Staatscourant van het Koninkrijk der Nederlanden

Datum publicatieOrganisatieJaargang en nummerRubriekDatum ondertekening
Ministerie van Economische ZakenStaatscourant 2009, 58Besluiten van algemene strekking

Regeling van de Staatssecretaris van Economische Zaken en de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap van 22 en 24 maart 2009, nr. WJZ/9055953, tot uitgifte van de kavels A7 en A8 voor landelijke commerciële radio-omroep in de FM-band (Tijdelijke regeling uitgifte kavels A7 en A8)

De Staatssecretaris van Economische Zaken en de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,

Handelende in overeenstemming met de Minister van Financiën,

Gelet op artikel 3.3a van de Telecommunicatiewet, de artikelen 6.23 en 6.24 van de Mediawet 2008, de artikelen 2, derde lid, 11 en 12 van het Frequentiebesluit en artikel 22 van het Mediabesluit 2008;

Besluiten:

§ 1. Beschikbare frequentieruimte

Artikel 1 Beschikbare frequentieruimte

  • 1. De volgende vergunningen worden met toepassing van artikel 2, derde lid, tweede volzin, van het Frequentiebesluit verdeeld:

    • a. vergunning voor kavel A7: vergunning voor kavel A7 als bedoeld in de bijlage van de Regeling aanwijzing en gebruik frequentieruimte commerciële radio-omroep 2003;

    • b. vergunning voor kavel A8: vergunning voor kavel A8 als bedoeld in de bijlage van de Regeling aanwijzing en gebruik frequentieruimte commerciële radio-omroep 2003.

  • 2. Het eerste lid geldt niet voor zover toepassing wordt gegeven aan artikel 8, tweede lid.

§ 2. Aanvraag

Artikel 2 Indiening aanvraag

  • 1. Een aanvraag voor een vergunning voor kavel A7 of A8 wordt vanaf de dag van inwerkingtreding van deze regeling ingediend en wordt uiterlijk op 24 april 2009 om 14.00 uur per post ontvangen op dan wel door middel van persoonlijke overhandiging ingediend op het volgende adres:

    De Minister van Economische Zaken

    p/a werkgroep kavels A7 en A8

    Agentschap Telecom

    Emmasingel 1

    9726 AH Groningen

  • 2. Een aanvraag voor een vergunning voor kavel A7 of A8 bevat de gegevens en bescheiden, bedoeld in de bij deze regeling behorende bijlage I en wordt overeenkomstig het model in die bijlage ingedeeld.

  • 3. Een aanvrager dient slechts één aanvraag in voor een of beide vergunningen. Met elkaar verbonden instellingenals bedoeld in artikel 6.24, tweede lid, van de Mediawet 2008 dienen maar één aanvraag in.

  • 4. De aanvraag is in de Nederlandse taal gesteld.

  • 5. Met de gegevens en bescheiden, bedoeld in het tweede lid, worden gelijkgesteld zodanige gegevens en bescheiden krachtens het recht van een van de andere lidstaten van de Europese Unie of een van de andere staten die partij zijn bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte.

  • 6. De gegevens en bescheiden, bedoeld in het vijfde lid, mogen in afwijking van het vierde lid, in een van de officiële talen van de Europese Unie of de Europese Economische Ruimte worden gesteld. In dat geval worden die gegevens en bescheiden vergezeld van een Nederlandse vertaling van die gegevens en bescheiden.

Artikel 3 Waarborg betaling financieel instrument

  • 1. De aanvrager van een vergunning voor kavel A7 zorgt ervoor dat uiterlijk op 24 april 2009, 14:00 uur, een bedrag van 1.266.793 euro als waarborgsom is ontvangen op bankrekeningnummer 19.23.23.806, ten name van de Staat der Nederlanden onder vermelding van ‘Ministerie van Economische Zaken/Agentschap Telecom, kavel A7’ of een bankgarantie is verstrekt volgens het model, bedoeld in bijlage II. De bankgarantie maakt onderdeel uit van de aanvraag.

  • 2. De aanvrager van een vergunning voor kavel A8 zorgt ervoor dat uiterlijk op 24 april 2009, 14:00 uur, een bedrag van 133.254 euro als waarborgsom is ontvangen op bankrekeningnummer 19.23.23.806, ten name van de Staat der Nederlanden onder vermelding van ‘Ministerie van Economische Zaken/Agentschap Telecom, Kavel A8’ of een bankgarantie is verstrekt volgens het model, bedoeld in bijlage II. De bankgarantie maakt onderdeel uit van de aanvraag.

Artikel 4 Verzuimherstel

  • 1. Indien de aanvrager niet heeft voldaan aan de in artikel 2, eerste lid, gestelde eisen, wordt de vergunning die aangevraagd is, geweigerd.

  • 2. Indien de aanvrager niet heeft voldaan aan de in artikel 2, tweede tot en met zesde lid, of artikel 3 gestelde eisen, deelt de Minister van Economische Zaken dit de aanvrager mee en stelt de Minister van Economische Zaken de aanvrager overeenkomstig artikel 4:5 van de Algemene wet bestuursrecht in de gelegenheid het verzuim te herstellen.

  • 3. De aanvrager heeft gedurende vijf werkdagen, te rekenen vanaf de dag nadat de mededeling, bedoeld in het tweede lid, is verstuurd, de gelegenheid het verzuim te herstellen.

  • 4. De gegevens of bescheiden ten behoeve van het verzuimherstel, bedoeld in het tweede lid, worden per post ontvangen op dan wel door middel van persoonlijke overhandiging ingediend op het adres, vermeld in artikel 2, eerste lid, binnen de in het derde lid genoemde termijn.

  • 5. Indien het verzuim, bedoeld in het tweede lid, binnen de termijn vermeld in het derde lid en op de wijze vermeld in het vierde lid, niet is hersteld of de aanvraag na herstel niet voldoet aan de in artikel 2, tweede tot en met zesde lid, of artikel 3 gestelde eisen, wordt de aanvraag overeenkomstig artikel 4:5 van de Algemene wet bestuursrecht niet in behandeling genomen.

Paragraaf 3. Eisen aan de aanvrager

Artikel 5 Eisen aan de hoedanigheid van de aanvrager

  • 1. De aanvrager is een privaatrechtelijke rechtspersoon naar Nederlands recht of het equivalent daarvan naar het recht van een van de overige lidstaten van de Europese Unie of een van de overige staten die partij zijn bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte, en heeft zijn statutaire zetel, zijn hoofdbestuur of zijn hoofdvestiging binnen de Europese Economische Ruimte.

