwoordiger van deze niet-Nederlandse ATC-unit.

Artikel 4

De aanvrager draagt er zorg voor dat de gezagvoerder bekend is met de inhoud van deze beschikking.

Artikel 5

Deze beschikking treedt in werking met ingang van 17 januari 2009 en vervalt met ingang van 1 januari 2010, tenzij deze voortijdig wordt ingetrokken.

De Minister van Verkeer en Waterstaat,

namens deze:

de Unitmanager unit kennis, advies en berichtgeving, Toelating/continuering luchtruim,

R.J. Putters.

Bezwaarmogelijkheid

Indien u het niet eens bent met deze beslissing kunt u hiertegen, op grond van het bepaalde in de Algemene wet bestuursrecht, binnen zes weken na de datum waarop deze beslissing is verzonden schriftelijk bezwaar aantekenen.

Het bezwaarschrift moet worden ondertekend en moet ten minste bevatten:

  • de naam en het adres van de indiener;

  • de dagtekening;

  • een omschrijving van het besluit waartegen het bezwaar is gericht;

  • de gronden van het bezwaar.

Het bezwaarschrift kunt u richten aan:

Inspectie Verkeer en Waterstaat

Toezicht Beheereenheid

Unit Juridische Zaken

Postbus 90653

2509 LR Den Haag

Naar boven