  • 2. De aanvrager voldoet voorts aan de volgende eisen:

    • 1°. de aanvrager verkeert niet in staat van faillissement of liquidatie;

    • 2°. de aanvrager is geen surseance van betaling verleend, noch is door de aanvrager surseance van betaling aangevraagd; en

    • 3°. er is geen beslag gelegd op het vermogen dan wel op een of meer bedrijfsmiddelen van de aanvrager die een aanmerkelijk deel van het vermogen van de aanvrager vormen.

  • 3. Met de eisen van het tweede lid, onder 1, 2 en 3, worden gelijkgesteld zodanige eisen volgens het recht van een van de andere lidstaten van de Europese Unie of een van de andere staten die partij zijn bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte.

Artikel 6 Eisen aan kennis en ervaring van de aanvrager

  • 1. De aanvrager van een vergunning voor kavel A7 beschikt aantoonbaar over kennis en ervaring met betrekking tot de productie en exploitatie van een radioprogramma.

  • 2. De aanvrager van een vergunning voor kavel A8 beschikt aantoonbaar over kennis en ervaring met betrekking tot de productie en exploitatie van een radioprogramma dat overwegend bestaat uit klassieke muziek, moderne klassieke muziek daaronder begrepen, of jazz muziek.

  • 3. De aanvrager bedoeld in het eerste en tweede lid beschikt aantoonbaar over de technische middelen met betrekking tot de productie en exploitatie van een radioprogramma.

Artikel 7 Hoedanigheid van commerciële omroep

De aanvrager beschikt over de vereiste toestemming van het Commissariaat voor de Media, bedoeld in artikel 3.1 van de Mediawet 2008.

Paragraaf 4. Verlenen vergunning

Artikel 8 Verlenen vergunning

  • 1. Indien de Minister van Economische Zaken voor een vergunning voor kavel A7 of A8 vaststelt dat, uitgezonderd de aanvragers waarvan de gevraagde vergunning wordt geweigerd op grond van artikel 3.6 van de Telecommunicatiewet, slechts één aanvrager voldoet aan de eisen, gesteld in artikel 2, tweede tot en met zesde lid, artikel 3 en paragraaf 3, wordt die vergunning aan de betreffende aanvrager verleend met toepassing van artikel 2, derde lid, tweede volzin, van het Frequentiebesluit.

  • 2. Indien de toepassing van het eerste lid niet leidt tot verlening van een vergunning voor kavel A7 of A8, worden de gevraagde vergunningen geweigerd.

Paragraaf 5. Eenmalig bedrag

Artikel 9 Eenmalig bedrag kavel A7

De verkrijger of houder van een vergunning voor kavel A7 is voor het gebruik van frequentieruimte tot 1 september 2011 een eenmalig bedrag verschuldigd. De hoogte van het eenmalig bedrag wordt bepaald overeenkomstig de volgende tabel:

De maand waarin de vergunning in werking treedt

Hoogte van het verschuldigde bedrag in euro’s

mei 2009

1.266.793

juni 2009

1.218.923

juli 2009

1.171.258

augustus 2009

1.123.797

september 2009

1.076.538

oktober 2009

1.029.480

november 2009

982.621

december 2009

935.962

januari 2010

889.500

februari 2010

843.235

maart 2010

797.165

april 2010

751.289

mei 2010

705.605

juni 2010

660.114

juli 2010

614.813

augustus 2010

569.702

september 2010

524.780

oktober 2010

480.044

november 2010

435.495

december 2010

391.130

Artikel 10 Eenmalig bedrag kavel A8

De verkrijger of houder van een vergunning voor kavel A8 is voor het gebruik van frequentieruimte tot 1 september 2011 een eenmalig bedrag verschuldigd. De hoogte van het eenmalig bedrag wordt bepaald overeenkomstig de volgende tabel:

De maand waarin de vergunning in werking treedt

Hoogte van het verschuldigde bedrag in euro’s

mei 2009

133.254

juni 2009

128.219

juli 2009

123.205

augustus 2009

118.212

september 2009

113.241

oktober 2009

108.291

november 2009

103.362

december 2009

98.454

januari 2010

93.567

februari 2010

88.700

maart 2010

83.854

april 2010

79.028

mei 2010

74.223

juni 2010

69.438

juli 2010

64.672

augustus 2010

59.927

september 2010

55.202

oktober 2010

50.496

november 2010

45.810

december 2010

41.143

Artikel 11 Aanwending bankgarantie

  • 1. Indien met toepassing van artikel 2, derde lid, tweede volzin, van het Frequentiebesluit een vergunning wordt verleend voor kavel A7 of A8 wordt:

    • a. de waarborgsom, bedoeld in artikel 3, aangewend voor betaling van het eenmalig bedrag, bedoeld in de artikelen 9 of 10;

    • b. betaalt de aanvrager aan wie een vergunning wordt verleend en die een bankgarantie had gesteld, binnen twee weken na vergunningverlening het eenmalig bedrag, bedoeld in de artikelen 9 of 10, door overmaking van dat bedrag op het bankrekeningnummer, genoemd in artikel 3, eerste of tweede lid, onder vermelding van ‘Ministerie van Economische Zaken, kavels A7/A8’.

  • 2. Indien een vergunninghouder niet binnen de termijn, bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, het eenmalig bedrag, bedoeld in de artikelen 9 of 10, volledig heeft betaald, wordt de door hem overgelegde bankgarantie voor betaling aangewend.

  • 3. De Minister van Economische Zaken stort de waarborgsom van de aanvrager aan wie geen vergunning wordt verleend, terug.

  • 4. Indien de waarborgsom van een aanvrager meer bedraagt dan het eenmalig bedrag dat op grond van de artikelen 9 en 10 is verschuldigd, wordt het deel van de waarborgsom dat resteert, teruggestort.

  • 5. De Minister van Economische Zaken vergoedt de rente over de gestorte waarborgsom vanaf de dag waarop hij de waarborgsom heeft ontvangen op het bankrekeningnummer, genoemd in artikel 3, eerste of tweede lid, met dien verstande dat de rente wordt vergoed tot en met de dag:

    • a. voorafgaand aan de dag waarop de waarborgsom door de Minister van Economische Zaken wordt teruggestort: voor de aanvrager aan wie geen vergunningen worden verleend, of

    • b. waarop de vergunning voor kavel A7 of A8 wordt verleend.

  • 6. De Minister van Economische Zaken vergoedt voorts aan een aanvrager van wie de waarborgsom meer bedraagt dan het bedrag dat ingevolge artikel 9 en 10 is verschuldigd, rente over het restant over de periode vanaf de dag na de dag dat de vergunning is verleend tot en met de dag voorafgaand aan de dag waarop het restant van de waarborgsom door de Minister van Economische Zaken wordt teruggestort, met dien verstande dat alleen rente wordt betaald over dat restant.

  • 7. De rente wordt berekend volgens actual/360 op basis van de door de Europese Centrale Bank vastgestelde Euro Overnight Index Average, minus 4 basispunten.

Paragraaf 5. Wijziging andere regelingen

Artikel 12 Wijziging Regeling vaststelling eenmalig bedrag landelijke commerciële radio-omroep 2003

Artikel 7 van de Regeling vaststelling eenmalig bedrag landelijke commerciële radio-omroep 2003 komt als volgt te luiden:

Artikel 7

De artikelen 2 tot en met 6 en de bijlage zijn niet van toepassing op vergunningen voor landelijke commerciële radio-omroep die worden verleend na inwerkingtreding van de Tijdelijke regeling uitgifte kavels A7 en A8.

Artikel 13 Wijziging Regeling aanwijzing en gebruik frequentieruimte commerciële radio-omroep 2003

De Regeling aanwijzing en gebruik frequentieruimte commerciële radio-omroep 2003 wordt als volgt gewijzigd:

A

Artikel 4 wordt als volgt gewijzigd:

1. Het tweede lid komt te luiden:

  • 2. Als frequentieruimte, bedoeld in het eerste lid, wordt aangewezen: de frequentie behorend bij kavel A8, bedoeld in de bijlage bij deze regeling.

2. Het vierde lid komt te luiden:

  • 4. Het eerste tot en met derde lid zijn niet van toepassing indien de Minister van Economische Zaken in overeenstemming met de minister besluit dat de in het tweede lid bedoelde frequentieruimte wordt bestemd voor ongeclausuleerde landelijke commerciële radio-omroep.

B

Artikel 8, eerste lid, aanhef en onderdeel a, komt te luiden:

  • 1. In afwijking van artikel 6:24, eerste lid, van de Mediawet 2008, mag voor de uitzending via de FM-band van radioprogramma's, andere dan bedoeld in artikel 7, eerste lid, van eenzelfde commerciële omroepinstelling meer dan één FM-frequentie of samenstel van FM-frequenties worden gebruikt, met dien verstande dat:

    • a. niet meer of andere frequentieruimte in de FM-band wordt gebruikt dan de frequentieruimte van ten hoogste twee kavels, bedoeld in artikel 2, eerste en tweede lid, van de Regeling aanvraag en vergelijkende toets vergunningen commerciële radio-omroep 2003 en de bijlage bij deze regeling, voor zover het de kavels A7 en A8 betreft, en

C

Er wordt een bijlage toegevoegd, luidende:

Bijlage behorend bij de artikelen 4, tweede lid, en 8, eerste lid,
Samenstelling kavel A07

Opstelplaats

Frequentie

SMILDE

87.6 MHz

LELYSTAD

87.7 MHz

UTRECHT

87.8 MHz

DEN BOSCH

87.9 MHz

ALKMAAR

88.1 MHz

HILVERSUM

88.1 MHz

MAASTRICHT

91.1 MHz

TERNEUZEN

93.0 MHz

OOSTBURG

93.3 MHz

GILZE

95.4 MHz

AMSTERDAM

103.6 MHz

EMMEN

103.8 MHz

TJERKGAAST

103.8 MHz

ROTTERDAM

103.8 MHz

LICHTENVOORDE

103.9 MHz

HAARLEM

104.0 MHz

ARNHEM

104.1 MHz

Samenstelling kavel A08

Opstelplaats

Frequentie

VLISSINGEN

88.8 MHz

MAASTRICHT

88.9 MHz

BREDA

89.7 MHz

MIERLO

89.7 MHz

NIJMEGEN

89.8 MHz

GRONINGEN

90.3 MHz

DEN HAAG

90.3 MHz

HILVERSUM

90.4 MHz

HOORN

90.4 MHz

ROTTERDAM

90.5 MHz

SMILDE

90.5 MHz

ENSCHEDE

90.7 MHz

LOPIK

90.7 MHz

TERNEUZEN

90.8 MHz

ALPHEN

90.9 MHz

§ 10. Slotbepalingen

Artikel 14 Inwerkingtreding

Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.

Artikel 15 Citeertitel

Deze regeling wordt aangehaald als: Tijdelijke regeling uitgifte kavels A7 en A8.

Deze regeling zal met de bijlagen en de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

Den Haag, 22 maart 2009

De Staatssecretaris van Economische Zaken,

F. Heemskerk.

Den Haag, 24 maart 2009

De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,

R.H.A. Plasterk.

BIJLAGE I: MODEL VERGUNNINGAANVRAAG ALS BEDOELD IN ARTIKEL 2, TWEEDE LID

De aanvrager voor een vergunning voor kavel A7 of A8 volgt de indeling van deze bijlage.

1. Algemene informatie

1. Algemene gegevens en bescheiden

  • a. naam;

  • b. rechtsvorm met vermelding van het recht van het land dat deze rechtsvorm beheerst;

  • c. vestigingsplaats, en als deze niet dezelfde zijn, de statutaire zetel en de zetel van het hoofdbestuur;

  • d. statuten van:

    • de aanvrager;

    • eventuele dochtermaatschappijen als bedoeld in artikel 24a van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek;

    • als de aanvrager deel uitmaakt van een groep als bedoeld in artikel 24b van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek, de andere ondernemingen die deel uit maken van de groep;

  • e. een beschrijving van het doel en van de feitelijke werkzaamheden van de aandeelhouders van de aanvrager, voor zover deze aandeelhouders rechtspersonen zijn;

  • f. een uittreksel uit het handelsregister dat niet ouder is dan één maand gerekend vanaf de datum van indiening van de aanvraag:

    • van de aanvrager;

    • eventuele dochtermaatschappijen als bedoel in artikel 24a van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek;

    • als de aanvrager deel uitmaakt van een groep als bedoeld in artikel 24b van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek, van de andere ondernemingen die deel uit maken van de groep.

2. Hoedanigheid als commerciële omroep

De aanvrager verstrekt een kopie van de toestemming van het Commissariaat voor de Media, bedoeld in artikel 3.1 van de Mediawet 2008.

3. Informatie over kennis en ervaring

De aanvrager beschrijft de kennis en ervaring waarover hij kan beschikken, bedoeld in artikel 6 van deze regeling. In deze beschrijving vermeldt hij in elk geval door wie en op welke wijze die kennis en ervaring ter beschikking wordt gesteld, vergezeld van de daarop betrekking hebbende overeenkomsten.

Het gaat om kennis en ervaring waarover de aanvrager aantoonbaar kan beschikken. De aanvrager hoeft hier niet zelf over te beschikken, maar kan tevens afspraken hebben gemaakt en overeenkomsten hebben gesloten met derden die bereid zijn hun kennis en ervaring aan hem ter beschikking te stellen. De aanvrager geeft een korte beschrijving door wie en op welke wijze kennis en ervaring aan hem ter beschikking wordt gesteld. Dit kan bijvoorbeeld door inzicht te geven in:

  • de personele structuur (redactie, programmamakers);

  • de regeling van de interne onderlinge verantwoordelijkheden in een programmastatuut;

  • intentieverklaringen/overeenkomsten met derden voor de inzet van expertise en dienstverlening voor de productie van programma’s;

  • intentieverklaringen/overeenkomsten met derden voor de verwerving van uitzendrechten van programmaonderdelen.

4. Informatie voor de beoordeling van verbondenheid

Beschrijving

De aanvraag bevat een opsomming van alle rechtspersonen, vennootschappen en natuurlijke personen die direct of indirect zeggenschap of feitelijke invloed op het beleid van de aanvrager alsmede een beschrijving van de wijze waarop zij die invloed kunnen uitoefenen, zodat kan worden nagegaan of er een zodanige verbondenheid is dat er sprake is van eenzelfde instelling in de zin van artikel 6.24, tweede lid, van de Mediawet 2008.

De beschrijving bevat in elk geval gegevens over:

  • a. de grootte van het aandelenkapitaal, de samenstelling in soorten aandelen, zoals gewone, preferente, converteerbare of prioriteitsaandelen, en de verdeling over de aandeelhouders;

  • b. het vreemde vermogen van de aanvrager, zoals obligatieleningen, achtergestelde leningen, en leningen waarvoor een hypotheek- of pandrecht is verstrekt, wie de financiële middelen ter beschikking hebben gesteld en aan wie de aanvrager zekerheidsrechten heeft verleend;

  • c. de wijze van besluitvorming binnen het bestuur, de raad van commissarissen en de vergadering van aandeelhouders onder meer bij benoeming, schorsing of ontslag van leden van het bestuur of de raad van commissarissen;

  • d. aan wie en onder welke condities en beperkingen doorlopende volmachten zijn gegeven om de aanvrager te vertegenwoordigen (procuratie);

  • e. bestaande en voorgenomen overeenkomsten met andere rechtspersonen, vennootschappen, of natuurlijke personen, die direct of indirect radioprogramma’s via de ether verzorgen of van plan zijn dat te doen.

Bescheiden

De aanvrager voegt de volgende documenten bij de aanvraag (voor zover van toepassing):

  • a. een kopie van het aandeelhoudersregister die niet ouder is dan een maand gerekend vanaf de datum van aanvraag;

  • b. een kopie van verleende geldige volmachten;

  • c. kopieën van overeenkomsten tussen en volmachten van stemgerechtigden in de algemene vergadering van aandeelhouders van de aanvrager en in de algemene vergadering van aandeelhouders van de moedermaatschappij van de aanvrager;

  • d. kopieën van documenten inzake beschermingsconstructies van de aanvrager en de moedermaatschappij van de aanvrager, in het bijzonder beschermingsconstructies met betrekking tot plaatsing van preferente aandelen of prioriteitsaandelen bij een rechtspersoon of een natuurlijk persoon.

5. Schriftelijke verklaringen

Aanvrager

Bij de aanvraag is gevoegd: een schriftelijke en ondertekende verklaring van de aanvrager waarin zonder enig voorbehoud wordt verklaard dat de informatie in de aanvraag juist en volledig is.

Verklaring notaris

Bij de aanvraag is gevoegd een verklaring die voldoet aan het volgende model:

Verklaring notaris

Ondergetekende, notaris te ..... (plaatsnaam)

verklaart zonder voorbehoud dat de informatie die in het kader van de aanvraag is verstrekt ter uitvoering van de onderdelen 1 en 2 door hem zijn geverifieerd en juist en volledig is bevonden en verklaart zonder voorbehoud dat de informatie die in het kader van de aanvraag is verstrekt ter uitvoering van de onderdelen 3 en 4 door hem naar best kunnen zijn geverifieerd en naar zijn oordeel juist en volledig is.

BIJLAGE II ALS BEDOELD IN ARTIKEL 3

Model bankgarantie

I. De ondergetekende

.... (naam van een bank die is gevestigd in een van de lidstaten van de Europese Unie of in een van de overige staten die partij zijn bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte)*, statutair gevestigd te ...., mede kantoorhoudende te ...., hierna te noemen: ‘de Bank’;

In aanmerking nemende:

  • A. dat artikel 3.3, eerste lid, van de Telecommunicatiewet bepaalt dat voor het gebruik van frequentieruimte een vergunning is vereist van de Minister van Economische Zaken (hierna: ‘de Minister’);

  • B. dat ..... (naam aanvrager), rechtspersoon naar ..... (het recht van een van de lidstaten van de Europese Unie of van een van de overige staten die partij zijn bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte) recht, statutair gevestigd te ....., kantoorhoudende te ....., hierna te noemen: ‘de Aanvrager’, op grond van artikel 3 van de Tijdelijke regeling uitgifte kavels A7 en A8 verplicht is een bedrag ter grootte van 1.266.793 euro voor de vergunning voor kavel A7 te storten of een bedrag ter grootte van 133.254 euro voor de vergunning voor kavel A8 te storten dan wel voor die bedragen een bankgarantie te verstrekken;

  • C. dat de Minister met betrekking tot de verlening van een vergunning regels heeft gesteld. Deze regels zijn vastgelegd in de Tijdelijke regeling uitgifte kavels A7 en A8;

  • D. dat de Minister op grond van deze regels van de Aanvrager verlangt dat deze een bankgarantie doet stellen ter zekerheid van al hetgeen de Aanvrager ter zekerheid verschuldigd is, hierna te noemen: ‘de Vordering’, aan de Staat der Nederlanden, rechtspersoon naar Nederlands recht, waarvan de statutaire zetel is gevestigd te ’s-Gravenhage, hierna te noemen: ‘de Staat’;

  • E. dat de Aanvrager de Bank heeft verzocht een onherroepelijke en onafhankelijke bankgarantie te stellen ten behoeve van de Staat, welke op eerste verzoek van de Staat betaalbaar is;

II. Verbindt zich tot het navolgende:

  • 1. De Bank stelt zich bij wijze van zelfstandige verbintenis tot een bedrag van ..... (zegge: .....), onherroepelijk garant jegens de Staat voor de betaling van al hetgeen de Staat blijkens een schriftelijke verklaring van de Staat ter zake van de Vordering van de Aanvrager te vorderen heeft, aldus dat de Bank zich verbindt het gevorderde bedrag als eigen verplichting aan de Staat te voldoen.

  • 2. De Bank verbindt zich om als eigen schuld op eerste verzoek en op de enkele schriftelijke mededeling van de Staat zonder overlegging van enig ander document of opgaaf van redenen te verlangen, aan de Staat te voldoen het bedrag dat de Staat verklaart ter zake van de Vordering van de Aanvrager te vorderen te hebben, met dien verstande dat de Bank nimmer gehouden is aan de Staat meer te voldoen dan het hiervoor vermelde maximumbedrag.

  • 3. Deelberoepen onder deze bankgarantie zijn mogelijk. Het maximumbedrag van deze bankgarantie wordt met een bedrag gelijk met dat van elk deelberoep verlaagd.

  • 4. Deze bankgarantie vervalt na ontvangst door de Bank van een per aangetekende brief gezonden schriftelijke verklaring van de Staat dat de bankgarantie vervalt en in ieder geval één jaar na datum van ondertekening van deze garantie, tenzij de Bank ten minste één maand voor de einddatum van de garantie per aangetekende brief een schriftelijke verklaring van of namens de Minister heeft ontvangen dat deze bankgarantie niet vervalt, in welk geval de garantie telkens voor een nieuwe termijn van een jaar geldig is.

  • 5. Deze bankgarantie wordt beheerst door Nederlands recht. Geschillen ter zake van deze bankgarantie kunnen uitsluitend worden voorgelegd aan de bevoegde Nederlandse rechter te ’s-Gravenhage.

  • 6. Na verval van deze bankgarantie kan de Staat geen enkele aanspraak meer maken jegens de Bank uit hoofde van deze bankgarantie tenzij de Bank voorafgaande aan het moment waarop deze bankgarantie zou vervallen een mededeling ontving als bedoeld onder 2 waaraan de Bank nog niet voldeed. Op verzoek van de Bank zal de Staat deze bankgarantie nadat deze is vervallen retourneren aan de Bank.

Plaats: .....

Datum: .....

Naam bank en ondertekening .....

.....

* hetgeen in het bovenstaande cursief is gedrukt moet door de Bank worden ingevuld.

TOELICHTING

1. Doel en aanleiding

In 2003 zijn negen landelijke FM-vergunningen verdeeld door middel van een vergelijkende toets. Op 11 maart 2009 zijn twee van deze vergunningen ingetrokken, omdat de vergunninghouders niet aan hun betalingsverplichtingen konden voldoen. De vergunningen die zijn ingetrokken betreffen de kavels A7 en A8 voor landelijke commerciële radio-omroep.

In artikel 2, derde lid, van het Frequentiebesluit wordt geregeld dat voor de verdeling van frequentieruimte voor zakelijk gebruik en commerciële omroep de procedure van veiling of van vergelijkende toets wordt toegepast indien er schaarste verwacht wordt. Indien het redelijkerwijs te verwachten is dat er met betrekking tot de vraag naar frequentieruimte sprake zal zijn van een voldoende aanbod aan frequentieruimte, worden deze procedures niet toegepast.

De vergunningen voor de kavels A7 en A8 worden opnieuw verdeeld. De vraag naar beide vergunningen hangt mede af van de volgende factoren. Op de eerste plaats zullen beide vergunningen tot 1 september 2011 lopen, waardoor beide vergunningen een relatief korte looptijd hebben. Op die datum zijn ook de andere commerciële FM-vergunningen afgelopen. In de tweede plaats is op grond van artikel 3.3a van de Telecommunicatiewet een eenmalig bedrag verschuldigd. In de derde plaats geldt dat op kavel A8 een clausulering (jazz of klassieke muziek) van toepassing is op grond van de Regeling aanwijzing en gebruik frequentieruimte commerciële radio-omroep 2003. In de vierde plaats volgt uit die regeling dat bestaande landelijke commerciële of regionale omroepen geen of ten hoogste één extra FM-vergunning kunnen verwerven. Uit het bovenstaande volgt dat er rekening mee moet worden gehouden dat de vraag naar de kavels A7 en A8 gelijk kan zijn aan het aanbod. Teneinde te voorkomen dat na een langdurige procedure van een vergelijkende toets of veiling1 blijkt dat slechts één aanvraag voldoet aan de gestelde (entree-)eisen en de vergunningen dus onnodig lang ongebruikt zijn gebleven, wordt op basis van deze regeling beoordeeld of een vergunning voor kavel A7 of A8 op volgorde van binnenkomst kan worden verleend. Alsdan wordt een tijdswinst van enkele maanden gerealiseerd.

Uit artikel 8, eerste lid, van deze regeling volgt dat een vergunning voor een kavel op volgorde van binnenkomst wordt verleend, indien voor die vergunning slechts één van de aanvragers voldoet aan de gestelde voorwaarde. Wanneer meerdere aanvragers voor één vergunning voldoen aan de gestelde voorwaarden, wordt dat kavel verdeeld door middel van een vergelijkende toets of veiling.

Iedere aanvrager dient aan de volgende voorwaarden te voldoen:

In de eerste plaats dient de aanvrager een bedrag ter grootte van het eenmalig bedrag over te maken. Dat bedrag dient voor 24 april 2009, 14:00 uur, te zijn ontvangen. De aanvrager mag in de plaats van een storting ook een bankgarantie overleggen.

In de tweede plaats dient de aanvrager te voldoen aan de in paragraaf 3 neergelegde entree-eisen. Deze regels hebben betrekking op de rechtsvorm van de aanvrager, de financiële positie van de aanvrager, kennis en ervaring van de aanvrager, technische middelen waarover de aanvrager kan beschikken en de hoedanigheid van de aanvrager als commerciële omroep.

In de derde plaats dient de aanvrager artikel 8 van de Regeling aanwijzing en gebruik frequentieruimte commerciële radio-omroep 2003 in acht te nemen. Op grond van dat artikel gelden er beperkingen ten aanzien van de hoeveelheid frequentieruimte die een commerciële omroepinstelling ten hoogste mag verwerven. Eén commerciële omroepinstelling mag ten hoogste beschikken over twee landelijke commerciële kavels, waarbij als aanvullende voorwaarde geldt dat die omroepinstelling ten hoogste over één geclausuleerd kavel mag beschikken en ten hoogste over één ongeclausuleerd kavel. Een niet-landelijke commerciële omroep mag ingevolge artikel 8, tweede lid, van genoemd regeling over ten hoogste een demografisch bereik van 30% beschikken. Dit betekent dat een niet-landelijke commerciële omroep in deze procedure geen vergunning voor de kavels A7 en A8 kan verkrijgen. Tot slot is voor wat betreft dit punt relevant dat in de vergunning voor de kavels A7 en A8 programmatisch beperkingen zullen worden opgenomen voor het geval dat één instelling zowel een landelijke FM-vergunning als een AM-vergunning houdt en er sprake is van overlappende verzorgingsgebieden. In dat geval mag via beide vergunningen niet gelijktijdig hetzelfde radioprogramma worden uitgezonden.

In de vierde plaats dient geen van de in artikel 3.6 van de Telecommunicatiewet neergelegde weigeringsgronden van toepassing te zijn. In een aparte mededeling in de Staatscourant wordt hierop nader ingegaan.

2. De aanvraag

Teneinde in aanmerking te komen voor een vergunning moet de aanvraag uiterlijk zijn ontvangen op 24 april 2009, 14.00 uur op het vermelde adres in Groningen. Een aanvraag heeft betrekking op één of beide vergunning. Voor iedere vergunning wordt dus géén afzonderlijke aanvraag ingediend. Na ontvangst van de aanvraag wordt allereerst bezien of deze op tijd is ingediend. Indien dat niet het geval is, wordt de aanvraag geweigerd op grond van artikel 4, eerste lid, van de regeling. Artikel 2, tweede tot en met zesde lid, geeft aan welke gegevens en bescheiden een aanvraag om een vergunning moet bevatten. Aan de hand van die gegevens en bescheiden wordt onder andere beoordeeld of de aanvrager aan de in paragraaf 3 vermelde eisen voldoet.

In artikel 3, eerst en tweede lid, is bepaald dat uiterlijk op 24 april om 14:00 uur een bedrag ter grootte van het eenmalig bedrag dient te zijn ontvangen op een bankrekening van Agentschap Telecom. Indien een aanvrager beide vergunning aanvraagt, dient een bedrag te worden gestort dat gelijk is aan de som van de bedragen, bedoeld in het eerste of tweede lid van artikel 3. In de plaats van een storting kan ook een bankgarantie overlegd worden. Ook dan geldt dat als een aanvrager beide vergunningen aanvraagt de bankgarantie gelijk dient te zijn aan de som van de bedragen, bedoeld in het eerste of tweede lid van artikel 3. Een bankgarantie maakt onderdeel uit van de aanvraag. De reden voor deze verplichting is de volgende. De vergunningen voor de kavels A7 en A8 hebben een korte looptijd. Een aanvrager zal alleen in staat zijn om de vergunningen voor de kavels A7 en A8 te exploiteren wanneer de financiële positie van de aanvrager van dien aard is dat de noodzakelijke uitgaven en investeringen snel gepleegd kunnen worden. Mede daarom is bepaald dat het eenmalig bedrag voor vergunningverlening dient te worden betaald als waarborgsom of hiervoor een bankgarantie dient te worden overgelegd. Voorts is dit voorschrift opgenomen omdat de vergunning voor kavel A8 recent is ingetrokken, omdat het eenmalig bedrag niet betaald werd door de vorige vergunninghouder. Met artikel 3 wordt voorkomen dat deze situatie zich opnieuw gaat voordoen.

Op grond van artikel 4 wordt bekeken of de aanvraag voldoet aan de eisen gesteld in artikel 2, tweede tot en met zesde lid, en artikel 3. Indien aan een of meer van deze eisen niet is voldaan, stelt de Minister de aanvrager in de gelegenheid om de aanvraag aan te vullen, teneinde wel aan de eisen te voldoen. Na constatering van een verzuim en de mededeling daarover heeft de aanvrager vijf werkdagen de gelegenheid het verzuim te herstellen. Indien niet tijdig wordt hersteld, wordt de aanvraag niet in behandeling genomen. Indien eventuele gebreken in de aanvraag niet binnen de daartoe gestelde termijn worden hersteld, wordt de aanvraag eveneens niet in behandeling genomen. Indien, na herstel, de aanvraag voldoet aan alle daaraan gestelde eisen, wordt getoetst of de aanvrager voldoet aan de eisen van gesteld in paragraaf 3.

3. Entree-eisen

Artikel 5 is gelijk aan artikel 6 van Regeling aanvraagprocedure en veiling gebruiksrechten frequentieruimte voor digitale omroep alsmede vaststelling van een maximum aan te verwerven digitale omroepfrequentieruimte. Natuurlijke personen konden bij eerdere verdelingen wel een aanvragen indienen. De bepaling was destijds opgenomen voor niet-landelijke commerciële omroepen, omdat die soms geen gebruik maken van een rechtspersoon. Voor landelijke commerciële omroepen is een dergelijke bepaling niet nodig.

Artikel 6 is ontleend aan artikel 19 van de Regeling aanvraag en vergelijkende toets vergunningen commerciële radio-omroep 2003 en artikel 7 is ontleend aan artikel 20, eerste lid, van die regeling. Voor een nadere toelichting zij verwezen naar de toelichting op die regeling.

4. Het eenmalig bedrag

4.1 Hoogte van het eenmalig bedrag

In 2003 zijn negen landelijke commerciële FM-vergunningen verleend met toepassing van het financieel instrument als bedoeld in artikel 3.3a van de Telecommunicatiewet. Gewezen zij op de Regeling vaststelling eenmalig bedrag landelijke commerciële radio-omroep 2003.

Zeven van de negen vergunningen lopen nog tot 1 september 2011. Voor de kavels A7 en A8 betekent dit dat op grond van artikel 3.3a, achtste lid, van de Telecommunicatiewet in beginsel weer het financieel instrument dient te worden toegepast. Alleen wanneer er sprake is van gewijzigde omstandigheden betreffende het gebruik van frequentieruimte kan afgezien worden van de inzet van een eenmalig bedrag. Aangezien er geen sprake is van zodanig gewijzigde omstandigheden dat het toepassen van het financieel instrument niet zou leiden tot optimaal gebruik van frequentieruimte, wordt in overeenstemming met artikel 3.3a, achtste lid, van de Telecommunicatiewet wederom het financieel instrument toegepast.

Artikel 3.3a, tweede lid, van de Telecommunicatiewet, geeft vier mogelijkheden voor het toepassen van het financieel instrument. Ten eerste kan het gaan om een eenmalige of een periodieke bijdrage. Ten tweede kan de bijdrage gerelateerd zijn aan omzet of de uit de exploitatie van de vergunning te behalen voordelen. Voorts is het onderdeel a, achtste lid van artikel 3.3a van belang. Daarin is bepaald dat, zolang er nog houders van vergunningen zijn van frequenties met een zelfde bestemming, het verschuldigde bedrag ‘op een vergelijkbare wijze’ wordt vastgesteld. Daarom wordt, net als bij de verdeling van de FM-frequenties in 2003, gekozen voor een eenmalig bedrag, dat overeenkomstig de methodiek uit 2003 wordt bepaald. Het eenmalig bedrag wordt derhalve bepaald als percentage van de netto contante waarde van de omzet die de vergunninghouder op basis van de huidige prognoses behaalt gedurende de looptijd van de vergunning.

Concreet betekent dit dat net als in 2003 de volgende keuzes zijn gemaakt:

  • a1) Het eenmalig bedrag is vastgesteld aan de hand van de uit de exploitatie van de vergunning te verwachten omzet.

  • a2) Voor het maken van een prognose van de omzet wordt uitgegaan van de (netto)omzet van alle landelijke commerciële omroepen die via de FM uitzenden.

  • a3) Deze omzet wordt toegerekend aan de vergunning op basis van het aandeel van de vergunning in het totale demografische bereik van de kavels van de landelijke commerciële FM-omroepen.

  • a4) Vervolgens wordt 60% van deze omzet toegerekend aan de ether en 40% aan de kabel. De eerste omzet is hier relevant.

  • a5) De netto-omzetgegevens zijn contant gemaakt naar het moment van vergunningverlening. De discontovoet bedraagt 10%.

  • a6) De initiële afdrachtpercentages die in 2003 zijn gebruikt, worden ook nu gebruikt. Zo gold bij een potentieel luisterbereik van 60% tot 65% een afdrachtpercentage van 7,5%. Het feitelijke afdrachtpercentage is echter afhankelijk van het potentiële luisterbereik, waarbij naarmate het luisterbereik hoger of lager is, ook het percentage hoger of lager is. De nu toegepaste differentiatie is gebaseerd op de differentiatie bij de vergunningverlening in 2003. Zie echter wel de hierna genoemde correctie op het afdrachtpercentage bij b5 en b6.

  • a7) Voor het kavel met een verplicht klassiek/jazz-format moet 20% worden afgedragen van het bedrag dat radiostations met een vergelijkbaar bereik, maar zonder een gebruiksvoorschrift betalen.

Op een aantal punten is er een verschil met de regeling van 2003. Onderstaand worden die verschillen samengevat.

  • b1) In overeenstemming met artikel 3.3a van de Telecommunicatiewet is een nieuwe schatting gemaakt van de (netto)omzet voor de resterende looptijd die is toe te rekenen aan de negen landelijke commerciële FM-vergunningen. Voor deze schatting zijn de meest recente omzetgegevens gebruikt (uit 2007). Daaruit blijkt dat de (netto)omzet in jaar 2007 circa € 165 miljoen was (Stratix 2008; Onderzoek FM en AM etherradio – som van omzetten uit tabel 2 op pagina 27).

  • b2) Het (theoretische) demografische bereik van de negen commerciële landelijke FM-vergunningen is opnieuw berekend. Op basis daarvan is het aandeel vastgesteld dat aan de toekomstige vergunninghouders voor de kavels A7 en A8 kan worden toegerekend.

  • b3) Waar in 2003 nog werd uitgegaan van een jaarlijkse omzetgroei van 5%, wordt nu verondersteld dat in de resterende looptijd de omzet niet toeneemt. Deze aanname is onder meer gebaseerd op de constatering van het Radio Advies Bureau (RAB) dat groei van de (netto)omzet in de radiomarkt in 2008 kleiner werd en in het vierde kwartaal zelfs negatief was. De groei voor de komende twee jaren is, mede vanwege de huidige economische situatie in Nederland, ongewis. Daarom is ervoor gekozen om uit te gaan van een omzetgroei van 0%.

  • b4) Gelet op de relatief korte looptijd van de vergunning is de contante waarde nu berekend op maand- in plaats van op jaarbasis. Concreet is elke maandomzet contant gemaakt naar de eerste dag van de maand van vergunningverlening.

  • b5) Voorts wordt bij het bepalen van het afdrachtspercentage rekening gehouden met het feit dat de nieuwe vergunninghouders t.o.v. de bestaande vergunninghouders relatief laat op de markt komen. In dit verband is de verlening van de vergunning aan RadioCorp OY in 2006 van belang. Toen is de hoogte van het eenmalig bedrag bepaald op basis van artikel 4a van de Regeling vaststelling eenmalig bedrag landelijke commerciële radio-omroep 2003. Dat artikel bepaalt dat wanneer een vergunning later wordt verleend dan oorspronkelijk gepland, de vergunninghouder een pro rato bedrag verschuldigd is van het oorspronkelijke eenmalig bedrag. Dit wil zeggen dat bij een kortere looptijd het verschuldigde eenmalig bedrag evenredig afneemt ten opzichte van het verschuldigd eenmalig bedrag bij volledige looptijd. Bij vergunningverlening later dan 2003 pakt deze benadering financieel voordeliger uit voor de verkrijger van de vergunning, dan wanneer de contante waarde van de omzet gedurende de resterende looptijd wordt bepaald naar het moment van vergunningverlening. Dit hangt onder meer samen met het feit dat een bedrag lager wordt als het contant wordt gemaakt naar een tijdstip in het verleden. Het financiële voordeel bestaat daaruit dat dit lagere bedrag niet in het verleden maar pas nu betaald moet worden zodat in de tussentijd rentevoordeel wordt behaald. Concreet betekent dit dus dat het toepassen van artikel 4a van de Regeling vaststelling eenmalig bedrag landelijke commerciële radio-omroep 2003 ertoe leidde dat RadioCorp OY een lager eenmalig bedrag diende te betalen dan wanneer het eenmalig bedrag in 2006 opnieuw zou zijn berekend volgens de methodiek die in 2003 is gehanteerd.

  • b6) Ook voor de nieuw uit te geven vergunningen geldt een (aanzienlijk) kortere looptijd. Daarom is, net als in 2006, een financieel voordeel gerechtvaardigd. Daartoe zal het afdrachtpercentage worden gecorrigeerd. De grootte van die correctie wordt bepaald volgens dezelfde methodiek als destijds bij RadioCorp OY is gehanteerd. Naar mijn oordeel wordt hiermee recht gedaan aan het gelijkheidsbeginsel, zoals ook opgenomen in artikel 13 van de Machtigingsrichtlijn.

4.2 Zekerheidstelling

Van de aanvrager wordt een zekerheidstelling verlangd. De omvang van de zekerheidstelling komt overeen met het (maximale) eenmalig bedrag bedoeld in de artikelen 9 en 10 voor de vergunning A7 of A8 die is aangevraagd. Indien de aanvrager aan wie een vergunning wordt verleend ter voldoening van het eenmalig bedrag ter zekerheidstelling een waarborgsom heeft gestort, wordt deze waarborgsom voor de betaling aangewend. Indien de betreffende aanvrager een bankgarantie heeft overgelegd, dient hij binnen twee weken het eenmalig bedrag te betalen. Indien de aanvrager niet (tijdig) betaalt, wordt de door hem overgelegde bankgarantie voor betaling aangewend. De rente over de gestorte bedragen komt toe aan de aanvrager tot aan het moment dat aan de aanvrager een vergunning is verleend en er dus een betalingsverplichting jegens de Minister ontstaat. Vanaf dat moment is de rente die betrekking heeft op dat deel van de waarborgsom dat de Minister op basis van de toekenning van de vergunning toekomt, voor de Minister. Omdat het voor kan komen dat de aanvrager een hogere zekerheidsstelling heeft voldaan (dat kan het geval zijn omdat het eenmalig bedrag afhankelijk is van het tijdstip van verkrijging, zie de tabel in de artikelen 9 of 10) is ook geregeld dat een restantwaarborgsom teruggestort kan worden. Overigens staat het eenmalig bedrag los van eventuele bijkomende zogenoemde verlenings- en toezichtskosten op grond van de Regeling vergoedingen Agentschap Telecom 2009.

5. Besluit tot vergunning verlening dan wel weigering

Voor ieder kavel zal een lijst worden opgesteld van alle aanvragen die tijdig en op de juiste wijze zijn ontvangen. Daarna zullen alle aanvragen die geweigerd worden op grond van artikel 3.6 van de Telecommunicatiewet dan wel niet in behandeling zijn genomen op grond van artikel 4:5 van de Algemene wet bestuursrecht van de lijst gehaald worden. Een aanvraag wordt bijvoorbeeld niet in behandeling genomen wanneer een aanvraag, na verzuimherstel, niet voldoet aan artikel 3 of paragraaf 3. Wanneer voor een kavel slechts één aanvrager overblijft, zal aan die aanvrager een vergunning wordt verleend. Daarentegen wanneer voor een kavel meerdere aanvragers overblijven, is niet voldaan aan artikel 2, derde lid, tweede volzin van het Frequentiebesluit en zullen al die aanvragen worden geweigerd. In dat geval zal dat kavel verdeeld worden op basis van een procedure genoemd in artikel 2, derde lid, eerste volzin, van het Frequentiebesluit.

6. Administratieve lasten

De aanvrager dient bij zijn aanvraag gegevens te overleggen. Deze gegevens dienen ertoe om de aanvrager te kunnen toetsen op in de regeling genoemde toelatingseisen. Het verstrekken van de gegevens kan administratieve lasten met zich meebrengen. Bij het opstellen van de eisen om in aanmerking te komen voor een vergunning is gestreefd naar minimale administratieve lasten.

De administratieve lasten zijn in dit geval beperkt. Er wordt namelijk maar een zeer beperkt aantal deelnemers verwacht en voor de gegevens die verstrekt moeten worden, is zoveel mogelijk aangesloten bij gegevens die al bij partijen aanwezig zijn. Bij deze verdeling wordt niet de eis van het indienen een bedrijfsplan gesteld.

7. Wijziging overige regelgeving

De Regeling vaststelling eenmalig bedrag landelijke commerciële radio-omroep 2003 wordt gewijzigd, zodat de nieuwe vergunninghouder voor de kavels A7 of A8 geen eenmalig bedrag verschuldigd is op grond van die regeling. Voor vergunningen die zijn verleend voor inwerkingtreding van deze regeling blijft de Regeling vaststelling eenmalig bedrag landelijke commerciële radio-omroep 2003 van toepassing.

De Regeling aanwijzing en gebruik frequentieruimte commerciële radio-omroep 2003 wordt technisch gewijzigd vanwege de verdeling van de kavels A7 en A8. Om iedere misverstand uit te sluiten zij er op gewezen dat de regeling van toepassing blijft op de kavels A7 en A8, die verleend zijn in 2003.

De Staatssecretaris van Economische Zaken,

F. Heemskerk.

De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,

R.H.A. Plasterk.


XNoot
1

Uit artikel 3.3, zevende lid, volgt dat zolang er nog in de FM-band bestaande vergunninghouders zijn, nieuwe vergunningen in beginsel volgens een vergelijkbare procedure wordt verleend. De bestaande vergunningen zijn verdeeld door middel van een vergelijkende toets.